De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden

5 minuten leestijd

Geachte Redactie,

In aansluiting met : „Men schrijft ons" van de vorige week mag ondergeteekende misschien wel een klein plaatsje in „De Waarheidsvriend."

Het handelt weer over art. 28 der L.O. wet. Echter nu over het 8ste lid. In het 7de lid van art. 28 staat het volgende : Waar die grondslag tengevolge van het tijdstip van oprichting der school niet kan worden vastgesteld, geldt 't aantal leerlingen, dat op den laatsten dag der maand, volgende op die, waarin de school geopend is, als werkelijk schoolgaande beleend staat.

Nu is onze School voor U.L.O. geopend 1 December 1921 met 67 leerlingen. Een grondslag van 4 tellingen in 1921 kon dus niet worden gelegd, weshalve voor ons gold de telling op 30 Januari 1922 zijnde 70 leerlingen. Dat is dus voor de maand December 1921. Ja, maar ook voor '22, zeiden de diverse uit leggers van dit artikel. En hoewei de tellingen In 1922 aan onze nieuwe school een gemiddeld van ruim 100 zullen leveren, moeten we het voor 1922 stellen met het personeel berekend naar 70 leerliingen.

Gelukkig heeft men nu bij de technische herziening voor dit inconvenient der nieuw opgerichte scholen oog gehad Nu luidt dit lid (thans 8) : Waar die grondslag tengevolge van het tijdstip van oprichting der school niet kan worden vastgesteld, geldt voor het jaar der opening van de school het aantal leerlingen dat op den laatsten dag der maand, volgende op die, waarin de school geopend is, als werkelijk schoolgaande bekend staat (Dat is dus eender gebleven).

En voor het daarop volgende jaar het gemiddelde van zooveel tellingen op de in het vorig jaar bedoelde tijdstippen als kunnen plaats hebben. De toelichting zegt daaromtrent: Deze wijziging is noodig om voor nieuw geopende scholen waardoor stijging te wachten is van het getal leerlingen, die nadeelige gevolgen w.eg te nemen, welke blijken voort te vloeien uit de strikte toepasslng van dit lid.

Bij oppervlakkige lezing dacht ik: Gelukkig, nu komen we uit de knel.

Maar, o schrik, deze tegemoetkoming brengt onze school nog verder in den put.

Nu geldt, omdat onze school 1 Dec, geopend werd; voor de eene maand in 1921, als grondslag de telling van 31 Jan. zijnde 70 leerlingen en voor het heele jaar 1922 de eenige telling die wij hebben in '21 n.l. 15 Dec. zijnde 67 leerlingen. 'De „technische" zou ons Bestuur dus een strop bezorgen van een leerkracht zelf betalen. .Dit geldt dus voor alle nieuwe scholen, die tusschen 1 Nov. en 31 Dec. 1921 geopend zijn.

Deze nieuwe scholen worden dus gedupeerd juist tegen de uitgesproken bedoeling van den wetgever in. Mijn vrees voor dezen nieuwen strik is daarom niet zoo erg groot. Daar zal natuurlijk wel iets op gevonden worden. Maar wat? Wetten maken lijkt me erg moeilijk. Daarom geef ik mijn omschrijving van den slotzin in lid 8 voor beter, echter in alle bescheidenheid dunkt me dat de billijkheid voor alle nieuwe scholen het dichtst benaderd wordt, wanneer er komt te staan : En voor het daarop volgende jaar het gemiddelde van de op bedoelde tijdstippen in dat jaar gehouden tellingen.

Met vriend, dank voor de plaatsing,

P. A. VAN SCHUPPEN,

hoofd eener nieuw opgerichte Kopschool te Delft.

HONGER EN NAAKTHEID.

Een bede aan Nederland's Christenen ten behoeve van de Kerk in Brunswijk.

Tijdens onze vacantie in den Harz kwamen wij ongezocht in aanraking met de predikantenwereld aldaar en in 't Brunswijksche. Wat wij zagen en hoorden was huiveringwekkend. Enkele dagen brachten wij door met een predikantszoon van 17 jaar, wien de honger de oogen uitkeek. Als lijfgoed droeg hij een hemd, uit juten-zakken gemaakt, en daarover heen een versleten buis. Hij behoorde tot een familie, die het finantiëel tamelijk goed had, vergeleken bij den schreienden nood in de andere pastorieën. Hij deed ons over de ambtgenooten zijns vaders verhalen van honger en ellende, die ons de haren ten berge deden rijzen, maar ging 's morgens ook zelf zonder boterham, op een enkel bord waterpap naar school.

Wij besloten ons in verbinding te stellen met den Oberkonsistorialrath Wicke te Wolfenbüttel. Deze verschafte ons op verzoek uitvoerige inlichtingen over een veertiental der aller-armste predikanten, die geen eigen vermogen hoegenaamd hebben, evenmin als een tuin om er uit te eten, en die een vol jaar moeten doorkomen met een tractement, dat, naar onzen muntstandaard berekend, ongeveer f IO0— tot f 180.— bedraagt. Er zijn er bij met 7, 6, 4 en 2 kinderen. Het hongerspook is in die huizen binnengetreden. Afgrijselijk is er de ellende.

Al wat waarde had, is verkocht. Krediet wordt niet meer gegeven. Juist in Brunswijk is de toestand het treurigst. De regeering staat er, anders dan b.v. in Pruisen vijandig tegenover de Kerk, en keert geen penning méér dan vóór den oorlog uit. Eigenlijk leeft de Kerk er onder de vervolging. Voor het geestelijke leven is dit geen kwaad. Er is, nu op school geen godsdienstonderwijs meer gegeven mag worden, behoefte aan catechetisch onderwijs en gemeentelijke samenkomsten ontstaan. Wel zijn er velen van de Kerk afgevallen, maar de kern weert zich dapper en in vol vertrouwen op den God, dié zo vaak "een vaste burcht gebleken is.

Wie helpt ons om de veertien bpvengenoemde gezinnen in den komenden winter voor honger en naaktheid te bewaren ? Met een paar duizend gulden is hun ondergang te voorkomen. Wij vragen uw giften om Christuswil, in Zijn Naam en in naam der ééne, heilige, algemeene Christelijke Kerk, die over alle landsgrenzen heen schuift en immers door den Geest der ontferming, bezield wordt.

Ds. J. J. KNAP, te Groningen. Ds. A. N. TONSBEEK, te Kethel. H. J. VAN ROSMALEN, Hoofdcommissaris van Politie te Groningen.

J. H. KOK, te Kampen.

P.S. Ter voorkoming van onnoodige kosten noodigen wij de weldadigen uit de giften bij voorkeur aan den eerst-ondergeteekende te zenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's