Uit het kerkelijk leven.
Wat Rome leert.
III.
De natuurlijke mensch wil dien weg evenwel niet ; kent dien weg niet ; en bedenkt telkens andere wegen, waarbij weliswaar telkens een nieuwe Babeltoren gebouwd wordt, waarvan de spits straks door de wolken borend ten hemel zal voeren, maar waarbij ook telkens weer een conflict komt tusschen God en den mensch, tusschen God van den hemel en den mensch van de aarde bij vernieuwing roepend van den hemel : dat het hoogste geluk voor tijd en eeuwigheid nooit kan zijn of worden een product van 's menschen denkkracht, van 's menschen streefkracht van des menschen deugd of goede werken, maar altijd geweest is en altijd zijn zal een gave van Gods vrije genade in Jezus Christus voor een arm en in zichzelf gansch verloren zondaarsvolk, dat zich eeuwig zal verwonderen bij het heilig mysterie, hoe een goddelooze om niet. zonder de werken der wet, gerechtvaardigd wordt door het geloof in den van God gegeven Borg en Zaligmaker.
Maar de mensch van nature staat er bij, als de nachtvogel in de klaarte van de middagzon.
Te midden van dat alles en van die allen staat óók Rome daar. Oók Rome, zeggen we met opzet.
Want wij willen het over Rome hebben in deze. Maar we isoleeren Rome niet. We zonderen Rome niet af van al het andere en van alle anderen, om dan Rome alléén in observatie te nemen en tegen Rome te ageeren en te protesteeren, als ware Rome de eenige vijand. Neen. we zien zoaveel mogelijk langs alle rijen en over het gansche geheel; gelijk we reeds in bet begin van ons schrijven over „wat Rome leert" (I) deden uitkomen. Juist omdat er voor ons maar één standpunt van waarheid en recht is, n.l. Gods Woord, hebben we acht te geven op allen, die daar staan en gaan, die werken en woelen om Gods Woord wég te krijgen en eigen wegen van verlossing en zaligheid te scheppen. En zie dan de lange rij maar na van degenen die leven en leeren en werken en propageeren om voor de Waarheid de leugen in de plaats te schuiven, met verwerping of verdraaiing of vervalsching van Gods Woord.
Daar is de heiden, die de verlossing wil werken door hetgeen de goden behaagt of door het nalaten van hetgeen den goden niet aangenaam is.
We zien den Buddhist, die het licht draagt in zichzelf en leert bij geen ander toevlucht te zoeken, maar in zichzelf zich terug te trekken en zoo alle begeerte naar het leven te dooden en alzoo te komen tot de verlossing.
We letten op den Jood, die zichzelf gerechtigheid werkt, welke voor God niet bestaan kan. We zien den Mohammedaan, die Allah belijdt 'en Mohammed volgt en vast en bidt en strijdt en lijdt, om zóó ten hemel in te gaan tot een vroolijk en gelukkig leven.
We hooren van de wetenschap, hoe zij den mensch oproept zichzelf te vervolmaken of zichzelf te dooden. We zien den modernen tijd, die den reuzenstrijd aanvaardt, om op aarde een gouden eeuw te doen geboren worden.
En dan komt de Pelagiaan, die God noemt en Christus noemt, maar zichzelf een weg ter verlossing werken wil. We zien den Semi-pelagiaan, die het onder kunstig verdichte fabelen wil gaan deelen : Christus wat en de mensch wat, om zóó heil te brengen den menschen.
Zoo staat Rome tusschen anderen. Zoo verheffen zich dreigende gevaren in modern heidendom, in ruwe loochening, in vervalsching van de leer der zaligheid in allerlei fabel en afgoderij. En dan ontwaakt de geest der Reformatie ; om weer opnieuw te onderkennen de velerlei gevaren, waaronder ook Rome ; en weer opnieuw naar voren te brengen het heilgeheim, dat God aan Zijn volk toonen wil, alles trekkend onder het schijnsel van Gods Woord.
Van den weg der zaligheid mag niets af ; er mag niets bij. Én die alleen gaat veilig, die zich richt in het spoor van Gods Getuigenis, dat eeuwig zeker is. Rome slaat hier een doolweg in.
Rome houdt er een geheel andere beschouwing op na, wat betreft Gods Woord. Want die Bijbel heeft voor Rome wel waardij ; maar hij wordt niet door Rome gewaardeerd zooals een echt Protestant, kind der Reformatie, eischt en eischen moet, dat Gods Woord zal gewaardeerd worden. Rome maakt er maar wat van. Eensdeels zegt Rome's Kerk, dat zij den Bijbel niet negeert, maar de Bijbel is dan toch niet de autoriteit voor leer en leven, gelijk hij moet zijn naar Gods wondere ordinantie, gelijk dan ook de echte Protestant, kind der Reformatie, bij Gods Woord begint en hier vasthoudt.
Bij den Bijbel moet, volgens Rome, de overlevering komen ; en die overlevering komt dan boven den Bijbel te staan ; en die overlevering is de Kerk zelf ;ten slotte de paus en de geestelijkheid. Zoo wordt den Bijbel de plaats ontzegd welke hem toekomt. En inplaats van den Bijbel komt eigenlijk de leer van de Kerk, de overlevering, de traditie.
Daardoor is de deur geopend voor allerlei dwaalleer, door de Kerk in den loop der tijden vastgesteld; welke dwaalleer dan ook meer met argumenten buiten den Bijbel omgaand moet worden waar gemaakt, dan dat zij rechtstreeks met de Heilige Schrift.kan worden bewezen. Neem maar : het misoffer met al de plechtigheden, de tonsuur, het coelibaat. 't laatste oliesel, het vagevuur, de Maria-eri heiligen-vereering, de verdienstelijkheid van de goede werken tot zaligheid, de onfeilbaarheid van den paus, enz.
Zonder de overleveringen, welke de Kerk bij menigte bezit, valt het geheele gebouw der roomsche leerstellingen inéén, en daarom worden die overleveringen ook juist door Rome onderstreept en met hand en tand verdedigd. Waarbij het bij Rome zóó staat, dat er geen hooger beroep mogelijk is daar de uitspraak der Kerk is de uitspraak van God zelven : Roma locuta, causa finita. Wanneer Rome gesproken heeft, is de zaak beslecht !
Natuurlijk blijft ook zoo niets over van de vrijheid van geweten, want voor de geboden der Kerk moet ieder om des gewetens wil zich buigen. Rome bindt de consciënties der menschen. Rome is God,
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's