Uit het kerkelijk leven.
De Bloedbruiloft — 24 Augustus 1572.
Het zal 24 Augustus a.s. 350 jaar geleden zijn dat te Parijs een schrikkelijke „bloedbruiloft" plaats had in den Sint Bartholomeusnacht, waarbij duizenden van de aanhangers der nieuwe leer verraderlijk zijn vermoord.
Ook in Frankrijk breidde zich de Hervorming uit.
Toen de „nieuwe leer" het eerst verkondigd werd, was Frans I koning over Frankrijk en deze was den Hervormden niet goed gezind. In 1547 stierf hij en werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik II, die al evenmin als zijn vader, een vriend was van de Hervormden, die in Frankrijk „Hugenoten" genoemd werden.
Maar, al was de koning geen vriend, ja, veeleer een vijand, de Hugenoten wiessen sterk en hun aantal nam zéér toe. Overal werden kerken gesticht en de Heere beschikte het zóó, dat enkele voorname mannen de zijde der Hugenoten kozen ; waaronder de Bourbons, neven van den koning, alsook d'Andelot, opperbevelhebber van het leger en Caspar de Colligny, admiraal van Frankrijk.
Tegenover deze voortreffelijke mannen stonden echter de afstammelingen uit het geslacht der Guisen, ook familieleden van den Koning. Onder deze Guisen hebben voor al ais vijanden van de Hugenoten uitgeblonken Frans de Guise, legeraanvoerder en Karel de Guise, een kardinaal.
Daar waren dus twee partijen en ieder die eenigszins op de hoogte was en den gang van zaken kende, gevoelde, dat er onheil broedde.
In 1559 stierf Hendrik II tengevolge van een wond, welke hij bekomen had bij een tournooi of ridderstrijd. Hij liet vier zonen na. De oudste, Frans II, werd koning, maar , , wee het land welks koning een kind is" zegt de Schrift. Hij werd geheel en al beheerscht door zijne moeder Catharina de M e d i c i s, die een slechte vrouw was, sluv.', heerschzuchtig, bovendien schrikkelijk gekant tegen de Hugenoten, die wel steeds in aantal toenamen en ook wel om bizondere redenen werden ontzien, maar die in hun rechten en vrijheden steeds werden tegengestaan en b.v. niet hun godsdienstige bijeenkomsten mochten houden in de steden. Dit hinderde de Hugenoten en zij rustten niet, vóór dat hun recht was gedaan.
Toen begon de godsdienstooriog, die daarmee eindigde, dat in 1570 de vrede van St. Germain geteekend werd en daar werd bepaald, dat de Hugenoten volkomen vrijheid van godsdienst zouden hebben. Zij ontvingen zelfs vier steden, die een waarborg waren, dat men de bepalingen van den vrede jegens hen zou nakomen.
Maar de Roomschen zaten daarbij niet stil. Catharina de Medicis peinsde op een middel, om de gehate Hugenoten te treffen en zoo mogelijk uit te roeien. En dat middel was door de sluwe en slechte vorstin spoedig gevonden.
Wat was het geval ? Margaretha, een zuster van den koning, zou met den Hugenoot Hendrik van Navarre in het huwelijk treden. In Augustus van het jaar 1572 zou de bruiloft te Parijs gehouden worden.
Vele hoofden der Hugenoten, onder wie Gaspar de Coligny, waren naar Parijs gekomen. De meesten vermoedden geen kwaad. Zelfs toen de moeder van den bruidegom, een vrome vrouw, stierf onder teekenen van vergiftiging, koesterde men nog geen argwaan.
Ja, meer nog. Toen de Coligny 22 Augus tus door een pistoolschot getroffen werd en hem de wijsvinger werd afgeschoten, terwijl een tweede kogel den linkerschouder doorboorde, dacht men nog niet aan de groote gevaren, die dreigden.
De koning kwam persoonlijk Coligny bezoeken en beloofde streng te zullen onderzoeken, wie die misdaad bedreven had. De sluipmoordenaar was echter door Catharina de Medicis gehuurd.
Als alles niet mis zou loopen moest er nu snel worden gehandeld, want de Hugenoten kregen nu argwaan.
Daarom spoedig nu ingegrepen. De nacht van 23 op 24 Augustus was bestemd tot de gruweldaad, met moord op grooten schaal.
De geheele militaire macht was gewaarschuwd en stond gereed ; daarenboven waren 20.000 burgers gewapend.
Uit het vorstelijk huis zou men het teeken tot den aanval geven.
Alleen Hendrik van Navarre, de bruidegom en enkele anderen zouden gespaard worden. Overigens moesten alle Hugenoten sterven ! De broeder des konings, die ook zijn opvolger is geworden (de latere Hendrik III) nam de leiding van het bloedbad op zich. Toen de klok van de Kerk St. Germain l'Auxerrois 12 slagen sloeg in het mid dernachtelijk üur was dat het teeken van den aanval. Uit het vorstelijk paleis knalde een schot — en de schrikkelijke moord begon. De moordenaars droegen een wit kruis op den hoed en hadden een witten doek om den arm geknoopt als herkenningsteeken.
Het eerste slachtoffer was de edele Caspar de Coligny. Des nachts werd zijn huis belegerd ; slot en grendel werd met geweld verbroken, de deuren van zijn woning ingetrapt en met een degenstoot doorboorde een jonge man den eerbiedwaardigen grijsaard, die bereid was om te sterven. Zijn lichaam werd uit het raam geworpen toen de Coligny nog niet gestorven was en daarbuiten besmeurde men het lijk en schond het. Drie dagen daarna werd het ontzielde en onteerde lichaam aan een galg gehangen.
Overal werden nu de Hugenoten opgezocht en vermoord. Mannen, vrouwen, kinderen werden wreed afgemaakt, als dieren. Ook vier predikanten werden gedood.
Geen wonder dat.men van de „Bloedbruiloft" te Parijs spreekt ; want alleen in, de hoofdstad werden 30.000 Hugenoten vermoord.
Het bleef evenwel niet bij één nacht en ook niet alleen bij Parijs. Men ging voort met de Hugenoten op te sporen ook buiten de hoofdstad en te dooden, 't welk ongeveer een maand duurde.
Te Rome was men verblijd en men vierde feest, als ware er iets heerlijks gebeurd.
Een Te Deum werd gezongen, wij loven U, o God, wij prijzen Uwen Naam. Paus Gregorius XIII gaf daar last toe. En het gemeentebestuur van Parijs liet een gedenkpenning slaan ter herinnering aan den St. Bartholomeusnacht, met het opschrift: Ugonottorum Strages" d.i. de vernietiging der Hugenoten.
Zoo is Rome. Maar de Heere laat niet varen de werken Zijner handen en de poorten der hel zullen 2ijn gemeente niet overweldigen.
Rome dacht, dat bij den vreeselijken moord in en buiten Parijs, zoowat alle Hugenoten omgebracht en uitgeroeid waren. Maar een groot aantal was gespaard gebleven en hun aantal groeide en nam toe. Karel IX stierf in 1572 een ellendigen dood. Zijn broeder Hendrik III, die hem opvolgde, werd door een sluipmoordenaar in 1589 gedood. Men verdacht hem, dat hij met de Hugenoten gemeene zaak gemaakt tiad.
Catharina de Medicis, de Izebel van haar tijd, eindigde in 1589 ook haar zondig leven en zij werd door niemand beweend.
Nu scheen de toestand voor de Hugenoten beter te zullen worden. Immers Hendrik IV van Navarre, een Hugenoot, , moest opvolger worden op den troon.
Maar wat gebeurde ? Deze Hendrik (1589—1610) werd R.-Katholiek. „Parijs was wel een mis waard" zeide hij. Zijn leven was' verre van onberispelijk ; maar één ding moet in hem geprezen worden. Toen hij koning geworden was vergat hij zijn vervolgde geloofsgenooten van weleer niet en omdat hij een einde wilde maken aan die vervolgingen vaardigde hij in 1598 een edict uit, dat genoemd wordt het „edict van Nantes".
De Hugenoten kregen vrijheid van godsdienst ; ook mochten ze kerken en scholen bouwen. Er werd echter geen volkomen gelijkstelling geschonken met de Roomschen, want men mocht het Evangelie niet verkondigen rondom Parijs op een afstand van vijf mijlen en in het leger mochten de bevelhebbers niet tot de Hugenoten behooren. Daarenboven moesten de Hugenoten nog altoos tienden opbrengen voor de Röomsche Kerk.
Het edict bracht alzoo verademing ; wat niemand na den Bartholomeusnacht had durven hopen.
De Hugenoten maakten gebruik van hun rechten en vrijheden. Zij brachten hun kerken en scholen tot bloei. Zij stichtten scholen tot opleiding van predikanten en regelden hun kerkelijke aangelegenheden.
De Heere gaf vele en groote zegeningen. De kerken bloeiden. Vooral in het Zuiden van Frankrijk waren de Gereformeerden zeer sterk in aantal. En de koning, schoon Roomsch geworden, bleef tot aan zijn dood de belangen van de Hugenoten behartigen.
Dat stak de Roomschen. En het is meer dan waarschijnlijk dat de jezuiten er de hand in gehad hebben, dat de koning in 1610 door Ravaillac werd vermoord. Het edict van Nantes werd niet meer gehandhaafd en geëerbiedigd nu.
De rechten van de Hugenoten werden geschonden en onder koning Lodewijk XIV, die regeerde van 1643 tot 1715, werd het edict van Nantes herroepen.
Toen werd de toestand der Hugenoten ondragelijk. Alle protestantsche kerken moesten worden afgebroken. Het houden van godsdienstoefeningen was verboden. Alle leeraars, die zich niet aan Rome wilden onderwerpen, moesten binnen 14 dagen Frankrijk veriaten.
Meer dan 600 predikanten veriieten toen hun vaderland. Duizenden Hugenoten, met achterlating van alles, volgden hen.
Hier heeft men die ongelukkige vervolgden met open armen ontvangen. 12 Jaren lang werd hun hier vrijdom van belasting geschonken. Aan 200 predikanten werd eene standplaats bezorgd en daarbij .een behoorlijk jaarlijksch inkomen. In Amsterdam bouwde men zelfs een groot aantal woningen, welke tot zeer lagen prijs aan de Hugenoten verhuurd werden.
De Hugenoten die in Frankrijk achtergebleven zijn hebben veel moeten verduren. Meestal vluchtten zij naar de bergen en werden „kerken in de woestijn" genoemd.
Dikwijls hebben zij zich verdedigd tegenover de legers die door den koning op hen afgezonden werden ; waarbij duizenden werden gedood.
Als schapen ter slachting waren ze. Maar Frankrijk heeft het moeten boeten, dat de edelste zonen en dochteren vluchten moesten en dat anderen werden vervolgd en gedood.
De Revolutie kwam. Waarbij de Heere het land sloeg, wat tot op dezen dag nog merkbaar is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's