Staat en Maatschappij.
De vrijheid van ons Onderwijs.
Het wordt meer en meer duidelijk, dat de nieuwe wetgeving onder leiding van Minister de Visser ons lang niet gebracht heeft, wat wij voor het terrein van ons bijizonder Christelijk onderwijs begeeren en ook noodzakelijk zullen moeten zien te verkrijgen, n.l. vrijheid.
Niet, dat we door de gebeurtenissen van de laatste jaren niet zouden zijn vooruit gegaan in betrekking tot ons bijzonder onderwijs. Want doordat veel ongelijkheid tusschen de Openbare en de Bijzondere School is weggenomen, zijn we zeer zeker een stuk vooruit gegaan en kunnen er meer scholen met den Bijbel komen, waarbij het financiëele onrecht niet meer is en de financiëele lasten zéér zijn verlicht.
Maar de Staat is veel te veel geworden ook op óns terrein van het vrije onderwijs de groote Bemoeial. En gelijk in de Openbare School alles van hooger hand werd klaar gemaakt en voorgeschreven, wil de Regeering (de ambtenaren) dat ook doen ten opzichte van ons Christelijk onderwijs.
De Regeering gaat uitmaken, of ik mijn kind Fransch zal laten onderwijzen of niet.
Maar de Regeering gaat nu óok uitmaken of men in de 3de of in de 4de klas zal beginnen met Vaderlandsche geschiedenis.
De Christelijke, bijzondere school, is zoo geworden een openbare school, zijnde het voorwerp van de aanhoudende zorg der Regeering.
En wij wilden juist altijd andersom. Wij wilden de vrije school voor héél de natie ; en de openbare, Overheidsschool uitzondering en aanvulling.
De ouders hebben toch immers allereerst de taak en de roeping voor het onderwijs te zorgen van hunne kinderen. De ouders van schoolgaande kinderen en allen die daar mee gelijk te stellen zijn. En uit dien kring moet de school opkomen, waarbij de Overheid alleen regelend heeft op te treden ten opzichte van de dingen, die met de gemeenschap der burgeren en met het belang van het Vaderland verband houden.
De leuze : Vrijheid voor ons onderwijs ! moet dan ook in deze dagen weer luide klinken.
We moeten tot een geheel nieuw systeem komen, waarbij de beginselen van het gewijzigd Unie-rapport uitnemend dienst kunnen doen.
De Schoolraad en de Unie „Een School met den Bijbel" roeren zich in deze.
We mogen ook niet stil zitten.
En daarom moeten twee dingen telkens weer gebeuren. De gebreken van de nu bestaande wetgeving moeten telkens weer in 't licht worden gesteld ; en de lijnen van de nieuwe wetgeving, naar onze beginselen, moeten worden uitgestippeld en besproken.
Wat dat eerste betreft hebben de h.h. H. Colijn op den Uniedag te Leeuwarden en ds. J. L. Pierson, Herv. predikant te Groningen, op den Westlandschen Uniedag, zich verdienstelijk gemaakt.
En wat het laatste betreft is er een Commissie benoemd door den Schoolraad bestaande uit de h.h. H. Colijn, V. Rutgers, J. Jonkman, dr. Joh. de Groot, Herv. predikant te 's Gravenhage en mr. Abr. van der Hoeven, wethouder van onderwijs te Rotterdam.
Zij er een goede en vruchtbare samenwerking, opdat we spoedig iets beters krijgen dan we nu hebben !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's