Op Kerkelijk Erf
XXIV.
Kerkorde én Confessie.
Wij noemden de evangelisaties in zekeren zin ; , doleerende Kerken en doelden daarmede op de eigenlijke beteekenis van het woord „smart lijden", dat dus wordt gebezigd van een Kerk, die lijdende onder den druk van welke vreemde macht dan ook, strijdt om tot een geordenden staat te komen, een Kerk, , die naar de belijdenis niet kan leven en zulks hartelijk begeert. De historie leert, dat zulke tijden vaak niet tot de minst vruchtbare perioden behooren, vooral wanneer overheid of heidendom haar met vervolging dreigen en naar het leven staan. In zulke vervolgingssmarten werd de Christelijke Kerk geboren en ontplooide haar wereldoverwinnende kracht, terwijl op haar zegepraal steeds weer tijden van geestelijke inzinking en innerlijke verbrokkeling volgden. Ook in de reformatie kwam de tegenstand en vervolging ten goede aan den opbloei van de Kerken der hervorming, om na dien gestadig aan geestelijke kracht te versterven en aan invloed op het volk in te boeten.
Niet zonder grond zouden wij dus kunnen beweren dat de Kerk van Christus door alle tijden heen smart lijdt, overeenkomstig het Woord des Heeren, in de wereld zult gij verdrukking hebben, doch aan den lijve wordt dit ervaren, als de strijd gaat tegen vleesch en bloed, dus in tijden van vervolging. Minder scherp wordt dit onderscheiden, als het zwaard der vervolging rust. Zoodra de vrede naar buiten tot stand kwam, ondervond de Kerk steeds weer, dat zij den strijd niet heeft tegen vleesch en bloed, maar tegen geestelijke boosheden, die in de lucht zijn. In de ontwikkeling van het proces des geestes ontkomt zij nimmer aan den invloed dier beginselen, die innerlijk strijdig zijn met de positieve Christelijke religie en veelal geleidelijk en zonder grondig ontdekt te zijn aan hun vijandig karakter in de Kerk worden binnengeloodst. Ook in de voorafgaande eeuwen kan zulk een proces worden aangewezen, dat ondanks het dapper verweer van mannen als Koelman in zijn „Het vergif der Cartesiaansche philisophie grondig ontdekt", ca., allengs een rationalistischen geest in het volk ook binnen de Kerk deed postvatten, die aan de beginselen der Revolutie een vruchtbaren voedingsbodem bereidde en ten slotte uitliep op de Revolutie, met al de gevolgen, die dit voor de verdere ontwikkeling van Staat en Kerk medebracht. Een dier gevolgen is de vrijheid en gelijkstelling van godsdienst. Wil men hierin een achterstelling van den Christelijken godsdienst zien en een miskenning van de natie als Christelijke natie, dan is dit niet van grond ontbloot, doch de gemeente des Heeren gelooft, dat God Zijn Kerk in stand houdt op aarde tot aan de voleindiging. Deze dingen geschieden dan ook niet toevallig. De innerlijke verzwakking van het kerkelijk leven, die gevolg werd van de dooreenmengeling van elkander vijandige geesten, stond de Kerk in den weg aan de vervulling van haar roeping. Verdord en verziekelijkt, was zij niet in staat een krachtig protest te doen hooren en de maoht van het Kruis te ontwikkelen tot overwinning van den revolutionairen geest, wijl zij van de smetten .der revolutie zelf niet was vrij gebleven. Ontrouw in de handhaving der gezonde leer en de oefening der tucht, werd zij een schouwtooneel van verdeeldheid en ongerechtigheid en met machteloosheid geslagen, toen de geest van rationalisme en revolutie overwon. Het fundament der Waarheid, het Woord des Heeren, kwam in verachting, naarmate de alom gewenschte verlichting des volks naar de beginselen van een aan de religie van Christus vijandige wijsbegeerte, stelselmatig 't gezag der Schrift ondermijnde en de massa verder vervreemdde van het oud-vaderlijk geloof.
De strijd tegen .die geestelijke machten bleek steeds voor de Kerk gevaarlijker dan die tegen vleesch en bloed, schoon het laatste een natuurlijk gevolg is van het eerste. Onzichtbaar en in het verborgene woelt en werkt het in den ondergrond voort, totdat de anti-these zich duidelijker openbaart en de overheerschende macht benauwend wordt en uitlokt tot een kamp op leven en dood. Met terzijdestelling van alle ondergeschikte punten van geschil komt op zulk een tijd de Kerk als èèn man in het geweer om het veège lijf in te zetten voor het hoogste goed, haar in den Christus geschonken. Reeds langer wordt het kerkelijk leven geknakt en verstikt door .de overwoekering van een wereldschen geest en innerlijke verdeeldheid. Of men ook werkelijk „doleert", d.i. smarten lijdt vanwege het verval en allengs uit den slaap zal opwaken om zioh te bezinnen op het wezen der Kerk ? Hoe 't zij, in de evangelisaties zijn teekenen van leven waar te nemen. Gebonden aan die plaatselijke gemeente, die in haar organen uit een anderen geest leeft, dan die van het positieve Christendom, dringt de begeerte naar de zuivere prediking een volk bijeen om, zij 't ook in ongeordenden weg te verkrijgen, wat de geordende weg ter plaatse onthoudt. In zooverre kan gesproken van een „doleeren", schoon dit met „doleantie" niets te maken heeft. Het is een noodweg die het leven zoekt, Ondanks de benauwing der omstandigheden. Een noodweg met vele bezwaren, die als eenig voordeel in heeft, dat hij den werkelijken toestand der .Kerk zichtbaar aan den dag brengt.
Hierin n.l., dat in de evangelisaties ter plaatse wordt aangetoond, dat de Nederduitsch Hervormde gemeente aldaar in wezen geen gemeente is, niet het karakter vertoont van een plaatselijke Kerk. Het gaat niet aan de somma der ingeschreven lidmaten als de plaatselijke Kerk te beschouwen, wanneer op zoo duidelijke wijze aan het licht komt, dat een deel dier lidmaten zich onder de geordende prediking niet kunnen voegen. Alleen men zal ter beoordeeling van een en ander een toets hebben aan te leggen, diie niet van persoonlijke willekeurigheden afhankeliik is en uit onderlinge vëeten en separatistische of independentistisohe neigingen werd geboren.
Daarom naderen wij met den maatstaf te voren ontwikkeld an het betoog over de ware Kerk, die tot kenmerken van haar openbaring heeft de zuivere prediking en bediening der sacramenten naar het Woord, benevens de oefening der tucht.
Kan dus geconstateerd, dat de plaatselijke Kerk ernstig in gebreke blijft en dientengevolge oorzaak en aanleiding geeft tot evangelisatievorming, .dan is het duidelijk, dat naar bedoeling en wezen de evangelisatie-gemeente meerder recht kan doen gelden op de waardeering van plaatselijke Kerk dan de vergadering der lidmaten, die een andere leer aanhangen. Toch ook voldoen de evangelisaties niet aan den maatstaf, aillerminst als zij niet zoozeer evangeliseerenden arbeid verrichten, maar meer evangelisatie-Kerken vormen. Zij missen de bediening der sacramenten en de ordening der ambten, niet zonder groot nadeel van het kerkelijk leven en besef. Dit bedoelt geenszins deze menschen hard te vallen, integendeel, hun offervaardigheid en. liefde voor de Waarheid verdient waardeering en lof. Doch het is een ongeordende toestand, die als zoodanig groote nadeelen met zich sleept. Geenszins kunnen wij toegeven, dat zij veroordeeld mogen worden, als voortgekomen uit een geest van afscheiding. Er kunnen diepe levensbelangen in 't geding zijn en dit is ongetwijfeld bij velen het geval, waar het gaat om de zuivere prediking des Woords.
Toch mogen wij niet nalaten voor de bezwaren ook het oog te openen, opdat naar een gezonde oplossing worde gestreefd. De beschuldiging van separatisme kan worden weerlegd door het feit, dat de leden der Hervormde evangelisatie-vereeniging Hervormd wenschen te blijven. Hoeveel gemakkelijker een ander Kerkverband, doch dat wenschen zij niet en daarmede zou ook de zaak van het positief belijdende deel der Kerk niet gediend ziin. Maar voor de menschen der evangelisatie levert de ongeondende toestand veel zorg en moeilijkheid. Het ontbreken van een eigen herder en leeraar onthoudt aan zulk een gemeente een stage, weloverwogen vorming en opbouwing in de leer, terwijl ook voorts de ontstentenis der ambten en der Kerkorde het kerkelijk besef op den duur afbreuk doet, daar het gemis aan gezond kerkelijk leven wel aanvankelijk de begeerte daartoe pleegt te versterken, doch niet zelden door de jaren heen tot gewoonte wordt. Waar de omstandigheden dit in de hand werken, leidt ook het kiesstelsel, dat in de Kerk vigeert, tot een strijd om de meerderheid in de kerkregeering en haar verovering, zoodat de evangelisatie-vereeniging als strijdorgaan optreedt. Dit ligt trouwens voor de hand en heeft een zeker recht, doch openbaart tevens den ellendigen toestand van ons kerkelijk leven in het scherpste licht.
Met goeden grond mag dan ook gevraagd, of het kiesstelsel, dat wij in de Kerk kennen, daar wel thuis behoort. Mag het van een stemming afhangen, of in een gemeente het volk, dat de zuivere prediking des Woords verlangt, die ook verkrijgt op straffe van te verkommeren of anders , in ongeordenden weg zichzelf te verschaffen wat de plaatselijke Kerk niet goed oordeelt, wijl haar organen van anderen geest zijn ?
Op die wijze wordt de verbrokkeling van het belijdend deel der Kerk hopeloos bevorderd en het kerkelijk besef prijs gegeven voor een separatisme, dat in zichzelf gesterkt wordt door den individualistiscben geest, die zich ook buiten de Kerk op alle levensterrein doet waarnemen. Deze toestanden roepen om verandering en wel verbetering, die echter tevens zal dringen tot een reorganisatie van heel het kerkelijk leven, dat zijn innerlijike ongesteldheid in dit alles openbaart. Tal van vragen komen hierbij echter aan de orde, die nauwkeurige overweging verdienen en nader onderzoek vragen, opdat de werkelijkheid duidelijk onder het oog worde gezien en een oplossing moge worden gevonden, die wat de uitwendige orde aangaat de voorwaarden schept voor een nieuwen opbloei van de Kerk des Heeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's