De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Ik geef hun heteeuwige leven, en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit mijne hand. Johannes 10 : 28.

De veiligheid van Jezus' schapen.

Zeer gespannen was vaak de verhouding lusschen Jezus en de Farizeërs. Dat kon niet anders. In botsing moesten met elkander komen de leer der Farizeërs tot verheerlijking van den mensch en de leer van den profeet van Nazareth tot verheerlijking van Gods genade.

In den tijd dat Jezus het woord hierboven geschreven uitsprak, was de verhouding tusschen Hem en de Farizeërs zeer onaangenaam. Dezen toch hadden gevolg gegeven aan hun besluit om lederen belijder van den Christus uit de Synagoge te werpen. De wonderlijke genezing van den blindgeborene had geen liefde, maar haat jegens den Heiland gewekt.

In het 10de Hoofdstuk van Johannes' Evangelie teekent Jezus zich als de Goede Herder, die zich onderscheidt van de huurlingen, die vluchten bij het gezicht van den naderenden wolf. De Goede Herder toch stelt Zijn leven voor de schapen. De Goede Herder stelt Zijn hart op de schapen, vandaar kent Hij ze en wordt ook door de Zijnen gekend. De Goede Herder rust niet voordat Hij al de gekende schapen heeft toegebracht tot 'het getal dergenen, die eenmaal ééne kudde onder dien éénen Herder zullen uitmaken.

De vrucht dier prediking was tweedracht onder de schare. Zelfs werd Jezus beschuldigd van bezetenheid des duivels. Dreigend , werd de houding der Jezus omringende Joden, die het Jezus voor de voeten wierpen, dat Hij bedekt sprak. „Indien G ij de Christus zijt, zeg het óns vrij uit, riepen zij Hem toe.

Hierop 'beschuldigt Jezus de vijandige Joden van ongeloof en verklaart dit uit 't feit, dat zij niet tot Zijne schapen behooren. Dezen toch, dat is het kenmerk van Jezus' schapen, hooren Zijne stem en volgen Hem.

Doch niet slechts de kenmerken van deze schapen, maar ook hunne uitnemende voorrechten worden vermeld. Voorrechten, die wij kort kunnen samenvatten in de gedachte : , , De veiligheid van Jezus' schapen.

Die veiligheid wordt ons duidelijk, als wij letten

r. Op de Goddelijke gift.

2°. Op de Goddelijke belofte.

3°. Op de Goddelijke kracht.

, , lk geef hun het eeuwige 1 even". De schapen bezitten dit natuurlijk niet van zichzelven. Gods kinderen van nature missen 't leven en bezitten .den dood. De dood wijst op scheiding van God, den sprinkader des levens. Zoo duidelijk leert het oude paradijsverhaal, dat de mensch door de zonde in den dood is gezonken. De richting des menschen is van God af, eene richting, die voert ten eeuwige ellende.

Hoe rijk is de gift van bet eeuwige leven ! Alle levensoorsprong ligt in het duister, dus ook, ja vooral die des geestelijken levens in de wedergeboren kinderen Gods. Maar dit leven wordt naar buiten openbaar. Dit leven begint zich te openbaren in een klacht over den schrikkelijken dood, waarin de mensch verzonken ligt. Dit leven openbaart zich door een zuchten over de onmacht, waardoor men ongeschikt is zich uit die doodsellende op te richten. Dit leven openbaart zich door een heilbegeerig vluchten tot den Goeden Herder, op Wiens erbarmen de vluchtende hoopt.

Hoe rijk is de gift van het eeuwige leven!  Van het leven, dat in Zijn wezen een verborgen leven is. Van het leven, dat uitteraard door hemelschen oorsprong zich weder ten hemel wendt om te leven, zoo mogelijk, ter eere van Hem die te midden van heilige Engelen troont. Van het-leven, dat zoo onuitputtelijk zalig is. Door Gods gunst kan en mag een mensch in deze weleens goede oogenblikken van gepaste vreugde smaken.' Doch wat zijn deze stonden vergeleken met de zalige oogenblikken als de ziel boven het stof verheven, zich in den Eeuwige verliezen mag !

Hoe rijk is de gift dan van het eeuwige leven ! Geen verstand kan dat ruime begrip bevatten ! Geen mond kan de waarde daarvan bespreken.

Methusalem werd 969 jaren oud. Hoe lang was zijn leven ! Zou er dan nooit een einde aan dit leven komen ? Doch eindelijk werd ook van hem het kroniekachtige „en hij stierf" opgenomen. Aan dit lange, zeer lange leven kwam een einde. Maar 't e e u w i g e leven, dat Jezus' schapen ontvangen is eindeloos, is duurzaam. Het gaat mee tot over dood en graf, tot aan den jongsten dag tot in alle eeuwigheden.

Het eeuwige leven is een Goddelijke gift. Slechts de eeuwige God kan het eeuwige leven schenken. De Zone Gods, die naar Gods wijs bestel in ons vleesch nederdaalde, heeft het eeuwige leven voor de Zijnen verworven. Hij, de Goede Herder werd geslagen, opdat de schapen gered zouden worden. Hij zonk in de kolken des eeuwigen doods om voor de schapen het eeuwige leven te verwerven. Dat eeuwige leven werd Hem, den Herder der schapen, in de opstanding uit de dooden geschonken om elk schaap daarmede te begiftigen.

Een Goddelijke gift is het eeuwige leven. Niemand minder dan de Zone Gods schenkt het »En wat is dit leven anders dan de indaling van den eeuwigen Geest des levens in het doode hart ? Mag het Gods Kerk niet tot blijdschap stemmen zóó begiftigd te worden ?

'De veiligheid van Jezus' schapen wordt gewaarborgd door deze Gift. Immers het geven van Jezus is een voortdurend geven. Gelijk het hoofd des lichaams steeds het leven geeft aan de leden, schenkt Jezus den Zijnen het leven. Daar is een b 1 ij v e n d rapport tusschen den verheerlijkten Christus in den hemel en Zijne schapen hier op aarde.

Bovendien ligt de oorzaak van dit geven niet in den mensch, doch alleen in God. Tevergeefs zoekt de mensch waardigheid in zichzelven om reoht op deze gift te doen gelden. Aan doemschuldigen, aan ganschonwaardigen wordt deze gift geschonken. Vandaar dat deze genadegift blijvend is.

Een Koning néémt zijn gift niet terug. Dat strijdt met zijne koninklijke waardigheid. Zou dan de Koning der koningen aldus handelen ?

Eeuwig leven is •— het woord zegt het zelf — onverliesbaar. Veilig zijn de schapen van Jezus' kudde met zulk een goed. Doch in groot gevaar zijn wij, indien wij deze gave missen. , Dan bezitten wij den dood, die steeds machtiger zich openbaren zal. Die ten slotte eeuwig zal zijn.

Jezus' schapen zijn veilig, wijl Jezus hun toezegt : „Zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid". Welk eene belofte' ! Hoevelen gingen reeds voor eeuwig verloren ! Gij leest reeds de namen af van een Bileam, Saul en Judas, die wegzonken in eeuwige ellende.

Jezus' schapen zullen niet verloren gaan. Gelijk het zuurdeeg eenmaal in het meel gemengd niet meer daaruit te verwijderen is, zoo is het met het eeuwige leven. Dat onverliesbaar goed weerhoudt het voor eeuwig verloren gaan.

Gods kinderen, de schapen van Jezus' kudde, vertoonen maar al te vaak dezen dwaalzucht. Door eigen zonde wordt het eeuwige leven zóó bedekt, dat meermalen de angstige vraag uit de beklemde ziel oprijst : „Zou ik niet eenmaal verloren gaan ? "

Wie denkt niet aan den overmoed, het staan in eigen kracht, waardoor weldra verslapping des geestelijken levens volgt ?

Wie denkt niet aan de verstrikking in aardschgezindheid, waardoor de hemel uit het hart verdwijnt ?

Wie denkt niet aan den boozen lust tot 't kwade, waardoor zelfs een David zich vergreep aan het huwelijk, en het leven van zijn naaste ? '

Wie denkt niet aan de geestelijke verlatingen der schapen, waardoor God uit het oog verloren wordt en ongeloof, twijfeling en siddering het hart van Gods kind doorknaagt ? 

Z ij zullen niet verloren gaan i n d e r e e u w i g h e i d ! Die belofte komt Jezus te vervullen in het leven der Zijnen. Die belofte doet Hij ruischen 'in de harten Zijner gunstgenooten, nadat Hij eerst besef en schuld en berouw over afdwaling gewrocht heeft. Door de diepte van zelfverbrijzeling heeft een Petrus deze waarheid geleerd.

Toen bleek de bede van den Hemelschen Hoogepriester machtiger dan het ziften van Satan, dan de verloochening van Petrus.

Rijke belofte ! Niet slechts beloofd aan een Johannes, die aanlag in den schoot van Jezus, niet alleen beloofd aan een Saulus, die zijn leven gaf voor de zaak des Heeren. Niet alleen beloofd aan de voornaamste bijbelheiligen. Aan ieder schaap, ook aan de lammetjes wordt toegezegd eeuwige redding en volkomen behoud.

Welk een waarborg voor de veiligheid biedt dit woord ! Is het niet het woord van den Man, die niet liegen kan ? Staat de waar achtigheid Gods niet in voor de volkomen vervulling dezer belofte ?

Die belofte kan niet onvervuld ter aarde vallen.

Is deze belofte niet een uitvloeisel van Gods eeuwige verkiezing ? Met 'het breken van die belofte zou dus Gods genaderaad ineenstorten. -

Is deze belofte niet bezegeld in het dierbaar bloed van dien eenigen Zaligmaker ? Eerder zou de kracht van dat bloed kunnen worden weggenomen, dan dat deze belofte geschonden werd.

De hemel en aarde, hoe vast zij ook lijken, zullen voorbijgaan, maar de belofte van de volstrekte veiligheid van Jezus' schapen zal geenszins voorbijgaan.

Met dit woord der belofte geschreven in uw ziel, door God uzelf toebetrouwd, reist gij alleen veilig naar het land der eeuwige ruste.

Welgelukzalig zijt gij, zoo gij dit bevrijdingswoord, met wisse zekerheid uit Jezus' mond hebt opgevangen !

De veiligheid van Jezus' schapen wordt gewaarborgd door G o d d e 1 ij k e k r a c h t „Niemand" zoo zegt Jezus, „zal ze uit Mijne hand rukken". Er zijn machten, die Jezus' kudde bedreigen. Denk aan de macht van Satan ! Hij komt als een brieschende leeuw om de schapen weg te rooven uit Jezus' hand.. Hij komt als een engel des lichts om de schapen voor te stellen Jezus te verlaten.

Denk aan de macht der goddeloozen ! Alles wordt in het werk gesteld om de schapen los te maken van den Goeden Herder. Hoeveel martelvuren zijn in der eeuwen loop ontstoken. Gods Kerk is vaak gelijk geweest aan het zwakke scheepje, dat dobbert op den uitgestrekten oceaan, gebeukt door de woedende golven.

Schapen te midden van grijpende wolven ! Weerloozen omringd door eene menigte vijanden, die silechts één doel kennen : , , De ondergang der schapen".

Gelukkig, dat de veiligheid der schapen gewaarborgd ligt in Jezus' Goddelijke kracht. Hij toch is de Almachtige, die zeker beschermt. De machten der Schepping, de krachten der Engelen staan in Zijn dienst om Zijne schapen immer te bewaren.

Aan de hand Zijner macht paart zich Zijn alziend oog.

Gewone herders kunnen verrast worden door plotselingen overval der schapen. 'Hij, de Goede Herder, ziet den wolf komen en daarom houdt. Zijn hand des te sterker het schaap Zijner kuidde vast.

Aan de hand Zijner macht paart zich de liefde van Zijn Middelaarshart. Liefde en macht, macht en liefde zijn bij Jezus inééngestrengeld. Zoo schoon werd dit reeds ver zinnebeeld in den Hoogepriester des Ouden Verbonds. Deze droeg de twee steenen, waarin de stammen Israels gegraveerd waren op zijne sterke schouders. Doch tevens waren de gegraveerde namen der kinderen Israels op Zijn hart gebonden.

Niemand zal de schapen uit Jezus handen rukken, omdat Hij ze bewaart in Zijn doorboorde hand. Hij, die Zijne schapen met zulk een duren prijs heeft gekocht, wil en kan ze niet los laten.

In den strijd tegen de Remonstranten hebben onze vaderen de leer van de gewisse veiligheid van Jezus' schapen geleerd. Daar in ligt alleen de troost voor Gods Kerk, die zich eigen zwakheid bewust is.

In het slot van de Bergrede heeft Jezus de gelijkenis van de twee bouwers uitgesproken. Er zijn menschen, die het huis der zaligheid bouwen op den zandgrond van eigen gerechtigheid. Wee onzer, als wij op dien bouwer gelijken ! Alle eigengerechtigheid zal ons eenmaal ontzinken !

Gelukkig, wanneer wij in 't gezicht van eigen ellende onzen steun zoeken in Gods genade alleen. Dan bouwen wij op de rots van Gods onberouwelijke genadegift Dan klemmen wij ons vast aan het Goddelijk beloftewoord. Daar zullen wij ervaren, dat Gods almachtige kracht in leven en sterven genoeg is.

Bij Jezus zijn de schapen volkomen veilig.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's