Uit het kerkelijk leven.
Goed gezegd.
Zooals men weet, heeft de Vereeniging van Christelijk Volksonderwijs geweigerd zich aan te sluiten bij den Schoolraad. Terwijl de Roomschen voor heel hun onderwijs één pracht-bureau hebben en zorgen voor de beste uitgaven van 't geen noodig is voor onze schoolhuishouding en onze correspondentie met de Regeering, enz. enz. gaan wij. Protestanten, natuurlijk ons weer de weelde veroorloven om gescheiden op te trekken. In ons laag polderland zijn zooveel slootjes en greppels, dat men de tel spoedig kwijtraakt ; maar onder ons Protestanten, zijn de scheidingslijnen óók legio. Ook daar, waar het niet alleen niet noodig is, maar zéér schadelijk zelfs. Ook getuigt het nu juist niet altijd van „gemeenschap der heiligen" en broederlijke liefde, welke onder Christenen toch gevonden en gezien moet worden.
De Ethischen en de Friesch-Hervormden a la ds. Van Eyck van Heslinga, hebben hier roet in 't eten geworpen. Die wilden niet aansluiten bij den Schoolraad. Want, ziet u, in dien Schoolraad zitten ook menschen, die tot de Gereformeerde Kerken behooren. „Afgescheidenen" en „Doleerenden", zooals men die menschen dan in dit verband het liefst noemt. En met zulke menschen in één organisatie te zitten, dat is toch beneden de waardigheid van een Hervormd mensch. Om met zulke menschen saam zich te wenden tot de Regeering, dat gaat toch niet. Om met zulke menschen saam technische dingen te bespreken en mede te werken tot betere organisatie van ons Christelijk Onderwijs, neen, dat is te veel gevergd van een Hervormd mensch
Wij hebben dat betreurd en wij betreuren het nog. Het is krachtverspilling ; het is vermorsen van geld. Het is tot schade van de zaak, die wij saam voorstaan.
Ds. J. L. P i e r s o n. Hervormd predikant te Groningen, die nu 11 jaar voorzitter van den Schoolraad is, nadat zijn vader. ds. H. Pierson, van Zetten, eerst den voorzittershamer had gehanteerd tot hij niet meer kon, herinnerde op de laatste jaarvergadering van den Schoolraad aan de weigering van Christelijk Volksonderwijs om toe te treden tot de organisatie waarbij zich nu bijna alle Schoolorganisaties hebben aangesloten (Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, Geref. Schoolverband, De Unie, de Vereeniging van Christelijke Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland en de Overzeesche Bezittingen). En ds. Pierson deed het op deze manier :
„De Schoolraad komt nu, wat zijn eigen leven betreft, in andere toestanden.
Tot reorganisatie was besloten in het najaar van 1919, maar de uitvoering werd uitgesteld tot na de beslissing, die Christelijk Volksonderwijs zou nemen inzake onze vraag om zich bij den Schoolraad aan te sluiten, opdat in den Schoolraad de band der gemeenschap met allen zou zijn verkregen.
Wij zijn in dit opzicht wederom teleurgesteld. Ik wil er niet over uitwijden, alleen verklaar ik niet te verstaan, waaraan de Schoolraad dit heeft verdiend. Zijn verleden heeft nooit aanleiding gegeven tot eenig wantrouwen in de zuiverheid zijner bedoelingen.
Wij belijden eiken Zondag te gelooven, dat er is ééne, heilige, algemeene, Christelijke Kerk en een gemeenschap der heiligen. Gelooven is wel een bewijs der zaken, die men niet ziet ! Laat het ook blijven een vaste grond der dingen, die men hoopt. Gemeenschap is een ideaal, dat nog op verwezenlijking wacht, maar er ook om vraagt, krachtiger dan ooit. Wellicht dat, wat wij niet willen, niet zoeken, tegenhouden, langs ons henen, of beter, onzer ondanks komen zal. Harde slagen en een gloed van vuur zijn noodig om ijzer aanéén te smeden. Tegenspoed en verdrukking dwingen tot een eendracht, die men in voorspoed en rustigen tijd meent te kunnen missen. Wie durft ontkennen, dat het heel dichtbij kan zijn ? "
Een zelfde geluid.
Toen bovenstaand stukje op de drukkerij stil lag te wachten op een plaatsje in ons blad, schreef „De Nederlander" over dezelfde zaak en deed een zelfde geluid hooren — waarover we ons natuurlijk verblijden. Misschien dat men van Ethische zijde en van den kant der Friesch-Confessioneelen gemakkelijker zich door „De Nederlander" laat overhalen een beteren weg in te slaan dan door ons.
De Nederlander" dan schreef onder het opschrift „Organisatie" het volgende :
Men kent de klacht, dat zoo dikwijls de Roomschen den Protestanten vooruit zijn. Doch men zie wel toe, wat deze klacht inhoudt en waar de schuld ligt, wanneer hier of daar van een misstand zou kunnen worden gesproken.
Neem thans het onderwijs.
De novelle-Onderwijswet, noodig om de bezuiniging, maar zeer ingrijpend voor de scholen, doet ernstig vragen, dat het toch mogelijk zij om in deze gewichtige zaak het onderwijs-zelf te kennen. In zijn geheel, als dat kon ; in zijn groote onderverdeelingen, nu dat niet kan.
Welnu : hier zijn de Roomschen klaar. De heer Van Wijnbergen herinnert in Roomsche bladen aan het 'bestaan van , , het R.K. Centraal Bureau voor Onderwijs en Opvoeding", opgericht door het Episcopaat.
Hij zegt er van, dat dit Bureau o.a. de Regeering heeft op de hoogte te brengen omtrent hetgeen voor ons bijzonder onderwijs van noode is. De Minister van Onderwijs heeft bij de plechtige opening verklaard, alle gegevens en wenschen en verlangens juist gaarne te zullen ontvangen langs dien weg. Zoo zullen nu alle opmerkingen inzake de novelle gemaakt aan Roomschen kant, „in één stuk verwerkt" den Minister aangeboden worden.
Ieder ziet, hoeveel invloed zulk een stuk zal oefenen. Het is één, het is af ; het geeft vat op zich ; en het wordt door - de grootheid van het gansche Roomsche onderwijs gedragen
Zulk een stuk geeft aan de Roomsche visie een enormen voorsprong.
Is dat onrecht ?
O.i. ja. Maar niet een onrecht, door Roomschen aan de Protestantsche visie aangedaan. Doch een onrecht jegens het Protestantsch onderwijs, veroorzaakt door de vrienden van dat onderwrijs-zelf. Vrienden, die de eenheid niet hebben gezocht of althans niet het)ben gevonden.
.De Schoolraad — het is waar - heeft een rapport uitgelokt, dat zelfs niet weinig invloed op het ontstaan der wet kan hebben geoefend. Doch hij is niet het „Centraal Bureau" van al het Christelijk onderwijs in Nederland.
Een ander lichaam is dat ook niet. Wij hebben geen Centraat Bureau.
Maar de Roomschen hebben dat niet op hun geweten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's