De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

7 minuten leestijd

Van 's levenspad

door COR.

De God der wrake.

Vele jaren reeds waren Frederik met Brechtje, zijne vrouw, voortgegaan over 's levenspad, vele jaren waren zij daarop reeds met elkander verbonden geweest, in welken tijd echter veel gebeurd was, dat een scheiding tusschen hen veroorzaakte.

Frederik was namelijk in dien tijd aan ziichzelven ontdekt, hij had zichzelf leeren kennen als een zondig schepsel, niets meer waardig dan den eeuwigen dood te ontvangen, om dan echter ook te mogen ondervinden dat in Christus Jezus een weg der genade was ontsloten, dat Hij in Hem weder verzoend kon worden met dien God, tegen Wien hij had gezondigd, Wien hij zoo langen tijd had bedroefd en gesmart door zijn leven in de dingen der wereld. Dit alles leerde hij echter slechts door een weg van twijfel en strijd en dat was het wat een begin maakte aan de verwijdering tusschen hem en zijne vrouw, want zij verstond en begreep hem daarin niet, zij kon zich dit alles niet indenken, wat hem belette met haar te spreken over alles wat in zijn hart woonde.

Niet meer met zijne vrouw te kunnen spreken over dat wondere werk der genade in zijne ziel gewrocht, nimmer zijn hart voor haar te kunnen uitstorten wanneer hij in verwondering wegzonk bij het gedenken dat de Heere naar hem had willen omzien, dat ook hem in Christus Jezus genade en ontferming werd geschonken, deed hem zoo'n pijn, dat smartte hem zoo. Met haar, die met hem over 's levenspad ging, nooit te kunnen spreken over vvat de Heere voor hem was, was hem een oorzaak van droefheid, dooh ook gebeurde het meer dan eens tiat dit hem verbitterde, dat in zijn hart het waarom oprees. Waarom, vroeg hij dan, moet ik mu zóó over 's levenspad voortgaan, waarom 'moet dit alles nu zulk een verwijdering brengen, waarom mag ik nu niet met mijne vrouw over ', s levenspad gaan, ook daarin geheel en al één, ook daarin elkander verstaande en begrijipende ?

Weer was een tijd aangebroken, waarin de verwijdering tusschen Frederik en Brechtje tot uiting kwam, terwijl dit Frederik niet bedroefde, 'doch verbitterde, wat hem deed voortgaan, opstaande tegen den Heere. Ontevreden liep hij dagenlang rond, totdat hij bepaald werd bij 't woord van den psalmist, waar deze zegt dat de God der wrake blinkende zal verschijnen, welke woorden hij niet meer kon vergeten, gedurig hoorde hij die in zijn ooren klinken. Weer trachtte hij met zijne vrouw daarover te spreken, maar weer was zijn poging tevergeefs ; Brechtje kon niet begrijpen dat die woorden hem beangst maakten.

Spoedig echter scheen het alsof de beteekenis dier woorden hem duidelijk werd, want de allerwegen heerschende griep ging ook hun huisje niet voorbij, daar Brechtje er door werd aangetast en neergeworpen op het ziekbed, weldra den dood nabij neder liggende.

Zijne vrouw op het ziekbed, wellicht spoedig van zijne zijde weggerukt, dat was, dacht Frederik, de God der wrake, Die hem kwam kastijden, voor zijn opstaan tegen Hem, Die nu Zijn slaande hand over hem uitstrekte, voor dat menigmaal geuite waarom. De God der wrake was gekomen, betoonende dat van Hem niet straffeloos geëischt kan worden rekenschap te geven van Zijne daden, die gedachte vervulde Frederik met diepe smart, daaronder gebukt toefde hij aan het ziekbed zijner vrouw, niet anders denkende dan dat zij hem weldra ontnomen zou worden.

Daarover nadenkende op zekeren nacht weer aan het ziekbed zittende, klonk eensklaps de zwakke stem van Brechtje tot hem: „Weet je nog wel, Freek, dat je me eenigen tijd geleden sprak over die woorden, dat de God der wrake blinkende zal verschijnen ? Toen begreep Ik dat niet, maar nu, ach nu zie ik dat die woorden bevestigd worden, want nu komt de God der wrake mij uit het leven wegnemen, om mij te doen verschijnen voor Zijn heilig aangezicht, van waar Hij mij naar Zijn onkreukbaar recht voor eeuwig zal verstooten, want dat alleen ben ik waardig, dat alleen heb ik verdiend.

Zoo menigmaal hebt gij getracht mij te spreken over den eenigen weg ten Leven, maar nimmer wilde ik luisteren en nu, o nu komt Hij om met mij naar recht te handelen." Weenend klemde zij zich in het aangezicht van den dood aan hem vast, erkennende dat het naar recht was als de God der wrake haar voor eeuwig verstootte.

Moest Frederik dan zijne vrouw zóó laten liggen ? Neen, want immers hij kon haar woorden van troost en bemoediging toeroepen, hij kon haar spreken van dien Heiland en Zaligmaker, van dien dierbaren Christus, Die gekomen was om zondaren van het verderf te redden. En in de stilte van den nacht werd de scheiding, welke hen zoo lang van elkaar verwijderde, weggenomen. Nu verstond Brechtje den strijd, waarin haar man zoolang verkeerde, daar die thans ook in hare ziel woedde en Frederik kon haar moed inspreken, haar voorhouden dat zij mocht vluchten tot den Zaligmaker van zondaren om in Hem behoudenis te vinden.

De dag begon aan te breken en als het duister van den nacht verdreven werd, verdween ook het bange donker in Brechtje's ziel, daar zij zich mocht vastklemmen aan den Christus, op Hem haar vertrouwen stellende. , , 0p Hem durf ik het wagen", sprak zij, met van vreugde stralende oogen, tot Frederik toen deze enkele uren ging rusten, „met Hem durf ik den dood in te gaan, Hij zal mij niet beschaamd laten uitkomen."

Zij had echter het einde van 's levenspad nog niet bereikt, hóé dicht de dood haar ook nabij was, want na dien nacht begon zij weer te herstellen, werd zij weer opgericht

De God der wrake was hun blinkende verschenen, dat haidden zij ondervonden, doch zoo geheel anders dan dit door hen was verwacht. Zij meenden dat Hij kwam in toorn en gramschap, hen slaande en kastijdende, met hen handelende naar Zijn heilig recht en inplaats daarvan kwam Hij, de God der wrake, betoonende dat Hij zondige schepselen gadeslaat in Christus Jezus, Zijn eenigen Zoon, in Hem hen door Zijn daden verblijdende.

Hoe geheel anders gaan zij nu voort over 's levenspad, nu niets meer dat eenige verwijdering brengt, nu elkander in alles begrijpende, mogen .zij met elkander verkeeren gedurig in verwondering wegzinkende dat de Heere, de God der wrake, Die blinkende hun verscheen, niet deed naar hetgeen zij verdienden, maar hen aanschouwde in het volbrachte werk van Christus Jezus en daarom ook met hen niet handelde naar Zijn heilig recht.

Hebt gij den Heere reeds zoo als de God der wrake mogen ontmoeten, hebt gij reeds ervaren dat Hij u in Christus Jezus aanschouwde ?

Neen ?

En kunt gij dan toch nog voortleven zonder eenige vrees, zonder eenige droefheid? Weet gij dan niet dat Hij u straks voor Zijn Rechterstoel zal dagen en dat gij dan den God der wrake zult ontmoeten als een vertoornd Rechter, Die u in de buitenste duisternis werpt ? " Nu komt het Evangelie nog tot u, dat u toeroept dat de God der wrake Zijn toorn en gramschap nog inhoudt, u nog gelegenheid geeft in Christus Jezus behoudenis te vinden, in dien Borg en Middelaar aan Zijn heilig recht te ontkomen. Vlucht, o vlucht dan heden nog tot dien Heiland om in Hem uw eeuwig heil te zoeken en te vinden. Nu moogt gij nog tot Hem gaan, maar straks is het te laat, dan is het heden der genade voorbijgegaan, dan wordt gij opgeroepen om den God der wrake te ontmoeten en wee u, indien gij dan dien dierbaren Christus niet kent, Hem niet als uw Zaligmaker bezit, want dan wacht u niets dan de eeuwige nacht. Nog is het niet te laat, o hoor dan toch de roepstem welke van Christus wege tot u komt, om u door Hem te laten verzoenen met den God der wrake.

Is uw oog op den God der wrake gericht en vreest gij dat Hij met u naar recht zal handelen ? Klem u dan vast aan Christus Jezus, met Hem moogt en kunt gij het wagen, want in dien Heiland en Zaligmaker is de God der wrake voor u een God van enkel liefde en ontferming. Die nooit met u doet naar uwe zonden, nooit handelt naar uwe ongerechtigheden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's