Staat en Maatschappij.
De Kabinetsformatie.
Het laat zich begrijpen, dat, zooals de verkiezingen nu uitvielen, het Kabinet in zijn tegenwoordige samenstelling niet kon aanblijven, maar zijn ontslag had in te dienen.
Opgetreden in 1918, toen de uitslag van de stemtbus de Kamer op het doode punt bracht, kon het Ministerie-Ruys, de buitengewone omstandigheden van die dagen mede in aanmerking nemende, beschouwd worden als de afspiegeling te zijn van hetgeen toen mogelijk was.
Maar zoo staat de zaak op het oogenblik niet. De Tweede Kamer is overwegend rechts en daarom zal het overwegend rechtsche karakter van de Kamer ook in het Kabinet tot meerdere uitdrukking moeten komen.
En met name geldt dit de plaats, welke de Antirevolutionaire partij in het Ministerie inneemt.
In 't nu demissionair Kabinet bezetten de Antirevolutionairen eigenlijk maar één plaats van politieke beteekenis, n.l. die, welke Minister Heemskerk inneemt. Het Departement van Oorlog draagt toch een meer technisch karakter.
Naar de getalssterkte van de Antirevolutionaire Kamerclub en naar den invloed die van die partij uitgaat, komt aan de Antirevolutionairen eene sterkere positie in het nieuwe Kabinet toe, dan zij in het afgetreden Kabinet innamen.
Het liefst zagen wij aan de Antirevolutionairen de portefeuille van Onderwijs toebedeeld.
Wij hopen dat het de Antirevolutionaire partij zal gegeven worden om meer politieken invloed op den gang van zaken uit te oefenen dan tot dusverre het geval was.
Leve de vrijheid !
Wat er van de vrijheid terecht komt als de mannen dér revolutie op 't kussen komen, is nu genoegzaam bekend. De Communisten in Rusland houden er een terrorisme op na, als onder het kapitalisme nooit voorkwam. En hierin verschillen de revolutiemannen in Nederland, als het er op aankomt, allerminst.
Denk maar aan het optreden van een man als David Wijnkoop, dr. Kruyt, dr. Van Rayesteijn, enz. Als het aan hen stond was er geen enkele kerk noch school met den Bijbel. De godsdienst is opium voor het volk. Uitroeien is de 'boodschap !
De revolutie leidt tot het vernietigen van de vrijheid.
Dat bleek onlangs nog weer eens klaar uit een stukje in de „N.R. Cour." Daar lazen we een kort verslag van de groote betooging vóór de revolutie in Berlijn. Ongeveer 800.000 menschen hebben aan dien optocht deelgenomen. En geen wonder, dat vele nieuwsgierigen zich verdrongen in de straten.
Wat gebeurde daarbij toen ?
Talrijke nieuwsgierigen werden, staande in de breede Kurfüstenstrasse, door de betoogers gedwongen het hoofd te o n t b 1 o o t e n.
Dat is nu de hooggeloofde vrijheid. Wat zou men een keel opzetten, als men de socialisten en anarchisten op een Oranjedag eens dwong om oranje te dragen of het hoofd te ontblooten, als de Koningin passeert. Dan zou het lamenteeren geen einde hebben.
Maar zie nu eens naar Berlijn !
Daar weet men wat v r ij h e i d is.
Het Hooger Onderwijs.
De heer Colijn, die te Leeuwarden gesproken heeft over de toekomst van het Vrije Hooger Onderwijs", deelde daar mee hetgeen hij in Engeland heeft gezien te Oxford en te Cambridge.
Hij zei daar dit van :
„Wie, voor 't eerst komt in Oxford of Cambridge, wordt vooral getroffen door twee dingen : practische oude gebouwen, vol van traditie èn een leger van studenten, nagenoeg geheel ondergebracht in Hospitiën. .Maar 't meest treft de inrichting der Universiteiten, 't Is eigenlijk geen Universiteit. Maar een verzameling van niet geheel complete Universiteiten, 't Is een federatief lichaam dat de verschillende „colleges'' uiterlijk in één lichaam saambrengt, maar dat de zelfstandigheid van de deelen geheel onaangetast laat. Elk college is een incomplete universiteit dat soms, afgezien van het beginsel, lijkt op onze V.U. als twee waterdroppels. Ze dateeren van 1253 tot 1807. Ze zijn in verband met den tijd waarin ze gesticht werden ingericht. Elk „college" heeft eigen hoogleeraren, die niet hoogleeraren zijn aan de Oxfordsche universiteit. Nu heeft-men in Engeland niet het verschil in geestelijke strooming ; , één college heeft soms Vrijzinnige en Roomsche en Calvinistische hoogleeraren. Maar men kon de splitsing in colleges doorvoeren op het princiep van de scheiding door geestelijke stroommg. In Oxford wordt de medische en natuurwetenschappelijke faculteit ingericht op deze wijze, dat zij uitgaan van al de colleges gezamenlijk.
Kan nu de oplossing van ons Universiteitsvraagstuk niet in gelijke richting worden gezocht ?
We kunnen het niet precies zoo doen als in Engeland. Maar wel zou het kunnen dat alle materiëele hulpmiddelen voor 't natuurkundig en medisch onderwijs werden afgenomen van de universiteit die ze nu heeft en worde ondergebracht bij een afzonderlijke staatsinstelling, opdat ze ten dienste kwamen van het hooger onderwijs en de studenten van alle inrichtingen voor hooger onderwijs ter plaatse gevestigd, er van konden gebruik maken. Kon die oplossing gevonden worden, dan ware het voornaamste struikelblok ter uitbreiding van onze V.U. weggenomen. Het is een denkbeeld, waartegen vele bedenkingen kunnen worden ingebracht. We zijn dusgenaamd democratisch, maar tegelijk een uiterst conservatief volk. Spr. wil dat niet zijn. Spr. ziet de bezwaren, maar ook de groote voordeden : Ie. De V.U. wordt geholpen uit een anders onoverkomelijke moeilijkheid ; 2. Zoo komt er beperking van kosten. Er is vak en vak. Voor het ééne hebben we menschen van onze richting noodig ; bij het andere vak spreekt dit veel minder. Spr. denkt zich de V.U. en een Rijksuniversiteit op één plaats gevestigd en zondert de theologische faculteit geheel uit, maar acht het dan zeer wel mogelijk, dat de studenten voor sommige faculteiten eigen hoogleeraren moeten hebben, voor andere het onderwijs van de Rijksuniversiteitshoogleeraren konden volgen. 3. Het derde groote voordeel is de aanraking met andere universiteiten."
Zooals we reeds in ons eerste artikel van de vorige week hebben uitgesproken : met de meeste belangstelling hebben we dit woord van den heer Colijn gelezen. En we zijn nu benieuwd wat het zal uitwerken onder degenen, die zich voor het Vrije Hooger Onderwijs interesseeren.
"Er is geen land met zoo uitgebreide "Christelijke actie", heeft de ex-Minister, mr. de Vries, gezegd, op diezelfde vergadering. En misschien is dat wel waar. Maar wat zou het dan een voorrecht zijn, indien we er nu toe konden komen om, in gezonden zin, al die krachten saam te brengen, of althans zooveel mogelijk saam te brengen, om ook voor 't Hooger Onderwijs het goede te zoeken, gelijk we dat gedaan hebben voor het Lager Onderwijs en bezig zijn te doen voor het Middelbaar-en Voorbereidend Hooger Onderwijs.
We zeggen dat met temeer ernst, omdat we elkaar werkelijk noodig hebben.
Als we goed geluisterd hebben, is mr. De Vries daarin meer optimist dan de heer Colijn. De heer Colijn heeft laten voelen : we kunnen elkaar niet missen. Mr. de Vries Iiet uitkomen, dat men in den kring van de kerkelijk Gereformeerden toch meer vermag, dan misschien de heer Colijn dorst te denken.
Dat is voor ons oorzaak, om nog eens te onderschrijven : dat we elkaar niet kunnen missen. Ook om 't geld niet.
Maar méér nog om de wille van de studenten en de hoogleeraren.
't Meest natuurlijk, omdat we de roeping hebben zoo breed mogelijk in te werken in het volksleven, waarbij allen die uit dezelfde, Schriftuurlijke, Reformatorische beginselen leven, moeten samenwerken.
In dat verband trof ons ook wat ds.. Lindeboom, van Amsterdam, schreef in verband met het gering aantal professoren aan de Vrije Universiteit.
Hij zegt : Prof. Fabius is heengegaan. Of eerlang een opvolger benoemd zal worden — daarvan zwijgt het Verslag. Dit bevreemdt temeer, daar in het studiejaar 1921—'22 heel geen college in het Staatsrecht is gegeven. De vacature, ontstaan door het overlijden van prof. dr. J. Woltjer, duurt jaren. Het verslag meldt echter niet, of er hoop is, dat daarin binnen afzienbaren tijd zal worden voorzien."
Alles bij elkaar genomen is voor ons bewijs, dat, wil de Vrije Universiteit uitgroeien het vóór alles noodig zal zijn, dat zij in werkelijkheid worde de Universiteit van en voor de Gereformeerden in Nederland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's