De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

4 minuten leestijd

Mijnheer de Redacteur!
In het ingezonden stuk in de Waarheidsvriend no. 10 van 2 Februari 1.1. van den heer J. J. Nijsen, voorzitter van de Evangelisatie alhier, in welk stuk mijn naam voorkomt, acht ik het terwille van de waarheid noodzakelijk bij deze te verklaren, dat de voorstelling van de zaak, zooals deze door ds. Ten Bokkel Huinink gegeven is geworden, de juiste is.
In geen geval zal door mij op verder geschrijf over deze zaak worden ingegaan. Met dank voor de plaatsing.

W. PAANS, Burgemeester.

Numansdorp, 6 Febr. 1923.

Middelharnis, 5 Febr. '23.

Mijnheer de Redacteur,

De vorige week bleek in ons Bondsorgaan uit enkele ingezondens, dat niet alle leden van dan Gereformeerden Bond het eens zijn over den te volgen weg naar kerkherstel. Er ontpopten zich enkele tegenstanders van den modus Vivendi en ook de Hoofdredacteur zelve bleek enkele principiëele en practische bezwaren er tegen te hebben.
Laat ik hier mogen verklaren, Mijnheer de Redacteur, dat ik de artikelen van ds. Woelderink met bijzondere instemming gelezen heb en naar ik hoop, velen met mij. Het deed me genoegen, dat de Confessioneele dubbelhartigheid door hem werd aan de kaak gesteld, dat hij een positieven weg aanwees, die ons nader kan brengen tot de oplossing van het kerkelijk vraagstuk. Ik voor mij geloof, dat vele Gereformeerde Bonders nog voor de helft Confessioneel zijn en aangezien ik de laatste richting beschouw als de grootste hinderpaal op den weg naar kerkherstel, spijt het mij dubbel, dat in eigen kring tegen die verkapte Confessioneele ideeën den strijd nog moet worden aangebonden. Ik begrijp niet, wat men op een modus Vivendi tegen heeft ? De boedelscheiding, waarop die eenmaal uitloopt ? Maar moeten we dan terwille van gebouwen en kerkelijke goederen ten eeuwigen dage blijven samenleven met hen, die onze principiëele tegenstanders zijn op alle gebied ? Men wil bijeenhouden wat niet bij elkaar behoort, en dat mag niet.
Maar evangeliseeren dan. Dat is het middel volgens sommigen. Zóó lang, tot allen in de Kerk weer de Gereformeerde belijdenis zijn toegedaan ? Niemand gelooft, dat 't eenmaal zoover komt. Gods Woord zegt integendeel, dat de afval steeds grooter zal worden. Er blijft dus steeds een breede schare in, die er niet in behoort. Zullen zij allen uit zichzelf uit de Kerk gaan? O neen, maak u daarvan geen illusies. Dan evangeliseeren tot wij de macht hebben door meerderheid? Dan krijgen we den machtsstrijd, waarop ds. W. terecht wijst, die erger is dan de kwaal. Blijft dus : boedelscheiding, die wordt voorbereid door den modus Vivendi. Laat men toch bedenken, dat 't niet de organisatie is, die ons samenbindt in wezen, doch de belijdenis.
Ik zou zeggen, als Hoedemaker voor een modus vivendi geweest is, dan kunnen wij het toch zeker wel zijn. Laat men nog eens nalezen de rede van prof. dr. H. Visscher uit 1906 : „God en mijn recht." Waarom niet in die lijn voortgewerkt ? Waarom artikel 4 van de statuten gewijzigd, enkele jaren na de oprichting, zoodanig, dat ds. Stigter in zijn „ Geschiedenis onzer Vaderlandsche Kerk" zegt : „Op deze verandering afgaande, zeggen we : de broeders hebben hetzelfde doel als de Confessioneele Vereeniging." Ik heb dat nooit goed begrepen, 't Komt misschien doordat ik nog jong ben en de eerste jaren van den Bond niet heb meegemaakt. Maar heel gaarne zou ik daarover en ook over de bezwaren tegen een modus vivendi worden ingelicht. Kan er na de reeks proartikelen niet een aantal contra-stukken door bevoegde hand geschreven worden ? Misschien is 't voor vele ouderen overbodig, maar in elk geval voor vele jongeren niet.
En moge er dan ook in deze zaken wat meer eensgezindheid gevonden wor den, gedachtig zijnde aan het spreekwoord : Senatus deliberante, perit Saguntum : Terwijl de Senaat beraadslaagt, gaat Saguntum verloren.
Met dank voor de plaatsing.
Uw dw. dnr.,

A. VAN ECK, Christelijk Onderwijzer

Onderschrift van de Redactie.
Het zal wel niet noodig zijn dat wie onder dit duidelijk sprekende stuk nog een lang onderschrift schrijven. Hoedemaker wordt dus onze schutspatroon en met Hoedemaker gaat het naar boedelscheiding. We kunnen ook niet "ten eeuwigen dage" in de Hervormde Kerk blijven ! Wat de verwijzing naar het gezegde van ds. Stigter aangaat, merken we voor de zoveelste maal op, dat men zegt, dat we  zoo onschuldig zijn als een lam en tegelijk waarschuwt men tegen ons als zijnde een leeuw. 't Gaat net als met de anthithese „van dr. Kuyper". 't Eene oogenblik beweert men bij hoog en bij laag, dat die antithese dood en weg is. En 't zelfde oogenblik tiert en raast men tegen die antithese, die er nog is. Zoo ook met onzen Geref. Bond tot verbreiding en verdediging der waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk. M. v. O.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's