De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verschoppelingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verschoppelingen

Feuilleton.

6 minuten leestijd

EEN OORSPRONKELIJK VERHAAL DAT AANVANGT ONGEVEER 1870

door JAN VELTMAN

7)

Hij had reeds veel mooie oude en nieuwe gebouwen .gezien en prachtig aangelegde tuinen. Hij lag nu meer te luisteren dan te zien. Onder de hooge boomen klonk hier alles 200 geheel anders dan in 't ruime veld. Het gezang en geroep der vrije vogels kende hij precies, doch 't was, of de tonen en slagen hier langer duurden en zachter uitklonken, 't Schateren der eksters was hier niet zoo brutaal en de kraaien en raven schreeuwden minder moordzuchtig.

Zeldzaam bekoorden hem zooveel onbekende geluiden : 't roepen van kalkoenen en pauwen en vooral het have gesnater van de kleine witt§ kwaakeendjes. Doch alle geluid werd in schoonheid overtroffen door 't roepen en spreken van menschen die hij niet zag. Geen enkel ruw woord hoorde hij, en alle klanken waren wonder welluidend. Kwam dat, omdat het geluid hier lichter, wijder voller opklonk in de hooge bosschen, of waren de menschen hier anders ? In Delberg was alles ruw ; hier had alles zulk een bekoorlijken klank en zulk een aanlokkelijk vertoon. Hoor ! — waren dat kinderstemmen ? 't Was, of 't wijd golvend nader kwam zweven. De stemmen klonken als zilver!

Even richtte hij zich op, om iets te zien, maar de lieve geluiden schenen zoo maar uit de kruinen der boomen neer te dalen : hij merkte nergens iets en vlijde zich weer neer. Dan werden de stemmen nog duidelijker, bepaalder : ze naderden !

Paul luisterde ingespannen : 't kwam heel dicht bij ! Zij mochten hem niet zien : hij dook zich diep in 't lange gras. Stil ! ! Ze waren nu heel dicht bij hem, vlak achter de haagbeuken, die hun takken uitspreidden over 't ijzeren hek, dat den tuin van den weg scheidde. Hij hoorde ritselen, zag kleurenschimmen door 't dichte beuken gebladerte ; ze zetten zich daar neer. Stil ! !

„August, sla even de d o ^) aan !" Verrukkelijk ! — wat een heerlijke stem was dat! Indien de rozen en leliën konden spreken, zouden ze 't zóó doen : de spraak even wonderlijk en bekorend als haar hemelsche geuren.

Wat toch wel een d o was. Stil ! dat was 'm, de d o ! Een wonderschoone klank : vol, breed, machtig. En terstond • daarop volgde een rijtje andere, fijner, hooger tokkelklanken.

„Alles is zuiver, Virginie ! Zullen we eerst 17 nemen ? "

„Ja, dat is goed, August ! Ben je klaar ? " Maar wat Pau! nu hoorde, verrukte, ontroerde zijn ziel en zinnen : hij voelde een tinteling in den rug, in zijn armen en beenen. 't Was of terstond de bloedsomloop zich verlegd en gewijzigd had : koude trek-

1) In dien tijd werd nog zeer algemeen de grondtoon u t en niet d o genoemd. ken gleden over zijn rug. Om beter alles, alles te kunnen hooren, sloot hij zijn oogen en gaf zich' roerloos over aan 't wonder geweld, dat over hem kwam.

't Was, of de wolken zich in zachte spelende dwarreling openden en de heerlijkste tonen als sneeuwbloesems en dauwpaarlen over 't wijde woud strooiden en de lucht en 't heele bosch wolkend en golvend vervulden met de allerzoetste zieleweelde.

Soms stierven de tonen langzaam weg als 't teer rimpelend, eindeloos uitringen van een plons in 't zilveren spiegelvlak van 't boschmeer. Dan op eens kwamen ze terug, breed en krachtig, snel en forsch, gelijk de paarden in de wei speeldronken en weeldedartel soms plotsleing door 't land holden, de geweldige hoeven dreunend tegen den grond slaande, alsof ze in hun loop de gansche aarde zouden verpletteren. Tot er een regelmatige beweging kwam in de tonen als het galmend luiden der kerkhofklokken.

Maar dan ! — Als hoog uit den hemel kwamen nu fijner stemmen huppelend en kringend zich mengen met de zware breede klokketonen. In Pauls ooren klonk het, of er honderd gouden hamertjes tikten op hon derd zilveren klokjes. Maar 't konden geen vingers zijn, die al die hamertjes hanteerden : de wind slechts zou 't kunnen ! 't Was zoo wonder schoon !

't Was weer stil geworden en de jongen richtte zich nog eens op, of er misschien iets te zien ware. Doch Virgine én August zaten nog verborgen achter de haagbeuken, de jongedame met een mandoline, de jonge heer met een guitaar. Paul luisterde weer.

„Nu 28, August !" , , Goed, maar dan jij er bij zingen !" „'k Zal zien, of 't gaat. Ben je klaar ? " Daar stroomden de tonen vveer heen, eerst de diepe, breede van de guitaar, en dan scheen uit dien stroom op te spatten als zilveren schuim de fijne hooge stem der mandoline.

Die muziek sprak tot Paul, maar als in een vreemde taal, doch wier gebaren hij verstond. Hij voelde iets ongekends, waaraan hij geen benaming kon geven. In zijn jonge ziel scheen alles ontboeid te zijn en rumoerde daar nu rond, om een uitweg te vinden en heen te snellen naar 't wonder onbekende. Er bestond iets, voor hem nog verborgen ; maar 't was meer, veel meer en grooter en hooger dan alles, wat ooit onder 't bereik zijner zinnen en van zijn denken was gekomen.

Zijn geest had, schoon in geheimzinnige nevelen, iets van dat nog ongekend heerlijke aanschouwd : misschien zou ook zijn oog daarvan iets kunnen zien en dan eerst zou hij dat verborgene kennen. Als hij eens heel, heel dicht bij 't hek ging staan !

Hij richtte zich weer op en begaf zich schoorvoetend in de richting, wa^ar hij de kleurschimmen do& r 't gebladerte* had gezien, sloeg beide handen om een paar tralies van 't ijzeren hek en stak er zijn gelaat door heen.

Ja, 't klonk nu nog heerlijker Daar in eens zong die stem, die hij vergeleken had bij de stem van rozen en lelie's indien die zouden kunnen spreken. Hij hoor de duidelijk, wat de jonge dame zong :

„Neen, niet van de aarde Wacht ik een goed. Duurzaam van waarde. Zalig en zoet. Al mijn geluk, Blijdschap in druk. Redding in nood. Hoop in den dood Daalt van dien Eenen hemelschen Heer D'eeuwig getrouwen Vader ter neer."

De zangstem hield op ; maar de tokkelmuziek speelde door, en nu was het hem, of die wondere dingen, waarvan het meisje had gezongen, nog eens terug kwamen. In zijn kinderziel kwamen ze terug, de wondere dingen ; niet van de aarde — duurzaam goed — blijdschap \n druk — hoop in den dood — en dan : die hemelsche Heer, de getrouwe Vader. Hij, de verschoppeling, bezat niets op de wereld. Zijn grof linnen genommerde kleeren en gebrandmerkte klompen waren het eigendom van de armvoogdij. Zijn thuis was altijd bij vreemde menschen, die hem te eten gaven om iets aan hem te verdienen.

Vader — moeder —. Waar was zijn vader, waar zijn moeder? Hij was geen wees: hij was een verschoppeling. Wie was de getrouwe Vader, Vv'aarvan de jonge dame----

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Verschoppelingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 januari 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's