De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

6 minuten leestijd

Uit de oude doos.
Wij kunnen ons geweldig ergeren als soms menschen zoo zoetelijk praten over liefde en verdraagzaamheid. Laat men zich voor zulke menschen wachten ! Want zij haten niet zelden de waarheid, die naar de Schriften is en het volk dat in Gods waarheid wandelen wil. Men praat dan over : „hoe goed is 't als broeders en zusters van hetzelfde huis in liefde samenwonen", maar van dat „broeders en zusters van hetzelfde huis" hebben ze blijkbaar toch eigenlijk weinig begrip. Immers als met niet van hetzelfde huis is, niet uit hetzelfde beginsel leeft, niet voor denzelfden Christus buigt en niet naar het Woord zich saamvoegt, behoort men niet tot hetzelfde huis en kan men niet één van zin, in liefde samenwonen. En alles wat men er dan over bazelt, is niets dan een wanhopig door elkaar halen der dingen.
Het is daarom wel zonderling, dat die menschen die een haat hebben tegen Gods Woord en Gods volk en die vijandschap onder geen stoelen of banken steken, dat tegelijk zoo dikwijls de menschen zijn, die den mond vol hebben van liefde en verdraagzaamheid. Dat was vroeger zoo en dat is nóg zoo.
Neem het oud-liberalisme.
Wat heeft men de waarheid, die naar Gods Woord is, tegengestaan en Gods volk vervolgd.
Scholen met den Bijbel duldde men niet. Alles wat maar gedaan kon worden om den bouw van een christelijke school tegen te gaan, werd uitgedacht en doorgezet.
En in de Kerk ? Men haatte „de fijnen" met een volkomen haat.
Neen, men zou nu niet graag toepassen op de vijanden van de Waarheid, wat men een kleine honderd jaar geleden deed aan de gereformeerden. En als wij nu maar even wat zeggen of schrijven aan het adres van de modernen, dan wordt al moord en brand geschreeuwd en gesproken van onverdraagzaamheid, liefdeloosheid, onrecht, enz. enz. Maar datzelfde soort menschen heeft de gereformeerden altijd gehaat en haat ze nóg tot in hart en nieren.
Hoe dikwijls wordt het niet gezegd, geschreven of — gedacht : gingen die gereformeerden maar de Hervormde Kerk uit, wat zou dat opluchten ! en als men soms een handje helpen kan, dan is men klaar en ten allen tijd bereid, daar kan men staat op maken !
We dachten hier nog weer eens over, toen we een oud stuk lazen, dat uit de oude doos is te voorschijn gehaald.
Neen ! men moet geen oude koeien uit den sloot halen. Laat al dat oude maar zitten ! Onze tegenwoordige tijd geeft genoeg materiaal. Maar soms is 't toch wel goed een oud, geel papiertje uit de verzameling weer eens te zien en te lezen en — te laten lezen. Het kan zoo 'n mooie illustratie geven van het feit, dat het liberalisme en de vrijizinnigheid altijd toch zoo geweldig verdraagzaam is geweest en dat ook graag blijven wil natuurlijk
In de oude doos vonden we — „De Wachter" maakte er ons attent op —een artikel over de vervolgingen tegen de Afgescheidenen in den jare 1834. Men weet, dat mr. Groen van Prinsterer daarover zooveel geschreven heeft en daartegen zoo getoornd heeft. En men kan dat begrijpen, als men leest, hoe men eenvoudige belijders van den Christus, die niemand kwaad deden, geplaagd, vervolgd, gestraft heeft. Waarbij helaas ! de Synode der Ned. Hervormde Kerk een afschuwelijke rol heeft gespeeld.
Want die vervolgingen tegen de Afgescheidenen waren in strijd met de eerste beginselen van de Grondwet van Nederland ; en zeker met de eerste beginselen van de grondwet des christens. Maar de Synode der Ned. Hervormde Kerk heeft niet alleen die vervolgingen goedgekeurd, maar heeft zelfs alles in het werk gesteld om die vervolgingen te bevorderen en te doen voortduren.
Daar is bewijs voor. Want in de Handelingen der Synode van 1835 is het volgende stuk van de Synodale Commissie (het uitvoerend bewind der Sy­node) te lezen : De Commissie, alzoo kennis nemende enz., heeft geoordeeld, wat betreft het houden van onwettige bijeenkomsten, waardoor ook in nabij gelegene provinciën aanleiding tot wanorde en tot scheuring werd gegeven, Zijne Excellentie den Minister, belast met de generale directie voor de zaken der Hervormde Kerk, dringend te moeten verzoeken ter aanwending van zijne tusschenkomst en veel vermogende pogingen bij Z. Excellentie den Minister van Justitie, teneinde vanwege laatstgemelde eene krachtige aanschrijving moge worden uitgevaardigd aan de officieren en ambtenaren onder deszelfs ministerieel departement, met name In de provincie Groningen en Drenthe behoorende, teneinde ook zonder aangifte van eenige contraventie tegen de bestaande wetten, met allen ijver werkzaam te zijn ter handhaving der Artt. 291 tot 294 van het Strafwetboek voor het Koninkrijk, van welk verzoek door Zijne Excellentie afschrift bij geleidende missive aan Zijne Excellentie den Minister van Justitie is toegezonden.
Get. H. H. DONKER CURTIUS, President.
J. J. DERMOUT, Secretaris.

Dit stuk spreekt voor zichzelf. Hier wordt de Regeering opgehitst! En we kunnen het verstaan, dat deze dingen nog altijd voortleven in de herinnering van onze gescheiden gereformeer de broeders, die uit de kerkelijke beweging van 1834 zijn voortgekomen.
In deze voelen we met hen mee. En het is ook óns onbekend, dat de Synode ooit of te immer uiitgesproken heeft, dat het haar leed deed, dat zij vroeger aldus heeft gehandeld.
Natuurlijk willen wij deze dingen niet voor verantwoording van de Synode van 1923 leggen. Daarom halen wij deze geschiedenis niet op.
Maar het is en blijft toch wel een bewijs, dat we wat voorzichtig moeten zijn met die liberale menschen, die den mond vol hebben van verdraagzaamheid en liefde, maar die intusschen de gereformeerden haten met een doodelijken haat.
O! men is zoo verdraagzaam. En de kerkmuren moeten zoo wijd uitgezet! Maar voor de gereformeerden is toch eigenlijk geen plaats !
Hoe eer die weggaan, hoe liever dat men het heeft.
Maar we gaan nog niet weg ! We laten ons zóó nog maar niet buiten de deur zetten.
Want we meenen, dat onze plaats in die Kerk is, die vanouds heeft beleden, wat naar Gods Woord is en wat in onze belijdenisschriften is uiteengezet.
Die op den bodem van die belijdenis staan die hooren in de Hervormde Kerk.
Ook die er smadelijk zijn uitgejaagd door die vriendelijke en verdraagzame vijanden.
Maar die van de belijdenis zijn afgeweken, die hooren in de Hervormde (Geref.) Kerk niet thuis. Ook al doen ze alsof ze de verdrukte onschuld zijn. En hoe eer ze er uit weg gaan, hoe liever dat het ons is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's