KORT VERSLAG
VAN DE BUITENGEWONE BONDSVER GADERING OP DONDERDAG 29 JUNI '22, GEHOUDEN TE UTRECHT.
VAN DE BUITENGEWONE BONDSVERGADERING OP DONDERDAG 29 JUNI '22, GEHOUDEN TE UTRECHT.
De vergadering wordt door den voorzitter geopend met het doen zingen van Psalm 89 : 1, het voorlezen van Efeze 4 : 1 en gebed.
De voorzitter zegt dat hij , geen inleidend woord tot deze vergadering spreken zal. Het is genoegzaam bekend wat ons hier samenbracht. Hij maakt alleen een paar opmerkingen van formeelen aard.
Hierop geeft hij aanstonds het woord aan dr. Severijn, predikant te Dordrecht, om in te leiden het rapport van de Commissie van Advies inzake het Reglement op de-Predikantstractementen.
Dr. Severijn begint dank te zeggen voor de gelegenheid hem geboden om het bedoelde rapport uiteen te zetten en toe te lichten. De zaak kan breed opgevat worden, maar ook minder breed. De toekomst van ons vaderland, zegt spr. zal afhangen van den toestand onzer Kerk. De historische wet zal zich repeteeren dat alleen door het kruis genezing kan aangebracht worden. Daarom past ons de hoogste ernst ; de moeilijke tijden die we doormaken moeten we drager in ons hart en moeten een zaak zijn voor de binnenkamer. De Synodale organisatie staat aan den bloei van een gezond kerkelijk leven in den weg. De Synodale organisatie moet dus door ons bestreden worden. Spreker wil geen revolutie of doleantie. Maar wij kunnen revolutionair zijn ook door niets te doen ; en wij kunnen scheurmakers zijn ook door niets te doen. De vraag is maar : zullen de Gereformeerde gemeenten autonoom zijn ? Noodig is dan dat deze Gereformeerde gemeenten zich zullen vereenigen Dan alleen kan revolutie en doleantie beide voorkomen worden. De orde waarnaar deze Vereeniging gesteld moét worden is het Gereformeerd Kerkreoht, zooals we dat reeds vinden op de Synode van Wezel. Spr. gaat in den breede na hoe dat Gereformeerd Kerkrecht nooit Kerkorde is geworden, omdat de Roomsche Kerk en de Caesaropapie in den weg stonden en ook de kerkelijke goederen een beletsel waren. Verder doet spri uitkomen dat de taak der Commissie geen prettige was, omdat die taak verband hield met het Mammonisme. Dat Mammonisme echter, meent spr. te kunnen gelooven is slechts de aanleiding geweest en als zoodanig vindt hij haar gewichtig genoeg om het Gereformeerd bewustzijn in ons volk wakker te roepen. Spr. gaat daarbij uit van de gedachte dat er in de Herv. Kerk nog is een volk Gods, een belijdende Kerk, wat hij met een breede omschrijving van het ondersoheid in de begrippen ware en valsche Kerk duidelijk maakt. De ware Kerk vindt hij waar het Woord-van God heerscht, dat is onder de Gereformeerden, de Gonfessioneelen en ten deele ook onder de Ethischen. Zou die ware, die belijdende Kerk er niet meer wezen dan zal alle actie tevergeefs blijken te zijn. Maar is die ware Kerk er nog wel dan zal zij gaan gevoelen dat de gemeente van Christus haar dienaars moet onderhouden en dat daartoe onderlinge saam werking met de genabuurde Kerken in Classicaal verband noodzakelijk is. Door de regeling van het tegenwoordige Reglement oip de Predikantstractementen, zegt spr., wordt ons ambt aangerand. Er moet dus komen een kerkelijke vereeniging die de Synode zal verzoeken dit reglement weg te nemen.
Spr. meent dat de Synode ziah wel twee keer zal bedenken om dit verzoek af te slaan Doet zij dit echter toch dan moeten de Gereformeerden klaar staan om elkander te steunen. Dan moet er in vacante gemeenten gepredikt en gecatechiseerd worden en spr. meent dat dan in dien weg ook onze aankomende candidaten nog gesteund zullen kunnen worden.
Op grond van het gesprokene geeft spr. nu een toelichting van een adres dat de Commissie ziah voorgesteld had dat de Vereeniging van Gereformeerde gemeenten tot de Synode zou kunnen richten en van een regeling van tractementen en pensioenen, zooals de Commissie zich die gedacht had aan het oordeel van een eventueel convent van Gereformeerde Kerkeraden te onderwerpen.
De voorzitter dankt hierop dr. Severijn voor zijn gesproken woord. Hij meent dat wat het beginsel betreft er tamelijk wel eenstemmigheid zal blijken, maar vreest dat de moeilijkheden zullen komen, wanneer de theorieën in de practijk moeten worden omgezet. Dat blijkt, meent de voorzitter, reeds uit de ingediende nota's van twee leden van de minderheid der Commissie.
Na de pauze wordt de nota van één der leden der Commissie, ds. Woelderink, van Randwijk, die verhinderd was de vergadering bij te wonen, door den voorzitter voorgelezen. Uit de toelichting die ds. Woelderink in een persoonlijk schrijven nog aan het Bestuur had gericht, blijkt dat ds. W. niet is tegen het saamroepen van een convent van Gereformeerde Kerkeraden, maar dat hij twijfelt aan het welslagen daarvan en dat hij zich in ieder geval daarna zijn standpunt voorbehoudt, omdat het hem wenschelijker voorkwam de oplossing der kerkelijke kwestie te benaderen niet van de financiëele zijde van het Reglement op de Predikantstractementen, maar wèl van de principiëele zijde van de Belijdenis.
Hierna verkrijgt het andere lid van de minderheid der Commissie, ds. Binsbergen, van Leerbroek, gelegenheid zijn ingediende nota toe te lichten. Uit deze toelichting blijkt, dat ds. Binsbergen wel is voor het voeren van een krachtige actie tegen het Reglement op de Predikantstractementen, maar dat hij niet kan mee gaan met de meerderheid der Commissie, omdat zij meer zoekt te bereiken waarvan zij de gevolgen niet ziet. Spreker wijst er op, dat de Commissie ook benoemd is tot oplosvsing van het kerkelijk vraagstuk. Hij meent dat er tweeërlei weg is om tot die oplossing te geraken en dat de Commissie te veel alléén gelet, heeft op de Gereformeerden in onze Kerk. Hij oordeelt dat een andere en betere weg in zijn nota wordt aangegeven. Die weg is inzake het Reglement óp de Predikantstractementen dat men zich tot de Synode zal richten met verzoek om toevoeging van een paar artikelen aan bedoeld Reglement, waardoor de Gereformeerden gelegenheid bekomen om zich in deze materie zelfstandig te organiseeren, met dien verstande echter, dat zoodra een gemeente zich aan deze organisatie onttrekt, zij dan aanstonds weer zal vallen onder de thans reeds van kracht zijnde bepalingen van het Reglement.
Hierop volgt een geanimeerde bespreking waaraan deelgenomen wordt door de h.h. ds. Timmer, prof. dr. Van Leeuwen, Kraan, dr. Severijn, ds. Zandt, Binsbergen jr., ds.Leenmans, Kruisbergen en den voorzitter. Uit de bespreking blijkt dat dit door de voorzitter reeds geconstateerd was, dat men het wat het beginsel betreft eens is met de voortreffelijke uiteenzetting van dr. Severijn. Wat echter de toepassing van dit beginsel aangaat, blijken er vooral van de zijde van het Hoofdbestuur nog al bezwaren te bestaan die o.m. hierop neerkomen, dat de kerkeraden wel vereenigd kunnen worden, maar dat deze zonder medewerking van de kerkvoogdijen toch niets zullen kunnen uitrichten.
De voorzitter deelt dan ook mede, dat het Hoofdbestuur deze zaak ernstig onder de oogen heeft gezien en dat het in dezen veel gevoelt voor het zakelijk deel van het voorstel van ds. Binsbergen en zich nog meer kan vereenigen met de nota van ds. Woelderink, waarin het geestelijk princiep van de belijdenis voorop wordt gesteld. Aangezien echter uit de discussie gebleken is dat het de bedoeling is om geheel buiten den Bond om te trachten de Gereformeerde kerkeraden te verzamelen, kunnen er ook bij 't Hoofdbestuur hiertegen geen principiëele bezwaren bestaan. Als dan ook van de zijde van de Commissie van Advies het denkbeeld geopperd is om buiten den Bond om een Commissie te benoemen die de zaak zal ter hand nemen, noemt de voorzitter als zoodanig de leden van de Commissie van Advies, waarmee de geheele vergadering zich vereenigen kan.
Nadat ds. Goslinga hierop den voorzitter dank heeft gezegd voor zijn uitnemende leiding in deze moeilijke vergadering, wordt deze door den voorzitter gesloten met het doen zingen van Psalm 84 vers 3 en dankzegging door ds. Goslinga.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's