De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om ’s Heeren zegen!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om ’s Heeren zegen!

19 minuten leestijd

De HEERE zegene U uit Sion, Hij die den hemel en de aarde gemaakt heeft. Ps. 134:3.

(31 Augustus 1922).

31 Augustus. Koninginnedag !

Dan gedenkt een dankbaar volk, met oranje op de borst en oranje in het hart, dat een jaar aan het leven onzer beminde Vorstin is toegevoegd. En zij die nog niet geheel verleerd hebben voor God zich te buigen zijn er blijde mee, dat het meer en meer gewoonte gaat worden om op dien gedenkwaardigen dag des morgens naar Gods huis te gaan, om Slons God, die hemel en aarde gemaakt heeft, vroolijk te danken voor de weldaden ons volk en Vorstenhuis bewezen en bizonderlijk dan ook vuriglijk van den hemel af te smeeken, dat de late nazaat van Oranje, die nu op den troon zit, tot in lengte van dagen mag worden gezegend en lange nog mag worden gespaard !

Ook uit de stille binnenkamer is dezen morgen, door gansch ons vaderland verspreid, door velen een dankgebed opgezonden en is van den hemel afgesmeekt uit Sion een zegen neder te zenden in het Koninklijk hart en op het Koninklijk hoofd. Maar juist omdat de gebeurtenis van den dag een nationale is; moeten we niet alleen in den familiekring of in de stille eenzaamheid danken en bidden — hoe noodzakelijk en hoe goed ook, als het in eenvoudigheid en oprechtheid mag geschieden! — we moeten op dezen nationalen dag, van zóó groote beteekenis voor Koningin en Volk, ook samen naar Gods huis gaan, om daar openlijk Gods daden te gedenken en den Naam des Heeren aan te roepen in liederen, gebeden en dankzeggingen.

Omdat het een nationale feestdag is. En immers als er iets belangrijks voorvalt in het midden van de natie mag de Kerk er niet buiten komen staan. Integendeel, dan moeten de deuren van Gods huis open en het volk moet déar vergaderen met de bede, dat de Heere in het midden mag wezen en een zegen uit Sion nederdale !

Iets daarvan hebben we gevoeld in de dagen en de weken toen de oorlog werd ingeluid en een aanvang nam. Toen werden we op een hoop gedrongen en we' schuilden saam in Gods huis, daar overdenkend Zijn Woord en daar Zijn aangezicht zoekende, met onze gebeden ook met belijdenis van zonde en schuld.

God had toen ons land, ons volk, ons allen te saam iets zeggen en dan moeten we naar Zijn huis en dan moeten we luisteren naar Zijn Woord, om ons te leeren voegen in Zijne wegen. En wie zal zeggen, hoeveel zegen er van uitgegaan is, dat het volk alom toen telkens naar Gods huls opging ?

Zoo ook nu op dezen blijden feestdag.

Nu wil de Heere spreken tot ons land, tot ons volk, tot ons allen te saam, die regeeren en die geregeerd vvorden, rijken en armen, geleerden en eenvoudigen, werklieden en werkgevers — en waar de Heere onze natie wat te zeggen heeft, moeten we saam opgaan naar Zijn huis, opdat we Zijnen Naam bekennen en ons saam voegen naar Zijn geboden, wandelend in Zijne wegen.

Neen ! het zijn de slechtste tijden niet als de Heere nog spreken wil tot een volk en tot een land en als dan het volk naar Hem wil luisteren, om Zijne daden te gedenken,  Zijn Naam te prijzen en zich afkeerend van de schadelijke wegen, zich bij vernieuwing te voegen tot 's Heeren geboden !

Dat dan de Heere nu spreke ! Dat dan nu het volk hooren en verstaan mag !

Daartoe verschijne de Heere in gunste op dezen dag in het midden van dezen lande en daartoe dale de H. Geest neder in het midden des volks, om in ons te wonen, ons te sturen en bij te staan !

31 Augustus. Koninginnedag ! Nationale feestdag I

En dan denken we allereerst hieraan : dat de Heere uit Sion op ons heeft nedergezien en dat Hij in het midden van dezen lande Zijn zegen heeft nedergezonden, waar aan Vorstin en Vaderland nu gedachtig is.

Bij toenemende gevaren heeft de Heere ons bij het woeden van den wereldkrijg won derlijk bewaard en terwijl nu, na het sluiten van den vrede, ellende en jammer gevonden wordt in zoovele landen, waar de vorsten als honden zijn doodgeschoten of zonder meelij zijn weggejaagd óf met droef in ballingschap verkeeren, heeft de Heere óns volk en vaderland zoo grootelijks beweldadigd, dat er nog welvaren in dezen lande is en dat onze geliefde Koningin met haar Huis nog in ons midden verkeert, waar bij het op dezen nationalen feestdag weer gezien wordt, dat onze geëerbiedigde Lands vrouwe als een Moeder des Vaderlands door hare dankbare kinderen in stad en dorp wordt omringd, ja, als op de handen gedragen ! — En dat gedenkend in Zijn huis, roepen we dankbaar uit : Dat is van den Heere, van Sions God, van Hem alléén I

Nederland heeft een eigen geschiedenis. Een geschiedenis van eeuwen en eeuwen. En in die geschiedenis blijkt, dat de strijd om de geestelijke rechten en vrijheden, dat de worsteling om geloofsvrijheid, gewetensvrijheid en nationale vrijheid een lange en bange worsteling is geweest, waar in ons land een geheel  enige plaats inneemt in de wereldhistorie. Maar in die eeuwengeschiedenis v.an nationale wosrteling staat met lichtende letteren geschreven, dat de Heere heeft doen triumfeeren, waarbij telkens onze natie wel de stem mag verheffen om Sions God te prijzen, te meer, wanneer als een donkere achtergrond dan de geschiedenis van andere volkeren dient ; een donkere achtergrond waarop zich zulke vreeselijke dingen laten zien, waarbij wij, als volk van Nederland, hebben uit te roepen : „Heere, waarom wij niet en zij wel ? waarom wij wel en zij niet ? "

Sions God heeft gezegend in de vorige eeuwen ; Sions God heeft gezegend in deze tijden.

Nederland als het Israël van het Westen 'heeft in ruime mate de trouwe en de liefde van Sions Bondsgod mogen ervaren, wat vooral op nationale feestdagen in Gods huis in het midden des volks weer moet verteld worden. Geen land met zulk eene geschiedenis ! Geen geschiedenis, waarin méér uitkomen Gods groote daden, waarbij de Heere uit Sion wilde zegenen. Hij, die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

En wat in die geschiedenis klaarlijk openbaar wordt is dit, dat de Heere, Die gedachten des ontfermens over ons land en volk had, van ouds Nederland met Oranje en Oranje met Nederland heeft verbonden. Zijn hand heeft die twee saamgebracht en Neerlands volk zal altijd moeten getuigen, dat Sions God, Die hemel en aarde gemaakt heeft, Nederland zoo grootelijks heeft willen zegenen door Oranje.

Neen ! het gaat niet om in een oogenblik als we nu hebben alle gangen der geschiedenis te doorwandelen. Maar waar we het historieboek opslaan vanaf de dagen onzer worstelingen met Spanje in de 16de eeuw tot op den huldigen dag, nu heel de wereld beroerd is en alle volkeren worden geplaagd, overal vinden we in onze volkshistorie den naam van Oranje en we zien ze in den geest nu aan ons oog voorbij gaan die lange rij van Oranjeprinsen en vorsten, waarvan de Vader des Vaderlands, die biddend voor ons v.olk stierf de eerste is en onze geliefde Koningin, met prinses Juliana, naar vader Willems moeder genoemd, de heroïeke rij sluit voor 't oogenblik.

Vier eeuwen schier is Nederland met Oranje en Oranje met Nederland op 't innigst verbonden en als we daarop acht geven, dan moeten we wel geheel verblind zijn, als we niet uitroepen : wat heeft Nederland veel aan Oranje te danken en wat heeft Sions God, die hemel en aarde gemaakt heeft en alle dingen stuurt naar Zijn raad en alle dingen doet naar Zijn welbehagen, ons land en ons volk in Oranje grootelijks willen zegenen !

Denk u een oogenblik Oranje weg uit onze volkshistorie — wat voor een recht geaard Nederlander schier onmogelijk is.

Denk u Oranje weg — waar zou de leidsman zijn geweest, die groote Mozes, die ons volk uit het diensthuis van Spanje's tyrannie verloste en tot een vrijen zelfstandigen staat had gemaakt ?

Is het Gods bizondere zorge over dezen lande niet, die aan de benarde gewesten van ons Vaderland in het hachelijkst tijdsgewricht in Oranje een redder en verlosser beschikte, die niet alleen zijn geld en goed,  maar zijn leven voor ons Vaderland veil had?

In het martelaarsbloed van Prins Willem van Oranje, die de vrome Juliana tot moeder had, is de band bezegeld, die Nederland en Oranje verbonden heeft. En zooals de aanvang was, zoo is het steeds gebleven. Willems broers stierven om ons volk te helpen, Willems zonen, eerst Maurits en daarna Frederik Hendrik, hielpen als veldheer en stedebedwinger onze natie in de donkere dagen van bange worsteling en schrikkelijk lijden. En het is alsof de adel van het genie in het geslacht van Oranje overerfelijk was, want Willem II zou, volgens Johan de Wit -en die kon het weten — de grootste der Oranjes geworden zijn, maar is vroeg gestorven. Waarop Willem III volgde, de Koning-Stadhouder, op wien de Engelschen als koning trotsch zijn, op wien wij roemen als den bevrijder, in Gods hand, toen Lodewijk XIV, de Fransche Zonne-Koning, als een bloeddorstig beest ons gemeenebest besprong. Toen was de Regeering —Oranje had men op zij gezet en men wilde zonder stadhouder zijn — radeloos, het land was reddeloos en het volk was redeloos.

Maar toen was het weer het oogenblik, dat het gemis van Oranje gevoeld wordt ; dat Nederland niet zonder Oranje kon ; en zóó redeloos was het volk niet, of ten spijt van de Regenten, die Oranje benijdden en haatten, riep het weer om Oranje. En de Prins van Oranje, zwak naar 't lichaam, maar bezield met een geestkracht, zóó sterk dat hij aller bewondering afdwong, gaf zich aanstonds en gaf zich geheel en het is nu juist 250 jaar geleden, dat andermaal Nederland met Oranje's hulp en onder Oranjè's leiding werd vrij gevochten, hoewel schier heel Europa een verbond gemaakt had om het onder den voet te loopen, waarbij Lodewijk XIV de groote intrigant was, die ook het Protestantisme den dood had gezworen.

Door de rijkste geestesgaven hebben de Oranjevorsten uitgemunt en onschatbare diensten hebben zij aan ons volk bewezen wat van den Heere geschied is, die hemel en aarde gemaakt heeft en die uit Sion Zijn zegeningen zond.

En al taande bij het optreden van de latere stadhouders uit het Friesche stamhuis de aloude luister der Oranjevorsten ; al scheen zelfs, tóén de Fransche revolutiegeest hier binnen dromg en jong en oud, rijk en arm dansten rondom den vrijheidshoed, "dat de band met Oranje voor goed stond verbroken te worden — nauwelijks was de overheersching van Napoleon geëindigd en herrees Nederland als vrije staat, of het riep Oranje weer uit zijn ballingschap terug en schonk het een Koningskroon.

De liefde voor Oranje zat te diep in het hart van ons volk ingeworteld ; ze kon een oogenbliik schuil gaan, maar vernietigd worden kon ze niet. Dat bleek zoo treffend ook in de jaren, die achter ons liggen, die vreeselijke oorlogsjaren toen Oranje over Neder land waakte als een Moeder over haar kind en Nederland op Oranje vertrouwde als een kind op z'n moeder.

En toen in heel Europa de revolutiestorm rondwaarde en de machtigste vorstenhuizen van den troon werden afgestooten — toen ook slechte vaderlanders, als socialisten en communisten en anarchisten zijn, hier Oranjè's kroon wilden afstooten en Oranjè's troon wilden neerhalen — toen schaarde het beste en het grootste deel van ons volk zioh warmer dan ooit om onze Vorstin — ze spanden de paarden af van haar wagen — ze zongen haar toe, waarbij in duizenden oogen een traan gezien werd : dat 's Heeren zegen op u daal, Zijn gunst uit Sion u bestraal !

Ons volk weet het, ons volk voelt het, dat de zuilengangen onzer historie vol hangen van de echo der kloeke datten van Oranje. En wij spreken het blijde en dankbaar uit ook op dezen gedenkwaardigen feestdag, waarop het weer bij vernieuwing uitkomt dat een rechtgeaard Nederlander' Oranjebloed in z'n aderen heeft : dat Sions God, die hemel en aarde gemaakt 'heeft en alles stuurt naar Zijn welbehagen, Nederland grootelijks gezegend heeft in en met Oranje.

En genoten zegeningen doen ons bidden, dat de zegen van Sions God moge blijven en ook in de komende tijden mag worden bestendigd, vernieuwd, bevestigd en vermeerderd.

Psalm 33 : 11.

De Heere heeft naar Zijn welbehagen gansch de historie door ons Nederlandsche volk rijkeiijk willen zegenen en niet 't minst uit de gave van Oranje.

Die goede Vaderlanders zijn die weten dat ; die willen het ook telkens weer hooren ; die willen 't hunnen kinderen inscherpen —die willen den Heere er voor danken, vooral op nationale feestdagen als nu er één ons geschonken is.

En beseffende wat voorrecht wij als volk van Nederland genieten mogen in het bezit van een nazate der Oranjè's, klimt nu de bede op van groot en klein : dat Sions God Oranje nog lange spare en voor Nederland ook in de komende jaren tot een rijken zegen mag doen zijn.

Want Oranje is véél geweest voor Nederland.

Dat was zoo in 1572, toen de vrije Nederlandsche Staat geboren werd ; dat was zoo in 1672, toen de pasgewonnen vrijheid weder dreigde verloren te gaan ; dat was zoo in 1813 toen Nederland hersteld werd in de rij der natiën ; dat was zoo in 1914, toen ons land beklemd werd tusschen oorlogvoerende volkeren ; en als een stoppelveld werd bedreigd door voortjagende vlammen; dat was zoo in 1918 toen ook hier de revolutiestorm opstak om ons land mee te maken tot een chaos  tot een hel.

En daarom danken wij op dezen 31sten Augustus met groote innigheid onzen God voor het bezit van Oranje, voor het bezit van Koningin Wilhelmina — en voor de toekomst van land en volk voelen we, dat het mee van het grootste belang zal zijn, dat Neerlands volk zich blijft scharen rondom Oranjè's troon en dat Sions God Oranje blijft zegenen en ons ten zegen stelle.

De verhoudingen tot het buitenland zijn vaak zoo moeilijk en vooral nu liggen overal voetangels en klemmen. "

De binnenlandsche politiek en maatschappelijke verhoudingen zijn zoo ingewikkeld.

En dan voor een Vrouw, om recht en gerechtigheid te oefenen In, alles —• hoe moeilijk, hoe zwaar is de-taak die onze geeerbiedigde Vorstinne op de handen is gelegd !

Zien we in het buitenland niet, dat het gevaar zoo groot is voor hen, die met macht bekleed zijn, om geweld te oefenen en zoo zich zelf te verrijken, maar omrecht te doen aan het volk, aan de Kerk, aan de school, aan het gezin ?

Dan wordt de politiek vergiftigd, dan wordt het volk gekweld, dan wordt het land tot een moordkuil, dan wordt alles als een hel ! "

Zulks begeert onze Koningin niet. Als een echte Oranje is haar levensspreuk „ik zal handhaven" — om op te komen voor recht en gerechtigheid en, zoo noodig, zich zelf te geven met lijf en goed.

„Lijf en goed" hebben de prinsen van Oranje voor ons volk veil gehad, gelijk het 4de couplet van het „Wilhelmus" 't naar waarheid zegt. En we hebben een Vorstinne nu, die niet minder over heeft voor haar volk dan haar vóórzaten.

„Voor Godes Woord te leven, voor Godes zaak te sterven" hebben Vader Willem en zijn nakomelingen als leuze aangeheven — en we hebben een Koningin die zich niet schaamt voor haar belijdenis en die in het wufte Parijs, staande aan den voet van het standbeeld van Gaspard de Coligny, openlijk uitsprak : hert is mijn levendige wensch, dat een ieder, die Christus als zijn Zaligmaker kent, in dat geloof worde versterkt en dat wij allen steeds meer waaraohtige getuigen des Heeren mogen zijn".

Wanneer wij daaraan denken, dan kunnen we met onzen Oosterschen zanger Da Costa zingen :

„Het beste, dat in Neêrland kwam. Was, na Gods Woord, de Oranjestam".

En we stemmen in met den Nederlandschen dichter Beets, die zong :

„Oranje boven ! blijv' de kreet In nood en dood, in lief en leed ; Geen andre ga daar boven. Dan waar wij God meê loven !"

Onschatbare zegeningen heeft Nederland in en door Orahje ontvangen van den Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft en alle dingen stuurt naar Zijn welbehagen. Gezeten onder dien Oranjeboom is Neerlands natie veel goeds (geworden : volksvrijheid — volksgeluk — volkswelvaart — volkséénheid. —

Gesproten uit den Vader des Vaderlands met zijne beide zonen Maurits en Frederik Hendrik, de laatste geboren uit Louise de Coligny — staat de Oranjeboom met driedubbelen wortel in Neerlands bodem ingegroeid ; en in de prinsen Willem II, Willem III, Willem IV en Wllem V heeft de Oranjeboom breed zijn takken uitgeslagen over Neerlands volk tot bescherming ; en door Gods goedheid heeft de Oranjeboom daarna Koninklijke vruchten gedragen in Koning Willem I, Willem II en Willem III — waarbij wij in onze dagen zoo gaarne zien op onze Koningin Wilhelmina en haar doch ter Juliana, onze Kroonprinses, in wie de bloesem bloesemt met belofte van vrucht.

Heerlijke gave Gods die Oranjeboom !

Wat Asaf zingt in Ps. 80 van Israël, die als een wijnstok uit Egypte werd overgeplant in Kanaan kunnen we óok zeggen van den Oranjeboom :

„Gij zelf hebt gunstig hem geplant. Voor hem de volken uitgeroeid. Hem plaats bereid, hem mild besproeid".

Mild besproeid — heeft de Heere den Oranjeboom.

En dan denken we aan den boom, die nu zoo schrikkelijk gehavend is.

De, prinsen van Oranje zijn gestorven, en slechts een vrouw bleef ons gespaard.

Die vrouw heeft slechts ééne dochter, onze veelgeliefde Prinses Juliana.

En dat doet ons aanloopen met onze gebeden ook bizonderlijk op dézen dag tot Gods troon, om van Neerlands God af te smeeken, dat Hij den Oranjeboom toch spa­re en beware en zegene, opdat hij lange, lange nog staan mag in het midden des volks, als een boom van God geplant in Neerlands wondertuin !

Hij, die een afgesnedene zaak doet op aarde, is daartoe de Machtige.

En waar het dan voor Koningin en Vader land, voor Nederland en Oranje 't meest op aankomt is dit : dat men saam mag belijden : „Mijn schilt ende betrouwen, sijt ghij, o, Godt mijn Heer."

Ook onze Koningin is een mensch, die van nature onbekwaam is tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad. En al is zij een Oranje, al draagt zij een gouden kroon en al is zij op een Koningstroon gezeten, zij is van nature niet anders dan blind en dwaas, ja, een vijand van God en Zijne gerechtigheid.

Ook zij kan alleen van de genade Gods in Christus leven. Alleen door den H. Geest geleerd en geleid kan en zal zij in rechte sporen gaan. En daarom denken wij bizonderlijk op dezen dag aan de bede : Dat 's Heeren zegen op haar daal', Zijn gunst uil Sion haar bestraal'.

O ! dat geduriglijk voor Haar gebeden mag worden. Voor Haar, die onder de vorsten der aarde al mee vooraan staat door haar geloof en haar belijdenis, maar alles van den Heere moet ontvangen, uit Sion, om iets te mogen bezitten en iets te kunnen doen !

Dat Zij, als Koningin, dan gedragen mag worden op de vleugelen des gebeds en dat het volk, dat bidden geleerd heeft. Haar geduriglijk opdragen mag aan 's Heeren genadetroon.

Dat zij ook Zelve in het gebed haar kracht mag zoeken en dat Zij uit Sion, haar wijsheid mag ontvangen.

Een biddend volk omringe Oranjè's troon.

En een biddend volk voelt in onze dagen dat er zooveel te vragen is van onzen God.

Want hoe staat het met de volkeren ? Hoe staat het met ons volk ?

Willen we mét onze Vorstin aanheffen : Mijn schilt ende betrouwen, syt ghij, o, Godt mijn Heer" ?

Willen we wandelen in paden van recht en gerechtigheid, onze zaligheid zoekende in Jezus Christus bekennende Zijnen Naam?

Wij worden het dagelijks zoo gewaar, dat van den zondendienst zoo groote bekoring uitgaat. Het is algemeen, zoo in het buitenland, maar ook hier, een zoeken van de dingen der wereld. En als vrome christenen te leven en Zijn heilzaam Woord aan te nemen — zooals het „Wilhelmus" 't zoo schoon zegt — wordt helaas ! zoo weinig aangetroffen, zoo hier als elders.

De eenvoud, de degelijkheid, de eerlijkheid, de betrouwbaarheid schitteren niet meer uit als volksdeugden onder ons.

De geest van eenheid, van saamhoorigheid, van onderdanigheid, van vaderlandsliefde, van trouw, van Godsvrucht vooral, is helaas ! vaak zoek onder rijk en arm, onder geleerden en eenvoudigen.

En een volk, dat zich gaat afwenden van den Heilige Israels, om terug te vallen tot de zonden der eerste wereld en dat gaat wandelen iri de zonden van Sodom en Gomorra •— dat zal gewisselijk ervaren, dat de Heere een Heilig God is, die de zonde niet ongestraft laat.

Zal Nederland dan voor Oranje en Oranje voor Nederland ten zegen zijn, dan zal men saam hebben te wandelen in de vreeze des Heereri.

Dan zal Gods Naam moeten worden beleden, Gods zaak worden voorgestaan, de eere des Heeren worden gezocht op elk terrein des levens.

En als zóó niet de leuze zij : Nederland en Oranje —• maar : God —• Nederland en Oranje, dan zal het ervaren worden, dat een drievoudig snoer niet verbroken wordt.

O, God te dienen is ten slotte het hoogste en het heerlijkste.

Dat is het hoogste en heerlijkste voor een Koning, voor een Koningin.

Dat is het hoogste en heerlijkste voor een land, voor een volk.

En dubbel heerlijk is het, als land en vorst, «als volk en Koningin het hierin eens zijn : „wilt doch niet het tijdlick soet 'n stellen boven het eeuwighe goet".

Dat Oranje hief in Nederland tot een zegen zij, ook in deze bange tijden.

En waar ook onze Vorstin uit en van zich zelve tot geen goed ding bekwaam is, daar bidde al het volk te saam :

„De God van Vader Jacob beure Haar in een hoog vertrek ! Hij doe in gunstrijk welbehagen Uit Sions tempelzalen Om Haar te helpen en te schragen Zijn zegen nederdalen ! (Ps. 20 : 1).

Of om met het woord van den 134sten Psalm te spreken :

Dat 's HEEREN zegen op Haar daal' Zijn gunst uit Sion Haar bestraal!  Hij schiep 't heelal. Zijn naam ter eer. Looft, looft dan aller heeren HEER !

(Dit woord is gesproken in den dank-en bedestond welke gehouden is op 31 Aug. j.l. in de Groote Kerk te Rotterdam. Gezongen is Ps.. 75 : 1 en 4 ; Ps. 33 : 11 ; Ps. 134 : 3 ; Ps. 72 : 11. Na het uitspreken van den zegen het 1ste en 6de couplet van het Wilhelmus).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Om ’s Heeren zegen!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's