De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

7 minuten leestijd

Nieuwe beperkingen.

Bij Nota van Wijzigingen op het wetsontwerp tot wijziging der Lager Onderwijswet 1920 heeft de Minister van Onderwijs de duimschroef nog een slag verder omgedraaid teneinde noodelooze versnippering van Bijzondere Scholen, waaruit opdrijving, van kosten voortvloeit, tegen te gaan.

Thans wordt door de regeering voorgesteld, dat bij aanvrage om gelden voor den bouw van Bijzondere Scholen eene verklaring zal moeten worden over gelegd, waaruit blijkt, dat de school zal worden bezocht voor gewoon Lager Onderwijs :

in eene gemeente met meer dan 100.000 ingezetenen door tenminste 200 leerlingen ;

in eene gemeente met 50.000 tot 100.000 ingezetenen door ten minste 170 leerlingen ;

in eene gemeente met 20.000 en meer doch minder dan 50.000 ingezetenen, door ten minste 140 leerlingen ;

in eene gemeente met 10.000 en meer doch minder dan 20.000 ingezetenen, door ten minste 100 leerlingen ;

in eene gemeente met 5000 en meer door minder dan 10.000 ingezetenen, door ten minste 75 leerlingen ;

in eene gemeente met minder dan 5000 ingezetenen door ten minste 40 leerlingen.

Al deze cijfers van leerlingen betreffen, zooals wij hierboven aangaven, de scholen, bestemd voor gewoon Lager Onderwijs. Voor scholen bestemd voor Uitgebreid Lager Onderwijs zijn de cijfers van het getal leerlingen respectievelijk 75, 54, 42, 36, 30 en 24 leerlingen.

Echter acht de Minister, dat met het stellen van deze minima van leerlingen, voor de oprichting van eene Bijzondere Scliool vereischt, nog niet in alle opzichten het beoogde doel zal worden bereikt, vandaar dat als tweede eisch moet worden gesteld, dat bij de hierboven bedoelde aanvrage ook het bewijs worde geleverd, dat de instelling of Vereeniging voor de nieuwe school is toegetreden tot een groep van Schoolbesturen, die eene oommissie van beroep, als bedoeld in art. 89, achtste lid der L.O.-wet, hebben ingesteld.

Door dit laatste te vorderen, verwacht de regeering, dat in eigen kring preventief toezicht op de stichting van nieuwe scholen zal worden uitgeoefend, waardoor de uitvoering van lichtvaardig opgezette plannen voor schoolbouw zal worden voorkomen.

Plaatsen wij nu tegenover deze tweeledige verzwaring der bepalingen voor de oprichting van eene Bijzondere School, wat de Nota van wijzigingen voorstellt ten aanzien van het beschikbaar stellen van Openbaar Onderwijs, te weten, dat afwijking van de bepaling, dat in elke gemeente (wij cursiveeren) voldoend Lager Onderwijs gegeven wordt in een genoegzaam aantal scholen (d.w.z. Openbare Scholen) indien de ouders, voogden of verzorgers van 25 .of meer leerplichtige kinderen (de wet stelt het 7de leerjaar verplichtend) blijk geven, dat zij Openbaar Onderwijs voor deze kinderen in eene gemeente verlangen, of zoolang nog 18 of meer leerplichtige kinderen de bestaande Openbare School bezoeken, niet kan worden toegelaten, dan wil het ons voorkomen, dat ook al worden voor de Openbare School ; de aantallen respectievelijk van 12 en 8 verhoogd .tot 25 en 18, de Minister toch een ietwat zonderling begrip heeft, om geen andere uitdrukking te bezigen, van wat art. 192 der Grondwet bepaalt, ten aanzien van de gelijkstelling van het Bijzonder met 't Openbaar Onderwijs.

Zeker, een ieder - zal in dezen tiid van financiëelen nood, waarin zich de schatkist bevindt, zich hebben te beijveren, om ook op schoolgebied groote matiging te betrachten, maar dan moet deze deugd niet alleen door de voorstanders van de Bijzondere School, maar even goed ook door de voorstanders der Openbare School beoefend worden.

De regeering, die bij deze matiging de leiding moet geven, gaat hier echter zeer eenzijdig te werk.

De vrijheid van ons Onderwijs.

Wij scharen ons openlijk bij degenen, die van oordeel zijn, dat de vrijheid van ons bijzonder Christelijk onderwijs voor een deel weg is en dat bij elke wetswijziging die vrijheid hoe langer hoemeer verloren gaat, gelijk met name blijkt uit de laatst voorgestelde z.g.n. technische herziening.

Het is jammer, dat het zoo geloopen is en dat het nu nog meer de richting van Staatsbemoeiing uitgaat, waardoor we hoe langs hoemeer krijgen een Staats-openbare en een Staats-bijzondere school. Maar het zou een voorrecht wezen, als de oogen er voor open gaan en alle oude, echte voorstanders van ons bijzonder Christelijk onderwijs zich nu schouder aan schouder plaatsten tegenover de pogingen van Minister de Visser (of zijne ambtenaren) om onze Scholen met den Bijbel in het verkeerde spoor te duwen. Een algemeen protest mag hier niet uitblijven, waarbij we niet op zij moeten gaan als men ons dan zal vragen : zijt gij u dan niet bewust, dat we in zulke financieel moeilijke tijden leven ? en wilt gij dan niet mee doen met het streven naar bezuiniging ? Want dan moeten we maar kloek en flink en fier antwoorden : ja,

Maar zijn wij, voorstanders van het Christelijk onderwijs, ons wèl van bewust en wij willen juist gaarne meedoen om te bezuinigen, zelfs .meer dan 'Gij, Minister (of ambtenaren) die met de z.g..n. technische herziening van de wet van 1920 komt ! Want wij willen niet alles in handen van Vadertje Staat leggen, opdat de Staat alles betalen zal ; wij willen juist het particulier initiatief inzake het onderwijs benutten en wij verkiezen niet, dat de Staat alles tot in de minste bizonderheden regelt, maar wij beminnen onze vrijheid in dezen, in onderworpenheid aan een eenvoudige, verstandige, zuinige wet.

Wij mogen het niet dulden, dat de bijzondere school hoe langs hoe meer geheel naar het model van de openbare school wordt ingericht ; dat het aantal kinderen, dat noodig is om een school te stichten, straks zóó hoog zal zijn, dat het in menige gemeente schier onmogelijk zal zijn om een School met den Bijbel te krijgen (wel een Openbare School natuurlijk !) ; dat het aantal onderwijzers precies wordt afgeteld en het dan niet meer vrij zal staan om uit eigen middelen een leerkraoht daarbij te nemen ; dat de wachtgelders straks gedwongen zullen kunnen worden om een ongevraagde en ongewenschte benoeming aan een Openbare School aan te nemen, enz.

Neen, we mogen niet dulden, dat straks alles en alles in handen zal komen van een Staats-college, welken naam dat dan ook drage. En daarom moet nu alarm geblazen worden en we moeten saam ons bezinnen, om te toonen, dat we geen aanslagen op 's Rijks schatkist bedoelen en op de meest eenvoudige manier onze eigene Scholen met den Bijbel weten te bouwen en te onderhouden, als ons slechts gelijk recht gedaan wordt als aan de Openbare School die ook zoo eenvoudig mogelijk behoort te worden ingerlcht.

Het verblijdt ons, dat eerst op de vergadering van Christelijk Nat. Schoolnuiderwijs door ds. B. van Schelven, ds. M. van Grieken, den heer J. Gras, directeur van de Kweekschool te Gorinchem, den heer R. Venema, directeur van de Kweekschool te Amsterdam en anderen zoo gesproken is en dat daarna breedvoerig en ernstig door de Unie „Een School met den Bijbel" deze zaak onder de oogen is genomen. Met dit gevolg, dat door de Unie „Een School met den Bijbel" de volgende motie met algemeene stemmen Is aangenomen :

„Het Bestuur der Unie „Een School met den Bijbel",

kennis genomen hebbende, van het wetsontwerp tot herziening der L.O.wet 1920 ; (Gedrukte Stukken 1922, no. 201) ;

overtuigd, dat dit wetsvoorstel ons nog verder zal voeren op den weg, waarlangs de School met den Bijbel van haar vrijheid wordt beroofd en het particulier initiatief wordt gedood ;

spreekt als zijn meening uit, dat, overeenkomstig het Gewijzigd Unierapport, noodzakelijk gestreefd moet worden naar verzekering van de vrijheid van het bijzonder onderwijs, versterking van het particulier initiatief en opwekking van de in de maatschappij schuilende krachten, waardoor tevens eon groote bezuiniging op de Onderwijsuitgaven zal verkregen worden ; 

en besluit den Schoolraad uit te noodigen een commissie te benoemen om hem te dienen van advies ter zake van de te gebruiken middelen ter bereiking van dit doel."

De Schoolraad heeft in zijn vergadering van Donderdag 5 October deze motie aangenomen en heeft met algemeene stemmen besloten een commissie, als door de Unie „Een School met den Bijbel" bedoeld, te benoemen.

't Geldt hier een zoo ernstige zaak van zoo breed en algemeen belang, dat we aller aandacht voor deze aangelegenheid vragen, met den wensch en de bede dat ons bijzonder Christelijk onderwijs niet erger nog zal worden geknecht en gebonden, maar spoedig weer meer vrijheid zal ontvangen, onder gelijke rechten met de Openbare School.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's