Van 's levenspad
De beste Helper.
Wie maar den goeden God laat zorgen, En op Hem hoopt in 't bangst gevaar, Is bij Hem veilig en geborgen. Dien redt Hij Godd'lijk, wonderbaar; Wie op den hoogen God vertrouwt. Heeft zeker op geen zand gebouwd.
Zoo zong eenmaal een dichter, en die woorden worden gedurig weer bevestigd aan het volk des Heeren; zij mogen steeds opnieuw weer de waarheid daarvan ondervinden. Twijfelt gij daar aan ? Gelooft gij dat niet ? Laat dan de volgende gebeurtenis u daarvan overtuigen.
Vele waren de tegenspoeden reeds geweest, welke Voortman op 's levenspad had ondervonden ; zwaar was het kruis, waaronder hij immer gebukt ging, doch de laatste slag, welke hem trof, was wel de zwaarste, daar zijne vrouw door den dood van zijn zijde werd weggerukt. Zij, die hem altoos tot hulp en steun was, die hem vele jaren lang moed en troost wist in te spreken, als de weg donker en bang was, werd weggedragen naar het graf. Wie zou nu zijn reeds jarenlang op het ziekbed liggend kind verzorgen ; wie dat oppassen en verplegen ? Wie zou nu voor zijn huishouden zorg dragen ? Zelf was hij zwak en ziekelijk, waardoor hij tot nog toe slechts nu en dan kon werken, maar nu zou hij dag aan dag aan het ziekbed van zijn kind moeten verkeeren, dat niet alleen kunnende laten en waarvan zou hij dan moeten leven ? Die gedachte vervulde hem eerst met angst en vrees, maar dan mocht hij zich nederbuigen voor zijn Heere en Koning, voor Hem, Die door Zijne eeuwige liefde hem opzocht in de dagen waarin hij in het midden der wereld voortleefde, hem in Christus Jezus van schuld en straf had vrijgesproken, hem toegeroepen had : „Gij zijt de Mijne !" Aan de voeten van dien Koning mocht hij zich nederbuigen. Hem alles vertellende, om dan op Hem hopende en vertrouwende voort te gaan, ervarende dat Hij, die rijke Koning, hem niet beschaamde, hem niet vergeefs deed vertrouwen. „Uw brood zal zeker, en uw water gewis zijn", had zijn Koning gesproken tot het volk, dat Hij had uitverkoren en die belofte kwam Hij ook aan hem bevestigen ; meermalen betoonende, dat alles Zijnen wil onderworpen is, dat Hij alles en ieder als middel in Zijne hand wil gebruiken. Gedurig weer zorgde de Heere dat hem niets ontbrak, dat alles wat hij van noode had door hem werd ontvangen. Somtijds scheen het wel alsof de armoede zijn huisje zou binnen treden, maar altoos weer zorgde de Heere dat dit niet gebeurde.
Zoo ook op een dag, dat hij zijn laatste geld weer had uitgegeven en niets meer bezat. Even kwam de vrees weer boven voor kommer en gebrek, maar dan boog hij zich voor den Heere neder. Hem alles vertellende en opstaande durfde hij weer vertrouwen dat zijn Koning zijn vertrouwen niet zou beschamen, welk vertrouwen niet ijdel bleek.
Eenige oogenblikken later toch klopte een heer aan, welke eenige inlichtingen noodig had en deze hem kwam vragen. Hij noodigde dien heer even binnen en gaf de gevraagde inlichtingen, waarna deze een en ander over zijn ziek kind begon te vragen. Voortman vertelde dat zijne vrouw kort geleden was gestorven en dat hij nu dag aan dag zijn kind moest verzorgen.
Maar waarvan leeft gij dan ? vroeg de heer verwonderd, bemerkende dat hij niets bezat en niet door werken in zijn onderhoud kon voorzien.
Wanneer ik u dat vertel, zult gij vreemd opzien, mijnheer, antwoordde Voortman, want de Heere, mijn Koning, mijn God, zorgt voor mij ; Hem mag ik alles vragen en wanneer ik Hem mijne nooden voorleg, komt Hij daarin steeds voorzien ; schenkt Hij mij alles wat ik behoef. Nooit maak ik mijne nooden aan menschen bekend, immer mag ik het mijn Heere doen en nooit beschaamt Hij mij.
Maar laat die Heere dan alles uit de lucht vallen, wat gij behoeft ? vroeg de heer weer, niet kunnende begrijpen hoe dat ging.
Neen, zoo gaat het niet, antwoordde Voortman, maar toch zorgt Hij dat alles mij toegezonden wordt.
Dat scheen den heer onbegrijpelijk toe en hij stond op om heen te gaan, doch vóór hij ging lag hij vier rijksdaalders op tafel en vroeg of Voortman die wilde hebben voor een versnapering voor zijn kind.
Dankbaar nam deze het aan, en nadat de heer was vertrokken, boog hij zich neder aan bet bed van zijn kind, terwijl beider danktoon spoedig opsteeg tot Hem, Die opnieuw weer betoond had een Hoorder te zijn van het gebed ; opnieuw bevestigde dat Hij de Zijnen nooit vergeefs laat roepen.
Weer was er geld, kon Voortman koopen wat hij noodig had en weer zonk hij in verwondering weg dat de Heere dag aan dag maar bleef voortgaan voor Hem te zorgen, want hij mocht daarin weer zien, dat de Heere zijn gebed had gehoord en dien heer als middel gebruikte om hem geld te doen toekomen. Beider danktoon steeg op, waarna Voortman zich weer aan het bed van zijn kind neerzette en klonk door het huisje het vers, welks inhoud reeds zoo menigmaal en ook nu weer was ondervonden :
Wie maar den goeden God laat zorgen, En op Hem hoopt in 't bangst gevaar, Is bij Hem veilig en geborgen, Dien redt Hij Godd'lijk, wonderbaar; Wie op den hoogen God vertrouwt, Heeft zeker op geen zand gebouwd.
Zou dat geen bewijs zijn, dat wie op den hoogen God vertrouwt, zekerlijk op geen zand heeft gebouwd ? Zou dat geen bewijs zijn dat de Heere immer voor Zijn volk zorgt, hen nooit vergeefs laat wachten, hen nooit beschaamt? En zou dat u niet tot jaloerschheid verwekken dien rijken God ook te kennen als uw Heere en Koning ? Bij Hem is zulk een rijkdom van tijdelijk en eeuwig goed, waarvan Hij onophoudelijk uitdeelt, zonder ooit armer te worden.
Wilt ook gij dan niet van dien onuitputtelijken rijkdom ontvangen? Tijdelijk en eeuwig goed schenkt Hij, want ook voor uw leven op deze aarde moogt gij Hem alle nooden en behoeften bekend maken en altoos komt Hij betoonen, dat wie in waarheid Hem aanroept, nooit wordt beschaamd.
O, vlucht dan toch tot dien Koning, opdat gij. Hem moogt vinden en met Hem voortgaan over 's levenspad, ervarende, dat Hij in alle omstandigheden uw Helper en Redder wil zijn. Hem kennende, zult gij, bij alles wat u overkomt, ondervinden dat Hij Zijn hand over u uitgestrekt houdt, u nooit begeeft of verlaat. En bij alles wat gij voor dit tijdelijk leven dan van Hem ontvangt, schenkt Hij u ook het eeuwig goed, door u een woning in Zün Huis te bereiden, waar gij straks moogt ingaan als uw J stervensuur aanbreekt, om dan eindeloos bij Hem te verkeeren. Wilt ook gij Hem dan niet kennen als uw Heere en Koning ? Buig u dan voor Hem neder, vraag Hem ook uw Leidsman te zijn op 's levenspad, dan ook zal Hij u bij de hand vatten, met u gaan, en dag aan dag in Zijn rijkdom u doen deelen.
De stem in uw hart zal u wellicht influisteren, dat Hij u niet zal hooren, dat uw zonden te veel en te groot zijn, dan dat Hij naar u nog zou omzien ; doch luister niet naar die stem, want als gij tot Hem vlucht, hoort Hij u niet omdat gij nog iets waardig zoudt zijn. Neen, Hij hoort u omdat Christus Jezus, Zijn eenige Zoon, eenmaal op aarde nederdaalde om de schuld voor een zondig volk te betalen, hun straf te dragen. Op Hem, dien Heiland en Zaligmaker pleitend, moogt gij tot Hem gaan en om wat Die deed zal Hij u hooren, luisteren naar uw roepen. Om wat de Borg en Middelaar deed, wil Hij ook uw Heere en Koning zijn, Die voor tijd en eeuwigheid voor u zorgt en over u waakt.
Verkeert gij wellicht in kommer en zorgen, gij, die naar 's Heeren Naam zijt genoemd ? Vlucht dan maar tot uw God en Heere, twijfel niet aan Zijne macht, want nooit zal Hij u beschaamd doen uitkomen, nooit zult gij vergeefs op Hem vertrouwen.. Voor tijd en eeuwigheid zal Hij u steeds doen deelen in dien onmetelijken rijkdom, door Christus Jezus voor u verworven.
COR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's