Oudejaarsavond.
Veel leed is geleden, Veel strijd is gestreden In 't stervende jaar ; En veel is gebeden In 't donker verleden : De strijd was zoo zwaar.
O, klaagmoede zielen, Hoe moeilijk ze vielen. De dagen van rouw, Blijft bidden, blijft knielen, O, klaagmoede zielen. Houdt vast aan Gods trouw !
Toch ook stille klanken Van loven en danken Verhieven zich hoog : Als 't zonlicht, in spranken. Van dierbare kranken De sponde overtoog.
Daar gaat een jaar leven ! Aan 't hoofd staat geschreven „Vergankelijkheid!" Doch, mocht ge soms beven, Aan 't eind van de dreven Lonkt heerlijker tijd :
De lieflijke stralen Der lentezon pralen In 't troostend verschiet ; Nu liggen in valen Nachtsluier de dalen, Maar 't einde is het niet.
Zoo is het gelegen : Grimt onspoed ons tegen, Hoe zwart ook, hoe dicht, God voert ons langs wegen Van kruis en van zegen Naar 't Eeuwige licht.
H.J. Monsjou Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's