De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Convent van Geref. Kerkeraden in de Ned. Herv. Kerk.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Convent van Geref. Kerkeraden in de Ned. Herv. Kerk.

10 minuten leestijd

Donderdag 20 Juli 1.1. werd te Utrecht dit Convent gehouden.

De voorzitter, prof. dr. J. A. C. van Leeuwen, vanl Utrecht, opent de vergadering met het lézen van een gedeelte der Heilige Schrift en gebed.

Tegenwoordig zijn ruim 80 kerkeraden. Na een korte inleiding, uitgaande van Col. 3 vers 14, geeft de praeses het woord aan dr. Severijn, ter toelichting van aanleiding, grondslag en doel van het Convent.

Dr. Severijn geeft een uiteenzetting van de aanleiding tot dit convent en van den grondslag waarop en het doel waartoe de onderteekenaars van de oproeping zich voorstellen het convent, zoo zulks levensvatbaarheid mag erlangen, te leiden.

Benoemd tot leden van de Commissie van Advies, hebben de onderteekenaars allereerst aandacht geschonken aan het Reglement op de Predikantstractementen en de bezwaren, die dat reglement drukken in het licht der beginselen van Gereformeerd Kerkrecht, breedvoerig omschreven in een Rapport aan het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond, dat in het orgaan van 10 Maart j.l, in zijn geheel werd afgedrukt. Spreker memoreert een en ander :

1°. De Synode heeft geen rekening gehouden met de autonomie der plaatselijke gemeente, derhalve is haar Reglement principieel in strijd met de beginselen van Gereformeerd Kerkrecht.

2°. Het Reglement doet een belangrijken stap op den weg, die den predikant zou maken tot ambtenaar van de Synode en maakt hem feitelijk in dienstbetrekking losser van de plaatselijke gemeente.

3°. Het Reglement komt op met een loonsregeling, die in verschillende opzichten in strijd is met de wijze, waarop in het onderhoud van de dienaren naar Schriftuurlijke conceptie behoort te worden voorzien.

4°. Het Reglement grijpt in in de rechten der plaatselijke gemeente en eischt een bemoeienis der Classicale Besturen, waardoor deze tot tuchtoefening worden gedwongen over gemeenten als geheel, waartoe zij geen recht behooren te hebben.

5°. Wanneer een gemeente inkomsten heeft uit kerkelijke goederen, kan de meening op goede gronden worden verdedigd dat zij, die dit goed beheeren, geen recht hebben, noch ibevoegd zijn de opbrengst dezer goederen te besteden voor een ander doel dan hetgeen met de belangen voor die gemeente verband houdt.

De Commissie van Advies wees in genoemd rapport o.a. ook op de aanleiding tot gezamenlijk overleg en onderlinge samenwerking en steun van de zwakke gemeenten. Het Rapport werd door de vergadering van den Gereformeerden Bond van 24 Mrt. j.l. met instemming ontvangen. Aan de Commissie werd opgedragen om een positief voorstel te formuleeren, terwijl de vergadering haar vertrouwen uitsprak in de Commissie van Advies.

In het voorstel der Commissie, dat door acht harer leden werd ondersteund, is de gedachte van een Convent der Gereformeerde Kerkeraden met het oog op gezamenlijk overleg en onderlinge samenwerking inzake de regeling van het predikantstractement nader uitgewerkt en zooals bekend kan zijn werd dit voorstel toegelicht en in de algemeene strekking besproken in de buitengewone vergadering van den. Gereformeerden Bond van den 29 Juni j.l., alwaar aan de heeren die het convent saamriepen zoo mogelijk de uitvoering werd opgedragen.

De weinig vriendelijke bejegening, die ons thans reeds van verschillende zijden, ook van degenen, wier beginsel tot medewerking behoorde te dringen, te beurt viel, behoeft hier geen onderwerp van bespreking te zijn. Het zal blijken, dat men hierbij niet zonder overhaasting is te werk gegaan, zoodra wij .nader over de bedoeling van het convent hebben gesproken. Allereerst echter een woord over den grondslag, waarop wij staan. Zonder ons te laten afschrikken van het doleantiegeschreeuw, dat zich ten onrechte tegen ons verheft, wijzen wij op de wenschelijkheid, zoo niet de noodzakelijkheid om ons Gereformeerde volk te vergaderen, omdat wij de Kerk niet mogen prijs geven aan den ondergang, zoolang er nog een volk is, dat den Heere vreest en bij de belijdenis begeert te leven. Daarom werdt gij geroepen tot overleg en daarom hebben wij ons bewust te zijn op welken grondslag wij staan. Dat behoeft niet onduidelijk te zijn. De beginselen, die den vaderen kracht gaven in den strijd tegen het woeden van een wereld, leven nog. Er is nog een volk, dat door Gods genade, staat in de eenigheid des geloofs, waarvoor de vaderen goed en bloed hebben geofferd. Staande op den grondslag van Gods heilig en onfeilbaar Woord, zijn ze niet in gebreke gebleven uitdrukking te geven aan de beginselen, waaruit zij leefden, in een stout geformuleerde belijdenis en hebben met heldenmoed gestreden om de vrijheid, opdat zij zich ook kerkelijk naar die beginselen zouden kunnen gedragen. Datzelfde leven, dezelfde beginselen zijn het, die nog ons Gereformeerde volk vereenigen. Derhalve staan wij op de belijdenis der vaderen.

Voor de kerkelijke praxis worde hierbij aangeteekend, dat wij den bundel van evangelische gezangen als niet in overeenstemming met de belijdenis afkeuren en daarvan geen gebruik maken.

Wat de bedoeling van het convent aangaat, willen wij allereerst protest aanteekenen tegen de beschuldiging als zou op doleantie worden aangestuurd. Integendeel, zij, die het initiatief hebben genomen tot dit convent van Gereformeerde Kerkeraden, worden gedreven door het ernstig streven om met Gods hulp zulks te voorkomen en het Gereformeerde volk saam te binden in gemeenschappelijk overleg om in vredigen weg gezamenlijk te beraadslagen, wat tot het behoud en het welzijn der Kerk moge dienen.

Niemand onzer zal ontkennen, dat de nood der tijden daartoe dringt en evenmin, dat ook de in-en doorvoering van een reglement, dat de Kerk nog verder verwoest en het Gereformeerd Kerkrecht krenkt, noopt tot onderlinge bespreking. Dat juist de regeling der tractementen zulk een aanleiding veroorzaakt, moge voorstanders van het reglement een wapen in de hand geven, dat ons in den hoek van materlëele belangen wil dringen, doch wij vertrouwen, dat het duidelijk is geworden, dat het den voorstellers gaat om het beginsel.

Mogen wij onderstellen, dat dit ook bij den tegenstander wordt gevoeld en dat hij daarom meent, dat er meer achter zit, dan kan ons dit slechts verheugen. Doch wanneer hij het spook van doleantie te voor schijn roept als een schrik voor de menschen, werpen wij dit verre van ons, wijl wij als Calvinisten ons wenschen te richten naar het advies van een beproefden leeraar, en van doleantie geen heil verwachten doch slechts herhaling van wat wij thans zelf door maken. Hierop wees de referent aan de hand van het vierde boek van Calvijns' Onderwijzing van de Christelijke religie, dat wij ons zelven te veel aanmatigen, wanneer wij terstond van de gemeenschap der Kerk durven afwijken, wanneer eens ieders zeden met ons gevoelen en oordeelen of ook met de Christelijke belijdenis niet overeenkomen.

Dit alles vasthoudende kan er toch niets tegen zijn, dat wij in onze vergadering gemeenschappelijk overleggen, wat tot verbetering kan leiden van de toestanden, die daarom roepen. Ook daarvan spreekt Calvijn in IV. 1. 12 : „Is 't dat wij ondertusschen pogen te verbeteren hetgeen ons mishaagt, dat doen wij uit kracht van ons ambt en plicht." Waarbij hij andermaal vermaant om de gemeenschap der Kerk niet te verlaten en den vrede en welgeschikte regeering niet te verstoren.

Klaar en duidelijk spreken wij dus uit, dat wij geen andere bedoeling hebben dan deze, om zoo de broederen daarmede instemmen, naar de beginselen hier uiteengezet nu en voortaan gemeenschappelijk te overleggen en te handelen, opdat de onderlinge saambinding worde versterkt en langs vredigen weg naar verbetering moge worden gestreefd van de dingen, die niet overeenstemmen met een goede orde van ons kerkelijk leven. Niemand zoeke daarbij revolutie of doleantie, doch alleen in onderlinge hulpvaardigheid en eenigheid des geloofs zij onze kracht.

Dienovereenkomstig zou het Convent thans kunnen overeenkomen om een protest aan de Synode te zenden, waarbij de bezwaren van het Convent worden vermeld. Het zou zijn nut kunnen hebben aan de Synode te verklaren, dat het Convent bereid is haar een regeling voor te stellen, die door zijn Gemeenten wordt aanvaard, waarover dan nader ware te overleggen in het Convent.

Dr. Severijn stelt den voorzitter voor om gedurende de pauze de gelegenheid te schenken aan de Kerkeraden, die vertegenwoordigd zijn, om van hun instemming te doen blijken door den grondslag hierboven gemeld te onderteekenen en in de middagvergadering met de onderteekenaars verder te overleggen.

De Praeses neemt het voorstel over en brengt het in discussie, welke er toe leidt, dat dienovereenkomstig wordt besloten.

Daarna pauze.

Middagvergadering.

Bij de voortzetting der Vergadering blijkt dat ruim 60 Kerken zich voorloopig aangesloten hebben tot een Convent van Gereformeerde Kerkeraden.

De voorzitter constateert dus, dat het Convent is tot stand gekomen op den voren gemelden grondslag en stelt aan de orde de verkiezing van een Bestuur.

Dr. Severijn geeft eenige inlichtingen omtrent de werkwijze van zulk een Moderamen, dat geen permanent karakter draagt en uit ambtsdragers bestaat en stelt voor, dat het Convent*prof. dr. J. A. C. van Leeuwen benoemt tot adviseur van het Convent.

Dit wordt bij acclamatie aangenomen.

Prof. van Leeuwen, die verklaart deze benoeming te willen aanvaarden, stelt op zijn beurt voor, , de heeren, die het initiatief tot dit Convent namen, voorloopig als Bestuur te benoemen, ten hoogste voor den tijd van één jaar. Ook dit wordt bij acclamatie aangenomen. '

Prof. van Leeuwen stelt hierop den praeseshamer beschikking van het Moderamen, doch op voorstel van dr. Severijn behoudt hij met instemming van het Convent de leiding van deze vergadering.

Thans stelt de Praeses aan de orde het voorstel van het Moderamen om een protest tegen het Reglement op de Predikantstractementen naar de Synode in te zenden.

Dit wordt aangenomen, behoudens na­ dere bevestiging van Kerkeraden, die zonder mandaat waren verschenen.

Na enkele zaken van huishoudelijken aard besproken te hebben, werd de vergadering op verzoek van prof. Van Leeuwen met dankgebed door dr. Severijn gesloten.

Na de benoeming van het Moderamen werden de functies als volgt verdeeld :

Praeses : dr. J. Severijn, te Dordrecht. Praeses-sec. ; ds. I. Kievit te Lunteren. Scriba : ds. J. G. Woelderink te Randwijk Scriba-sec. : ds. R. Bartlema te Hoogeveen.

Quaestor : J. Weener, ouderl. te Utrecht, Tolsteegsingel 44.

Quaestor-sec. : ds. H. J. van Schuppen te Groot-Ammers.

Assessor : ds. J. de Bruin te Rotterdam.

Het Convent.

Zooals bekend kan zijn uit het nummer van - het Orgaan van 14 Juli I.I., sprak het Hoofdbestuur van den Gereform. Bond uit, dat het geen principiëele bezwaren kon hebben tegen het voorstel van de Commissie van Advies en de bedoeling van de buitengewone vergadering van den Gereformeerden Bond op den 29sten Juni 1.1., dat getracht zou worden om geheel buiten den Bond om de Gereformeerde Kerkeraden te verzamelen.

Wijl nu zulk een vergadering met groote eenstemmigheid mocht tot stand komen op den 20 Juli 1.1. te Utrecht, mogen wij veronderstellen, dat de gastvrijheid ons op betreffend verzoek toegezegd, ook gaarne wordt verleend en ons een plaatsje in het Orgaan van den Gereformeerden Bond zal worden toegestaan om de aangelegenheden vati het Convent te behartigen. Want ook al is zulk een Convent iets geheel anders en in aard en wezen onderscheiden van een Vereeniging als de Gereformeerde Bond, als het goed is, zal de eenigheid des geloofs, die alleen dé samenbinding en kracht van een Convent kan zijn, ook de drijfkracht wezen, die de leden van den Bond vereenigt

In verband daarmede maken wij langs dezen weg aan onze Gereformeerde Kerkeraden bekend, dat, zooals blijken kan uit het verslag in dit blad opgenomen, een Convent van Gereformeerde Kerkeraden in de Ned. Hervormde Kerk tot stand kwam, dat op den grondslag daarin vermeld, met eenparigheid besloot om, zoo het den Heere moge behagen, de onderlinge saambinding te bevorderen en gemeenschappelijk overleg te plegen omtrent gepaste middelen en wegen tot verbetering, van toestanden, die met een goede orde van kerkelijk leven naar den eisch van Gods Woord niet overeenkomen. Reeds kwam men tot het besluit om een protest ter Synode in te zenden tegen het Reglement op de Predikantstractementen, als zijnde in strijd met de beginselen van Gereformeerd Kerkrecht.

Kerkeraden, die niet vertegenwoordigd waren en instemmen met de beginselen van het Convent en deze handeling, worden verzocht daarvan te doen blijken, zoo zij dat tot dusver riog niet hebben gedaan, aan het Moderamen van het Convent (zie verslag), dat tot 't verstrekken van nadere inlichtingen gaarne bereid is en ook in voor komende moeilijkheden van advies dienen wil.

HET MODERAMEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Convent van Geref. Kerkeraden in de Ned. Herv. Kerk.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's