Ingezonden.
Provinciale Afdeeling Utrecht van Herv. jongelings-Vereenigingen.
Aangesloten bij den Bond van Hervormde Jongelings-Vereenigingen. op' Gereformeerden, Grondslag.
De Prov. afdeeling Utrecht van Herv. Jongelingsvereenigingen op Gereform. rondslag zal D.V. op Donderdag 15 ebr. a.s., des middags 2 uur in het geouw voor Chr. Soc. Belangen Kr. N. racht te Utrecht, haar tweede jaarveradering houden. De afdeelingen die bij aar aangesloten zijn worden langs dezen weg uitgenoodigd deze vergadering in grooten getale te. 'bezoeken.
Ook worden de h.h. Predikanten, die met ons streven bekend zijn en medeleven, vriendelijk verzocht hun belangstelling te 'toonen, door deze vergadering met hun bezoek te vereeren.
En gij, jongelingen van Herv. (iQeref.) huize, toont in 't bijzonder uw belangstelling door pp-deze-iaarvergadering anwezig te zm.é-M^^lM. .
Gij, j'Ongedochters , 'die met ons één doel beoogt, komt ook .eens een kijkje emen, opdat gij mqögt besluiten om in de plaats uwer hiwoning Herv. (Geref.) Meisjesvereenig-ingen op te richten. De wereld zit ook niet .stil, iaat daarom uw stem worden gebooM, opdat de strijd moge worden aangebonden tegen den anti-Christelijken igeest.
Gij, mannen en vrouwen, spoort uwe kinderen aan om getrouw te zijn in het bezoeken van onze Vereenigingen, . die bedoelen op te leiden tot nuttige leden voor Kerk, Staat en Maatschappij.
'Laat 'bovenal uw 'gebed oi^stijgen, opdat ons werk moge gelukken.
S'torte de Heere Zijn Oeest uit in ons, die zonder dien Oeest. niemendal zullen kunnen. '^^^Sfev-
Oij, die van verre ions aanschouwt, kom naderbij en steek uw hand tot-hulp ons toe.
ons toe. Gij, grijsaards, steunt in uw grijze da-gen de bloem van onze Hervormde Kerk. Toont dat gij de 'è'rve onzer vaderen in uw .gebed niet vergeet.
in uw .gebed niet vergeet. Zoeken wij allen tezamen in alles Gods eer.
(Zie ook nog de advertentie in dit blad).
blad). J. GAASBEEK,
Veenendaal, 5 Febr. '23. Secretaris.
Kerkelijk-, Politiek-en Geestelijk besef.
Hooggeachte Redactie,
Dezer dagen kwam mij een stukje onder de oogen \'an de hand van prof. Fabius, over 'gem-isAaan..kerkelijk besef, welk laatste Zijn Hooggel. in ernstige mate constateert bij predikanten of kerkeraden van de Gereformeerde Kerk, die een afscbeidsprediking bijwonen van een predikant van het „Ned. Hervormd Kerkgenootschap." (de bij uitstek geliefde term van prof. F.), .^g^ff.'.
De professor kan • het ziclr Mjkbaar niet indenken, dat er eene broederlijke, maar ook vruchtbare samenwerking kan hebben plaats gehad tusschen den scheidenden leeraar en die der Gereformeerde Kerk, b.v. op schoolgebied.
Dat Hervormde predikanten in verkiezingS'dagen voor Antirevolutionaire kiezers 'in overvolle zalen optreden, Kamercandidaten voor die partij zijn, het kan er mee door, en bij geen enkel lid der Gereformeerde Kerk (ook bij prof. F. niet) zal ook maar eenig gemis-aan „Politiek besef" worden vastgesteld.
Van weinig „.Geestelijk besef" getuigt evenwel een schrijven als het hierboven aangehaalde, immers er zijn in de Ned. Hervormde Kerk, de historische voortzetting van de Kerk der vaderen, ook nog, die den naam van „Zions kinderen"
dragen, al schijnt dit ook voor velen uit de Gereformeerde Kerk eene ongerijmdheid ; niettemin is het de waarheid, maar deze zullen zich niet hebben te beschuldigen van gemis aan „Kerkelijk besef", w-anneer zij eene afscbeidsprediking van een predikant der Gereformeerde Kerk bijwonen.
Met vriendelijken dank voor .de plaat sing.
Uw abonné
W. BUISING.
Rotterdam, Februari 1923.
Modus Vivendi. w
Mijnheer de Redacteur, n s
Met gemengde gevoelens las ik de drie ingezonden stukken over de Modus Vivendi in-het laatste nummer van „De Waarheidsvriend." t z
Benerzijds verheugt het mij dat uit deze stukken blijkt, welke groote mate van belangstelling voor het kerkelijk vraagstuk er in onzen Bond is, terwijl ik het anderzijds moet betreuren, dat er m.i. geen goed mzicht is, wat eigenlijk met de Modus Vivendi bedoeld wordt.
Dat in de ingezonden stulck.en van het Bondslid en den Bondsdominé gezegd wordt, .dat de Modus Vivendi beoogt .een loslaten van de Kerk, een uiteenrafeling en een boedelscheiding, is bezijden de waarheid. Eigenaardig is bet, dat broeder F. A. te A., hoewel een tiegenstander van een iModus Vivendi, zich toch een soort Modus Vivendi in onze iKerk voorstelt. Hij schijnt te willen werken in de zelfde richting, waarin het Convent van Gereformeerde Gemeenten reeds thans werkzaam is.
Er schijnt dus verwarring te heerschen en wanneer de stroom van ingezonden stukken in „De Waarheidsvriend" op deze manier blijft vloeien, doen wij niets dan „lawaai maken" en zullen zeker niets „van elkaar leere'n." v
Is het daarom niet mogelijk, dat in „De Waarheidsvriend" eens duidelijk wordt uiteengezet, wat eigenlijk met de Modus Vivendi bedoeld wordt ? t
Na .aldus te hebben vastgesteld wat men met de Modus Vivendi eigenlijk wil zouden de latere gedachtenwisselingen over dit onderwerp zeer zeker vruchtdragender zijn. a h
Misschien mag ik in dit verband den naam van ds. Woelderink noemen, omdat ik zijn artikelen in „De Waarheidsvriend, " .over „Reorganisatie of Modus Vivendi" met zeer veel genoegen 'gelezen heb, en deze .mj. ons wiaarborgen dat wij een goede uiteenzetting zullen krijgen.
Met dank voor de plaatsruimte.
D.
' Ir. W. d. B.
Onderschrift van de Redactie:
Wij betreuren het mee, daf .ör omitremit de Modus Vivend, i nog niet .het klare licht is opgegaan en Z'oo .kom.t .het telkens voor. dat de een er .geheel iets atóers mee .bedoelt dan de an^der. In 'dit verband willen we hieronder laten volgen wat ideze week stond in „.Bergopwaarts", het lijfblad van prof. Obbiink c.s. Het was niet a.ls mgezonden, maar liet is als beschouwing in het .redactioneel igedeelte opgenomen. Het artikel Juidit:
Modus Vivendi.
In Mei 1916 bracht de „Commissie voor het Onderzoek naar de mogelijkheid van een Modus Vivendi" haar rapport uit. Deze Commissie bestond uit de professoren Van, Veen, Visscher, Cannegieter, Daubanton, Van Leeuwen en Obbink. Gelijk bekend, kwamen déze heterogene elementen unaniem tot het resultaat dat in het bedoelde rapport is neergelegd, en 'dat bedoelde een weg te vindeii waarop zij, die krachtens de organisatie .de rechten van het lidmaatschap hebben verkregen, in het genot en gebruik daarvan niet worden belemmerd, omdat zij toevallig in een gemeente wonen, welker hoofdrichting van de hunne verschilt. De Com.missie meende dien weg te hebben gevonden; door de z. g. n. „groepsformatie" (gemeentekerk), waar door tevens met het historisch gewordene rekening werd gehouden.-Dat zou dan hierop neerkomen, dat wat nu de Ned. Hervormde Kerk heet, niet an.ders zou zijn dan een „administratief" verband van 'de verschillende, zich binnen dat verband ontwikkelende gemeentekerken, welke zich geheel zelfstandig zouden kunnen ontwikkelen, zonder het verband met het groote-geheel te verbreken.
Men heeft destijds eenerzijds met eanige verbazing opgemerkt, dat de genoemde heeren, wier theologische richtingen zoozeer uiteenliepen, op zulk een kardinaal punt tot eenstem.migheid kwa-.men, en anderzijds zag men er het bewijs in, dat het plan in elk geval kon slagen omdat uit die unanimiteit bleek, dat geen enkele „richting" principiëele bezwaren behoefde te maken."
Het was wel zeer opvallend hoe weinigen toenmaals dachten aan de bekende spreuk : als twee hetzelfde zeggen, is het nog niet hetzelfde. Immers voor wie dieper zag dan de formuleering, moest het wel duidelijk zijn dat de zes heeren el een gelijkluidende formuleering haden onderschreven, maar dat ieder daarij het zijne dacht. Terwijl prof. Obbink wel niet anders bedoelde dan in éénelfde administratief verband ruimte te even aan de verschillende richtingen, eikte prof. Visschers bedoeling veel erder dan de woorden hunner gemeenchappelijke formuleering schenen aan e geven. Voor wie het kerkrechtelijk tandpunt van prof. Visscher na zijn aatste rede in de Kamer duidelijk is eworden — sommigen wisten 't al vóór zijne rede — is het geen vraag meer dat ijn gedachtengang deze m.oet zijn geeest : als de verschillende groepen zich aar geestelijke saamhoorigheid aaneen luiten voorloopig onder één administraief verband, dan wordt vanzelf het waartepunt van het godsdienstig leven zoozeer op de richtingsgroepen samengetrokken, dat alle groepen weldra dat „administratief verband" als hinderlijk zullen voelen en begeeren het los te maken, opdat elke giroep zich volkomen vrij zal kunnen ontwikkelen, zonder eenig contact miet de andere groepen. Zoo valt dan dat administratief verband vainzelf weg, en moet er boedelscheiding komen. Bij die boedelscheiding trekken de Gereformeerden alweer vanzelf aan 't langste eind, omdat, zoodra de Gereformeerde groepen zich naar eigen-'inzicht kunnen organiseeren, er geen enkele belemmering is waarom niet al wat in Nederland Gereformeerd is, zich bijeenvoegen zou, en als het dan op verdeeling der goederen aankomt, vallen hun vanzelf de lonverdeelbare goederen toe (groote gothische kerkgebouwen enz.) en zijn de andere groepen dakloos met wat los geld in de hand.
Ik ben er zeker van, dat dat ongeveer prof. Visschers 'gedachtenigang was en is. En waar nu weer opnieuw de modusivendi-gedachte naar voren komt, en zelfs Hoedemaker, de schutspatroon der Confessioneelen, dezelfde igedachte blijkt e hebben aanbevolen (wat van Confessioneele zijde tevergeefs wordt weggeëxegetiseerd), nu is het wel zaak, niet voor de tweede maal te vergeten, dat ls twee hetzelfde zeggen, het nog niet etzelfde is.
Het wordt hoe langer hoe duidelijker, dat een „modus-vivendi" niet beteekent: het einde van oude, maar het ibegin van nieuwe conflicten, dat het niet is een laatste stap, maar een eerste op een weg die de Ned. Hervormde Kerk als geheel opheft en ontbindt in haar verschillende faktoren. Wie daarvan heil verwacht, zal wèl doen zich vóór een .modus-vivendi te verklaren. Want daar loopt het op uit.
CORUCUS. '
Eerste — en laatste ? — verantwoording van ontvangen boeken en gelden voor de Evangelisatie „Rehoboth" te Nieuwleusen.
Opmerkelijk dat juist dn dezelfde week waarin we ons vorig stukje aan „De Waarheidsvriend" opzonden — en het dus nog niet geplaatst was — wij verrast werden door twee postwissels beide met 't bijschrift voor de Evangelisati'C. En wel van mej. van B., Den Haag, ƒ 2.50 en van ouderling K. te .Ridderkerk ƒ 10.—. Kort daarop zond ons de Kerkeraad van Genemuiden ƒ 50.—.
Voor deze drie giften onzen grooten dank.
En nu de boeken. De eerste zending weer van mej. van B., Den Haag ; toen volgde een enorm pakket, o.a. drie jaargangen „blauwe preeken" van vriend J. A. te Nijkerk. Vervolgens leen mooi pakje van den Evangelist Sch. te Niéuwesluis—^Heenvliet. Vandaag twee degelijke werken van A. Gr. te Hasselt.
Dankbaar, ja waarlijk dankbaar.
Maar niet voldaan. Waarde lezer (es), daar liggen nog massa's „blauwe preeken" en degelijke boeken, waarvan ge er best een paar missen kunt, in kasten en laden.. J.a, misschien onder 't .stof op uw zolder. Zullen ze daar tot in lengte van' .dagen en jaren blijven liggen ?
Pak even wat in en zend het ongefrankeerd aan mijn adres. Daardoor helpt ge mee aan ons heerlijk werk: Evangeliseer en, ook door geschriften. Gode bevolen van
Uw dw.,
W. W. BOUWHUIS,
Hasselt, 3 Februari 1923. Evan.gel.ist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's