De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

De dienstweigering.
In 't debat dat deze week in de Tweede Kamer over het wetsontwerp betreffende de dienstweigering plaats had, is bijzonder van Antirevolutionaire zijde het beginsel scherp gesteld.
De dienstweigering — zoo werd betoogd — is te begrijpen als een conflict, dat tusschen Overheid en onderdaan is gerezen.
De Overheid heeft aan de eene zijde de haar van God opgelegde roeping te vervullen ook in het verplichten tot den dienst, dien de handhaving van 's Lands onafhankelijkheid vordert.
De onderdaan aan de andere zijde verklaart aan dien plicht niet te kunnen voldoen en weigert gehoorzaamheid.
Ziehier het conflict.
Goed de zaak beziende, bestaat er dus aan beide zijden gewetensbezwaar.
De vraag is nu, wie bij dit conflict moet wijken, de Overheid, die de roeping van God ontvangen heeft in het verplichten tot den dienst tot handhaving van 's Lands onafhankelijkheid, of de onderdaan, die dien plicht weigert.
Bij de beantwoording van deze vraag behoort van de onderstelling te worden uitgegaan, dat het vaststaat :
Ie. dat het gaat om het gewetensof consciëntiebezwaar en niet over een gemoedsbezwaar ;
2e. dat het individu bij zijn beroep op God, denzelfden God inroept, Die aan de Overheid baar plicht oplegt.
Gaat de onderdaan met deze begrenzing niet accoord, dan behoort de zaak te worden beschouwd als te zijn afgedaan.
Verklaart hij echter zijne instemming met het voorbehoud, dan moet na deze eerste instantie de zaak nader worden bezien.
En dan rijst de nieuwe vraag, of het consciëntie-oordeel van den onderdaan zich grondt op een hooger gebod, n.l. op het gebod : „Men moet Gode meer gehoorzamen dan den menschen."
Alleen wanneer dienstweigering op dien grond geschiedt, wat uit een onderzoek en nadere bespreking moet blijken, kan men van een gewetensbezwaar gewagen, dat de Overheid heeft te eerbiedigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's