De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Öp Kerkelijk Erf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Öp Kerkelijk Erf

10 minuten leestijd

XXVI.

Kerkorde en Confessie.

Tot' èen juiste voorstelling der zaak kan het dienstig zijn er nogmaals op te wijzen, dat wij dus uitgaan van de Kerk der belijdenis. Het mag echter overbodig heeten hierop andermaal in den breede in te gaan, daar wij dit uitvoerig hebl> en uiteengezet in onze beschouwing over de ware Kerk. Ter herinnering echter merken wij nog op, dat de ware Kerk wordt waargenomen daar, waar zij als openbaring van het lichaam van Christus de kenmerken der waarheid draagt, die wij steeds naar het voorbeeld der reformatoren aantroffen in de zuivere prediking des Woords, de bediening der sacramenten naar de goddelijke instelling en de gehoorzaamheid in de oefening der tucht. Hoewel ook moet worden toegestaan, dat de Kerk gebrekkelijkheid in de openbaring dezer kenmerken kan vertoonen, mag dit niet eer leiden tot veroordeeling en verwerping dan wanneer het gebrek de perken zoover te buiten gaat, dat in de fundamenteele stukken der belijdenis schromelijke afwijking is ingeslopen, terwijl overigens de Kerk wordt opgewekt om naar verbetering te streven van wat met een goede orde niet overeenkomt. 

Gaan wij nu, met het beeld, dat de ware Kerk behoort te vertoonen, te rade om daaraan te toetsen de openbaring van het kerkelijk leven in onze dagen, dan moet het duidelijk zijn, dat wij niet alleen blijven staan bij de Hervormde Kerk, maar ook daarbuiten hebben uit te zien, waar de Kerk is. En aangezien de Kerk der vaderen laatstelijk in de Synode Nationaal te Dordrecht 1618 en '19 de belijderijsschriften heeft herzien en vastgesteld, is nog steeds de Dordtsche belijdenis de belijdenis der Gereformeerde Kerk van Nederland en derhalve zal men dè Gereformeerde Kerk ook daar vinden, waar men die belijde­nis kerkelijk aanvaardt en naar haar wenscht te leven.

Gaan wij nu daarvan uit, dan treedt tweeërlei aan het licht : Ie. kan worden geconstateerd, dat er een Gereformeerde Kerk is. Geenszins behoeft deze te worden gesticht, zij is er. Kerkstichting is in den hoogsten zin des woords ook geen menschenwerk. Christus houdt Zijn Kerk in stand. Waar Zijn evangelie wordt vernomen en door Zijn Geest wordt ingeplant, daar wordt de Kerk geopenbaard en zal het goed zijn, ook geïnstitueerd naar het Woord des Heeren. Der Kerk is de roeping om zending te drijven en daar, waar het Woord des Kruises niet werd gehoord de prediking uit te dragen overeenkomstig 't goddelijk bevel. In ons vaderland kwam de Kerk der reformatie als Gereformeerde Kerk tot bloei en nog heden ten dage leeft zij in het midden des volks. Dit feit moet in de eerste plaats helder voor den geest stc\an.

Het tweede echter, in verband met den huidigen toestand, waarin heel het kerkelijk en sociaal leven verkeert, van te grooter beteekenis, is, dat die Gereformeerde Kerk verre van zich in eenighe|d van orde en organisatie te openbaren, in brokstukken uiteenviel en daar door aan kracht en invloed op heel het volksleven moest inboeten. Daarop ziende geeft de aanblik van de werkelijkheid, die wij moeten erkennen een deerniswaardige tegenstelling te zien met de dagen van de opkomst en bloei van onze natie. Ook hierbij echter mogen wij ons niet laten misleiden door het grootsche verleden te teekenen in schooner kleuren, dan daaraan blijkens de historie moeten worden toegekend, doch onmiskenbaar is zeer zeker het feit, dat het geloof der vaderen in den machtigen strijd van weleer niet alleen een krachtige stut was voor de Kerk der reformatie, doch ook voor de grondvesting van onze nationale vrijheid. Niet het getal, maar de kracht van het beginsel mocht er in slagen een overmachtigen vijand te verslaan en den stempel van het Calvinisme op geheel het volksleven, te drukken. Daartegenover staat echter, dat de Kerk der vaderen, die niet weinig door de overheidsbemoeienis, waaromtrent wij reeds eerder hebben gesproken, werd gesteund, wel de groote massa des volks omvatte, doch ook reeds spoedig innerlijk verdeeld tot velerlei afwijking verviel en tot verbetering niet kon geraken mede wegens het optreden van de overheid, die een herhaling van de Dordtsche Synqde, door welke de Remonstranten werden uitgedreven niet wenschelijk achtte. Wij komen hierop terug, omdat steeds van zekere zijde een normaalbeeld van kerkelijk leven wordt geteekend, dat in de historie van weleer zijn verwezenlijking zou hebben gevonden en waaraan men zich spiegelt voor de toekomst. Het is er niet ver vandaan of men schijnt zich voor te stellen, dat er heusch een tijd was, waar in heel het volk in ongestoorde eenstemmigheid over de vraagstukken des levens tezamen woonde in de oude vaderlandsche Kerk en zonder blijkbaar te kunnen aanwijzen langs welken weg wij uit den huidigen toestand zulk een werkelijkheid zouden kunnen nastreven, koestert men het ideaal daarvan en sluit het oog voor de realiteit om aanstoot te nemen aan hen, die zich den zieken staat der Kerk niet trachten te verhelen. Nimmer was er een normaalkerk hier te lande, die de massa des volks in zich besloot in vredige eenstemmigheid. De krankheid der Kerk openbaart zich trouwens niet dan, wanneer niet heel het volk haar belijdenis aanvaardt, zoodat zij dus als Kerk buiten zich vindt een deel des volks, dat grooter of kleiner uit een ander beginsel leeft en dus andere opvattingen en beschouwingen propageert dan die der Gereformeerde Kerk. Dat deel behoort eenmaal niet tot de Kerk, voegt zich daarbij niet en kan zich daarbij niet voegen, wijl het welbewust met de belijdenis strijdige beginselen huldigt.

Wil men dat het zoo is, dan staat men voor de werkelijkheid, die zich niet laat wegredeneeren, dat velerlei geestesstroomingen in het volk woelen en dat zelfs een groot deel der natie zich welbewust tegen den Christus der Schriften stelt. Die dit niet wil zien, kan wel wenschen, dat het zoo niet ware, maar daarmede veranderen de zaken niet. Wil hij dus zijn normaalkerk handhaven, zoodat hij zich een natie droomt, waarin die tegenstellingen niet worden gevonden, dan wordt ook zijn Kerk een droombeeld. De krankheid der Kerk moge voor dezulken daarin zijn gelegen, dat heel het volk niet zich onderwerpt aan haar belijdenis en organisatie, voor ons is het krankheid der natie als zij afkeerig van de wegen des Heeren zich overgeeft aan den geest dezer eeuw. Een krankheid van het volk als volk, die in het licht van des menschen schepping en bestemming gezien zeer zeker abnormaal is, doch beschouwd in 't licht vali den vloek der zonde kan niet anders worden verwacht dan weerspannigheid en ongehoorzaamheid tegen den God der Schriften. Dat derhalve niet heel het volk zich voegt onder de belijdenis is niet alleen in het licht der zonde te verwachten, maar evenzeer krachtens de belijdenis zelf, die leert, dat God zich een gemeente heeft verkoren ten eeuwigen leven, ook naar de openbaring der genade. De werkelijkheid komt hiermede dan ook overeen en vertoont ons, dat de Kerk, die des Heeren Naam belijdt, een wereld tegen zich vindt, die zich aan Hem niet onderwerpt. Er is een klove tusschen de Kerk en de; wereld.. Die klove zien wij ook in ons völk,  ook daarin echter is nog een grond' van blijdschap, omdat er nog een Kerk is, die den Cliristus der Schriften belijdt.

Wij ontveinzen ons niet, dat de Kerk zich machteloos vindt tegenover den vijandigen geest van het moderne bewustzijn. Daarom laten wij niet na haar krankheid te toonen en die krankheid wordt openbaar in het gebrek aan eenheid en orde. De Kerk is er en behoeft dus niet te worden gesticht, maar zij is er krank en roept om genezing. Dat was het. tweede punt, waarop werd gewezen. Verdeeld ligt de Kerk der vaderen, de Gereformeerde Kerk van-Nederland. Gij vindt een brokstuk in de Hervormde Kerk en daarnaast in de afgescheidene Kerken en wijders enkele scherven. Desondanks waagden wij het om te spreken van de Gereformeerde Kerk van Nederland, omdat wij uitgaan van de Kerk in de belijdenis. Er is toch slechts èèri Gereformeerde Kerk in ons land, omdat er slechts èèn Gereformeerde belijdenis is en dat is de Dordtsche. Wel zijn er vele vraagstukken, die de menschen thans bezighouden, welke wachten op het oordeel der Kerk, en die ook van groot belang zijn voor de Gereformeerde belijdenis en de Kerk, doch daarover later. Als men thans de Gereformeerde Kerk wil vinden, heeft men uit te gaan van de belijdenis van 1618. Die Kerk, welke haar aanvaardt en naar haar tracht te leven is Gereformeerd. Als zoodanig openbaart zij zich.als de Kerk der belijdenis, haar band en eenigheid ligt in het geloof en langs dezen weg vinden wij, dat de verdeelde Kerk toch is de Gereformeerde Kerk.

Als wij zien op die belijdende Kerk, dan ligt het voor de hand, dat wij daarmede dus bedoelen de Kerk in de belijdenis en niet eenzijdig en kerkistisch de Hervormde, de Gereformeerde Kerken, de Christelijk Gereformeerde Kerken of welke Gereformeerde kerkorganisatie ook op het oog hebben. Wij bedoelen de Gereformeerde Kerk in die alle. Evenmin geven wij dus iets prijs van de Gereformeerde Kerk, waar het ook worde gevonden, ook niet de Hervormde Kerk. Immers ofschoon enkele loten als het ware zijwaarts uitschoten, in den historischen zin en naar de eenigheid des geloofs, staan zij op den ouden stam en dat ook die naast velerlei onzuivere woekering nog een scheut deed opgaan uit zijn wortel, bewijst dat de Heere daarover nog waakt. Aan die oude Gereformeerde Kerk zijn wij verknocht en niet alleen wij, Hervormde Gereformeerden, maar ook die anderen, welke daar werden geteekend, wijl zij èèn lichaam zijn in het geloof der vaderen.

Het kan niet worden ontkend dat zij worden aangeklaagd door de verscheuring, die wij aanschouwen. Niet dat verdeeld is, wat omtrent de diepste levensbelangen verschillend oordeelt lilaar dat zij, die uit èèn en dezelfde belijdenis leven verbrokkeld liggen is een krankheid. Die krankheid ondermijnt het kerkelijk leven in ons vaderland. Daartegenover huist in èèn Kerk bijeen, wat naar de beginselen vreemd en vijandig moet zijn. Dat is ook een krankheid en zoolang voor deze laatste geen medicijn wordt gevonden, kan voor de eerste aan genezing niet worden gedacht. Het Gereformeerd kerkelijk leven in ons vaderland kan daarom ook niet tot nieuwen en generalen opbloei komen, tenzij het kerkelijk vraagstuk in de Hervormde Kerk tot oplossing wordt gebracht. Niet naar kerkbreuk worde dus gestreefd, doch het worde mogelijk gemaakt, dat het Gereformeerde volk ook gereformeerd kan leven. Daarom niet in het stichten van een nieuw instituut, maar in de vrije openbaring van de Gereformeerde kerk van Nederland slechts gebonden door de Kerkorde overeenkomstig het Woord kan die opbloei zijn gelegen. Slechts de eenigheid des geloofs, waaruit het Gereformeerd kerkelijk leven opkomt zij het gemeenschap pelijk fundament. Dat fundament ligt er, ook al staan daarop verschillende Kerkverbanden nevens elkander. En wat men ook droomt van een volkskerk, die den stempel drukt op het gansche volksleven, zal niet worden verwezenlijkt vooraleer het Gereformeerde volk van Nederland zich die geestelijke eenheid bewust wordt en de roeping verstaat aan de Kerk des Heeren opgelegd.. In die eenheid en roeping kan nog een zegen schuilen voor ons ingezonken: en ontkerstend volksleven, zoodra 't blijkt dat de Kerk als de ziel des volks weer nieuwe levenskracht mag openbaren en ofschoon onderscheiden.'door verband of kerkgebouw behoeft zulks niet in den weg te staan aan gemeenschappelijken arbeid in de vervulling van gemeenschappelijke goddelijke roeping.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Öp Kerkelijk Erf

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's