De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Abrahams bede voor Sodom.

Gen. 18 : 20 enz.

.Abraham, de tiende in de rij der eerstgeborenen uit Sems geslacht, is door den Heere wonderlijk uitgeleid uit zijn land en uit zijn maagschap en uit zijns vaders huis, om, in Kanaan gebracht, door den Heere gesteld te worden tot een zegen ; welke zegen in Christus, uit Abrahams zaad zijnde voor zooveel het vleesch aangaat, in heerlijkheid en in volkomenheid is gekomen, om te worden uitgedragen onder alle natiën, hoe ver de volkeren ook mogen wonen. • '.

Dat is een wondere en heerlijke beschikking Gods geweest, dat Hij Abraham wilde zegenen en ook tot een zegen wilde stellen waarvan de vruchten ook zijn gezien in Abrahams leven.

is Sodoms koning en zijn Sodoms inwoneren door Abrahams hand niet verlost uit (ie handen van Kedor-Laömer, den geweldige, die heet op buit, allen gevangen, nam en alles roofde ? Abraham werd toen tot een zegen gesteld voor hen en hij bevrijdde hen allen en bracht hen weer in hun stad met al hun have.

Daarin is Abraham het type van Christus, die door God gegeven is tot een zegen voor alle volkeren. Waar Hij gepredikt wordt en waar Zijn' Woord komt, daar wordt alles veranderd. Kerk, school, huisgezin wordt anders. Staat en maatschappij wordt anders. De positie van de vrouw, van den slaaf en heel het aanzien van den arbeid wordt anders. Heel .de levens-en wereldbeschouwing wordt anders. Let maar op de wereldgeschiedenis ; op de beschavingsgeschiedenis ; op de gangen van het maatschappelijk en van het sociale en van het politieke leven. Waar het Christendom komt, daar verandert gansch het aanzien des levens, gelijk dit nog telkens in het land der heidenen openbaar wordt, evenals ons eigen land en volk er getuige van is.

God is een God van zegening. In Abraham heeft de Heere een zegen gelegd. In Christus is de hoogste, de volle zegen geopenbaard. En van dien zegen moet getuigd door iederen Christen ; die zegen moet worden uitgedragen, gelijk de Heere dan zegenen wil naar den rijkdom Zijner barmhartigheden.

Daarin is Abraham een exempel voor allen, die geestelijk Abrahams zaad zijn en den zegen mogen kennen in Christus geopenbaard. Zij moeten begeeren tot een zegen te mogen zijn ; tot een zegen, voor anderen, voor velen, voor stad en land en volk, voor kerk, school en maatschappij. Tot een zegen, - — uitdragende den zegen in Christus geopenbaard ; sprekende en getuigende van Zijn Woord en Zijn heil voor een iegelijk die in Hem gelooft.

Het Schriftgedeelte hierboven nader aangegeven wijst ons op deze belangrijke roeping des christens, in het midden van land en volk, van stad en dorp te vervullen, kennende hetgeen in Christus tot zegen is geopenbaard. En het verwondere niemand, dat wij juist in deze gewichtvolle dagen, waarin zooveel staat te gebeuren in het midden van ons land en volk, aan de hand van dit Schriftgedeelte iets willen zeggen.

Op wondere wijze verschijnt de Heere aan Abraham. Om hem te komen bevestigen, dat Hij Zijn verbond gedenkt en om Abraham en Sara te komen boodschappen, dat over een jaar een zoon in Sara's tent het levenslicht zal zien. Alle eigen werk van Abraham en Sara, in ongeloof en naar eigen wijsheid uitgedacht en volbracht, was ijdel en nutteloos en teleurstellend gebleken en was met zonde bevlekt. Maar de Heere zou het maken. Dan zou niemand roemen in zichzelf, en Zijn Naam zou eere ontvangen.

Dat is de eerste boodschap aan Abraham gebracht, zooals ons teksthoofdstuk meldt.

Maar dan volgt een tweede, van zoo geheel anderen aard zijnde, betrekking hebbend op Sodom, Gomorra, Adama en Zeboim, de vier bloeiende steden in het schoone Jordaandal. Die zouden met vuur worden verbrand !

Tweeëriei boodschap ; héél verschillend van inhoud ; maar zoowel de eene als de andere laat den Heere zien in Zijn deugden.

Abrahams huis zal worden opgebouwd, omdat God Zijn verbond houdt. Zijn volk liefheeft en nooit laat varen de werken Zijner handen. Zoo is het en zoo blijft het. Sion zal leven en aan het Koninkrijk Gods wordt gebouwd, totdat het straks volkomen in heerlijkheid zal schitteren.

Maar aan den anderen kant is de Heere een heilig en rechtvaardig God, die de werken der goddeloosheid koint bezoeken op Zijn tijd.

Jeruzalem zal worden opgebouwd tot eeuwige heerlijkheid. 

Babel zal vallen en tot een eeuwig afgrijzen gesteld worden.

Die twee lijnen gaan door de geschiedenis totdat het einde daar is.

En wat doet Abraham met die twee mededeelingen, welke de Heere Zelf hem brengt ? Hij verblijdt zich in de eene en hij gaat worstelen in den gebede met de andere, doende wat zijn hand vindt om te doen om tot een zegen nog te mogen zijn voor de steden van Sodom en Gomorra.

Dat moet ons treffen. Dat heeft ons wat te zeggen !

Want Abraham had zich in zijn tent kunnen terug trekken om zich in stilte te verblijden bij de belofte Gods en zich te verliezen in de aangename gedachten, dat weldra zijn huis zoo wonderlijk, zoo rijk, zoo heerlijk zou gezegend worden. Straks immers zou Abraham, die reeds zoo veel van Ismaël, Hagar's zoon, hield, een zoon ontvangen uit Sara, wat zoo oneindig heerlijker zou wezen, dan toen Ismaël geboren werd.

Dan zou de tente weergalmen van vreugd en de hartewensch van jaren en jaren worden vervuld. Wat zou hij zich dan met Sodom en Gomorra inlaten ? Hadden die steden het niet verdiend, dat de Heere kwam met Zijn straffen ? Hadden ze den Heere niet lange reeds gehoond en getergd, in het schoone Jordaandal gruwelijkheid en schandelijkheden bedrijvend?

En Loth ? Had die nu niet loon naar arbeid, waar hij zóó van Abrahams ontbaatzuchtigheid misbruik had gemaakt door het schoonste plekske van Kanaan vlug voor zichzelf te kiezen ; om nu met vrouw en kinderen in die goddelooze steden te wonen, alwaar zij zich hoe langs hoe meer thuis gingen voelen en straks heelemaal zouden zijn ingeburgerd, als de beide dochters zouden zijn gehuwd met spotzieke jonge mannen, die daar gewonnen en geboren waren ?

Stil had Abraham zich kunnen terugtrekken in zijn tent, stil genietend van hetgeen de Heere hem en zijn huis te genieten gaf. Maar n i et alzoo ! Abraham is hier heelemaal niet het type van iemand, die met een boeksken in een hoeksken zich terugtrekt. Hij is heelemaal niet te vergelijken met iemand, die met volk en vaderland niets mee voelt ; die de Kerkschuld naast zich neeriegt en die redeneert : land en volk. Kerk en-school en maatschappij hebben loon naar verdienste ; ze hebben het zichzelf waardig gemaakt, dat ze onder de oordeelen komen en daarom laat ze onder de oordeelen zijn en blijven !

Neen, Abraham is het type van een, die door genade het heil des Heeren mag kennen. Door Gods wondere bemoeienissen aan Zijn Woord en aan Zijn beloften mag worden verbonden met nieuwe vreugd en blijdschap. Die een stillen en verborgen omgang met z'n God mag kennen. Die in zijn tente vroolijke gezangen des gejuichs mag zingen met de zijnen. Maar die, als hij hoort van wat er staat te gebeuren met Sodom en met Loth, dat alles zich op de ziele voelt gebonden en den Heere vastgrijpt in den gebede, om Hem te bidden en te smeeken, dat Hij de rechtvaardigen in Sodom in liefde moge gedenken en om de wille van Zijn kinderen de steden met de duizenden mannen en vrouwen en kinderen nog moge sparen in het gehengen van Zijn lankmoedigheid.

Tot een zegen begeert hij te zijn voor de steden met hare inwoners ; tot een zegen voor Loth en de zijnen. En dat is het wat deze geschiedenis voorhoudt aan alle degenen, die door Gods genade niet vreemd zijn aan een stillen, verborgen omgang met God ; die mogen leven bij Zijn Woord ; die mogen verkwikt worden door Zijne beloften. Die hebben werkzaam te worden, bij de berichten van hetgeen daar voorvalt in het land. Dat de altaren Gods worden omgestooten. Dat de rechten en de inzettingen des Heeren worden vertreden.

Dat oproer en revolutie wordt gepredikt. Dat de zonden en de ongerechtigheden door jong en oud, door arm en rijk worden bedreven des daags en des nachts met een nooit gekenden ijver en zeldzaam onbeschaamd ; zóó erg, dat ook ongeloovigen, die voor Gods Woord niet beven, er schande over gaan spreken en verkondigen, dat zóó een volk wis en zeker naar den ondergang heensnelt met ijzingwekkende vaart.

Dan gaat Abraham worstelen met God in den gebede. Hij, die stof en assche is, onderwindt zich om tot God te spreken en hij vraagt, dat de Heere Zijn kinderen wil behoeden ; ja, méér nog : hij vraagt, of de Heere om de wille van Zijn kinderen de steden met al hare inwoners nog wil sparen en blijven dragen, opdat ze nog gelegenheid mogen ontvangen om zich tot God te bekeeren.

Daar hebben wij mee te worstelen voor Gods aangezicht. Om het behoud van Gods volk, van Christus Kerk, hoewel ze allen gezondigd hebben en allen de minste zegening onwaardig zijn. En we hebben te worstelen om de bekeering, om het behoud van ons land en volk ; dat Nederland terugkeere met al de afkeeringen en al de zonden tot God, opdat het leven mag worden verkregen uit genade en niet de oordeelen straks losbarsten erger dan ooit tevoren.

We moeten begeeren een zegen te z ij n. Tot een zegen gesteld te mogen worden. Gebruikt te mogen worden, om land en volk terug te brengen tot de wegen des Heeren ; opdat onze huisgezinnen v/orden gezegend; opdat ons maatschap pelijk leven zich voege naar Gods Woord ; opdat Kerk en School en Staat zich richte naar Gods getuigenis. We mogen ons van deze dingen niet afmaken. We mogen niet dag aan dag redeneeren en alles maar laten gaan zooals het gaat. Gebed, gebedsworsteling is noodig bij allen die den H^ere vreezen en voor Zijn Woord buigen. En mannen en vrouwen hebben bij den vloedgolf van ongeloof, zonde en gruwelbedriji in den Naam des Heeren op te komen voor de rechten en de inzettingen Gods, wetende dat gerechtigheid een volk verhoogt, maar dat de zonde een schandvlek is der natie.

Om behoud of ondergang ; om zegen of vloek ; om leven of dood gaat het voor land en volk ; voor óns land en óns volk ook. En als er dan groote dingen staan te gebeuren en ook wij worden opgeroepen om daarin te getuigen, dan geve de Heere dat mannen en vrouwen mogen worden verwaardigd, om voor land en volk te bidden en te worstelen voor Gods aangezicht en ook met de daad straks mogen bewijzen, dat zij het goede wenschen te zoeken voor Koningin en Vaderland.

De uitkomst laten we dan over aan den Heere.

Maar met Zijn Woord in het harte, dat Hij zal eeren die Hem eeren, doch dat Hij zal licht achten die Hem versmaden en Zijn Woord verwerpen, hebben we te doen wat onze hand vindt om te doen, opdat straks ons uolk en vaderland mag worden geregeerd en bestuurd overeenkomstig hetgeen ons is bekend gemaakt in Zijn Woord.

Vrouwen en mannen van Nederland, begeert gij door Gods genade en met Gods hulp tot een zegen te zijn voor heel onze natie ?

De Heere geve ons dan alles wat noodig is, om met vrijmoedigheid en kloeken zin uit te komen ook op het terrein van het politieke leven voor de eere Zijns Naams, zoekende het goede voor land en volk.

t Gaat om de eere Gods. 't Gaat om het welzijn der natie.

Gedenk niet meer aan 't kwaad dat wij bedreven :

Onz' euveldaad word' ons uit gunst vergeven 1

Waak op, o God ! en wil van verder lijden Ons klein getal door Uwe kracht bevrijden.

Help ons, barmhartig Heer ! Uw grooten Naam ter eer ; Uw trouw koom' ons te stade ; Verzoen de zware schuld.

Die ons met schrik vervult ; Bewijs ons eens genade.

(Psalm 79:4).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's