Staat en Maatschappij.
Grootspraak.
De vorige maand kwam te 's Gravenhage bijeen het Congres voor den Wereldvrede. Dit congres ging uit van het Internationaal Verbond van Vakvereenigingen (het I.V.V.).
De eenige voorwaarde, welke voor toetreding tot het congres werd gesteld, was, dat de organisaties zich „in groote lijnen" vereenigden met de resoluties, destijids op de Internationale van Rome aangenomen, waarin besloten werd tot propaganda voor de actie tot verhindering van dreigende oorlogen door middel van staking en boycot.
Met niet weinig luidruchtigheid en grootspraak werd afgekondigd, dat de organisaties, welke aan het congres deel namen, een aantal arbeiders vertegenwoordigden van ruim 40 millioen man. Voorts werd verzekerd, dat het l.V.V. en de verschillende Vakbonden herhaaldelijk in beginsel tot de staking en boycot hadden besloten.
Nauwelijks was echter het congres uiteengegaan of het hoofdorgaan der Sociaal-Democraten in Duitschland, de „Vorwarts", stelde, met het oog op eene eventueele bezetting der Franschen van het Ruhrgebied, de vraag, of een solidair optreden van het internationale proletariaat in staat zou zijn, de huidige machthebbers in Frankrijk tot rede te brengen.
Deze vraag had niet behooren gesteld te worden, waar het Congres voor den Wereldvrede zich toch pertinent had uitgesproken en het met de staking en de boycot wel in orde zou komen.
Maar hoe zijn hier al de verwachtingen in rook opgegaan, toen dezer dagen de Fransche troepen, alsof er geen Internationaal Verbond van Vakvereenigingen bestond, haren intocht in het Ruhrgebied hielden.
Zeker de Soc.-Democraten in Frankrijk en België protesteerden, maar tot daden kwam het niet? "
Men zoekt den oorlog te verijdelen door de ontwapening, maar men ziet één ding voorbij, n.l. dat de ellende en jammer die zich over de volkeren van Europa hebben uitgestort, een gevolg is van de zonde.
Doch met dien factor wordt niet gerekend.
Opgepast.
Het blijft na de Novemberdagen van 1918 nog altijd oppassen.
Nog niet zoo lang geleden zette mr. Troelstra uiteen, dat de revolutionaire, buiten parlementaire actie, tot verovering der politieke macht, in de toekomst niet kan gemist worden.
Letterlijk zeide hij : „Of ik bereid ben beteekent niets ; het is de vraag of het Nederlandsche proletariaat gereed is. Als dit gereed is, ben ik bereid."
Eenzelfde toon werd ook gehoord op het Congres van de S.D.A.P., dat. van Zaterdag tot Maandag te Utrecht gehouden werd.
Daar stelde de bekende Sociaal-Democraat ook de vraag, en wij citeeren haar woordelijk uit „Het Volk" van 15 Januari : „Keerde de situatie van November 1918 weer, zouden wij dan sterk genoeg zijn, de macht in handen te nemen ? "
Daarop antwoordde de voorzitter van het congres, de heer Vliegen : „hebben wij de menschen om de macht in handen te nemen ? Neen. Daarom moeten ontwikkeling en beschaving verspreiden ; een lichtpunt daarbij vormen de Volksuniversiteiten."
Men ziet uit beide verklaringen, dat de Sociaal Democraten er nog niet van hebben afgezien, om, wanneer de omstandigheden gunstig zijn, naar de macht te grijpen.
Wij zijn dus gewaarschuwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's