De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

4 minuten leestijd

Het N. Testamentisch Hed.

Geachte Redactie I

Vergun mij nog een klein plaatsje in ons Bondsblad om iets te zeggen over het N.-Testamentische lied. Ik wij daarbij niet bestrijden het artikel van mijn mede-bondslid A. Klapwijk te R., opgenomen in het No. van 21 Juli, maar ik wil mij daar wel gaarne eenigszins bij aansluiten. Dat de Gereformeerden altijd zijn gesteld geweest op het zingen van Psalmen is volkomen waar. En dat zullen de echte, stoere Calvinisten ook wel altijd blijven. De kerken en de zalen, dft huizen en de scholen, waarin de Gereformeerden wat te zeggen hebben, zullen steeds weergalmen van onze klassieke, heerlijke Psalmen, verklankende Gods Woord en 't geen in het harte van het vrome volk, in den Heere verheugd, leeft. Geen lied gaat den Psalm te boven.

Maar daarmee is volstrekt niet gezegd, dat de echte, stoere Calvinist ook niet begeert om in Gods huis of waar ook van de Nieuw-testamentische heilsfeiten te zingen.

Geen slappe, verwaterde liederen zoóais veelszins in de tegenwoordige „Gezangenbundels" voorkomen. Voor die „Gezangenbundels" zal de Gereformeerde, noch die in de Herv. Kerk is noch die erbuiten, staat, het opnemen. Maar weet men niet — vriend Klapwijk slaat de historiebladen op en dat is geheel naar mijn hart — dat de martelaars in de gevangenis en op den brandstapel gezongen hebben : „Wij loven U, o God ! wij prijzen Uwen naam I" Het Te Deum der stoere Calvinisten, die hun geloof met hun leven hebben bezegeld als zijnde waarachtig !

Aanstonds heeft de Gemeente van Christus in een Nieuw-Testamentische geloofsbelijdenis haar geloof staal doen hooren, zijn de de 12 artikelen. Aanstonds heeft de Kerk der Reformatie hier en elders haar Confessie opgesteld en bekend gemaakt, om in eigen taal Gods Woord na te spreken. Doopsformulier en Avondmaalsformulier ' spreken van de bondszegelen des N. Testaments.

Waarom mag nu niet gezongen worden in Gods huis door Christus' Kerk een stamelend Nieuw-Testamentisch lied als vóórklank van het Lied des Lams dat eenmaal in den hemel zal worden gezongen, is de vervulling van Gods genadeverbond in Christus geopenbaard, dan niet van zooveel waarde, dat, waar het volk vergaderd is, getracht wordt te zingen van het Lam en van het bloed, dat énder bloed is dan het bloed dat in tabernakel en in tempel werd uitgestort; van welk bloed dé vromen der Oude Bedeeling een voorsmaak mochten hebben doch 't welk óns is geopenbaard met schooner heerlijkheid ?

Neen, 't moet ons niet om de Gezangenbundels te doen zijn. Ook niet om een nieuwigheid. Maar om in het midden van de N. Testamentische Kerk met N. Testamentische taal te zingen van het heil in Christus voor Sion geopenbaard.

Is het niet verklaarbaar, dat de levende Kerk van Christus, wetende, dat het wonder der verlossing in het midden staat, welk verzoeningis-en verlossingswerk zoo heerlijk uitschittert in het Lam, ook zoo gaarne van dat Lam wil zingen ? En dan is het zoo geheel naar de levende bevindingen def verloste zielen, dat gezongen wordt : Jezus! Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van ons hart. Als wij alles, alles derven, blijft Uw liefde ons bij in smart. Och I wanneer mijn oog eens breekt, 't angstig doodzweet van mij leekt, dat Uw bloed mijn hoop dan wekke, en mijn schuld voor God bedekke."

't Gaat voor mij niet om de Gezangenbundels ; ook niet om de Geref. Kerken, ook niet om dr. Kuyper of wie ook. Maar omdat ik bij ervaring door Gods genade heb leren kennen, dat het inbegrip van alle bezit voor tijd en eeuwigheid en de volheid van alle zaligheid hierin ligt, dat ik Jezus Christus mag kennen door den H. Geest en in Christus den Vader mag kennen, niet door de profetische toezegging gelijk aan de Vaderen geworden is, maar doordat God in djïze laatste dagen tot ons gesproken heeft door Zijnen Zoon. Daèrom gaat het bij mij. En als dat in het midden van Christus' Kerk begeerd, gezien en gehoord mocht worden, dan geldt, hier geenszins „dat wij niet believen te eten, wat ons in het slachthuis wordt opgedischt."

M. de Redacteur, ik zou zoo gaarne zien, dat men deze kwestie nu niet zóó opvat, alsof een lans gebroken wordt voor de tegenwoordige Gezangenbundels, maar dat men zich voor de vraag wilde stellen of in een wèlgeorganiseerde Kerk, die leeft bij Gods Woord, ook plaats is naast de Psalmen voor het lied, waarin Schriftgetrouw gezongen werd van de veel betere en grootere en heerlijker dingen welkj? ons door Gods genade onder de Nieuwe Bedeeling in Jezus Christus' zijn geopenbaard ?

Met dank voor de plaatsruimte en onder verzekering dat ik over deze zaak nu niet meer zal schrijven, teken ik nogmaals

EEN LEEK.

Onderschrift van de Redactie :

Wij sluiten nu gaarne het debat over de­ ze aangelegenheid.

EEN LEEK.

M. v. Grieken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's