Staat en Maatschappij.
De bioscoopwet.
Het wetsontwerp ter bestrijding van de zedelijke en maatschappelijke gevaren van de bioscoop, dat bij de Tweede Kamer thans in openbare behandeling is, telt over het algemeen maar weinig bewonderaars.
Aan den eenen kant staan zij, die vanwege hun bijzonder ontwikkeld vrijheids gevoel zich tegen elken beperkende sluiting van het bioscoop-wezen zetten.
Aan de andere zijde vereenigen zij zich, die de bioscoop in meerdere of mindere mate voor de ontwikkeling van ons volksleven schadelijk achten en uit hoofde daarvan aan de bemoeienis der Overheid, in den geest, waarin bij het wetsontwerp wordt gehandeld, weinig waarde hechten.
Daartusschen bevinden zich de voorstanders van de bioscoop, die haar willen behouden, echter onder beding, dat de zedelijke en maatschappelijke uitwassen, die de instelling zoo dikmaals aankleven, worden weggenomen.
Intusschen laat de bioscoop een groot gedeelte van ons volk onverschillig. Bestonden er geen films, die onderwerpen van wetenschap, nijverheid en bedrijf demonstreeren, dan zouden er heel wat meer tegenstanders van de bioscoop zijn dan op het oogenblik het geval is.
Ongetwijfeld is het gevaar, dat de bioscoop heeft, grooter dan vermoed wordt.
Daarom heeft mr. Rutgers met een aantal andere leden der Kamer terecht geoordeeld, als amendement op het ontwerp te moeten voordragen, om aan de Gemeentebesturen de bevoegdheid te geven aanvullende verordeningen te maken en voorts te bepalen, dat de Gemeenteraad onder zekere voorwaarden zal kunnen vaststellen, dat in de gemeente vergunningen niet zullen worden verleend.
Zoo deze voorschriften in de wet werden opgenomen, zou er reden zijn geweest, om met het wetsontwerp mede te gaan ; nu echter het amendement-Rutgers, met hulp van een aantal R-K. door de linkerzijde, als de vrijheid der kunst aantastend, werd verworpen, zal het zeer de vraag zijn of de rest van het wetsvoorstel nog voldoende tastbaars biedt, om z'n stem aan het ontwerp te geven.
De weg tot den heilstaat.
I.
De mensch is een paradijskind. Daar, in den hof van Eden, ligt het land van zijn geboorte. In het bekende boekje : „Het Kort Begrip", antwoordt de Christen dan ook : „God heeft mij goed en naar Zijn evenbeeld geschapen"; terugwijzend op ons aller vader en moeder, op ons aller geboorteland : het paradijs.
Heimwee naar dat paradijs draagt de mensch overal mee. En men heeft hem, het gevallen Koningskind, maar. even te spreken van een paradijs, of hij spitst z'n ooren en daar van binnen trilt een gevoelige snaar.
Daar is in den loop der tijden heel wat misbruik van gemaakt. Men heeft den mensch maar wat voorgespiegeld en helaas ! telkens waren er, soms velen, die geloovig aannamen wat men hen beliefde voor te praten.
Alle Socialisten, zonder onderscheid, verwachten binnen korter of langer tijd een nieuwe maatschappij en dat zal een paradijs brengen op aard. Der wereld wordt vrede en het verdrukte proletariaat wordt redding en overwinning beloofd. Naar hun vaste overtuiging wordt straks een andere en betere orde van zaken geboren, die het gansche sociale leven vernieuwen zal. En welke verwachting den mensch ook bedriege, en welk ideaal op aarde ook teleur stelle, de belofte van den heilstaat door het Socialisme gedaan, gaat zéker in vervulling. Het komt. Het komt gewis.
Zoo heeft Marx immers reeds geprofeteerd.
Wel heeft hij zich aan een nauwkeurige beschrijving vanden heilstaat niet gewaagd. Dat heeft-hij aan de fantasie van utopisten overgelaten. Maar de overwinning van het proletariaat staat voor hem vast. In den weg der klassenworsteling die daar is in het sociale leven, komt de republiek der lichtvolle toekomst, die hen die nu anderen onteigenen van de productiemiddelen, zelf onteigenen zal, om degenen die nu beroofd en verdrukt worden uit hun armoe en ellende op te heffen en vrij te maken uit de nu heerschende slavernij.
Als de productiemiddelen maar van bezitters verwisseld hebben zullen met dien economischen omkeer alle dingen veranderen. Want alles wordt beheerscht door economische factoren, volgens Marx on het socialisme. Als de onderbouw van het economisch leven veranderd is, treedt ook verandering in den bovenbouw in en dan krijgen we een ander recht, een andere zedelijkheid, een nieuwe kunst, een nieuwe cultuur en een nieuwe samenleving. Dan komt er een nieuwe tijd, een schoone tijd, waarin de gemeenschappelijke productie, het communaal bezit van alles, den socialen vrede zal verzekeren en overvloed zal het deel van allen zijn.
Overvloed, de dochter der nieuwe orde, Zoo mild van hart, zoo kalm van blik. Zoo koninkliik : Onrust en angst nemen voor haar de wijk !
Dat is de werkelijkheid. Het nieuwe paradijs. Een paradijs op aarde. Een paradijs voor allen.
Maar nu komt de vraag : hoe zal deze heilstaat bereikt worden ?
En ja, dan loopen de gevoelens uit elkaar.
Men is één van hart en één van zin als men het lied aanheft :
Wij hebben lang genoeg bemind, Wij zullen eind'lijk haten.
Maar dan verder ? Ja — wat zal de weg zijn waarlangs de heilstaat komen zal ? Er zijn er, die met Marx zeggen: langs den weg der evolutie, der economische ontwikkeling, met vasthouding aan den onverzoenlijken klassenstrijd.
Maar zal dat lang duren ? Zal dat niet te lang duren ?
Ër zijn er, die daar voor vreezen en die het wisse voor het onzekere willen nemen en de leer van Marx wat hebben herzien, revisionisten genaamd, van oordeel zijnde, dat er voor de dadelijke verbetering van het lot van den arbeider iets gedaan moet worden en daarom ijveren voor een politiek van tegemoetkommg aan de bestaande orde van zaken.
De principieel Marxisten zien daarin ontrouw aan het beginsel.
Wonden openrijten en niet heelen ; ontevredenheid zaaien en geen bevrediging of leniging schenken in den nood, dat is de weg om tot radicale verandering te komen.
En zoo spiegelen zich tweeërlei meening af, wat doet kiezen voor tweeërlei weg, die het paradijs op aarde brengen moet : de eene weg is de Sooiaal Democratische politiek, die stuurt in den legalen weg, om zóó tot radicale verandering te komen ; de andere is de Anarchistische weg van de minnaars van bloedige revoluties en straatlawaai.
De Duitsche Socialisten zijn er b. v. nog al trots op, dat zij zonder bloedvergieten het bewind in handen gekregen hebben en het Keizerrijk in een republiek hebben omgezet ; terwijl zij bij de dreigende spoorwegstaking aanstonds met een anti-stakingswet kwamen.
Maar de radicalen willen dien weg niet Wat geeft zóó een omkeering ? Het lijkt alles 't zelfde en 't is lood om oud ijzer.
Zij twijfelen zelfs of op die wijze wel ooit de heilstaat bereikt zal worden. En voor hen is er maar één middel en dat ééne middel is de revolutie en het geweld. Indien deze kapitalistische maatschappij ooit verdwijnen zal, moet dit geschieden door revolutionaire omkeering, door roof, door moord. Langs een weg van dood, van bloed, van lijken, van pestilentie zal de dageraad slechts komen als de voorbode van de groote, nieuwe toekomst, die op de ruines der oude maatschappij een nieuwe samenleving zal doen aanschouwen, waarin de proletariërs van thans de plaatsen van de bezitters van nu zullen innemen ; waarin alle maatschappelijke standen afgeschaft en alle bestaansvoorrechten vemietigd zullen zijn.
Bakounin is hier de man !
En Rusland geeft te zien, wat de consequenties zijn, wat het resultaat is.
Het resultaat — zoo antwoorden de Anarchisten, — ja, het resultaat voorloopig, want we zijn er nog niet. 't Moet érger nog worden, om het beter te krijgen.
En wie ziet er op een ei meer of minder als hij lust heeft, razende lust, om een ommelet te eten ?
Zoo ook zien wij niet op een moord meer of minder, waar we uitzien naar het paradijs, dat komt. We kunnen niet wachten, niet wachten, geen dag, geen uur.
Nu deed zich eenigen tijd geleden een merkwaardig verschijnsel voor te midden van deze dingen, waarvan het „Wetenschappelijk Bijvoegsel" van „Het Volk", het orgaan der Sociaal Democratische Arbeiderspartij, bewijs levert.
En dat raakt de religie, de godsdienst. In dit blad werd door een reeks van inzenders gepolemiseerd over den godsdienst ; en dan direct of indirect over de vraag of godsdienst en socialisme kan samengaan en vereenigbaar is. Ja, sterker, of men wel zonder godsdienst leven kan ?
Eigenlijk is die vraag al lang beantwoord. Er is geen God. En als er geen God is, kan er ook geen godsdienst zijn. De godsdienst die er is, is priesterbedrog ; is een middel van de rijken om de armen in bedwang te houden ; is de duivel die voor de brandkast der bevoorrechten heen en weer loopt, om daar de wacht te houden.
Dus geen God en geen godsdienst. Godsdienst is onvereenigbaar met het Socialisme.
Om practische oorzaken spreken de Socialisten daar niet met iedereen zoo maar dadelijk over. Dat zou te gevaarlijk zijn want men weet zéér goed, dat er onder de arbeiders en vooral onder de arbeidersvrouwen nog velen zijn, die er voor terugschrikken, om na te denken over de afgodendienst voor 't volk is gelijk opium ; dat dood dood is, enz. enz.
En daarom zijn de Socialisten wel zóó verstandig, dat ze, al naar men 't wil, zeggen : „godsdienst is privaatzaak, daar laten we ieder vrij in, dat moet ieder persoon maar voor zichzelf uitmaken" ; óf, zoo dat beter in de kraam te pas komt: „godsdienst is een hersenschim, die in een Socialistische maatschappij niet meer bestaan zal." .
Eigenlijk is het dus reeds uitgemaakt, dat het Socialisme, dat alles van een andere orde in het economische leven en van een omkeeren der tegenwoordige maatschappeliike orde verwacht, onvereenigbaar is met den godsdienst. Er is in dat stelsel geen plaats voor God en in den toekomststaat zal geen godsdienst zijn.
De Belgische socialist Anseele zei dan ook eens : „De Kerk zegt : laat de kindérkens tot mij komen ; wij, Socialisten, zeggen : laat de kinderkens bij ons blijven ; wij zullen ze ons Socialistisch evangelie leeren."
Vandaar ook de Socialistische Zondagsscholen en Jongelingsvereenigingen, onder de leuze van den Duitscher Liebknecht, die zeide : „we zullen voor goede scholen zorgen, dat is het beste middel tegen den godsdienst ; waarbij hij op den partijdag te Halle uitriep, dat „de uitroeiing van het geloof aan God en de uitbreiding van de Godverloochening en plicht is der Sociaal-Democratie,
De Sociaal Democratische beginselen zijn den Socialist tot godsdienst.
Dat is het hoogste goed.
En liever willen ze zelf god zijn dan god als God te erkennen.
Laat de Socialist Adama van Scheltema het u maar zeggen, als hij zingt in de „Socialistische Gids" :
Goden willen we zijn — Naakt en zuiver, en rein van zonde en van schijn En van een edele waarde verlost van schande en pijn, Schoon, van dit slaafsche venijn En zalig — zalig op aarde.
Dat is de gelukzaligheid ; een paradijs op aarde — zonder God, zonder Christus, zonder den Bijbel.
Karl Marx heeft voorspeld, dat de religie, de godsdienst, welke opium voor het volk is, „in de toekomstige maatschappij haar natuurlijken dood zou sterven.
En daarom had de heer Gerhard van Amsterdam wel gelijk, toen hij, die wel eens meer zegt dan een ander wil loslaten, zeide : dat het noemen van den godsdienst als privaatzaak „tijdelijke praatjes zijn, door behoefte aan succes ingegeven."
Hij weet het u anders te zeggen nog; want volgens hem „verliest een geloovige zijn Kerkgeloof, naarmate hij meer overtuigd Socialist wordt, "
Socialisme en godsdienst is niet te vereenigen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's