De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

5 minuten leestijd

Mtddelharms, 24 Febr.
Mijnheer de Redacteur,
Mag ik nog een kort woord van verdediging, dan Iaat ik het gaarne aan meer bevoegden over, ons wat meer licht te ontsteken over het vóór en tegen van een Modus Vivendi ?
Wat uw onderschrift betreft, dat was tamelijk sarcastisch ; of nu sarcasme de manier is om broeders nader tot elkaar te brengen, waag ik te betwijfelen.
Maar dat niet alleen ; u hebt mijn woorden ook verdraaid. Ik heb nergens gezegd, dat Hoedemaker voor boedelscheiding was, wel voor een Modus Vivendi, en dat zult u toch niet kunnen tegenspreken. Mijn schutspatroon wordt hij in geen geval, mijn sympathieën gaan meer in de richting van de ideeën van prof. H. Visscher,
Vervolgens verwart u „niet blijven samenleven" met „ult de Hervormde Kerk gaan."
Dat is, dunkt mij, een tamelijk groot verschil. U wrijft daarmee allen voorstanders van een Modus Vivendi aan, dat ze de Hervormde Kerk willen verlaten.
Ook bij het Bondslid-inzender schijnt een dergelijke begripsverwarring te zijn. Hij vraagt als in één adem : Zullen we de Kerk laten uiteenvallen ? Zullen we haar verlaten ? Is dat hetzelfde ? Neen immers. Wat ik wil, is niets anders, dan de tegenwoordige valsche eenheid niet langer handhaven, maar door afzonderlijke organisatie van de verschillende richtingen binnen het kader der Synodale organisatie den weg banen voor een gezonde ontwikkeling van het kerkelijk en godsdienstig leven, zoodat niet langer de richtingsstrijd hoofdzaak is, maar ieder in eigen kring zichzelf kan uitleven en alle aandacht kan concentreeren op de geestelijke dingen, daarbij niet gehinderd door hoogere en lagere besturen. Evangelisatie mag ook dan niet worden nagelaten, maar als middel tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk lijkt ze mij onvoldoende en ontoereikend.
Tenslotte, het schijnt mij wenschelijk toe, dat in ons Bondsorgaan eens duidelijk werd uiteengezet, wat het begrip „Hervormde Kerk" inhoudt, wat de hoofdbeginselen zijn van een Modus Vivendi, benevens de bezwaren daartegen.
We mogen toch van ons Bondsbestuur ook in deze zaken positieve leiding verwachten. Welnu, laat de leiding zich eens uitspreken en niet langer zich in nevelen hullen. Men schijnt bang te zijn van een eenigszins radicaal middel, en toch zal het daarheen moeten. Gebeurt dat niet spoedig, dan konden we wel eens weer voor conflicten komen. De positie der Synode wordt steeds sterker, vooral nu ze „orthodox" is. De kerkelijke kwestie moet derhalve aan de orde komen.
Met dank voor de plaatsing.
A.VAN ECK,
Christelijk Onderwijzer.

Mijnheer de Redacteur,
Het ligt niet in mijn bedoeling in dit ingezonden stukje te schrijven over „modus Vivendi" of „Hervormde-Kerk", en dus evenmin om partij te kiezen voor dezen of genen inzender van een ingezonden stuk over deze dingen, hoewel ik in deze een vaste opinie heb.
Ik wilde slechts een opmerking maken, of liever een aanmerking, en wel op het gebruik van woorden in genoemde stukken, omdat het gevecht dat geleverd wordt eigenlijk niet anders is dan een spiegelgevecht.
Men redeneert langs elkander heen. Zulks is niet alleen onvruchtbaar, maar zelfs schadelijk. Immers schrijft men over „de modus vivendi" 'en „de Hervormde Kerk" op een wijze, die doet vermoeden dat noch het een noch het ander helder voor den geest staat. I..aat ieder inzender zich eerst eens afvragen of hij goed weet wat „de modus viven­di" is. Telkens toch spreekt men van de modus vivendi.
Weet men wel wat dat is ? En als de modus vivendi niet deugt, is dan daarmede een modus vivendi verworpen ?
En laat dan ieder scribent zich ook eens afvragen of hij wel heel goed weet wat „de Hervormde Kerk" is.
Wat verstaat hij daaronder ? Wat is de zaak, die hij met deze woorden aanduidt ?
Eerst als de zaken, die wij met deze woorden aanduiden voor ons en onze lezers duidelijk en scherp omlijnd zijn, kunnen en mogen wij naar de pen grijpen. Maar zoolang deze begrippen niet helder zijn, zooals uit sommige ingezonden stukken bleek, is het beter de verwarring niet te vergrooten door allerlei geschrijf. Men stelle zich dus eerst eens op de hoogte. Bovendien zou het wenschelijk zijn, dat als men een z.g.n. oplossing van het kerkelijk vraagstuk veroordeelt, men een betere aan de hand deed, of als men geen betere weet, dit ook eerlijk erkende.
Met alleen negatief te zijn komen we zeker niet verder en we gaan er zelfs mede achteruit als men veroordeelt zonder goed te weten wat men veroordeelt.
Zou het gevoel van onbekendheid met een en ander ook niet de oorzaak zijn dat het spiegelgevecht een beetje den indruk maakt van jongenswerk ?
Er schrijven —op een enkele uitzondering na — slechts „abonné's", „Bonds leden", ja zelfs „Bondsdominé's."
Zoo schermt en vecht men met gesloten vizier, zeker uit vrees voor een sabelhouw.
Makkers, doet uw vizier open, en kijkt elkander recht in het gelaat.
Krijgt ge dan een sabelhouw, fiat.
Als ge voor een eerlijke zaak strijdt en valt, valt ge op het veld van eer. Met dank voor de plaatsruimte.
H. J. VAN SCHUPPEN.

Groot Ammers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's