Feuilleton Van 's levenspad
In den storm.
I.
Donkere, zwarte wolken, in snelle vaart voortgejaagd door een hevigen storm, beletten de sterren heur matten glans over de aarde te spreiden en maakten dat alles in diepe duisternis was gehuld, waardoor alle uitzicht belemmerd werd. Onophoudelijk loeiden stormvlagen, alles wat niet tegen hun kracht bestand was neerwerpend of met zich nemend om het een eind verder weer neer te werpen.
Maar nog donkerder dan in de natuur was het voor het zielsoog van Frederik Beekhuis, nog heviger stormvlagen dan daar buiten loeiden, woedden in zijn ziel. Menigeen moest den strijd met de woedende elementen aanbinden, trachtende te verhinderen dat die huis of have beschadigden. doch hij streed een zwaren zielestrijd, als gevolg van wat hij in den voorbijgeganen dag had gedaan.
Wat er dan gebeurd was ?
's Avonds van zijn werk huiswaarts keerende, zag hij een koppel eenden, en aanstonds was Satan hem komen influisteren, dat hij daarvan wel eenige kon vangen en meenemen, aan welke influistering hij gehoor gaf en weldra waren drie eenden gevangen. Hij wist wel, dat de eenden aan een in de nabijheid wonenden boer toebehoorden, waardoor hij zich aan diefstal sohuldig maakte, maar Satan haid spoedig iets gevonden, om hem ook daarin gerust te stellen. hem influisterend dat niemand hem zag, dat de eigenaar die paar eenden niet eens zou missen en dat hij mocht het ontdekt worden, toch kon zeggen in de meening verkeerd te hebben dat het wilde eenden waren, die niemand toebehoorden, waardoor hij die vrij mocht vangen. Aan die verzoeking gehoor gevende, had hij drie eenden gevangen en mee naar huis genomen, waar een er van reeds was geslaöht.
's Avonds zich ter ruste begevende en als altijd zich voor den Heere nederbuigende, was zijn daad hem echter voor oogen gesteld, zag hij wat hij had gedaan. Anders toch kon hij altoos voor den Heere nederknielen, zijn gansche hart voor Hem uitstorten, maar nu, nu kon hij toch niet tot den Heere gaan, vertellende dat hij had gestolen, zich aan het goed van zijn naaste had vergrepen. Dat was het, wat zulk een zwaren strijd verwekte, daardoor was het zoo donker voor zijn zielsoog, dat was de oorzaak dat in zijn ziel nog heviger storm woedde dan daar buiten in den donkeren nacht.
Een bange, zware strijd werd nu gestreden, want Satan liet ook niet af te trachten hem in zijn netten te verstrikken, maar eindelijk, als een nieuwe morgen reeds begon te dagen, was de strijd gestreden, een strijd, waarin Satan was verslagen, want zijn besluit was genomen, hij zou de eenden bij den eigenaar terug brengen en bekennen wat hij had gedaan. En gelijk met het aanbreken van den dag de storm had uitgewoed, de donkere wolken waren weggedreven en de zon hare vriendelijke stralen over de aarde wierp, zoo was het ook in de ziel van Frederik, ook daar woedden de stormen van twijfel en strijd niet meer, ook daar was een rustige stilte. Een zware taak wachtte hem echter nog, want immers hij moest naar den eigenaar der eenden, dezen bekennen wat hij had gedaan en zijn eigendiom terug brengen. Ofschoon echter een zware taak, toch wilde hij die volbrengen en voor zich aan den afbeid te begeven, richtte hij zijne schreden naar den boer, met de eenden bij zich. Verwonderd zag de boer op als Frederik kwam vertellen wat hij had gedaan, er bijvoegende, dat hij nu de eenden kwam terugbrengen, terwijl hij die, welke reeds geslacht was, wilde vergoeden. Maar nog meer verwonderd was Frederik, als — na zijn schuldbekentenis — de boer zeide blijde te zijn dat hij de beesten had gevangen, daar hij dit juist zelf wilde doen, en dat Frederik de reeds geslachte eend mocht behouden voor zijn moeite. Iets wat gestolen was terugbrengen, en dan nog een deel daarvan als belooning ontvangen, neen, dat wilde Frederik niet ; daar wilde hij niets van hooren, doch al zijn weigeren hielp niets, de boer liet hem niet gaan zonder de eend.
Zich verheugende dat nu die zware last van het bedieven kwaad hem niet meer drukte, kon hij zioh nu weer aan den arbeid begeven én op weg daarheen sloeg hij dankbaar het oog naar boven, blikte hij op naar den thans diepblauwen hemel, waar de zon steeds hooger steeg, haar gouden stralen over de aarde werpende. Hoog boven hem zong de leeuwrik zijn loflied ter eere van zijn Schepper, Die, na den woedenden storm van den naoht dezen liefelijken morgen weer deed aanbreken. Alles sprak van vrede en rust, en gelijk de natuur 's nachts een beeld was geweest van wat in Frederiks ziel werd gevonden, zoo ook was zij nu weer een beeld van den rustigen vrede, die in zijn ziel woonde, nu hij niet meer gedrukt werd door het bedreven kwaad. Maar toch, ofschoon de storm was voorbij gegaan, de donkere wolken weggedreven, alles rust en vrede ademde, duurde dat slechts heel kort, want nog vóórdat de dag voorbij was, kwamen donkere wolken weer het uitzicht van zijn zielsoog belemmeren ; begon de storm in zijn ziel weer op te steken. Voor den mensch had hij zijn schuld wel beleden, bekend wat hij deed, maar voor den Heere had hij zich nog niet neergebogen om ook Hem zijne zonden te belijden en dat ontdekkende, verdween de rustige stilte weer uit zijn ziel, kwamen stormen van twijfel en strijd hem benauwen. Maar daarover, zoo de Heere wil, een volgende maal, dan de schuldbekenteniis voor den Heere, voor Hem, Die immer betoont dat wie tot Hem vlucht, nimmer wordt afgewezen ; dat wie Hem aanroept in den dag der benauwdheid, ook zal worden uitgeholpen.
Ziet gij na het lezen hiervan wellicht laag op Frederik neer, bij uzelf denkende, dat zooiets u niet kan gebeuren, dat gij nooit tot zooiets zult komen ? Denkt gij dat zulk een daad door u niet bedreven kan worden ? Keer dan slechts even tot uzelf in en onderzoekend of dat in uw hart niet woont, zult gij ontdekken dat uw hart even boos en zondig is, dat gij daarin ook kunt vallen, zoo de Heere u niet bewaart. Satan is zoo listig, zoo ongemerkt kan hij tot u komen, u verleidende tot dingen, die niet voor den Heere kunnen bestaan en zoo spoedig kan hij u verstrikken in de netten, welke hij spant om u te doen vallen. Neen, zie nooit laag neder op wie in zonden vallen, doch bedenk, dat hetzelfde in uw hart woont, en dat, als de Heere u niet weerhoudt, gij eveneens gehoor zult geven aan Satan's influisteringen. Een enkel oogenblik van onbedachtzaamheid, een enkel oogenblik waarin uw oog zioh van den Heere afwendt, kan oorzaak zijn dat gij eenzelfde daad doet, en daarom moogt gij niet laag op anderen neerzien, maar veel eer moet gij trachten in liefde hen weder te brengen op den weg waarvan zij zijn afgeweken.
Is het wellicht donker voor uw zielsoog, woeden wellicht in uw ziel stormen van twijfel en strijd, omdat gij een daad hebt bedreven die in strijd is met 's Heeren wil en wet ? O, houd dan toch niet vast aan het kwade, laat Satan de overhand niet behouden als hij door zijn influisteringen u in het kwaad wil doen volharden, maar keer terug, belijdt uw zonden, om dan óók te ervaren dat het donker waarin gij nu verkeert verdwijnt. Indien gij vasthoudt aan het kwade zult gij steeds verder van den Heere worden afgevoerd, want immers Hij kan met de zonden geen gemeenschap hebben, en wie daarin voortgaat, wordt door den Heere verlaten. Steeds verder zal de Heere van u wijken, u aan uzelf overlatende, waarvan Satan gebruik zal maken u meer en meer in zijn strikken te verwarren. Laat niets u weerhouden om terug te keeren van uw zondigen weg, terug te keeren met bekentenis van uw schuld ; dan alleen kan het donker verdwijnen, dan alleen kan rust en vrede in uw ziiel wederkeeren.
Indien gij echter in het kwaad kunt voortgaan zonder eenige schuld te gevoelen, indien gij 's levenspad kunt betreden levende in wat niet voor den Heere kan bestaan, zonder dat uw hart u aanklaagt, bedenk dan heden nog in den tijd der genade, dat gij eenmaal rekenschap moet geven van al uwe daden, om dan naar recht geoordeeld te worden Of uw schuld niet te groot is, uw zonden niet te veel zijn ? Neen, dat nooit, want hoor de roepstem van het wondere genade-Evangelie : Christus Jezus, de Zoon des menschen, is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's