Uit de Pers
Pro Rege.
Pro Rege is de Vereeniging, die met de leuze „voor den Koning", d.i. „voor den Christus", werkt onder en voor de militairen ; zoowel voor de soldaten als voor de matrozen.
Het is nu de tijd weer, dat vele jonge menschen onder de wapenen zijn geroepen en in de kazerne moeten huizen.
En ieder weet, dat de „diensttijd" een tijd vol gevaren is. Vooral in den tegenwoordigen tijd. Het is daarom wel goed nu aan de Vereeniging „Pro Rege" te herinneren en ieder op te wekken — 't zij van „burgerlijk" 't zij van „militair" Pro Rege — lid te worden.
„Pro Rege" geeft ook een blad uit, waarin over en voor onze militairen wordt geschreven. Ook over den geest onder de militairen, hoe die vroeger was en nu. Wij lazen daar het artikel van, dat wij hier laten volgen, mee om overal tot belangstelling voor onze soldaten en matrozen op te wekken ; want de gevaren die dreigen zijn vele en ze zijn groot. Het artikel — gedeeltelijk genomen — luidt als volgt :
„De gevaren zijn er nóg.
Méér dan de meeste menschen zich voorstellen. Men leest gedurig van allerlei bepalingen van hooger hand, zelfs van een artikel in het nieuwe reglement van de krijgstucht, waarin het vloeken en het toelaten van vloeken strafbaar gesteld wordt. Van bepalingen, waarbij het recht om voor en na het eten te bidden streng wordt gehandhaafd, en waarbij, geboden is enkele oogenblikken stilte te commandeeren, enz. Wie echter met de militaire toestanden op de hoogte is, weet, dat in de practijk het kwaad niet zoo gemakkelijk is uit te roeien. Er is vaak een slaafsch dienen van den meerdere, waardoor de zonde ongestraft kan voortwoekeren.
Ik ontken dus volstrekt niet, dat die gevaren er nog zijn. Ons christenvolk zal waakzaam moeten blijven, en vooral de actie in de kazerne zal krachtiger moeten worden, en we zullen nooit kunnen gaan rusten op de lauweren van door hoogerhand gegeven verordeningen."
„En dan is er tegenwoordig ook op een ander kwaad te letten. Veel grooter en veel ernstiger. De vloeken en de ruwe taal van vroeger zaten dikwijls nog slechts aan de oppervlakte. De soldaat en ook de superieur meenden het nog niet zoo kwaad. Voor hun dienst waren ze dikwijls wel goed. Men kon nog op hen rekenen, wanneer er gevaar van oorlog of revolutie kwam.
Maar dat is zoo gansch veranderd. Er is in de weermacht een revolutionaire strooming gekomen, die welbewust en willens en wetens de oude palen wil terugzetten, de touwen verbreken en de banden van zich werpen.
In de mobilisatie waren de symptomen daarvan al te zien ; maar ze kwamen toen meestal nog voort uit ontevredenheid en waren nog niet zoo diep geworteld.
Dat is echter gansch anders geworden. De heele geest van de weermacht dreigt er door bedorven te worden. De mentaliteit van den militair is veel en veel slechter dan enkele jaren geleden.
Ook onze christen-jongens worden er door aangestoken. Men huivert wanneer men onze eigen jongens hoort praten. Op een heel enkele gunstige uitzondering na is de geest bedroevend. Niet alleen in de kazerne, maar ook in de burgermaatschappij. Maar in de kazerne komt het meer uit."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's