Uit het kerkelijk leven.
De financiëele verhouding van Staat en Kerk Art. 171 Grondwet.
Gelijk we in een ander artikel reeds over deze aangelegenheid, die steeds aan de orde blijft, en meer en meer aan de orde komt, schreven, is de kwestie op de laatste Algemeene vergadering van de Confessioneele Vereeniging in den breede behandeld, in referaat en discussie. Men is niet tot een conclusie gekomen, omdat de zaak nog niet helder was. Vandaar dan ook, dat een commissie benoemd is — of bestendigd — om de dingen nog eens onder de oogen te zien. We zijn nu, met het laatste nummer van „De Ge re f. Kerk" voor ons, in staat om van de discussie wat meer mee te deelen en het kan z'n nut hebben van hetgeen daar gezegd is nota te nemen. Dat wij deze dingen tot nu toe gezien hebben zooals we meer dan eens hebben meegedeeld, komt ons, na de vergadering van de Confessioneele broeders, niet als zoo héél dwaas voor. Misschien komen we met onze Confessioneele broeders nog wel eens in één schuitje te zitten, daar zij toch zelf moeten bekennen, dat hun schuitje niet zoo heel betrouwbaar is !
Maar ter zake. We zouden iets van de discussie meedeelen, die op het referaat van ds. Den Hertog volgde :
Ds. Jörg, van Harlingen, maakt o.m. de opmerking : referent sprak wel van het O. T. en deed een greep uit de geschiedenis, maar hoe oordeelt nu het N. T. ? - -(een opmerking en een vraag, die al zoo dikwijls gedaan is, en zeer terecht, maar waarop het antwoord altijd uitblijft).
Dr. Troelstra, van Den Haag, zegt bezwaren te hebben. De bedoeling der conclusies is om art. 171 ongewijzigd te laten ; maar hoe kan dat, als art. 171 een compromis is ? Verder merkt dr. Troelstra op, dat referent een tijdperk heeft overgeslagen, waarin de Kerk in geen verband stond met den Slaat.
Dr. Schokking (Den Haag) merkt op, dat de opzet van het referaat is : wij volgen een revolutionaire grondwet. En nu concludeert gij: wij moeten art. 171 handhaven? De opzet van het referaat is ook breeder dan de conclusies. Volgens referent moeten we zeggen : a 11 e e n de Hervormde Kerk krijgt wat en alle andere Kerken niet ; geen uitgezonderd. Wij moeten de consequentie aan durven. Ik zou van een Overheid, die niet belijdt, niets willen hebben. Wij moeten daarom den band tusschen Staat en Kerk losmaken. Referent sprak over de vrije kerken van Amerika, waar predikanten niets mogen doen tegen dans, enz. Maar hoe is 't hier, waar de Kerk Staatsgeld ontvangt ? In Noord-Holland zijn er predikanten, die niet tegen de kermis durven optreden en in menige gemeente zijn er orthodoxe dominé's, die niets durven zeggen tegen sommige goddelooze boeren. En wat uitvoering van art. 171 betreft, als gij voor Amsterdam 2 predikantsplaatsen vraagt, dan k r ij g t Rome er 3 of 4 pastoors voor. Wil men wat met de Overheid, dan moet de Staat het aftrekken van ons belastingbiljet. De Overheid heeft geen geld ; nu krijgen we het van een Overheid, die niets gelooft en het neemt uit den zak van een ieder. Waarlijk! met dit manke beestje mogen we niet op de markt komen.
Ds. Tonsbeek (Kethel) zegt, dat de indruk gewekt is, alsof met handhaving van art. 171 de eenheid der Kerk staat of valt, waartegen hij zich verzet.
Ds. Gr a v e m e ij e r (Amsterdam) meent dat rapport en conclusies elkaar niet dekken, 't Rapport spreekt vooral over de geestelijke, de conclusies meer over de materieele belangen. Hij stelt eenige wijzigingen in de conclusies voor, zóó, dat blijke, dat de geestelijke belangen het meest in het gedrang komen.
Ds. S t i g t e r (Berkel) vraagt, hoe wij staan tegenover de subsidieering der andere gezindten. Kunnen wij van de neutrale Overheid verwachten toepassing van artikel 36 ? Voor de Overheid staat alles gelijk.
De Voorzitter antwoordt, dat deze zaak afgescheiden moet worden van de motie-Brielle. Hij voor zich heeft altijd de zwakke stee in die motie gevoeld. Wij zullen ons nu alleen tot dit rapport bepalen. Hij verklaart de wijzigingen van ds. Gravemeijer over te nemen.
Mr. Brunt ('s Gravenzande) maakt eene opmerking over conclusie 4, over het recht van de Kerk op de goederen. Met alle respect voor de studie van ds. Van Eyck van Heslinga en dr. H. H. Kuyper, voor hem staat het historisch recht der Kerk niet vast. Hij herinnert aan het woord van prof. Kléijn : „'t gaat om historische rechten." 't Gaat om de rechts feiten, niet om een rechts b e s ch o u w i n g. Op grond van historische feiten kan ik mij niet vereenigen met de conclusies.
De heer Hagen (Amsterdam) zegt, dat wij op grond van artikel 36 niet steun kunnen vragen voor allerlei gezindten. Men vraagt voor kunst en wetenschap, ook voor 't verschijnsel godsdienst. Dat is het vrije-kerkendom.
Wij vragen echter handhaving van art. 36 en zeggen tegen de Overheid : „gij zijt Gods dienaresse" en op dien grond vragen wij, dat gij „de Kerk" moet steunen. Historisch kunnen wij ons recht niet laten geiden. Wij komen echter tot een andere opvatting dan prof. Van Apeldoorn, omdat deze art. 36 verwerpt. Spreker geeft daarop een overzicht van de geschiedenis van het recht der Kerk op de goederen.
Hoofdstuk VI der grondwet moet gewijzigd. Het gaat niet om de bevoorrechting van een bepaald Kerkgenootschap, maar om het recht van de Kerk Gods. Kiest de Overheid voor de R.K. Kerk of voor den Mohammedaanschen godsdienst, dan zullen wij dit geduldig te dragen hebben.
De Voorzitter concludeert, dat het na de gehouden discussies wel gebleken is, dat het oogenblik nog niet daar is voor het uitspreken van een gemeenschappelijke opinie.
Langs de lijn van Stahl kwam ik indertijd tot de breedere opvatting van art. 36, doch heb leeren inzien, dat dit verkeerd was. Prof. Van Apeldoorn en Hora Siccama roeren de quaesties niet aan. De wetenschappelijke ondergrond ontbreekt bij hen; de wijsgeerige fundeering wordt gemist. Mijn hoofdbezwaar is, dat zij loslaten de continuïteit van de Kerk van Christus. Zij huldigen de revolutionaire en ongereformeerde opvatting van de Kerk. 't Rapport van prof. Anema is een tweede bom.
Besloten wordt om de zaak opnieuw in handen te stellen van de commissie, welke dan rekening zal houden met de hier gevoerde besprekingen en met het rapport-Anema.
Tot zóóver de discussies, waaruit we zien, dat de voorstellingen! van ds. Den Hertog en den heer Hagen nog al verschillen van de meeningen van dr. Schokking, dr. Troelstra, mr. Brunt en anderen.
Dat dr. Kromsigt weer tusschen in blijft hangen en bij vroeger vergeleken weer veranderd is, verwondert ons niet meer. Maar hij moet niet meenen, dat hij de zaak veel duidelijker maakt door krachttermen als : prof. Van Apeldoorn en Hora Siccama roeren de kwesties niet aan. De wetenschappelijke ondergrond ontbreekt bij hen ; de wijsgeerige fundeering wordt gemist." Intusschen hopen we, dat de commissie die nu weer aan 't werk zal gaan, de kwesties wèl mag aanroeren en wel wetenschappelijken ondergrond mag hebben en wel wijsgeerige fundeering zal bezitten. Ons dunkt, men moet vooral den heer Hagen ook in deze commissie benoemen, daar deze nu reeds „een overzicht van de geschiedenis van het recht der Kerk op de goederen" gegeven heeft. Zoo iemand weegt minstens op tegen heeren als prof. Hora Siccama en prof. Van Apeldoorn saam genomen.
Nu nog iets over deze aangelegenheid, die, men ziet het, aller aandacht trekt en ook werkelijk van zéér veel gewicht is.
In , , K e r k b 1 a a d j e" — méér door ons genoemd — schrijft dr. L o c h e r, van Leiden, ook over deze materie. Wat hij daar schrijft, voegen we hierbij. Het is wel aardig zoo een en ander bij elkaar te hebben. Dr. Locher schrijft dan :
Afrekening.
Door de Antirevolutionaire partij is altoos voorgesteld, dat, na eene uitkeering . aan rechthebbenden, de Rijkstractementen moeten ophouden. Art. 171 moet uit de grondwet volgens hen verwijderd.
Daartegen heeft menigeen bezwaar van principiëelen aard. We hebben dat bezwaar al gehoord. Art. 171 der grondwet hebben we te danken aan de werking van art. 36 der Geloofsbelijdenis. Het is eene herinnering aan den tijd, toen de Overheid de hand hield aan den waren eeredienst. Dat mag niet zoo losgelaten worden, ook tegen eene billijke afrekening niet, op het gevaar af, dat eene volgende regeering de tractementen geheel stop zet. Dat is mooi, ideëel gedacht. Dat is geen belangen-politiek, maar vragen naar recht.
Toch heeft die zaak een haakje. Art. 171 is volgens art. 36 zelf niet zuiver op d e g r a a t. Er is daar niet alleen sprake van tractementen voor Hervormden. Dat artikel verzekert de toelagen, die thans door de verscheidene gezindten genoten worden. O.a. waren er Roomsche gemeenten in België, die Rijkstractementen kregen. In 1815 was Nederland nog met België één. De zaak ligt toch anders.
En nu zou ik er zóó over denken : W a n-n e e r eene w e r k e 1 ij k b i 11 ij k e afrekening werd voorgesteld, dan is het misschien beter ze te aanvaarden, dan dat men ze met een breed handgebaar afwijst. Ook uitbetalen is erkennen van rechten. Gesteld iemand is mij geld schuldig. De zaak is zóó, dat er in rechten niet veel aan te doen is. Maar hij erkent de billijkheid van mijne aanspraken. Wat nu ? Hij kan de rente blijven betalen. Maar hij kan ook zeggen : Ik acht het billijk, dat gij het krijgt. Daarom is het beter, dat gij het nu ontvangt dan dat straks mijn zoon zou weigeren te betalen of in onvermogen zou verkeeren, en aldus veel zou verloren gaan. Dan wordt het recht erkend, en er wordt naar gehandeld. Dat moeten we wel in 't oog houden. Anderen denken er misschien anders over. Ik geef mijne meening voor beter.
Artikel 36 van onze Geloofsbelijdenis is een zwaar artikel. We kunnen er niet afkomen. De verhouding van Kerk en Staat, de houding der Overheid tegenover Gods Woord en de religie, ziedaar een van de moeilijkste punten. Hoe dat te regelen in den tegenwoordigen tijd ? Al is, wat we betreuren, de Hervormde Staatspartij niet in de Kamer vertegenwoordigd, de vraag laat de gemoederen niet los. Gods Woord is niet maar een boekje met vrome overpeinzingen, maar het grijpt in het leven in en eischt het leven, ook het politieke leven, op voor God. En de Overheid mag zich niet terugtrekken en de geestelijke dingen buiten beschouwing laten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's