Ingezonden.
Het Nieuw Testamentisch lied.
Geachte Redacteur,
Het is lang niet onbekend meer dat in de Gereformeerde-Kerken met veel warmte naast de psalmen een liederenbundel is aangeboden en in druk verschenen.
Of nu deze liederenbundel de algemeene waardeering zal wegdragen van het overgroote deel der leden van genoemde kerk, is en 'blijft nog een groote vraag. Ook daar zal men op verzet stuiten. Wanneer men ageert tegen de gezangen en daarvoor in het strijdperk treedt, zal men altijd weer den voorstander ontmoeten met de leuze : „Op voor de evangelische gezangen."
Dat men zich bij die kwestie nimmer plaat se op het b e g i n s e 1, maar dat men de zaak bezie uit k e r k r e c h t e l ij k standpunt. Het moet ons verwonderen dat in de Gereformeerde kerken een verlangen naar het zingen van gezangen uitgaat, temeer, omdat de Gereformeerden altijd op het zingen van psalmen zijn gesteld geweest. Buiten Gereformeerde kringen schrijft men dat liefst toe aan een zekere miskenning van het Christelijke lied. Deze 'beoordeeling is minder juist, omdat de oorzaak dieper schuilt en gezocht moet worden in het s c h r i f t u u r 1 ij k e karakter; dat het ken merk is van den Gereformeerden eeredienst.
Het zou zeker niet goed zijn, wanneer men als Gereformeerd belijder het Christelijk lied in den huiselijken kring zou weren of de deur wijzen ; doch waar het hier niet gaat om het huiselijk, doch om het kerke1ijk lied, is dit geen bijzaak, maar een wezenlijk element van den Gereformeerden eeredienst. Onze Vaderen hebben dan ook steeds daarover anders geoordeeld. In de eerste eeuwen der Katholieke kerk zong de gansche gemeente, totdat Paus Gregorius I het kerkkoor instelde, hetwelk bleef tot den tijd der Reformatie. Toen brak deze met die gewoonte en werd het kerkkoor veroordeeld ook al omdat het in het Latijn zong ; dus onverstaanbaar. De geheele gemeente moest gelegenheid hebben om haar hart voor den Heere in gezang op te heffen, en niet een stuk of wat koorzangers.
Luther wilde liederen in den geest der Heilige Schrift en door hem werd het vrije lied ingevoerd, hetwelk door de Luthersche. kerk werd opgenomen ; waardoor de Psalmen bijzaak werden en bleven.
Calvijn verlangde geïnspireerde liederen ; dit waren de Oud-Testamentische Psalmen; en met hem achtte de Gereformeerde kerken uitsluitend psalmgezang toelaatbaar. Toen ontstond reeds de gezangenstrijd. Het zingen der psalmen in de openbare eerediensten werd in 1618-'19 door de Synode van Dordt gehandhaafd en vastgelegd, omdat men in 1612 getracht had een liederenbundel van 98 gezangen in te voeren, doch welke invoering mislukte. Voetius o.a. brandmerkte dit als Remonstrantsch of Arminiaansch, zoodat de Dordtsche Synode van 1618-'19 dadelijk positie koos en handhaafde het Gereformeerde karakter, dat de gemeente altijd het veiligst ging om de liederen door den Heiligen Geest ingegeven en in Gods getuigenis gevonden, in de openbare eerediensten te zingen.
Vaak wordt als tegenspraak aangevoerd een woord van 'den apostel Paulus in Coll. 3 : 16, waar hij spreekt van psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Nog niet gedacht aan dit of Paulus hier heenwijst naar de verschillende opschriften der psalmen, zooals zij ons door de overzetting der Zeventigen zijn gegeven, gaat dit beroep op genoemden tekst niet op. Naar goede uitlegging wordt hier niet gedacht aan publieken of kerkedienst, maar wel aan de private of huiselijke bijeenkomsten der geloovigen.
Vanwaar toch de behoefte aan een N. T. lied of gezang, ook daar waar zij nog niet ingevoerd zijn. Moet de klove en verwijdering onder de Gereformeerden nog grooter worden ?
Als wijlen dr. Kuyper in één zijner werken noemt de namen van dichters als Da Costa, Bilderdijk e.a., dan zegt hij : , , Hoe merkt men direct bij het opslaan van uw psalmbundel, dat de grondtoon dieper taal en toonverhevener, de zucht van heimwee zooveel doordringender, het besef van bange worsteling zooveel nijpender is. Bij de liederen die anderen u voorzongen, zegt ge telkens : „het geeft de diepte van eigen leven en ervaring niet weer."
Verder voortgaande geeft hij nog enkele wenken, die wij niet over het hoofd hebben te zien ; n.l. : dat ons in de Heilige Schrift een afzonderlijke bundel psalmen is gegeven : dat de psalmen in diepten van geestelijken zin verre alles te boven ggat aan wat zich daarna aandiende als kerklied : dat het vrije lied in de meeste gevallen de psalmen terugdrong, om later op zij te zetten, en ten slotte dat in den strijd tusschen lied en psalm de onverschillige, lauwe in de gemeente, allen tegen de psalmen en partij vóór het lied kozen, en daarentegen de vromen steeds de psalmen boven het vrije lied verkozen.
Een en ander van dr. Kuyper mogen wij ons voor gezegd houden. Daarom beschouwen wij de gezangen als contrabande en moeten de Psalmen ons' dierbare gouden kleinoodiën blijven. Zelfs de samenstellers der gezangen zeggen in hun voorrede, aangebracht voor den gezangenbundel, dat de psalmen dit boven andere dichtstukken vooruit hebben, dat zij van Goddelijke herkomst zijn. Denkt men dan nog daarbij aan de historie en den strijd verbonden aan de invoering der gezangen, waarbij smaad en laster en vervolging niet achterbleven, omdat men de Overheid niet gehoorzaamde om het gebod op te volgen gezangen te laten zingen, dan zeggen wij : deze historie kunnen en mogen wij nimmer vergeten."
Daarom als protest in de openbare eerediensten geen gezangen mede gezongen. Wij believen niet alles te eten, wat ons in het vleeschhuis wordt opgedischt.
U dankend voor de afgestane plaatsruimte, teeken ik
R.
A. KLAPWIJK.
Oranje Boven !
Namens de Bondsvergadering van Christelijke Oranjeveieenigingen richt het Bondsbestuur een ernstige oproep tot het Christenvolk.
In onze harten ligt een schat van liefde voor het Huis van Oranje, en voor Haar, die thans met God en met eere op den troon van Nederland zit.
Maar het kan zijn, dat die liefde sluimert. Wee, als de haat haar, argeloos nederliggend, overrompelt!
De haat sluimert nooit, ze waakt, en wacht, en ze loert, en ze rust zich toe öm te bespringen, en te rooven onze heiligste goederen, en te verdelgen de heerlijkheid, die ons toekwam langs'n langen weg van de tranen en het bloed der vaderen, en om een roemloos einde te maken aan de glorie van God in de eeuwenoude historie van Nederland en Oranje.
Wee de weerloozèn !
Die weerloozèn zouden hun aartsvijand, de revolutie, die daar hunkert naar den dag of den nacht, waarop zij grijpen kan naar de macht, met gemak ter aarde doen tuimelen, wanneer hun liefde wakker is geworden, maar stellig zullen zij het onderspit delven, wanneer hun liefde slaapt.
Christenvolk van Nederland, geef ons dan de hand, en help ons !
Want wij willen onze eeuwenoude liefde wakker houden of, zoo noodig, opwekken.
Wij moeten méér dan voorheen ons en onze kinderen dompelen in de geschiedenis van ons lieve vaderland. ,
Zóó zal Gods heerlijkheid zeer blinken. Zóó zal ons Christenhart sterk kloppen van grootsche liefde voor Oranje.
Zoo zullen we den troon van Onze beminde Vorstin vestigen op die wonderbare liefde, en onze onwrikbare trouw zal bij dien troon de wacht, desnoods de nachtwacht betrekken.
Zóó zullen ze van Oranje af blijven, zij, die den God van onze vaderen gram zijn.
Reik ons dan, Christenvolk, nu het Kroningsjubileum nadert, de volle hand !
Laat alom de Christelijke Oranjevereeniging verrijzen !
Want die houdt de liefde levendig, en de slapenden wekt zij met 't onsterfelijk „Wilhelmus." Want die laat trillen de heilige nationale banden. Want die laat zien, hoe Oranje voor 't Christenvolk altijd in de bres heeft gestaan, en het kostelijk leven veil heeft gehad voor de zaak van God in deze landen.
Wee de weerloozèn ! Oranje tooven ! Het Bondsbestuur :
Ds. T. SAP, Gouda, 2de voorzitter. C. WILG V. d. WAL, Hilversum, secretaris. A. C. VAN OJEN, 's Gravenhage, penningm. Ds. H. THOMAS, Leiden.
C. L. VAN DER POLS, Charlois. W. VAN DER HULST, Rotterdam. .]. DE JONG, Den Helder.
P. SPAA, Leiden. Ds. VOORSTEEGH, Katwijk aan Zee.
P.S. Die een spreker wenscht, of inlichtingen verlangt, wende zich tot het Secretariaat, Oude Amersfoortscheweg 19a, Hilversum.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's