De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

7 minuten leestijd

De Vrije Universiteit en nog wat.
De kwestie van het Hooger Onderwijs is weer meer aan de orde dan wel geweest is.
En door de instelling van een Staatscommissie, die zich met deze zaak zal bezig houden, om straks rapport uit te brengen, met, naar we hopen, welomschreven voorstellen, is de belangrijkheid van deze materie weer opnieuw in 't oog gevallen.
De kwestie van het Openbaar Hooger Onderwijs, de kwestie van de Theologische Faculteit, de kwestie van het Bijzonder Hooger Onderwijs vraagt de belangstelling en vele vragen, die zich dan voordoen, zullen onder de oogen moeten worden gezien.
Hoe zal men b.v. de kwestie van de Theologische Faculteit benaderen en behandelen. Ook afhandelen ?
't Is toch noodig, zouden we zeggen. Zooals het nu is, kan en mag het niet blijven.
In dit verband zal ook de positie van het Bijzonder Hooger Onderwijs nader moeten worden vastgesteld.
Bij de ontwikkeling dezer dingen slaan we telkens het oog op de Vrije Universiteit op Gereformeerden grondslag te Amsterdam.
Wat is dat ? Is dat een kerkelijke Hoogeschool? Is dat een Hoogeschool voor alle Gereformeerden ? Is het bij de ontwikkeling der dingen, met het ongeloof eenerzijds en het Roomsche geloof anderzijds, ook noodig dat deze zaak met ernst onder de oogen gezien wordt en onder ons wordt behandeld.
Het verblijdt ons, dat deze zaak ook telkens in den kring van de kerkelijk-Gereformeerden wordt aangeroerd : Noch ter eener zijde, noch ter anderer zijde mogen we vrede hebben met de tegenwoordige situatie. Temeer, waar er hoelangs hoemeer vragen komen straks.
We moeten een bijzonderen leerstoel hebben voor Christelijke paedagogiek. De ontwikkeling van ons Bijzonder Onderwijs eischt dat, 't geen anderen, met name de Ethischen en de Roomschen doen, dringt ons in deze niet te talmen. Onze scholen hebben het noodig, zal alles in goede banen geleid en gehouden kunnen worden.
Waar moet nu zoo'n bijzondere leerstoel voor Christelijke paedagogiek komen, als we dat onderwijs — natuuriijk — in Gereformeerden, echt-reformatorischen zin, willen hebben ?
Aan een van onze Rijks-Universiteiten ?
Maar dan zal een groot deel — en niet het minste — van onze onderwijzers weggaan. We kunnen het begrijpen. Aan onze Rijks-Universiteiten is het gereformeerd beginsel bij alle faculteiten eigenlijk contra-bande. Heel de wereld roept : „schandaal !" als er een man van positieve belijdenis benoemd wordt, en als 't een Gereformeerd man is, roept men tweemaal : „schandaal !" En om er dan zoo'n beetje geduld te worden en altijd met den nek aangezien te worden en altijd iets tegenover zich te zien, dat er op gedresseerd is, om het Gereformeerd beginsel te neutraliseeren — nu, we kunnen het begrijpen, dat degenen die eenmaal uit de soeza uit zijn en eigen inrichtingen van onderwijs hebben, er wel wat bezwaar tegen hebben, om tot dien warwinkel weer te keeren. 't Zou ons tenminste net zoo gaan, dat willen we wel zeggen.
Maar zal zoo'n bijzondere leerstoel voor Christelijke paedagogiek, dien we moeten hebben en liefst spoedig, nu aan de Vrije Universiteit gesticht worden ?
We kunnen ons best begrijpen, dat men daar de plaats acht voor zooiets.
Doch — zullgn dan anderen weer niet met bezwaren komen ? Zoolang de Vrije Universiteit te veel — we willen zachtkens oordeelen nu — in den kerkelijken hoek zit ; zoodanig althans, dat inderdaad Hervormden zijn uitgesloten ?
Daarom frappeerde het ons, dat prof. Hepp in „De Reformatie" de kwestie van de Vrije Universiteit zoo weinig ter sprake bracht in zijn artikelen over „Samenwerking van alle Gereformeerden." Maar het is dan toch ter sprake gebracht; en in deze is er nog wel wat te doen. We moesten het daarom nu niet bij woorden laten, maar eens gaan probeeren of er geen zaken te doen zijn. In talmen ligt hier groot gevaar.
Wat prof. Hepp schreef, laten we hier volgen. Het komt hierop neer :
„Wat betreft de beoefening der wetenschap aan eigen Universiteit, schakelt prof. H. het Universiteitsvraagstuk liever uit, dan dat samenwerking daarop zou afspringen. Immers is er een groep van Gereformeerden, die geen voorstander van Bijz. Hooger Onderwijs zijn. Daarbij is de Vrije Universiteit, die toch nooit een Kerkelijke Hoogeschool wilde wezen, door oorzaken tegen haar wil te zeer in een Kerkelijken hoek gedrongen. Kon zij haar karakter, om plaats te bieden aan allen die op den bodem der Gereformeerde Belijdenis staan, in de practijk beter uitdrukken, dan zou zij daarmee beter aan haar bestemming beantwoorden en dan zou ook door de saamwerking van verschillende Gereformeerde groepen tegenover de ongeloovige en half-geloovige wetenschap krachtiger front gemaakt kunnen worden."
Men ziet, zoo héél veel zegt prof Hepp niet over dit belangrijke onder­werp. Maar 't is toch niet vergeten gelukkig. Wat ons ook belangrijk voorkomt is, wat prof Hepp aan 't eind van zijn artikelenreeks zegt. We bedoelen het vol­gende : „Dat men, eer het tot samenwerking komt, over een berg van moeilijkheden zal hebben heen te klimmen, ontveins ik mij niet. Er zijn plaatsen in ons land, waar juist de Gereformeerden het felst tegen­over elkander staan. Hoezeer dit ook te betreuren is, ver­wonderen kan dit niet.
Zij zijn, om het eens zakelijk uit te drukken, in menig opzicht elkanders concurrenten.
Dit geldt van de Ethischen in die mate niet.
"Daarom heeft men voor een samengaan met hen niet zooveel persoonlijke gevoeligheden op zij te zetten."
Maar elke Gereformeerde groep voert de pretentie, het aan het rechte eind te hebben.
Dat geeft wrijving. Ook werkt de historie hierin na.
Maar gezien de ontzaglijke werkelijkheid waarvoor onze tijd ons stelt, hebben wij te arbeiden, dat wij elkander meer verdragen.
Wij vragen niet, dat een ander zijn standpunt voor het onze zal prijsgeven.
Maar de bodem der Gereformeerde belijdeniis biedt gelukkig meer ruimte dan voor één standpunt.
Dat vooral behooren wij te verstaan. Door wat achter ons ligt, zijn we te zeer van elkander vervreemd.
We kennen elkander niet genoeg.
Wat wij van elkander weten, hebben we soms alleen geput uit kerkelijke polemiek. Daarom behooren we, voor we een program opstellen, elkander eens te ontmoeten.
Elkander recht in de oogen te zien. Elkander broederlijk de hand te reiken.
Vóór alles lijkt mij daarom noodzakelijk de samenroeping van een algemeen Gereformeerd congres.
Mits goed voorbereid, durven we aan zulk een congres een welslagen voorspellen.
We zullen elkander niet toevoegen: "ik heb u niet van noode, maar er rond voor uitkomen : broeders, het doet ons leed dat wij zoo lang op een afstand van u hebben geleefd, maar dit bekennen we u thans : we kunnen niet buiten u."
Tot zoover prof. Hepp. Wij juichen deze dingen gaarne toe. Ook wij zijn van oordeel, dat wat Gereformeerd voelt, omdat het liefde voor het Gereformeerd beginsel koestert en uit de Gereformeerde beginselen, naar Gods Woord, wenscht te leven, bij elkaar hoort en elkaar heeft te benaderen, en te zoeken. En zal er ten opzichte van  het kerkelijk leven nog veel heeft wat water door de Maas moeten stroomen, voor we daar zijn, waar we wezen moeten — hoewel de Heere alleen weet wat er staat te gebeuren en de komende tijden wel eens verrassingen kunnen brengen, als het in de Hervormde Kerk hoe langer hoe meer in een richting gaat, dat men het leven naar Gods Woord bemoeilijkt en schier onmogelijk maakt — op het breede terrein buiten de Kerk gelegen is er wel gelegenheid om elkaar te zoeken en te vinden.
En daarom, ja, zoo'n Gereformeerd Congres, dat lijkt ons iets, dat de overdenking ten volle waard is. Wat we hierin soms in 't klein, plaatselijk, bezitten, moeten we zien te krijgen in 't groot. Het is ons een genoegen, dat we het denkbeeld van prof. Hepp zoo hartelijk kunnen toejuichen en als we er iets aan kunnen doen, om deze zaak werkelijkheid te maken, dan zullen we gaarne doen wat in ons vermogen is.
Voor de toekomst van ons volk hangt er zooveel van af.
Er staan groote, zéér groote dingen op 't spel.
Dat we het allen saam bedenken mogen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's