Staat en Maatschappij.
Droeve cijfers.
De crimineele statistiek, die dezer dagen over het jaar 1921 verscheen, geeft nog altijd cijfers, die verre van gunstig zijn.
Het moge waar zijn, dat b.v. het aantal zware misdrijven tegen lijf en leven over 1921 iets gunstiger was dan over het jaar te voren, n.l. 132 tegenover 147, toch verheffen de cijfers zich thans nog vrij sterk boven het gemiddelde getal dat vóór den oorlog werd bereikt.
Echter heeft de sexueele criminaliteit ditmaal een ongekende hoogte bereikt. Het cijfer van gemiddeld 200 van vóór den oorlog, dat in 1920 reeds 368 aanwees, klom over 1921 tot 383 gevallen.
Wijst vooral dit laatste cijfer op een geweldige stijging van de veroordeelingen wegens zedenmisdrijven, iets beter staat het cijfer van de gerechtelijk geconstateerde zelfmoorden, waarvan het getal van 578 in 1918 daalde tot 524 in 1921. Dit laatste getal blijft inmiddels toch nog belangrijk hooger dan het statistische cijfer, dat voor dit misdrijf vóór den oorlog door het Centraal Bureau werd uitgegeven.
Wanneer wij nu de bovengenoemde cijfers met nog anderen samenvatten, die de statistiek geeft, doch die wij achterwege lieten, omdat zij een zelfde beeld vertoonen, dan kan hier geen andere conclusie worden getrokken, dan dat het met de criminaliteit van ons volk hoogst bedenkelijk staat.
Het zal voor de regeering zaak zijn, hare volle aandacht aan deze zaak te geven.
Onbegrijpelijk.
K e r k e n S t a a t, het orgaan van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij, behandelt in zijn laatste nummer de vraag : „Mogen wij de Openbare School loslaten ? "
Ook ditmaal maakt het blad zich wel wat te gemakkelijk van de zaak, die het voorstaat : „de kerstening van de Openbare School" af.
Niet alleen, dat het orgaan in zijne beschouwingen over het vraagstuk zelve zeer vaag is, maar het laat ook geheel onbesproken het punt, waar het juist op aankomt, n.l. de wijze, waarop de oplossing der zaak te verkrijgen is.
Merkwaardig is, dat de Ned. Herv. Staatspartij, blijkens hetgeen in het artikel geschreven wordt, juist aan de Roomschen het volle pond wil geven.
Voorts zullen bij facultatieve splitsing der Openbare School naar de godsdienstige gezindheiid naast de Roomsche Scholen, ook o.m. Protestantsche Scholen komen, maar deze laatsten zullen dan vrij moeten zijn, gelijk betoogd wordt, van „dogmatisme", d.w.z.: „dat de Confessioneele verschillen niet te zeer (wij cursiveeren) op de spits worden gedreven."
Eenzelfde type van Openbare School dus, als met zooveel warmte bij de laatste Staatsbegrooting door het liberale Kamerlid mejuffrouw mr Van Dorp, de partijgenoote van mr. S. van Houten, den man van God, eigendom en familie, werd bepleit.
Wij begrijpen hier van het standpunt van de Hervormd Gereformeerde Staats partij niet veel.
De Roomschen, tegen wie week aan week op de meest felle wijze wordt geageerd, krijgen de scholen die zij behoeven, maar de Gereformeerden zullen zich met een school, waarbij het beginsel niet te sterk mag uitkomen, moeten tevreden stellen.
En met deze laatste school nemen dan zij genoegen, die zich bij voorkeur geroepen achten het volk op te roepen om terug te keeren tot de Wet en de Getuigenis en die zich bij preferentie als Gereformeerden aandienen, die met de beginselen niet willen transigeeren of schipperen.
Wij, Antirevolutionairen, passen voor een school, door de Hervormd Gereformeerde Staatspartij aangeprezen als eene, waar de beginselen naar Gods Woord, overeenkomstig de Belijdenisschriften, moeten worden doodgezwegen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's