De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

In andere richting.
Er zijn reeds heel wat bezwaren te berde gebracht tegen de Schoolwet van 1920.
Haast bij elke gelegenheid kan men vernemen, hoe deze wet de vrijheid van het christelijk onderwijs inperkt en van de bijzondere school een Staatsschool maakt, waarin niet de ouders, maar de Overheid heer en meester zal zijn.
Nog onlangs wees de voorzitter der Unie, ds. J. L. Pierson, er op, dat de zoogenaamde pacificatie eene verloochening is van het bekende Unie-rapport, beoogende „de Vrije School voor heel de natie."
Nu hebben al deze bezwaren dikmaals aanleiding gegeven tot botsing tusschen de Schoolbesturen en de Onderwijsautoriteiten, zonder dat men echter een stap tot elkander kwam.
Het heette dan telkens, dat er misverstand in het spel was, en dat het wel degelijk in de bedoeling van de Schoolwet lag om het onderwijs onder het Overheidsjuk vandaan halen.
Intusschen komt de zaak in een bijzonder licht te staan na wat de Minister van Onderwijs in de vergadering van predikanten van de Ned. Hervormde Kerk zeide over zijn gevoegde schoolpolitiek.
Het ging in de repliek tegen de bedenkingen van dr. Kromsigt, die beweerd had, dat „de Vrije School voor heel de natie" het kerstenen van de Openbare School heeft verhinderd.
Dit was naar dr. De Visser's meening niet juist. Integendeel, naar de gedachte van den Minister zou door de wet van 1920 juist Groen's ideaal meer tot zijn recht komen van de facultatieve splitsing in een neutrale, een positief Protestantsch Christelijke en een Roomsch Katholieke School. De schoolwet leidde daar wel niet direct toe, maar zooals dr. De Visser betoogde, langs een omweg.
Deze onthulling is inderdaad verbijsterend.
£r was sinds lang door de voorstanders der Vrije School lont geroken, maar zij werden steeds door den Minister van Onderwijs gerustgesteld. Alles wat men meende dat verkeerd werkte en van het einddoel afleidde berustte op misverstand.
Doch thans heeft de Minister zich open en rond uitgesproken.
De lijn toch waarin de Onderwijswet van 1920 loopt, is die, welke van ethische zijde steeds werd voorgestaan : de richting der Staatsschool met splitsing naar de gezindheden en die vierkant ingaat tegen de conclusies van het Unierapport.
Uit een en ander blijkt, hoe niet zonder deugdelijke gronden in den laatsten tijd alarm is geblazen.
Het zal zeker noodig zijn, dat de Minister zich nader verklare.

Zoo gaat het niet langer.
Terecht hebben de bladen, die kennis numen van hetgeen ds. Roscam Abbing predikant te Arnhem, onlangs in het orgaan van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij „Staat en Kerk" schreef, daaraan geen commentaar toegevoegd.
Wat ds. Roscam Abbing in zijn politiek blad meldde, was, dat de Heere hem verschenen is, tot hem gekomen is in een witte wolk en dat hij rechtstreeks van den Heere gezichten en openbaringen heeft gehad, waarvan de hoofdinhoud is, dat in Nederland behoort te worden opgericht een Theocratie of rechtstreeksche Godsregeering, waarvan het voorbeeld in 't Oude Testament bij oud-Israël te vinden is.
Ook wij zullen deze mededeeling laten voor wat ze is.
Dat wij er echter de aandacht op vestigen is hierin gelegen, dat die zelfde predikant uit Arnhem in het laatste nummer van „Staat en Kerk" een stapje verder gaat en zich nu bijkans schuldig gaat maken aan een spotten met het heilige.
Wij lezen in het nummer van 13 April 1922 onder het opschrift " Herhaling" :
En het geschiedde als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide : „Ziit gij die beroerder van Israël."
Toen zeide hij : Ik heb Israël niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gij de geboden des Heeren verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt."
En het geschiedde als de Coalitie de Herv. (Geref.) Staatspartij zag, dat de Coalitie tot haar zeide : „Zijt gij die beroerders van Nederland? "
„Toen zeide zij : „Wij (onze beginselen) hebben Nederland niet beroerd, maar gij (uwe beginselen) en uws vaders huis. daarmede, dat gij de geboden des Heeren verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt."
Tegen dit eigengerechtig spotten met het heilige past niet anders dan een zwijgen.
Alleen deze vraag : 'Zou het niet op den weg van de Redactie van „Staat en Kerk" liggen, het orgaan, dat notabene onder het devies verschijnt van "Tot de Wet en de Getuigenis", dat zij haar medewerker tot de orde riep ?
Wij verwachten dit van mannen, die een vooraanstaande plaats in onze Kerk innemen.
Zooals het nu ging, gaat het niet langer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's