De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Staat en Kerk.

Zooals te verwachten was, is bij het afdeelingsonderzoek over de Staatsbegrooting in de Tweede Kamer ook het vraagstuk van de financiëele verhouding tusschen Kerk en Staat ter sprake gekomen.

Daarover vinden wij in het Voorloopig Verslag van de begrooting van het Departement van Financiën aangeteekend :

Algeheele losmaking van den financiëelen band tusschen Kerk en Staat werd wederom van verschillende zijden bepleit. In dit verband werd gevraagd, of de Minister van Financiën de opvatting deelt, door zijn ambtgenoot van Binnenlandsche Zaken bij de behandeling der voorstellen tot Grondwetsherziening tot uiting gebracht, dat de financiëele scheiding tusschen Kerk en Staat zonder nadere wijziging der Grondwet kan plaats vinden.

Een deel der hier aan het woord zijnde leden gaf als zijn meening te kennen, dat de omstandigheid, dat vele predikantstractementen ten eenenmale onvoldoende zijn, te wijten is aan de genoemde financiëele verhouding, waarbij de vaststelling der tractementen door het Rijk geschiedt; dat, aiaar men meende, niet-genoegzaam rekening houdt met de historische rechten der Kerk.

Sommige leden achtten rechtstreeksche uitbetaling der tractementen aan predikanten gewenscht. De bemiddeling der Kerkbesturen is hierbij geheel overbodig en kan niet dan tot moeilijkheden aanleiding geven. In dit verband werd gevraagd, op welke bepaling de vanwege zijn Departement 'tot den kerkeraad der Hervormde gemeente te Hagestein gerichte mededeeling, dat een "aanvrage om handopening niet dan door bemiddeling van het Classicaal Bestuur kan worden ingediend, berust.

Klaagden sommige leden over den geringen steun, die door de kerken vanm verschillende gezindten bij de instelling van nieuwe predikantsplaatsen of de oprichting van nieuwe parochiën van hel Rijk wordt ondervonden, verscheidene andere leden, voorstanders als zij waren van de boven reeds besproken financiëele scheiding van Kerk en Staat, achtten alle bijdragen van Staatswege voor dergelijke doeleinden uit den booze en spraken dan ook den wensch uit, dat geen enkele zoodanige bijdrage meer zal worden verleend.

Ook trekt de aandacht, wat onder het opschrift: : „Kosten van Kerkbestuur" te lezen staat.

Te dien aanzien vermeldt het verslag:

Enkele leden gaven als hun opvatting te kennen, dat de synodale organisatie der Nederduitsch Hervormde Kerken wettigen grond slag mist Zij achtten het niet juist, dat een bedrag van ƒ 40.000.— als kostan van kerkbestuur wordt toegekend aan een instelling, welker kerkrechtelijke bevoegdheid voor ernstige betwisting vatbaar is, en stelden in verband daarmede de vraag, of de Regeering bereid is te overwegen, of niet, voordat wederom tot toekenning van een zoodanige bijdrage wordt overgegaan, de Nederduitsch Hervormde Kerken in de gelegenheid behooren te worden gesteld zich een wettig bestuur te kiezen.

In deze beschouwingen lijken ons drie punten van ongemeen belangrijke beteekenis.

In de eerste plaats, waar er naar geïnformeerd wordt of de Minister van Financiën de opvatting van den Minister van Binnenlandsche Zaken deelt, dat de financiëele scheiding tusschen Kerk en Staat zonder nadere wijziging der Grondwet kan plaats vinden.

Zooals men zich herinneren zal, heeft Minister Ruys zich bij de behandeling der voorstellen tot Grondwetsherziening over dit onderwerp op beslisten toon uitgesproken en deed destijds Minister de Vries zelfs een eersten stap om den band, die de Kerk nog aan den Staat verbindt, los te maken.

Zou nu ook Minister de Geer van een zelfde gevoelen zijn als zijn ambtgenoot van Binnenlandsche Zaken en als zijn ambtsvoorganger, dan zal dit de oplossing van hét vraagstuk van de vrijmaking der Kerk een belangrijken stap vooruitbrengen. 

Voor hen die zich niet zonder zorg afvragen : of bij zulke vrijmaking wel voldoende gerekend zal worden met de historisch verkregen rechten, moge ter geruststelling gewezen worden op wat omtrent déze aangelegenheid in de toelichting op het program van actie der A.R. partij geschreven staat :

Juist OP dit terrein is nauwgezetheid ten opzichte van erkenning van verkregen rechten eisch van allereerste orde en de Antirevolutionaire partij heeft altijd de losmaking van den financiëelen band tusschen de Kerken en den Staat gewild, met volledige erkenning van historisch verkregen rechten.

Deze uitspraak waarborgt dus voldoende, dat bij losmaking van den financiëelen band tusschen den Staat en de Kerk de tractementen van de predikanten der Ned. Hervormde Kerk zullen zijn verzekerd.

In de tweede plaats : de bemiddeling van de Classicale Besturen bij de aanvrage om handopening.

Zijn wij goed ingelicht, dan diende de kerkeraad van de Ned. Hervormde gemeente te Hagestein die bezwaar maakte om aan het Reglement op de Predikantstractementen te voldoen, de aanvrage om handopening rechtstreeks bij het Departement van Financiën in. Hij deed dit op grond van artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 December 1861 tot intrekking van het besluit van den Souvereinen Vorst d.d; 23 .December 1813, no. 17 betreffende de approbatie van predikantsberoepingen en tot vaststelling, van bepalingen omtrent de toekenning bij vacaturen van het tractement en verdere voordeelen aan de standplaats verbonden.

Deze aanvrage om handopening zond de Minister van Financiën aan den kerkeraad terug met de mededeeling, dat zij door bemiddeling van het Classicaal Bestuur behoort te worden ingediend.

Op welke wetsbepaling de terugzending geschiedde, schijnt aan den kerkeraad niet te zijn medegedeeld.

Vandaar de vraag in het Voorloopig Verslag.

En in de derde plaats : de kosten, welke de Synode van de Ned. Hervormde Kerk voor hare organisatie uit de Rijkskas betaald krijgt. De vraag, die hieromtrent aan de regeering gedaan wordt, komt ons niet minder belangrijk voor.dan de vragen, die bij de beide andere puhten werden gedaan.

Het kan niet ontkend worden, dat de Minister van Financiën hier voor lastige vraagpunten wordt gesteld.

Ongetwijfeld zullen onze lezers met groote belangstelling de antwoorden van den Minister tegemoet zien.

Intusschen, hoe deze ook mogen luiden, nu reeds staat het vast, dat dit keer bij de begrootingen een principieel debat in de Kamer over het 'kerkelijk vraagstuk te wachten is. ' 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's