De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

9 minuten leestijd

Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien Mattheus 13 vers 3b.

De Zaaier.

Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt en derwaarts niet wederkeert, maar doorvochtigt de aarde en maakt dat zij uitspruite en zaad geve den zaaier en brood den eter, alzoo zal Mijn Woord, dat uit Mijnen Mond uitgaat, ook zijn. Het zal niet ledig tot Mij wederkeeren, maar het zal doen hetgeen Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.

Troostrijke waarheid. Gods Woord keert niet ledig weder. Dikwerf moge 't zoo schijnen. De werkelijkheid is niet zoo. Maar leert ons Gods Woord in dit gedeelte dat 's Heeren Woord niet ledig weder keert, in de gelijkenis van den zaaier roept Hij ons toe dat o zooveel zaad geen vruchten voort zal brengen.

Ernstige reden om onszelf te onderzoeken bij het overdenken van die gelijkenis.

Jezus Christus gebruikt in de gelijkenis het beeld van den zaaier. Dat was bij iedereen bekend.

De zaaier moet zaaien. Uit zichzelf brengt de aarde geen goede vruchten voort. O neen, veeleer distelen en doornen. Maar wil hij goede vruchten van zijn akker oogsten, dan moet hij ook goed zaad uitstrooien. En tenslotte moet hij zijn arbeid verrichten in afhankelijklieid van Hem, van Wien alleen de wasdom is.

O, als Die het werk niet bekroont met Zijn zegen, wat komt er dan van terecht. De zaaier kan het zaad wel werpen in de aarde, maar hij kan het niet doen uitspruiten. Dat blijkt zoo duidelijk uit de gelijkenis. Als de zaaier zaait, valt een deel bij den weg. Terwijl hij voortgaat al zaaiende, vallen de vogelen neer op dat zaad, dat daar op dien platgetreden bodem lag en het was weg. Geen vrucht werd er van gezien.

Een ander deel van het zaad viel op de steenachtige plaatsen. De aarde leek er zoo mooi. Het zaad schoot ook spoedig op. De oppervlakkige beschouwer zal zeker gemeend hebben dat het een bijzonder vruchtbaar plekje was. Maar zie, wanneer de zon haar zengende stralen op den akker zendt, begint juist op dat plaatsje alles te verschroeien en te verdorren. Vanwaar dat verschijnsel ? De gelijkenis zegt het ons. Daar onder die schijnbaar zoo vruchtbare aarde, lag de rotsgrond. Vandaar dat liet zoo spoedig opschoot. Vandaar dat het ook zoo spoedig verdween. Het had geen wortel, 'Geen vrucht werd er van gezien.

Een ander deel van het zaad viel in de doornen. Eerst waren die distelen en doornen wel zooveel mogelijk verwijderd. Toen het zaad daar neerviel, was er niets van te zien. Maar ze waren slechts schijnbaar verdwenen. Het zaad ontkiemde. De doornen begonnen ook weer te groeien, met nog grooter kracht. Ze omklemmen 't teere zaad ; het laatste moet den strijd opgeven. Weldra is er niets meer van te vinden.

Geen vrucht werd er van gezien. Zou dat droevige refrein tot het einde toe herhaald moeten worden ? Het zou geen wonder zijn geweest. Maar Gode zij dank is dit toch niet zoo.

Zie, daar viel een deel in de goede, in de toebereide aarde. Het schoot misschien wel niet zoo spoedig op als dat zaad, dat viel op de steenachtige plaatsen. Het moest ook wortelen schieten in de diepte. Maar toen kwam het naar boven, door de zonnestralen werd het niet verteerd en het bracht vruchten voort.

Ziet, door het beeld van den zaaier wil de Heere ons leeren dat er ook in ons hart, op den akker van onze ziel moet gezaaid worden, - Van zichzelf brengt ons hart ook geen goede vruchten voort, O neen, distelen en doornen.

Geen wonder, waar de Heilige Schrift ons leert dat het gedichtsel van het hart des menschen boos is van de jeugd afaan. Neen, zal het hart vruchten voortbrengen der bekeering waardig, dan moet er in gezaaid worden. Maar dan ook goed zaad.

Wat wordt daar weinig op gelet.

O, daar wordt wat gezaaid in ons hart. Zijn wij eigenlijk niet allen zaaiers ? De predikers, de onderwijzers, de ouders, de schrijvers met hun boeken en couranten, de vrienden en vriendinnen ? Maar wat voor zaad wordt er in ons hart, wordt er in 't hart onzer kinderen gestrooid ? Is het 't goede zaad ? Het Zuivere Woord van God? Lezen wij geen boeken die daarvan afwijken? Letten wij er op, dat onze kinderen die niet in handen krijgen ? Bederven kwade samensprekingen met vrienden of vriendinnen niet de goede zeden ? Lezen wij geen couranten, die verkeerd zaad in huis brengen ?

Wat zouden wij het vreeselijk vinden, wanneer iemand op onzen akker met graan onkruid ging zaaien. Zouden wij hem niet voor den rechter dagen ? Letten wij er nu ook zoo op, dat er geen onkruid gezaaid wordt in de harten van onze huisgenooten ?

Laat het ons bedenken, dat het kwade er eerder in wil dan het goede. Wat kan een slecht woord, in onze jeugd gehoord ons lang bijblijven. Groot voorrecht als wij mogen opgevoed worden onder de Waarheid. Maar Iaat ons bedenken, dat het niet genoeg is,

Hoevelen zijn er niet, die trouw verkeerd hebben onder de Waarheid. En toch bleven zij dezelfden, of zij bepaald werden bij het Godsgeschenk in Bethlehem's kribbe of bij de smarten van den lijdenden Borg op Golgotha ; of men hen sprak over hun sterven en het naderend oordeel, of over den weg tot ontkoming in Jezus Christus, zij bleven onbewogen. Hun hart was als het ware platgetreden en de duivel, die de machtige kracht van het zaad van Gods Woord kent, nam het weg. Geen vrucht werd er van gezien.

Is het soms met u nog zoo ? O, dat dan nu nog eens de schrik des Heeren u mocht bewegen tot het geloof en anders zal de vorst der duisternis nog lachen in uw verderf.

Er zijn er ook, wier hart lijkt op de steenachtige plaatsen.

O, wat zijn er al velen geweest, die het Woord Gods hoorden en daar bewogen onder werden. Ze werden ongelukkig in zichzelf, maar zie, daar hoorden zij van den Christus, Dien namen zij aan en weg was de droefheid. Blijdschap werd hun deel. Wat een opgetogenheid.

Twijfel kenden zij niet. Maar evenmin het worstelen om verzoend te worden. Geen besef van onwaardigheid deed hen met den tollenaar op een afstand blijven. Ze werden niet arm van geest, 't Kwam niet tot de belijdenis : Heere, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen. Maar daarom was hun blijdschap iets anders dan de vreugde, die er gesmaakt wordt wanneer de Heere toont dat er bij Hem vergeving is voor een arm zondaar. Daarom kunnen zij ook niet begrijpen, dat een ander bevreesd is zichzelf te bedriegen en het zoo maar niet aan durft grijpen.

Hun geloof is niet het geloof der Schrift, Maar daarom kan het niet bestaan. Ja, hoevelen zijn er al niet geweest, die, toen de verzoekingen kwamen, afweken en geheel afdwaalden ? Geen wonder. Er was geen wortelen in de diepte. Geen waar hartewerk. Geen strijd, daarom ook geen overwinning.

Vrucht werd er verwacht, maar geen vrucht werd er gezien.

Is het soms met u zoo, lezer ? Zij het uwe bede : Heere, doorgrond mij en zie of er een schadelijke weg bij mij zij en leid mij op den eeuwigen weg.

Er zijn er ook, wier geweten hen zegt dat het niet goed met hen is, Hoe menigmaal roepen zij het niet uit : het moet anders met mij worden en het blijft alles bij het oude. Zie de doodende kracht der wereld, de zorgvuldigheid van het aardsche leven, de begeerlijkheid des vleesches verstikken die goede stem.

Ja, hoe menigeen is er niet, van wien in de jeugd wat verwacht werd ; hij was ontroerd en gevoelde zich diep ongelukkig. Maar de wereldsche beslommeringen namen toe, de zaken breidden zich uit, het vermogen vermeerderde, maar de Kerk trad op den achtergrond, de Schrift werd gesloten, het gebed verstomde. De doornen verstikten het goede zaad.

Geen vrucht werd er gezien. Is daar soms uw beeld mee geteekend ? Heden, zoo gij dan Zijn stemme hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden,

Wat een bittere teleurstelling ; zooveel zaad uitgestrooid en geen vrucht.

Zou dan Gods Woord ledig wederkeeren ?

Neen, Heeft God het niet beloofd, dat dit nooit zal geschieden ? Maar blijkt dat ook nog niet uit het slot der gelijkenis ?

Daar wordt immers gesproken van het zaad, dat viel in de goede aarde.

Maar waren die menschen dan beter ? Was hun hart dan goed ? O neen, zegt de Heilige Schrift niet van ons allen, dat er niemand goed is, niet tot één toe ?

Als de Heere het hart niet opent en toebereidt, brengt het zaad geen vruchten voort.

Gelukzalig de mensch, in wiens hart dat Woord gevallen is als in de door God toebereide aarde. Gelukzalig de mensch, die bekommerd is geworden vanwege zijne zonde en uit de diepte heeft leeren roepen met de bede : Och Heer', och, wierd mijn ziel door U gered. Hij moge zelf meenen, dat er niet iets goeds van komt, hij zal 't ervaren : dat een verbroken en verslagen hart door God niet veracht wordt.

Ja, zoo zal iemand zeggen : maar waar zijn de vruchten dan ? Vanwaar die ootmoed ? Vanwaar dat treuren over de zonde ? Vanwaar die behoefte aan den Heere Jezus Christus, den eenen tijd meer dan den anderen, en die dorst naar heiligmaking ?

Is dat uit uzelf ? Vanwaar die vrees voor zelfbedrog en die begeerte om oprecht voor God te zijn ? Is het niet hiervan, dat de liefde Gods in uw hart is uitgestort en de Heere Zijn goed werk in u begonnen heeft ?

Rijke troost, dat God nooit laat varen de werken Zijner handen.

Bij al uw ontrouw blijft Hij de Getrouwe.

Wat een ontferming.

Maar wat is Hij dan ook waardig gediend te worden.

Zij het daarom veel uwe bede :

Leer mij, o God van zaligheden. Mijn leven in Uw dienst, besteden ; Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand. Uw goede Geest bestier mijn schreden En leid' mij in een effen land.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's