De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

Het resultaat.

Alhoewel de Lager Onderwijswet, zoo als deze thans technisch werd herzien, nog bij lange na niet de regeling geeft, zooals het Bijzonder Onderwijs die voor zijne ontwikkeling behoeft, toch kunnen wij ten aanzien van de wijziging, welke in de Tweede Kamer werd aangebracht, bevredigd zijn.

Vooreerst heeft de technische herziening een einde gemaakt aan dèn invloed, welke de inspecteurs van het. onderwijs konden doen gelden op de benoeming van de onderwijzers, met de schrapping van het 6e lid van art. 89 in de bestaande wet, is deze onnoodige bemoeiing van de inspectie komen te vervallen.

In de tweede plaats is verruiming verkregen met betrekking tot de bepaling der schoolgelden. Tot nog toe moest in dezelfde gemeente op de Openbare en Bijzondere School een gelijk schoolgeld geheven worden, thans hebben de schoolbesturen weer de vrijheid verworven, zelf het schoolgeld te bepalen, zelfs tot een hooger bedrag als geldende was. ;

En in de derde plaats deed de Minister van Onderwijs de toezegging, dat hij eene regeling zal ter hand nemen ten , opzichte van den nog altijd zoo ge-wenschten maatregel, waarbij aan de Bijzondere Kweekscholen 't recht wordt toegekend om zelf de examens voor de onderwijzersakte af te nemen.

Tegenover al deze verbeteringen welke met meerdere zouden kunnen worden aangevuld, staat echter eene verslechtering, die wij gaarne zonden hebben zien voorkomen.

Het is de bekende vrijheidsbeperking terzake van het stichten van nieuwe scholen. Wel werd de regeling, zooals zij in het ontwerp werd getroffen, ietwat verzacht, maar toch blijft zij voor de Bijzondere School een moeilijk te aanvaarden beginsel. Wanneer dan ook de technische herziening in het Staatsblad zal geplaatst zijn, zal voor het stichten van nieuwe scholen de bepaling gelden, dat gedurende vijf jaren, d.i. tot 1 Januari 1928, men tot nieuwe schoolstichting  — bijzondere gevallen daargelaten —  alleen kan overgaan indien 't vereischte aantal kinderen aanwezig is buiten de kinderen, die reeds op een andere Bijzondere School gaan, en voor wie op de school, waar zij waren, in de voor hen bestemde klassen nog plaats was. Is de nieuwe school er echter eenmaal, dan kan zij verder bevolkt worden ook door inderen van andere Bijzondere Scholen. Deze maatregel werd, zooals men zich herinneren zal, getroffen om versplintering bij den schoolbouw tegen te gaan.

Nog eens : wij vinden het jammer, dat deze vrijheidsbeperking bij den schoolbouw niet is achterwege gebleven, maar anders achten wij het verkregen resultaat niet onbevredigend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1922

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's