Uit het kerkelijk leven.
Is dat geen vergissing ?
De moeilijke, schier onhoudbare toestanden, die we hebben in het midden van onze Ned. Hervormde Kerk, waarbij die Kerk met het jaar haar invloed in boet in het midden van ons volksleven, doet natuurlijk allen, die het met Kerk en volk wèl meenen, telkens beraden, wat tooh het middel en wat toch de weg wezen kon, waardoor en waarlangs een goede oplossing van het kerkelijk vraag stuk verkregen kan worden.
Ook dr. Hoedemaker, vooral voor de Confessioneelen een man van beteekenis, bij wiens woord menig Confessioneel voorman gaarne zweert, zooals de Muzelman zweert bij hetgeen Mohammed leerde — gelijk de N.R. Courant onlangs opmerkte — ook dr. Hoedemaker heeft naar middelen en wegen gezocht om te komen tot oplossing van het kerkelijk probleem ; en meer dan eens heeft hij daarbij gesproken en geschreven over een modus vivendi.
Nu willen we daar niet op ingaan voor 't oogenblik. Maar we zouden wel gaarne willen, dat telkens de redeneeringen zoo zuiver mogelijk gingen. Anders wordt de verwarring, die toch al niet gering is, nog grooter.
Daarom vinden we het noodig in deze aan dr. H. van Eyck van Heslinga, eindredacteur van het „Hervormd Zondagsblad" — voor de provincie Friesland — te vragen : vergist gij U niet, als gij zegt (no. 51, 23 December 1922) „dat de modus vivendi van dr. Hoedemaker in 1886 is voorgesteld, toen de doleantie nog niet haar beslag had, waarmee hij toen een poging deed om de afscheiding, waarop hij die doleantie zag uitloopen, te voorkomen. Daarna sprak dr. Hoedemaker nooit weer van een modus vivendi, het middel, eens als tijdelijke noodmaatregel aangegrepen, maar in de plaats daarvan drong hij tot zijn einde op reorganisatie aan.
Hier slaat dr. Van Eyck van Heslinga, naar wij meenen, den bal mis. •
0f heeft dr. Hoedemaker 17 Mei 1900 op de tweede vergadering van ambtsdragers, inzake de Generale Kas, gehouden in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, de vraag : „Is op Gereformerd standpunt, een modus vivendi tusschen de bestaande richtingen op kerkelijk gebied, bij wijze van overgang, om uit den bestaanden abnormalen toestand te geraken, noodig, mogelijk en gewenscht ? " niet bevestigend beantwoord ? — Men kan dit referaat lezen in „Vragen van den dag in het licht Van Gods Woord", eerste reeks, 1901. — ;
In dat referaat wordt principieel en breed over een modus vivendi gehandeld als, op gereformeerd standpimt noodig, mogelijk en gewenscht.
Omdat het vooral dr. Van Eyck van Heslinga is, die nog al fel weet uit te vallen, zouden we graag willen weten, of hem dit referaat van dr. Hoedemaker van 1901 bekend was of niet ?
Zoo ja — waarom maakte hij er dan geen melding van ?
Zoo neen — waarom heeft die vergadering en dat referaat dan zoo weinig indruk gemaakt, dat zelfs de heugenis bij de meest vooraanstaande Confessioneelen weg is ?
Doopkwestie-Numansdorp.
Numansdorp is in den laatsten tijd in de kerkelijke wereld van Nederland — Wij leven in een klein landje, waar we alles, van elkaar weten — nog al eens genoemd. Nu ook weer, nu men van zekere zijde gepubliceerd heeft, dat het Classicaal Bestuur van Dordt in een doopkwestie uitspraak heeft gedaan en de kerkeraad in het gelijk gesteld is, waar deze moeilijkheden in den weg gelegd had bij het doopen van kinderen uit den kring dergenen, die de Ned. Hervormde (Geref.) Evangelisatie bezoeken.
Het is wél de moeite waard om aan deze kwestie een oogenblik onze aandacht te schenken.
Te Numansdorp bestaat sedert 11 Maart 1908 een kerkeraadsbesluit —• gelijk dat in de Hoeksche Waard meer voorkomt — dat op ouders, die een kind ten Doop komen presenteeren, een tuchtmiddel zal worden toegepast, als zij niet gewoon zijn ter kerk te komen en geen blijken geven kerkelijk mee te leven. Dit kerkeraadsbesluit is door het Classicaal Bestuur van Dordt indertijd goedgekeurd — 20 Maart 1908 —.
Natuurlijk kon in 1908 de bedoeling niet zijn de menschen van de Evangelisatie te treffen, want toen had de kerkeraad van Numansdorp den hr. Heemskerk nog niet als godsdienstonderwijzer benoemd om hem daarna weer weg te sturen (omdat de kerkeraad de Gereformeerde richting, waar een groot deel van de gemeente mee sympathiseerde, niet uit wilde) waardoor mee het conflict te Numansdorp is ontstaan.
In 1908 was van zooets nog niets gebeurd. Toen ging het tuchtmiddel van den kerkeraad tegenover doopouders, die onverschillig waren voor God en godsdienst en Kerk. Maar nu die „Evangelisatie-menschen" er zijn, die niet onverschillig zijn tegenover God en Zijn Woord, noch tegenover de Ned. Hervormde Kerk, nu wordt dat tuchtmiddel, blijkbaar met groote strengheid, ook toegepast op hen.
Hier voelt men al dadelijk dat deze zaak scheef zit en scheef loopen moet. Een kerkeraad moet elk ding behandelen naar z'n aard. Hij moet leer en leven beoordeelen — als hij het doen wil en doen kan — van al de leden der gemeente zonder onderscheid. Niet van doopouders alleen en van anderen in de gemeente niet. Dan krijgt men den indruk, dat men de andere leden der gemeente (die geen doopouders zijn) niet krijgen kan en ze daarom maar laat schieten ; terwijl men de doopouders knijpen kan en het daarom ook eens wil probeeren.
Hier wringt de schoen al. Men gaat op deze manier inzake „opzicht en tucht" niet reoht dóór zee. Men gaat niet principieel te werk. En dan loopt men natuurlijk vast, als men willekeurig gaat optreden ; terwijl dan bovendien het „niet in de kerk komen" van doopouders nog een verschillend motief kan hebben.
Heel die beweging van dat kerkeraads besluit van 11 Maart 1908 is dus mis. Ook al is dat kerkeraadsbesluit goedgekeurd door het Classicaal Bestuur van Dordt,
Maar nu het toegepast wordt op de „Evangelisatie-menschen", nu is 't dubbel verkeerd en moet hier door de hoogere Besturen ingegrepen worden.
Want de kerkeraad heeft natuurlijk niet het recht om een gansch andere kwestie over te brengen op het terrein van de doopsbediening. Dat is niet eerlijk. Maar het mag ook beslist niet. Het is zoo onreglementair mogelijk (om daar alleen bij te blijven).
Wij willen in dit verband eens wijzen op een geschiedenis uit het jaar 1913, welke wel eenige gelijkenis heeft met 't geen de kerkeraad van Numansdorp oorspronkelijk bedoelde. Men kan die geschiedenis vinden in de Handelingen der Synode van 1913, bladz. 165.
Den 14den Mei 1913 was door den kerkeraad van Op-en Neder Andel met eenparige stem het volgende besluit genomen : „dat het verzoek om de bediening van het sacrament van den Heiligen Doop aan de kinderen van zulke ouders, (d.w.z. die de godsdienstoefeningen verzuimen bij te wonen) zal worden uitgesteld, tot dat zij, door gedurende eenigen tijd getrouw het bedehuis te bezoeken, blijken geven, dat het hun met den Heiligen Doop hunner kinderen eenigermate ernst is."
Dat lijkt dus veel op hetgeen Numansdorps kerkeraad wilde in den jare 1908. En de gelijkenis gaat nog verder, . Want het besluit van den kerkeraad van Op-en Neder Andel werd ook goedgekeurd door 't Classicaal Bestuur van Heusden.
Maar dan gaat het een andere richting uit.
Het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Brabant en Limburg, tot oordeelen geroepen, heeft het besluit van den kerkeraad van Op-en Neder Andel vernietigd en het veroordeeld, dat het Classicaal Bestuur van Heusden z'n goedkeuring aan zoo'n besluit had gegeven.
De kerkeraad ging met dit alles naar de Synode, verzoekende om vernietiging van dit besluit van het Provinciaal Kerkbestuur. Doch de Synode wees dit verzoek af.
Toen is de kerkeraad van Op-en Neder Andel op een andere manier tot de Synode gegaan, en wel eenvoudig met de vraag, of een kerkeraad een dergelijk besluit nemen mag of niet.
Daarover heeft de Synode van 1913 gehandeld. Uit het Rapport halen we enkele gedeelten aan: „Ten onrechte beweert de kerkeraad van Op-en Neder Andel, dat dit besluit niet met onze kerkelijke wetgeving zou in strijd zijn. Uwe Commissie, hoewel de bedoeling van den kerkeraad om de Doopsbediening heilig te houden waardeerend, acht toch niet ieder middel geoorloofd tot bereiking van dit doel. En hier is een poging om „hoordwang" in te voeren. En tot invoering daarvan verleent geen onzer Reglementen aan een kerkeraad de bevoegdheid.
Onjuist schijnt ons het inzicht van den kerkeraad van Op-en Neder Andel, dat het niet bijwonen van de godsdienstoefeningen op een plaats, waar geen keus is, enkel zou te wijten zijn aan onverschilligheid en onwil. Dat er personen van zoodanigen geestestoestand zijn valt niet te ontkennen en is diep te betreuren ; maar ook andere redenen kunnen zich laten gelden — en kan ook een kerkeraad over de harten oordeelen? — die b.v. kunnen liggen in den predikant, zijn optreden of wijze van prediking of voorstelling van de Christelijke Waarheid enz.
Ten onrechte tracht de kerkeraad de verplichting tot het bijwonen der predikaties af te leiden uit de derde belijdenisvraag. Iemand kan zeer goed de belangen van het Godsrijk in het algemeen en van de Ned. Hervormde Kerk in het bijzonder van harte bevorderen en toch niet begeeren steeds ter kerk te gaan bij een predikant, enz. En niet minder onjuist schijnt ons de gevolgtrekking, dat ouders, die de godsdienstoefening verzuimen daardoor geen „blijken geven dat het hun met den doop hunner kinderen eenigermate ernst is", enz. Onze kerkelijke wetgeving kent geen hoordwang, laat ook vrijheid, aan de leden der Kerk, om hunne stichting daar te zoeken, waar hun hart die 't best vindt. En 't is een kerkeraad ongeoorloofd den hoordwang op verkapte wijze in te voeren, door doopsweigering als strafmiddel toe te passen op ouders, die de godsdienstoefening niet bezoeken, terwijl de doopsbediening, naar de practijk onzer vaderen, moet plaats hebben aan alle kinderen van niet gecensureerde ouders, die haar begeeren en zelfs het gecensureerd zijn daarvoor geen beletsel oplevert." Tot zoover het Rapport, in de Synode van 1913 uitgebracht.
Met algemeene stemmen is toen in den geest van het Rapport door dé Synode besloten en aan den kerkeraad van Open Neder Andel is uitvoerig bericht gezonden.
Dit heeft natuurlijk ook wat te zeggen aan den kerkeraad van Numansdorp en aan het Classicaal Bestuur van Dordrecht. En die ouders, die door het Classicaal Bestuur in het ongelijk gesteld zijn, moeten nu maar in hooger beroep gaan bij het Provinciaal Kerkbestuur van Zuid-Holland, dan zal dat Bestuur wel een einde maken aan die plagerijen.
Want het Classicaal Bestuur van Dordt heeft natuurlijk te goeder trouw gehandeld, maar het heeft over 't hoofd gezien, dat de kwesties te Numansdorp geheel vertroebeld worden op deze manier en dat niet als tuchtmiddel mag worden geproclameerd, wat inderdaad geen tuchtmiddel is.
Het blijkt uit alles, dat het Classicaal Bestuur van Dordt de dingen niet heeft weten te onderscheiden. Want had het dat gedaan, dan zou, het geoordeeld hebben als de Synode van 1913 en dan zou het niet allerlei redeneeringen hebben gehouden als nu in haar besluit zijn neer gelegd, zij 't ook onder aanhaling van allerlei artikelen uit de Reglementen, die echter met de zaak in kwestie niets te maken hebben.
Om de verwarring in deze te laten zien, nemen we hier een groot gedeelte van het besluit van het Classicaal Bestuur over, dat als een vonnis geldt voor de Evangelisatie-menschen.
Het Class. Bestuur redeneert aldus : „Gehoord den kerkeraad van Numansdorp bij monde van zijnen voorzitter, ds. J. A. ten Bokkel Huinink, welke verklaarde dat de Doop niet is geweigerd, doch slechts uitgesteld, omdat genoemde N.N. geen kerkelijk leven leidt, doch de samenkomsten in de z.g.n. Evangelisatie bezoekt ; dat genoemde N.N. weigert de godsdienstoefeningen in de Ned. Hervormde Kerk bij te wonen ; dat de kerkeraad heeft toegepast één der besluiten betreffende de bediening van den Heiligen Doop, genomen door den kerkeraad van N., 11 Maart , 19.08, goedgekeurd door het Classicaal Bestuur van Dordrecht 20 Maart 1908 ;
Gehoord de appellant, welke verschenen is voor eene commissie uit het Classicaal Bestuur, door welke commissie appellant is ondervraagd en verklaarde dat de Doop niet is geweigerd ; bevindende voorts de commissie, dat hij geen voldoende reden kon opgeven waarom hij de prediking des Woords van den predikant in de Ned. Hervormde Kerk niet bijwoonde ;
Overwegende dat genoemde N.N. door de commissie uit het Classicaal Bestuur is vermaand geworden wegens zijne niet te rechtvaardigen handelingen en is opgewekt de godsdienstoefeningen in de Ned. Hervormde Kerk bij te wonen en zich te stellen onder het gezag van den kerkeraad ;
Overwegende dat de kerkeraad van Numansdorp is geroepen zorg te dragen dat de Doop op de meest indrukwekkende wijze plaats hebbe ;
Overwegende dat de kerkeraad van Numansdorp geroepen is opzicht te houden en tucht te oefenen ;
Overwegende dat de kerkeraad van Numansdorp opzicht heeft gehouden op zoodanige wijze als hem het meest geschikt is voorgekomen ;
Gelet op de artt. 1, 2, 3, 4 en 5 van het Reglement voor kerkelijk Opzicht en Tucht, enz., en art. 14 van het Reglement op de Kerkeraden ;
Recht doende in hooger beroep, handhaaft het besluit van den kerkeraad te N., tot het houden van opzicht genomen enz. enz."
Men ziet hier is alles, met heel veel overwegingen en met het opnemen van heel veel artikelen van de kerkelijke wet, door elkaar gehutseld : Evangelisatie-kwestie, opzicht en tucht, doopsbediening die op indrukwekkende wijze geschieden moet, enz., waarbij de conclusie is : het besluit van den kerkeraad te N. tot het houden van opzicht genomen, wordt bestendigd.
Wij hopen, dat het Provinciaal Kerkbestuur van Zuid-Holland, recht doende in hooger beroep, spoedig anders zal oordeelen en het zal ons verblijden, als de kerkeraad van Numansdorp de kwestie van de Evangelisatie, die al zoolang de gemeente in beroering brengt, op een wijze wil behandelen, die de eenig goede manier is en die reeds lang had moeten worden gebruikt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1922
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's