De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

7 minuten leestijd

Van 's levenspad

door COR.

Troost in droefheid.

„Kom dan, kom dan", zoo riep de klok van een klein dorpskerkje de menschen toe, hen noodigende het geopende Godshuis binnen te treden, om daar te hooren den wonderen rijkdom van 't Evangelie der genade.

„Kom dan, kom dan", zoo noodde de klok en allerwegen kwamen de dorpsbewoners uit hunne huizen, gehoor gevende aan het nooden der klok om het geopende bedehuis in te gaan.

„Kom dan, kom dan", zoo noodde de klok en velen gaven vol vreugde gehoor aan die roepstem, zich verheugende weer te mogen opgaan om te mogen luisteren naar het geklank van het Evangelie.

Niet allen echter gaven verblijd gehoor aan 't „kom dan" der klok. Onder hen, die opgingen naar 's Heeren huis, was eene, die door droefheid gebogen, met smart vervuld ziek daarheen begaf. En daarvoor was wel reden, daarvoor was wel een oorzaak, want veel en zwaar waren de beproevingen geweest sinds zij voor het laatst opging naar 's Heeren huis, nu reeds eenige maanden geleden. Toch ging zij als een gelukkige echtgenoote en nu had zij het kleed der rouw aan, nu was zij met het weduwenkleed omhangen, want haar man, met wien zij vele jaren over 's levenspad ging, was van haar zijde weggerukt door den dood. Haar man was uit 't leven weggenomen en terwijl de rouwklagers het lichaam van haar man kwamen halen, om dit naar de groeve der vertering te brengen, lag zij op het ziekbed, den dood nabij

Nu was zij weer hersteld, ging zij voor het eerst weer op naar de plaats des gebeds, maar ach, die gang was zoo zwaar, zoo moeilijk.

Gebogen door droefheid en smart ging zij op en in die smart kwam satan haar nog benauwen door zijne influisteringen, want dien morgen was de tafel des Heeren aangericht, het Heilig Avondmaal zou bediend worden en nu kwam satan haar wijsmaken, dat zij niet mocht aangaan, dat zij, in rouw gedompeld, niet mocht aanzitten met de feestvierende schare aan den disch.

„Deze ontvangt zondaars, en eet met hen", waren de woorden waarover de prediker dien morgen sprak en vol vuur en gloed predikte hij dien rijken Christus, van Wiens onpeilbare liefde nooit te ruim gedacht of gesproken kan worden, wijl daardoor de diepst onwaardige wordt opgezocht en gevoerd op den eenigen weg ten leven. Maar ach, ook die woorden konden de weduwe niet vertroosten, daar satan niet ophield haar in te fluisteren dat zij niet mocht aanzitten aan de tafel. Bij het lezen van het Avondmaalsformulier echter de woorden hoorende : „dat wij getroost ons kruis op ons nemen, onszelven verloochenen, onzen Heiland bekennen en in alle droefheid met opgeheven hoofd onzen Heere Jezus Christus uit den hemel verwachten", kon zij satan wederstaan, hem toeroepen dat zij naar hem niet wilde luisteren.

En als de prediker zich aan de tafel had begeven, vandaar zijn noodigende stem liet hooren en de woorden uitte : „De wereld belijdt immer haar koning, zij schaamt zich nimmer te laten zien wien zij dient, komt gij dan ook uit voor uw Koning, belijdt gij ook voor de menschen uw Koning, Die u toeroept : „Verkondigt Mijnen dood totdat Ik kom", kreeg zij moed haar plaats te verlaten, zich te scharen bij hen, die aan den disch gingen.

Haar Koning belijden, dat wilde zij, want immers Hij, die dierbare Heiland en Zaligmaker, was ook haar Heere en Koning, Die haar opzocht toen zij in het midden der wereld voortleefde, haar sprekende van Zijne liefde voor een zondig schepsel. Hij had haar met koorden der eeuwige liefde getrok ken uit het midden der wereld, haar aan Zich verbonden en sindsdien zoo vaak betoond dat Hij haar gadesloeg, in Zijn gunst op haar nederzag, haar steeds nabij was. Neen, nu had satan geen vat meer op haar, luisterde zij niet meer naar wat hij haar influisterde, doch schaarde zij zich aan de tafel des Heeren, haar Koning belijdende, op Hem al haar hoop en vertrouwen was gevestigd. In rouw gedompeld mocht zij nederzitten, etende van het brood, drinkende van den wijn, waardoor zij weder werd bemoedigd en vertroost, weder nieuwe kracht ontving om voort te gaan over 's levenspad, het oog gericht op haar Koning, geloovende dat Hij, Wiens lichaam voor haar gebroken, Wiens bloed voor haar vergoten was, Die haar straks in Zijn huis zou doen verkeeren, haar ook niet zou begeven of verlaten, haar Zijn hulp en bijstand niet onthouden, nu zij met het weduwenkleed omhangen, moest voortgaan.

Dat vertrouwende mocht zij de piaats des gebeds weer verlaten, zich weer huiswaarts begeven en daar weer gekomen, daar weer nederzittende met de haar overgebleven kinderen, werd voor 't eerst, nadat de dood het huis was binnen getreden, een psalm aangeheven en klonk het :

Zijn machtig' arm beschermt de vromen, En redt hun zielen van den dood, Hij zal hen nimmer om doen komen, In duren tijd of hongersnood ; In de grootste smarten. Blijven onze harten, In den Heer' gerust, 'k Zal Hem nooit vergeten. Hem mijn Helper heeten. Al mijn hoop en lust.

Hebt ook gij dien Koning reeds leeren kennen ? Weet gij reeds dat Hij uw Helper is ? Als dagen van droefheid en smart voor u aanbreken, neemt gij dan ook tot Hem de toevlucht om van Hem alleen alles te verwachten ? De wereld is zoo arm om te troosten, zij kan in droeve dagen u niets geven, maar bij dien Koning kunt gij immer aankloppen en nimmer zal Hij u onverhoord of ledig henen zenden. Die Koning slaat u immer gade en wanneer gij met droefheid en smart vervuld tot Hem vlucht, komt Hij steeds weer betoonen dat Hij u Zijne hand biedt, opdat gij daaraan veilig kunt voortgaan. En meer, veel meer, schenkt die Koning u, want immers Hij is de Christus, de Zaligmaker, Hij is het, Die een zondig schepsel, dat slechts den eeuwigen dood waardig is, door Zijne wondere genade en ontferming komt opzoeken en het eeuwige leven schenkt. Hij, Die dierbare Christus, die Zaligmaker, Die Zijn leven gaf om een afgedwaald volk van 't eeuwig verderf te redden, roept ook u toe, tot Hem te gaan, om Hem voor tijd en eeuwigheid als uw Koning te leeren kennen. O hoor dan Zijn roepstem, laat de wereld met al haar zondige vermaken, met al haar ijdele genoegens varen en-vlucht tot dien Koning, opdat gij Hem mocht leeren kennen, Hem bezitten als uw Heiland en Zaligmaker. Voor tijd en eeuwigheid zult gij ervaren dat Hij u nimmer begeeft of verlaat, bij alles wat u overkomt zal Hij u troosten, in dagen van droefheid en smart zal Hij u nabij zijn en wanneer uw levenseinde daar is, zal Hij u doen ingaan in het Huis met vele woningen, door Hem bereid, om Hem daar eindeloos groot te maken.

Zijt gij wellicht in rouw gedompeld, of gaat gij door andere oorzaken met droefheid en smart vervuld over 's levenspad en wil satan daarvan gebruik maken om het u in te fluisteren dat gij geen deel hebt aan dien Koning, dat Hij Zijn hand van u heeft afgetrokken ? O, hoor dan toch niet naar dien leugenaar, luister niet naar wat hij zegt, want zijn eenig doel is u van den Heere af te trekken, hij wil u doen twijfelen aan uw Koning, opdat gij Hem den rug zoudt toekeeren. Neen, luister niet naar wat satan tot u zegt, roep hem toe, dat uw Koning nooit Zijn Woord zal verbreken, dat Hij u nimmer zal begeven of verlaten, dat alles wat u overkomt slechts om uw eigen bestwil is, dat Hij dit nimmer doet uit lust tot plagen. Hoe groot uw droefheid en smart ook is, richt het oog gedurig op dien Koning, op dien Borg en Middelaar, Christus Jezus, en gij zult ervaren dat Hij kan troosten, meer dan eene moeder troost, en dat Hij u dien troost niet zal onthouden. Ja, Hij zal u doen ervaren dat Hij u schenkt den eenigen troost in leven en sterven beide, namelijk de wetenschap dat gij het eigendom zijt van dien getrouwen Heiland en Zaligmaker, Christus Jezus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's