Ingezonden.
Hoe hebben wij 't nu?
In het nummer van 17; October van „Het Volk" komt het volgend bericht voor :
De Sociaal Democratische ouderling Toegelaten.
Wij lezen in onze Christenn Socialistische „Blijde Wereld" :
Tegen de benoeming van onzen partijkênoot D. May van Zaandam als ouderling, waren bezwaren ingebracht, wegens zijn lidmaatsdiap der S.D.A.P. V.olgens 't-kerkelijk reglement moeten de ouderlingen onberispelijk in belijdenis en wandel zijn. 'Orthodoxe en zelfs Vrijzinnige lidmaten waren van oordeel, dat deze onberispelijkheid door het toetreden tot de-S.D.AP. verloren gaat en daarom maakten zij bezwaar tegen de benoeming van May en: kon deze in zijn ambt niet bevestigd worden. Hooger bestuur moest eerst dit bezwaar onderzoeken en er uitspraak over doen.
Het Classicaal Bestuur van Haarlem heeft thans over het bezwaar tegen pg. May als ouderling uitspraak gedaan. Het verklaart geen aanleidmg gevonden te hebben om de toelating van den heer D.May te verhinderen. In zijn uitspraak is vooral deze zin opmerkelijk :
Wat de motiveering van sommige der bezwaarschriften betreft, dat het „Christendom en de S.D.AP. elkander zouden uitsluiten, heeft het 'Classicaal Bestuur van Haarlem als zijn meening uitgesproken, dat deze bewering in haar algemeenheid zeker niet juist is. Te meer opmerkelijk is deze uitspraak, omdat het Classicaal Bestuur van Haarlem bijna geheel bestaat uit stevig-Orthodoxe mannen. 'Namen als Barbas, Baljon, Doevendans, , Snethlage, doen onmiddellijk denken aan een zuiverheid en gestrengheid van leer, die boven alle bedenking verheven is,"
„Hoe hebben wij 't nu ? " schreven wij hierboven, en werkelijk, als waar is, wat in dit bericht wordt vermeld, kunnen we er nog niet goed bij en moeten we ons bedroeven over de houding van het Classicaal Bestuur van Haarlem.
Zou 't gewis aan kennis van de S.D. A.P. deze Eerwaarde Heeren parten hebben gespeeld? Of moeten we ook deze gebeurtenis weer toeschrijven aan het (helaas) algemeen verval onzer Ned. Hervormde Kerk ?
O, wat zijn we toch diep afgedwaald en wat is er toch een zonde over onze Vaderlandsche Kerk ! Als ik me nog eens herinner wat me in mijn jeugd omtrent het wezen der Kerk is geleerd en wat mij, Gode zij dank, altijd nog is bijgebleven, 'dan werpen deze dingen, die we nu zien geschieden, toch zoo'n heel ander licht op de zaak ; een licht, verflauwd en verdonkerd door den geest dezer eeuw.
Wij hebben immer gemeend de Kerk te moeten beschouwen als een deel van dat lichaam wat wordt genoemd : de strijdende en de triomfeerende Kerk, want in Efeze 1 vers 10 lees ik : „dat in de bedeeling van de volheid der tijden wederom alles tot één zal' vergaderd worden in Christus, beide, dat in den hemel is en dat op de aarde, is." En volgens het Hooglied, hoofdstuk 6 vers 9, is zij ook een éénige ; daar luidt, het : „Eene eenige is Mijne duive. Mijne volmaakte, de eenige harer moeder, zij is de zuivere dergene, die haar gebaard heeft." De Kerk van alle tijden, en overal, is een en dezelfde Kerk.
Dus is de Kerk een door God den Heiligen Geest gestichte vergadering der geloovigen die, hoewel op aarde nog in het zondige lichaam levende, toch reeds behooren levende lidmaten te zijn van de triomfeerende Kerk in den hemel.
Welnu, als het zóó staat met de Kerk en hare leden, dan is het toch niet te verwonderen, dat we den inhoud van bovenstaand citaat uit „Het Volk" niet kunnen gelooven. Temeer wordt ons dat onmogelijk, als wij nagaan wat plicht is voor het ambt van ouderling. Zou de bevestiger van dezen ouderling met de hand op zijn hart voor God staande, kunnen zeggen : „Het is nu alzoo, dat voor ons niemand is verschenen, die iets wettigs tegen u heeft voorgebracht ; waarom wij thans in den Naam des Heeren tot de bevestiging zullen overgaan ? " Immers, het ambt van ouderling is een aanzienlijk ambt, waarbij hij geroepen wordt over anderen te regeeren en met den dienaar des Woords opzicht over de Kerk te hebben. De dienaren des Woords met de ouderlingen maken alzoo tezamen een college uit, zijnde de raad der Kerk e|i vertoonende de geheele gemeente, waarop de Heere Jezus ziet als Hij vermaant : „zegt het der gemeente." Zoo moet dan bij de ouderlingen het opzicht der gemeente berusten en moeten zij secuur toezien of een ieder zich behoorlijk gedraagt in belijdenis en wandel,
Hoe dieper wij inkoment in de heerlijkheid van zoo'n ambt, maar ook in de verantwoordelijkheid er van, des te meer bevreemdt ons de handeling van het Classicaal Bestuur van Haarlem, Nu rijst de vraag : „Kan een lid van de S.D.A.P. hieraan beantwoorden ? " We stellen op den voorgrond, dat we geen hartenkenners zijn en het kennen van datzelve alléén aan den Heere overlaten. Maar gezien het wezen der S.D, A, P, en de eigenschappen van een door God geroepen ouderling, meenen wij te moeten afkeuren (en zéér streng) wat het Classicaal Bestuur van Haarlem hier heeft gedaan. Want veronderstelt dat waar is, dat Christendom en de S.D. A.P. elkander niet uitsluiten (wat wij meenen dat wèl het geval is), heeft men dan werkelijk wel onderzocht hoe de heer May stond ten opzichte van zoo'n heerlijk ambt ? Het is toch algemeen bekend dat de leden dezer Arbeiders(? )partij nu niet zoozeer bekend staan vanwege hun buitengewonen godsdienstzin.
Dat hebben de mannen van de tegenwoordige Christelijke Vakorganisatie 't best ondervonden. Immers de S.D.A.P. en het Ned, Vakverbond gaan hand aan hand. En sinds vele jaren is er voor den christelijken arbeider in het Vakverbond geen plaats meer.
Het is overbekend, dat door de S.D. A.P. levend bij en uit het historisch materialisme, niet naar de ordinantiën Gods wordt gevraagd, maar dat deze zooveel mogelijk worden genegeerd, zoo niet bespottelijk gemaakt. Men wenscht op het terrein van het maatschappelijk leven met Hem, Die alles schiep en sinds bewaarde, geen rekening te houden. Men meent het zélf wel klaar te kunnen spelen. Van zulk eene Vereeniging of Partij lid te zijn en tegelijkertijd een hoog ambt te bekleeden in de Kerk des Heeren (immers er zijn ook zelfs predikanten, die lid zijn van de S.D.A.P ? ) dat schijnt ons juist daarom zoo absurd te zijn, Intusschen zit de Kerk van Zaandam er mee en het zou misschien kunnen zijn, dat de.S.D.A.P er wèl bij voer. Deze ouderling kan nu propaganda maken voor de partij, inplaats de gemeente Christi te leiden, in 's Heeren kracht, in het spoor der gerechtigheid. Arme Ned. Hervormde Kerk !
Bidden alle recht geloovige zielen, die in onze Kerk werkelijk nog door Gods genade gevonden worden, om verlossing en uitrgdding, opdat de tijd niet verre meer zij, dat ze gezuiverd wordt van dergelijke wanverhoudingen en weer gefundeerd en opgebouwd op de Schriftuurlijke grondslagen, zoo schoon omschreven in onze belijdenisschriften,
Amsterdam.
H, J. N,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's