Uit de Synode.
17de Zitting van Maandag 7 Aug. De president opent de vergadering met gebed en het lezen van Markus 4 : 26 v.v.
De notulen van - de vorige vergadering worden gelezen en goedgekeurd.
De heer De Haan rapporteert over een voorstel van enkele leden van de Classicale Vergadering van Amsterdam om stemgerechtigde Jeden die, door verhuizing binnen de~burgerlijke gemeente komen te wonen in een andere kerkelijke gemeente in hun functie gehandhaafd kunnen blijven ; en dat beroepen predikanten, ouderlingen en diakenen in groote gemeenten, die hun diensttijd willen uitdienen, desnoods mogen gaan wonen buiten hun kerkelijke, mits in hun burgerlijke gemeente. Bij hun aanneming van hun beroep of hun verhuizing, beslist dienaangaande de kerkeraad, betreffende den ganschen tijd van hunne bediening.
Het rapport concludeert tot afwijzing van het voorstel, en zoekt de oplossing van deze gewichtige zaken in art. 17 Algemeen Reglement, waar gesproken wordt over de vorming van buurtgemeenten.
De heer Bon doet het verzoek om het te willen mogelijk maken dat dienstdoende ouderlingen en diakenen, dit kunnen blijven als zij zich buiten de grenzen der kerkelijke, maar binnen die der burgerlijke ge-meente vestigen, totdat de splitsing of sa-. menvoeging, bedoeld in art. 17 van het A.R. op ordelijke wijze zal zi[n geregeld. Dit verzoek wordt overgebracht naar de Synodale Commissie, opdat die de zaak nader onder de oogen zie.
De heer Phaff brengt rapport uit over een verzoek van de Classicale Vergadering van Hoorn tot wijziging van art. 23 Reglement op de Vacaturen, die bedoelt paal en perk te stellen aan het vacant blijven van sommige gemeenten door onwil van de kerkelijke administratie. De conclusie van het rapport strekt tot afwijzing van het verzoek. Dienovereenkomstig wordt besloten.
De heer Bolt rapporteert over een voorstel tot invoeging van een nieuw artikel 34 in het Reglement op de Vacaturen, Ingediend door de Synodale Commissie. De meer derheid van de rapporteerende Commissie stelt voor op het voorstel der Synodale Com missie in te gaan, in eenigszins gewijzigden vorm. Zij wil het nieuwe artikel aldus lezen : „Een predikant mag behalve om redenen in art. 34 genoemd, zijne gemeente voor niet langer dan zes weken achtereeen verlaten, dan in overleg met den kerkeraad ; voor eene afwezigheid van meer dan drie maanden achtereen is bovendien de goedkeuring van het Classicaal Bestuur noodig", en in art. 35 invoegen het woord „behoorlijk." De conclusie van de meerderheid der commissie wordt aangenomen.
De heer Tammens brengt rapport uit over de consideraties omtrent wijzigingen in het Regieinent op het Hulppredikerschap (Drenthe). Het rapport wordt ter inzage gelegd.
De heer Tromp brengt rapport uit over de consideraties betreffende eene wijziging in art. 27 van het Reglement van de Diaco nieën. Het voorstel is in de kerk zeer gunstig ontvangen. Besloten wordt aan de eindstemming te onderwerpen 't voorstel, waarbij voortaan niet meer de rekening der Diaconie, maar een uittreksel uit die rekening naar het Classicaal Bestuur gezonden kan worden.
De eindredactie van art. 32, 34, 35 van het Reglement op de Vacaturen, door prof. Slotemaker de Bruine gegeven, wordt goedgekeurd.
De vergadering wordt verdaagd tot den volgenden dag.
18de Zitting van Dinsdag 8 Aug. De president opent de vergadering met gebed.
De notulen van de vorige vergadering worden gelezen en goedgekeurd.
De heer Picard leest een uitvoerig schrijven, in de Fransche taal, van Protestantsche Kerken in Frankrijk ingekomen, waarin betoogd wordt, dat de Protestantsche Kerken van alle landen zich moeten vereenigen daar de tijd van isolement voorbij is. De brieven zijn door prof. Cramer naar de Synode gezonden. Besloten wordt prof. Cramer te berichten dat de afgevaardigden op de conferentie te Kopenhagen overvloedig gelegenheid zullen hebben met de schrijvers der ingekomen missiven in verbinding te treden. In de tweede plaats wordt besloten de ingekomen brieyen in handen te stellen van de Commissie voor de betrekkingen met buitenlandsche Kerken.
De vergadering neemt kennis van twee besluiten in hooger beroep door synodi contractae genomen.
De eindredactie in de wijziging in art. 27 van 't Reglement voor de Diaconieën wordt vastgesteld.
De president stelt nu de voorstellen aan de orde, die ingekomen zijn betreffende het hulppredikerschap en de rapporten van de commissie, die deze voorstellen nagegaan heeft. Dr. Slotemaker de Bruine was rapporteur.
Het eerste rapport bespreekt de voorstellen, die bedoelen vrouwen, zendelingen, die niet meer tot hun arbeidsveld'terug kunnen keeren, en mannen met singuliere gaven aft. 8 Dordtsche Kerkorde) tot het ambt van predikant toe te laten. De commissie stelt voor deels op theoretische, deels op tactische gronden, niet in te gaan op het voorstel om de vrouw tot het predikambt toe te laten. De commissie wil vasthouden aan de gedachte, dat predikanten eene academische opleiding moeten hebben. De h.h. Van der Grient en Schokking meenen, dat ook mannen met singuliere gaven moeten toegelaten worden. De heer Van Paassen zegt, dat iemand toch ook wel in het Koninkrijk Gods werkzaam kan zijn zonder dat hij predikant is.
De meerderheid van de commissie wil ingaan op het voorstel van de Zendingsschool te Oegstgeest, dat voor Zendelingen na 5 jaar dienst in de tropen, een colloqium vraagt, maar ze wil andere eischen stellen dan de Zendingsschool. De minderheid van de Commissie wil er niet op ingaan. Bij de discussie blijkt dat de leden der vergadering het werk van den Zendeling zeer hoog stellen. Prof. van Veldhuizen zegt, dat de opleiding tot Zendeling eene andere is dan de opleiding tot predikant, en is daarom tegen een colloqium. Als een candidaat tot den H. Dienst Zendeling worden wil, moet hij nog 2 jaren studeeren in Oegstgeest. De secretaris heeft lang gezocht naaf een weg, waar op aan de wenschen van de Zendingsschool en de Zendingsbesturen tegemoet gekomen kon worden. Hij voelt veel voor wat de meerderheid wil, om nog eens te overleggen met de Zendingsbesturen. De vice-president vraagt : zou het niet mogelijk zijn deze Zendelingen toe te laten als God hun werk in Indië afsnijdt ? Het zou ook de Zending zelf ten goede komen, en daardoor ook weer de Kerk. De heer Barbas gelooft, dat we een anderen kant op moeten. Wij moeten doen wat de Geref. Kerken doen. Laten de Zendelingen een academische opleiding ontvangen. De president heeft altoos veel gevoeld voor dezen wensch van de Zending, Zendelingen, die in den dienst van Christus gewerkt hebben, en niet terug kun nen keeren, moesten honoris causa het ambt van predikant kunnen bekleeden. Deze weg is veel beter dan de weg van 'het colloqium doctum. De heer Schokking merkt op, dat de discussie bewijst dat de zaak niet rijp voor behandeling is. Hij heeft diepen eerbied voor de Zending en het Zendingsambt, maar er zijn Zendelingen en Zendelingen. Er zijn menschen bij van singuliere gaven, maar er zijn ook andere.
Besloten wordt de eerste twee conclusies van de rapporteerende commissie aan te nemen (geen mannen en geen vrouwen van singuliere gaven toe te laten tot het predikantsambt).
Wat de Zendelingen betreft, de conclusie van de minderheid wordt aangenomen. De meeste leden der vergadering zien in het stadium, waarin de zaak verkeert, geen aanleiding om met de Zendingsschool te gaan overleggen (10 tegen 8 stemmen).
Het tweede rapport handelt over de wijzigingen die de Vereeniging voor Inwendige Zending in Noord-Holland in het Reglement op de Vacaturen aanbrengen wil. De commissie waardeert de goede bedoeling, maar wijst op te vreezen moeilijkheden en stelt voor er niet op in te gaan. Dienovereenkomstig wordt besloten.
Het derde rapport handelt over wat voorgesteld is inzake de hulppredikers. De commissie meent dat in het tegenwoordige Reglement op het Hulppredikerschap 2 ongelijksoortige gedachten dooreengemengd zijn en heeft een nieuw Reglement ontworpen. Er is een zekere voorziening noodzakelijk en het tegenwoordige Reglement is moeilijk te hanteeren. Er zijn twee gedachten „de hulpprediker vervangt den predikant" en „de hulpprediker helpt den predikant", die in het tegenwoordige Reglement dooreengemengd zijn. Noodig is een reglement waarin de hulpprediker tot hulp van den predikant aangesteld wordt.
De vergadering besluit bet reglement, dat de commissie van rapport ontworpen heeft, te behandelen. Er wordt een aanvang mede gemaakt.
19de Zitting van Woensdag 9 Aug. Aangenomen werd Art. 1 : Hulppredikers kunnen worden benoemd tot hulp bij'of tot voorziening in een of meer der werkzaamheden volgens het Reglement voor de Kerkeraden Art. 21 opgedragen aan de predikanten ; met uitzondering van : het bedienen van Doop en Avondmaal ; de leiding van openbare godsdienstoefeningen behoudens het bepaalde in Art. 6 ; het besturen der vergaderingen van Kerkeraad, kiescollege en stemgerechtigden.
Art. 2 gaf aan, dat predikanten, candidaten tot den H. D. (zoowel mannen als vrouwen) en godsdienstonderwijzers hulpprediker kunnen worden. De hoogleeraren waren er vóór, dat ook vrouwen konden worden toegelaten. Zij wilden de vrouwen in de gelegenheid stellen daartoe het z.g.n. proponentsexamen af te leggen. Ook de meerderheid der commissie van rapport was daarvoor. Op voorstel van dr. Sc'hokking werd echter besloten alleen te eischen, dat de vrouwelijke candidaten het voorbereidend kerkelijk examen moeten hebben afgelegd. Alzoo werd, op voorstel van den voorzitter, voorloopig aangenomen een invoeging van Art. 7a van het Reglement op het Examen, zoodat hier wordt gelezen : „Dit examen kan slechts worden afgelegd door candidaten in de Godgeleerdheid, hetzij mannelijke of vrouwelijke", terwijl in Art. 12 Reglement Hooger Onderwijs wordt ingevoegd de zinsnede : „Tevens worden in het album ingeschreven vrouwen, die zich voorbereiden voor de alegging van het examen, bedoeld in Reglement Examen, Art. 7a.
Ook werd voorloopig aangenomen, dat godsdienstonderwijzers na verzwaard examen (kennis van een der moderne talen) en twee jaar practijk in het houden van Bifbellezingen, de bevoegdheid van hulpprediker kunnen krijgen. Dr. Schokking verklaarde hierbij nog, eigenlijk tegen de heele regeling te zijn, omdat hij het instituut van godsdienstonderwijzers liefst zag opgeheven..
Tenslotte werd 't geheele concept-Reglement met 12—6 stemmen aangenomen.
Hierna kwamen in behandeling de consideraties over de opheffing van het verbod dat een predikant gelijktijdig Kamerlid of Statenlid of Gedeputeerde is. In de Prov. Kerkbesturen bleken er ongeveer evenveel voorstanders als tegenstanders van de vereenigbaarheid te zijn. Van de Classicale Vergaderingen waien er 12 vóór. De meerderheid der commissie van rapport was vóór opheffing van het verbod. De minderheid wilde bepaald zien, dat bij elke zittingsperiode de goedkeuring van Kerkeraad en Classicaal Bestuur noodig is.
Prof. Slotemaker de Bruine zegt, dat het verbod niets beteekent. Hij is er wel tegen, dat een predikant in de politiek vooraan staat, maar dat kan hij nu toch reeds doen zonder Kamerlid te zijn. En in de Kamer behoeft hij niet als vertegenwoordiger van de Kerk op te treden : dat zou clericalisme zijn.
Prof. van Veldhuizen en de Secretaris verklaren zich tegen de vereenigbaarheid : een „vreemde" moet dan het predikantswerk doen.
De vice-voorzitter en ds. Tammens zijn voor opheffing. Predikanten mogen ook wel allerlei andere betrekkingen vervullen. Over cultureele en geestelijke vraagstukken in de Kamer mogen ook predikanten gehoord worden.
De voorzitter is tegen de vereeriigbaarheid : het i? een afschuiving van plichten. Wil iemand Kamerlid worden, dan moet hij ophouden predikant te zijn. Hij kan bij zijn ontslag de rechten van emeritus behouden.
Bif stemming waren 9 leden tegen en 8 leden vóór vereenigbaarheid. Twee leden (w.o. dr. Schokking) waren bij de stemming afwezig. Tegen de vereenigbaarheid stemden de leden : Flieringa, Bolt, Deeleman, Phaff, Franck, Picard, Tijssèns, Stoel en de voorzitter. Het verbod blijft dus gehandhaafd.
20 s t e Zitting van Donderdag 10 Aug In behandeling komt het rapport over de in 1921 voorloopig aangenomen wijzigingen in het Reglement op het Hulppredikerschap.
Prof. Slotemaker de Bruine zegt, dat hij aanvankelijk geen voorstander was van wat in 1921 aangenomen is. Maar hij heeft de streek bezocht en heeft een anderen indruk gekregen van de noodzaak en van de mogelijkheid. Het voorstel zooals het hier ligt, kan in die streek goed werken. Wij moeten de Evangelisten dank zeggen dat zij Evangelist-godsdienstonderwijzer zijn gebleven. Wat wij hier krijgen sterft automatisch uit. Het exeptioneele terrein van de behoefte van de personen en van de regeling moet in het oog gehouden worden. Waarom gaat de commissie niet een stap verder, door voor te stellen om deze Evangelisten het recht te geven tot het bedienen van de sacramenten ? Waaroin wil de commissie het liever onderbrengen bij het godsdienstonderwijs ? Meent de commissie niet dat in elk geval voorzien moet worden in het feit, dat er eene nieuwe gemeente ontstaat ? Na deze vragen te hebhen gesteld, maakt de prae-adviseur uit Utrecht emkele opmerkingen over wat in de Classicale Vergaderingen van Drenthe over Evangelisten gezegd wordt. Naar zijne meening verdienen die Evangelisten niet wat daar gezegd is.
De heer dr. Van Veldhuizen onderstreept het exceptioneele van het geval. De tijd is er rijp voor. De velden zijn wit om te oogsten. Het is thans de roeping der Kerk om te zorgen"voor eenige domineers in Turfland.
De secretaris zou er voor zijn het reglement aan de eindstemming te onderwerpen. Er zijn bezwaren, maar de bezwaren om het niet te doen, zijn grooter.
De vice-president is er voor om alles wat de stichting van nieuwe gemeenten bevordert, in de hand te werken. Daarom is hij voor de vaststelling van de wijziging.
De heer Scholte zegt, dat in het vorige jaar de nadruk gelegd is op het feit, dat de Classicale Vergaderingen van Emmen het met algemeene stemmen aangenomen had. Hij heeft toen al gewaarschuwd. Het is nu gebleken, dat er in de Classis Emmen veel tegenstand is. De indruk, dien prof. Slotemaker de Bruine gekregen heeft, is naar de meening van den heer Scholte oppervlakkig. Er komt in die streken een gevestigde boerenstand, die niet genoeg heeft aan de Evangelisten. Wanneer men let op het belang van de Kerk, dan moet men niet op het voorstel ingaan. Het moet in de richting Valthermond, waar de kerkeraad van Odoorn een hulpprediker benoemd heeft.
De heer Van Paassen zegt de streek bezocht te hebben. Hij is^ bijzonder voor de nieuwe regeling. De Evangelisten hebben de hitte des daags gedragen. Zij hebben eene zekere onderscheiding verdiend. Het is in het belang van de Kerk, dat zij nieuwe gemeenten gevormd hebben. En dit kan z.i. alleen langs den voorgestelden weg.
De heer Schokking merkt op dat het psychologisch moment er nu is. En psychologisch is 't ook veel waard dat er in die nieuw gestichte gemeenten nu een man is, en er geen richtingskwestie op te lossen komt. Hij acht met de rapporteerende commissie het beter de zaak te regelen in art. 11 Reglement op het godsdienstonderwijs.
De heer van der Grient is er voor en zou zelfs deze evangelisten de bevoegdheid willen toekennen de sacramenten te bedienen.
De minderheid van de commissie wil van de geheele wijziging niets weten, nóch in het Reglement op het Hulppredikerschap, nóch in het Reglement op het Godsdienstonderwijs.
De conclusie van de minderheid wordt met 10 tegen 8 stemmen verworpen, naar 'eenparige adviezen.
De conclusie van de meerderheid wordt met 10 tegen 8 stemmen aangenomen.
Daar er noodzakelijke wijzigingen in andere reglementen uit deze aanneming voort vloeien, wordt besloten het aangenomen artikel met deze wijzigingen aan het oordeel der kerk te onderwerpen.
De vergadering wordt verdaagd tot den volgenden dag.
21e Zitting van Vrijdag H Augustus. Ter tafel kwam het rapport óver de consideratiën der Kerk inzake toekenning van het actief stemrecht aan de vrouw, doch haar niet verkiesbaar te stellen. In de Prov. Kerkbesturen waren 52 voorstanders en 14 tegenstanders. Van de Class. Vergaderingen waren er 25 vóór, alsmede de Waalsche reünie, en 19 tegen. De Synode nam met 15 tegen 3 stemmen (n.l. van ds. Bongers, ds. Flieringa en ds. Barbas) aan de 'conclusie van de meerderheid der commissie van rapport, n.l. om het actief vrouwenstemrecht definitief aan te nemen en aan de persoonlijke stemming in de Prov. Kerkbesturen te onderwerpen. De minderheid was er tegen : 1. om den critieken tijd waar in de Kerk verkeert en er nu geen reden is om met dit punt de beroering nog te vermeerderen ; en 2. omdat de vrouw in den ruimsten zin genomen, niet om stemrecht vraagt.
Aangenomen werd het voorstel van de Synodale Commissie om te bepalen : De officiëele opgave (ligger van het predikantstractement) wordt opgemaakt door den Kerkeraad in overleg met de Kerkvoogdij en door beiden gewaarmerkt. Zij behoeft de goedkeuring van het Prov. Kerkbestuur op voordracht van het Class. Bestuur. Veranderingen daarin komen op dezelfde wijze tot stand. Op den ligger wordt vermeld : a. vrije woning met nauwkeurige opgave van kadastraal nummer en grootte, of bij gemis daarvan vergoeding ; het tractement, gegeven door het Rijk, de burgerlijke gemeente of eenige andere corporatie ; c. de toelage van de gemeente ; d. emolumenten.
De inkomsten, op den ligger vermeld, bedragen te samen ten minste het mininiumaanvangstractement, genoemd in het Reglement op de predikantstractementen in art. la en b.
Verder werd een voorstel van de Syn. Commissie verworpen en in plaats daarvan aangenomen een voorstel van ds. van der Grient, om te bepalen dat bij een vacature van een tractement van f 2500 een bedrag van f 1500 zal worden uitgekeerd aan de ringpredikanten, van f3000 f1700, en van f 3500 f 2000.
Ten slotte kwam in behandeling een rapport over een voorstel van de Class. Vergadering van Zutphen om de schriftelijke Kerkvisitatie af te schaffen. In de plaats daarvan zou moeten komen een bepaling in art. 16 Regl. Kerkeraden, welke aan de Kerkeraden oplegt jaarlijks zekere statistische gegevens aan de Cl. Besturen te verstrekken ter verdere, opzending aan de Synode. Dit voorstel werd in strijd met de con clusie der commissie van rapport verworpen.
22e Zitting van Zaterdag 12 Augustus. Prof. Van Veldhuizen brengt ter tafel de eindredactie van art. 3*, van art. 17 van het Algemeen Reglement, art. 2 van het Synodaal Reglement op de benoeming en art. 3 van het Synodaal Reglement voor de Kerkeraden om het toekennen van het actief stemrecht aan de vrouwelijke lidmaten en haar niet verkiesbaar zijn aan de hoofdelijke stemming van de leden der Prov. Kerkbesturen en der Waalsche Commissie te onderwerpen.
Daarna volgt door prof. Slotemaker de Bruine de eindredactie van de voorloopig aangenomen wijziging van art. 60 Reglement vacaturen (de regeling van den ligger van het Predikantstractement). Vervolgens de eindredactie van de aangenomen alinea 2 van art. 27 Reglement vacaturen (de regeling, waarbij in tijd van vacature aan den ring als het minimum-traktement f 2500 bedraagt f 1500 ; als het f 3000 bedraagt f 1700 en als het f3500 bedraagt, f2000 wordt uitgekeerd). Dan komt de eind-redactie van art. llx. Reglement Godsdienstonderwijs, met verschillende wijzigingen in andere reglementen (de regeling van de positie van evangelist-godsdienstonderwijzers in nieuw gestichte gemeenten, waar zij gedurende 10 jaar werkzaam waren). Ten slotte de eindredactie van het nieuwe Reglement op het hulppredikerschap met de o.a. daaruit voort vloeiende wijzigingen in het Reglement op het examen art. 7a, het Hooger Onderwijs, art. 12 en vacaturen art. 27 al. 3 en 4.
Vervolgens komt aan de orde het rapport van den heer De Haan over een voorstel van de Classicale Vergadering van Hoorn, tot wijziging van art. 5 en 6 van het Reglement op de Kerkeraden en andere wijzigingen in andere Reglementen. De bedoeling van de voorstellen is om de benoeming van ouderlingen en diakenen te doen geschieden door de stemgerechtigde lidmaten en de beroeping: van predikanten door de kerkeraden, zoodat de kiescolleges vervallen. De conclusie van het rapport is, die wijzigingen aan te nemen, op grond daarvan, dat dit onderwerp eigenlijk nooit onderworpen is aan het oordeel der Kerk.
De secretaris is er sterk tegen, omdat kort geleden een nieuw Reglement op de benoeming en beroeping is vastgesteld en men niet telkens weer verandering moet aanbrengen in de wetgeving.
Anderen verdedigen het bestaan van de kiescolleges ; weer anderen, al zijn ze tegen de kiescolleges, willen toch op dit oogenblik geen verandering, omdat er al zooveel punten van beroering in de Kerk zijn. Nog weer anderen wijzen er op, dat nu, door de aanneming van het vrouwenstemrecht, bijna overal kiescolleges moeten komen en dus ook deze zaak wel aan de orde is. De conclusie van het rapport wordt verworpen.
Tenslotte behandelt de heer Van der Grient een zaak van grenswijziging tusschen de gemeenten Abcoude en Weesp. De afdoening van deze zaak wordt aan de Algemeene Synodale Commissie opgedragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's