Leestafel.
De Eenzamen van Port-Royal, door M. de la Prise. Uitgave van Sijthoff's Uitg.Mij. te Leiden, 1922. (met 12 illustraties en portretten) ƒ 3.50.
Uitvoerig wordt in dit boek geschetst het leven der eenzamen in het klooster Port-Royal, bij Versailles, waartoe o.a. behoorden Antoirie de Maitre, d'Andilly, en vele anderen. In onzen tijd van weifelingen en strijd, waar zelfs in het verre Oosten gezocht wordt naar meer licht, verkwikt wellicht menigeen de vaste klaarheid en eenvoudigheid, waarin de eenzamen van Port-Royal hun kracht vonden. Port-Royal neemt in de geschiedenis der godsdiensten een groote plaats in en behoort bekend te zijn bij alle dieper schouwenden in het leven. Want : die Port-Royal niet kent, kent een stuk van de geschiedenis der menschheid niet.
Zoo lazen wij op den omslag van dit schoone boekske, en we zijn het er roerend mee eens. Enkele citaten zullen u dit duidelijk maken. „De eenzamen van Port-Royal zij verdwenen. Het Jansenisme bleef bestaan, zijn invloed bleef grooter dan koning en priesters vermoedden." (pag. 90). „Deze eenzamen hebben de sympathie der menschen weten te winnen, die het verst verwijderd waren van te gelooven, te gevoelen en het leven op te vatten gelijk zij het deden."
De la Prise is er in geslaagd, figuren als den welsprekenden Ie Maitre, de vrome Abdis Mère Angélique, den dichter d'AudilIy, den mystiek-aangelegden arts Monsieur Hamon (om slechts enkelen te noemen) voor ons te doen leven. „Men is een beter mensch door een wijle met de heeren van Port-Royal geleefd te hebben ; de besten hunner waren niet verre van het Koninkrijk der Hemelen", zoo schrijft George Gissing, (pag. 157). Men moge 't niet eens zijn met hunne theologische leerstellingen, vele zullen hun begrippen bekrompen of kleinzielig achten, maar nu en dan komt er uit hun oude boeken ons een koele geurige lucht stroom tegemoet, die niet over de gewone wereld der menschen schijnt gewaaid te hebben. Neen ! Hun trachten was naar de hemelsche dingen en hun streven het gebod van Christus in toepassing te brengen: „Gij zult den Heere uwen God liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel, met geheel uw verstand en uw naaste gelijk uzelven !"
Daarom willen we dit boek hier aanbevelen aan onze intellectuëele lezers, vooral aan onze predikanten. De plaats ontbreekt ons, hier meer te citeeren ; overtuig echter uzelf, en wij twijfelen niet of u zult dankbaar zijn voor de rijke mystieke gedachten, die onze kloosterbroedersen zusters ons nalieten.
Portretten en illustraties verluchten den tekst, terwijl voor degenen die nog nader kennis wenschen te maken met de Eenzamen, achterin een bibliographic te vinden is, die hen uitstekend oriënteert.
L.
C. B.
Brieven van den ouden Josias, door Marie Diers.
Uitgave : A. G. Sohoonderbeek, Laren (Gooi). 5de druk, gec. ƒ 1.50.
Men verzocht mij hier iets te willen zeggen over bovengenoemd boek. Eerst heb ik mezelf afgevraagd, of het wel noodig zou zijn zoo'n boek nog te bespreken ; maar misschien zijn er onder de lezers van „De Waanheidsvriend" enkelen, die dit boek niet kennen. Zij missen nog veel schoons, dat toch binnen ieders bereik ligt. De schrijfster geeft ons geen roman, maar werkelijkheid, eenvoudig — en daarom waar ; de tragiek van het echt-menschelijke koraal-muziek, die tenslotte overgaat in de berusting: „wat God doet. dat is welgedaan." Ouders, opvoeders, jonge menschen, koopt dit boekje vandaag nog en laat de oude Josias tot u óok spreken, alleen, in de stilte. Hij heeft U wat te zeggen!
Oude Josias ! we zijn u dankbaar, dat gij die brieven hebt geschreven, niet om er mee te pronken, maar opdat we er houvast aan zouden hebben.
Oude Josias ! ge brengt ons aan het schreien, als we uw brieven lezen. Maar dat is niets, zegt ge, ik heb ook geschreid. Met grappen komen we niet door het leven ; we moeten de zwarte uren ook door. Later schijnt de zon weer !"
Oude Josias ! we hebben veel van u geleerd, van u, moede, verbitterde oude man, die een zwaren tijd achter den rug had, en in uw eenzaamheid levenswijsheid neerschreef.
Oude Josias ! we begrijpen u zoo heel goed, als ge, na het bericht, dat uw schoonzoon, dien ge niet wildet kennen, gestorven is zoo onverwacht toegeeft aan uw impuls, en uw dochter vergeving vraagt, omdat ge „hem" misschien onrecht deed. Als drie weken later die bittere wrok weer boven komt, toen Elske u schreef, dat zij dien pianospeler niet alleen heeft liefgehad, maar ook vereerd ; den man, die uw kind tot over het graf heeft verleid en verblind !
Oude Josias ! gij zijt paedagoog bij de gratie Gods, al zegt ge van uzelf dat ge een eenvoudige oude landman zijt, die het rechte en verstandige wil en anders niet. Uw eigen kind is u ontglipt ; maar óns leert gij, dat ieder mensch gaat, zooals hij moet ; „dan krijgt men dien mooien diepen eerbied. Want dan zegt men tot zichzelf : Dat is Gods schepsel, niet het uwe. Daar hebt gij niets aan te peuteren." Ja, dat maakt licht, dat bevrijdt van allen aardschen last.
Oude Josias ! toen we uw brieven gelezen hadden, werd het stil in ons, en het ging ons als uw kleinzoon Heinz : In ons was de ziel gegroeid. Hare vleugels waren uitgespreid. Heilige eerbied vervulde alles rondom ons.
Oude Josias, ge hebt tot óns gesproken !
L.
C. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's