De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

12 minuten leestijd

En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind en vervulde het geheele huis waar zij zaten ; en van toen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zooals de Geest hun gaf uit te spreken. Hand. 2 vers 2-4.

Pinksteren.
En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind en vervulde het geheele huis waar zij zaten ; en van toen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zooals de Geest hun gaf uit te spreken. Hand. 2 vers 2—4.

Als de tijd vol was werden de hemelvensteren open gedaan.
Haastelijk, zoo lezen we, geschiedde er uit den hemel een geluid.
Van twee zijden uit opent zich hier een vergezicht.
Laat ons beginnen met de bovenzijde.
Twee dingen liggen hier dooreengestrengeld.
Wanneer de Zoon des Konings de eereplaats heeft ingenornen, aan de rechterhand des Vaders den troon heeft beklommen, zoo gaat het om de komst van Zijn Koninkrijk. Zijne eere is er dus mee gemoeid. Wanneer de Geest des Heeren de eerstelingen van de vruchten des velds zal binnen dragen, wordt Zijn Naam glorie toegebracht. De zaak des Konings heeft haast.
Vandaar is er niets, dat meer voor de hand ligt dan dat op het feest, wanneer door den Vader de wenk gegeven wordt: „het uur is aangebroken", de Geest zich rept. Haastelijk daalt Hij neder.
Is het zóó van de bovenzijde belicht, wanneer ge tusschen de wachtende jongeren u een plaatsje ziet gewezen, valt u precies hetzelfde op.
Zij hebben gevraagd en gebeden. Daar was een aandrang te speuren, welke van beneden niet was. Ze vroegen met smeeking. En toch was het voor hen, alsof het nog onverwacht plaats greep. Zóó spoedig, zóó zonder eenige voorbereiding had niemand het zich gedacht.
Ligt hierin niet een dubbele vertroosting voor ieder kind des Heeren ?
Die Geest is sedert Zijne inkomste in de Gemeente van Christus nog precies dezelfde gebleven. Hij daalt neder in het hart van iederen smeekenden jonger en elke biddende discipelin, in een oogenblik tijds. Hij komt niet alleen gaarne, maar ook nog altijd zóó, dat het eene verrassing blijft. Hij redt haastelijk, zoo laat zich uit Zijne gangen getuigen. Blijf gij daarom maar uitzien, heilbegeerige, Hij komt, Hij komt gewis. Wat er van u gevraagd wordt is alleen maar luisteren.
Speurt de wegen maar eens af waarlangs Hij afdaalt.
Vanuit den hemel geschiedde een geluid.
Dus niet in de eerste plaats wordt het oog geboeid, maar het oor.
Vandaar dat èn hier èn overal geldt wat er geschreven staat : „die ooren heeft om te hooren, die hoore wat de Geest tot de Gemeenten zegt."
Het is precies hetzelfde als wat ge opmerkt bij de komst van vorstelijke personen. Eerst komen de herauten met trompetgeschal. Eerst kondigt het klokgelui de komste aan, en dan verschijnen zij zelf.
De Ziener van Patmos hoorde ook achter zich een groote stem als van een bazuin.
En zou niet elke zondaar in wiens harte deze Geest binnenkomt. Zijn geluid niet het eerst te hooren krijgen ? Lees ik dan niet, dat de dooven hooren zullen en die nog nimmer iets beluisterden, zullen nederzitten met doorboorde ooren ? De Psalmist heeft het wel geweten :
Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort Zij wand'len Heer' in 't licht van 't godd'lijk aanschijn voort.
Dit hooren spelt groote dingen, want het zijn groote zaken waarom het gaat. Dit geluld komt niet van beneden, maar van Boven.
En nu wordt als in een hemelsche beeldspraak vastgelegd de werking, de kracht, de heele gang van den Geest.
Als van een geweldigen gedreven wind, alzoo iwas het geluid dat op den Pinksterdag werd gemerkt.
Wat de wind dus doet in het natuurlijke leven, doet de Geest des Heeren in het genaderijk.
Hij begint, en ge weet niet vanwaar Hij komt, noch waar Hij henengaat. Hij begint te blazen, daar ontwikkelt zich een kracht waartegen niemand het uithoudt. De meest trotsdhe knieën buigen en die nog nooit gebogen hebben worden tegen de aarde geworpen met de vraag op de lippen : „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal ? "
Onwederstandelijk is de werking des Heiligen Geestes. Hij kan zachtkens fluisteren, onhoorbaar streelen, doch wat niemand ontkennen zal, altijd bereikt Hij Zijn doel.
De Geest des Heeren is als een geweldige gedreven wind. Daar is geen zondaar of zondares, die als Hij komt, Hem kan wederstaan.
Hij breekt door.
Geen vijandschap van den Jood en geen onverschilligheid van den heiden hield Hem tegen.
Is dit niet een veelzeggende waarheid ?
Daar komen zooveel oogenblikken en tijden voor in het midden van Christus' Gemeente, dat men als in verslagenheid nederzit en zich de vraag ziet voorgelegd : „zou er wel genoegzaam kracht zijn overgebleven, zou het met het Koninkrijk Gods op aarde niet straks vastloopen ? "
Ziet hier het antwoord : Ik, de Heere, sta voor Mijn arbeid in, Mijn kracht wordt in uwe zwakheid vervuld. Heel het huis, waar Zijn jongeren wonen, dus ook in het verste hoekske, ook nog in de verste eeuwen, mag zich verzekerd houden van Zijne blijvende gunst.
Wat een rijkdom van genade wordt hierin toch openbaar.
Eene ziel, die in benauwdheid zucht, heeft meer dan eens deze bange gedachte : zou er bij God wel zooveel ontferming zijn, dat Hij mijne zonde en ongerechtigheid wil wegdoen ?
Niet alleen van u, niet maar van een enkele, maar van heel het huis, al die smeekende broederen en zusters, wordt het als van alle kanten in de ooren geroepen : bij Mij is een overvloed van genade. Ge kunt het nooit op.
En nu verdubbelt het zich nog. Immers het geluid als van een geweldigen gedreven wind wordt tot in dubbele mate opgevoerd door wat het oog aanschouwt
Daar werden gezien verdeelde tongen als van vuur.
Dit wijst duidelijk heen op de menschelijke sprake. Deze zaten op een iegelijk van hen. Zij zien het van elkander. Zij zien het van zichzelven niet. Alleen in de uitwerking kunnen ze het weten. Daar komt inwendig een vuur, dat hen dwingt tot spreken. Hunne tongen worden los. Gemeenschappelijk is de Geest des Heeren hun deel, en toch wordt Hij aan een ieder hunner persoonlijk medegedeeld, 't Staat er expresselijk bij vermeld : verdeelde tongen. Niet één lichtglans, zooals in het oude heiligdom, maar even zoovele vurige tongen als er discipelen tezamen waren. Op ieder van hen kwam een eigen, toegedacht deel.
Wat wederom een rijke gedachte.
Wie genade ontvangt, verkrijgt het van Boven, zonder eenige verbindingsschakel. De Geest des Heeren wordt medegedeeld door God Zelf. 't Is niet ééne hand, b.v. van Petrus, die Hem aanvaardt en van wien het gevraagd wordt Dezen weer uit te deelen. Neen. Dit behoudt de Heere Zichzelven voor. De Geest deelt zich mede naar die mate als Hij weet dat er plaats is. Naar Zijn wil wordt uitsluitend gehandeld.
Hier wordt het schepsel enkel schuldenaar. Hij heeft maar te vragen : och, Geest des Heeren, doorwaai en doorzuiver mijn hof. Gij deelt toch uit aan een iegelijk in het bizonder gelijk Gij wilt. Uw rijkdom raakt nooit uitgeput, want Gij zijt de Volzalige en Allenheerlijkste.
Verdeelde tongen als van vuur.
Dus naast de oude een nieuwe tong.
Met welke bedoeling dit zijn mocht, is niet twijfelachtig. Opdat de Koning verheerlijkt worde. Zijn groote werken moeten worden uitgedragen.
Zij begonnen te spreken. De Geest des Heeren is dus een, die de tongen losmaakt.
Zij werden voertuigen, of moet ik zeggen : speeltuigen, waarop de Heilige Geest tokkelde. Zij spraken niet over zichzelven, maar over de groote werken Gods. Gods genade in Christus over arme doemschuldige schepselen.
Hierin komt de eenheid des Geestes uit, dat één zaak wordt verkondigd in velerlei taal;
Vanuit dit Punt laat zich gemakkelijk aanwijzen, wat de Heere der Pinkstergemeente met het talenwonder voorheeft.
Dit buitengewone was behalve een middel om aan het Woord der prediking eene grootere kracht bij te zetten, eene afbeelding te geven van wat er straks gezien en gehoord zal worden : eene gemeente, tezaam gelezen uit alle talen en volken. Zij zullen aankomen van alle kanten. Zulk een sprake kan er niet zijn of daarin worden verteld de groote werken Gods.
Dat dit een der bedoelingen zijn zal, kan moeilijk worden betwist. Toch is er nog iets anders.
Het is er den Heiligen Geest om begonnen om op gansch bizondere wijze de hoorders te verstrikken in de koorden Zijner liefde.
Ge weet het zelf, hoe machtig de werking is van de taal, welke ge geleerd hebt aan de knieën van uwen vader. Ge toeft ergens in den vreemde. Merkt er nu eens op, hoe uw oor en zinnen geheel worden vastgegrepen, als daar een spreker u op zijde komt in uwe taal.
Zou dit niet in de goddelijke bedoeling liggen, om zondaren vast te houden ? Ik wil uw oor en daardoor uwe harten veroveren.
Lezer, vanuit dit punt zal naar deze en gene zijde onze blik worden gewend.
We slaan eerstelijk ons oog naar Boven en zeggen : Heere hoe zijn Uw vleugelen uitgebreid, de vleugelen van Uwe liefde en ontferming ! Liet Gij Uw Geest niet uitgaan en postvatten in de Gemeente van Jeruzalem ?
Waarom worden wij altijd weer heengewezen bij de herdenking van den geboortedag der Kerk naar deze plaats ?
Opdat Uwe liefde des te schooner zou glansen. Gij hebt immers omgezien naar wie naar U niet omzagen. De eerstelingen zijn uitgedragen uit het meest vijandige volk.
Wordt het Evangelie, zóó beschouwd, niet ruim in aanbieding ?
Daar zijn op Pinksteren wellicht tempelgangers, die er in gewone tijden niet komen. Zij hebben hun knieën vooraf niet gebogen. Er was voor alles plaats in hun hart en leven behalve voor een H. Geest. Zij verkeeren dus niet in de meest gunstige positie en toch is er ook voor hen — ziet eens op den Pinksterdag — nog eene gelegenheid om te hooren van Gods groote werken.
'k Zou van dezen den levensgang willen vergelijken bij dien van vele Joden, die op den eersten Pinksterdag evenzop waren opgegaan.
Men ging op, doch niet uit nood, niet in de behoefte om geleid te worden door den Geest. En ziet, nu troffen zij het juist zoo — naar den mensch gesproken — dat daar de Geest werd uitgegoten van den hemel. Nu troffen zij het juist zóó, dat de discipelen werden aangegrepen door de kracht uit de hoogte. Zij werden de voertuigen, waarvan de Heilige Geest zich bediende om de grootheid van Christus te melden, om te prediken : „daar is heil voor u, arme zondaar. Zóó ver zijt ge niet afgeweken, of daar is, zoo berouw u uitdrijft, vergeving en aanneming tot kinderen."
Dat Jeruzalem de plaats is geweest, waar de Geest Gods indaalde, is zoo alles beteekenend.
Wij menschen zouden deze stad, met zulke inwoners, nooit hebben uitgekozen ; de Heere wèl, ja, de Heere juist.
O, zondaar, gij die weigert in hardnekkigheid u te buigen ; die u maar steeds laat voortdrijven in de richting van God af, wat zal het u zwaar vallen in den dag des oordeels, dezen Geest te ontmoeten, dien Christus in het oog te zien, dien Vader van aangezicht tot aangezicht tegen te treden.
Wat ik u bidden mag, laat u toch leiden door deze liefdehand. Och, dat de Geest mij te spreken gaf in die taal, waar in uw harte werd stille gezet.
Pinksteren legt alles neder in de hand des Heeren. Immers was het niet de vurigheid van (Petrus, of de liefdedrang van Johannes, of de practische zin van Jacobus, die de harten bekeerde, maar de Geest Gods.
Deze neemt het alles uit Christus en Deze vervult ieder der discipelen zóó met Zijne genade, dat hij spreken kan en spreken mag.
De uitbreiding van het Koninkrijk Gods, de toebrenging van zondaren moet komen van Boven. En nu zou het blijk geven, dat we ganschelijk niet vatten de uitstorting des Heiligen Geestes op den Pinksterdag, wanneer onze bede opklom in den vorm : „daal nog eens neder", want dat kan niet. Hij is gekomen. Hij heeft zich blijvend neergelaten in het midden der Gemeente, Hij is in het midden der jongeren.
Nu de vraag, welke tot een nauw onderzoek ons leide : is Zijn werking ook uitgegaan in mijn leven ?
't Is nog altijd dezelfde Geest.
Hij is in wezen en werken onveranderlijk. Hij doet spreken van God en Christus, van genade en heil. Daar blijft niet anders over dan God grootmaken.
Bestaat hiertoe bij u ook inwendige drang ? Uitwendig de zaken vertellen is niet wat in de bedoeling ligt.
Ge zegt : onder de sprekers heb ik me nooit durven rekenen. Ik zou het niet kunnen en wel om twee oorzaken niet.
Vooreerst de vraag : is het wel waarheid van binnen ? Zoo neen, welk eene schrikkelijke schuld werd er dan op me geladen.
En vervolgens ; zouden mijne lippen Gods grootheid wel naar waarde kunnen prijzen ?
Bij 't eerste moet voorzichtigheid worden betracht. Immers de duivel verschrikt zoo menige ziel met : bij u is het geen waarheid, terwijl hij het tegendeel zich bewust is. Wat hij wil is Gods lof inhouden.
Laat u daarom niet afschrikken, als inwendige drang u voortdrijft, als ge God wilt verheerlijken en ge durft niet.
Van Jeruzalemsche zondaren en zondaressen werd het eerste Gods lof gezongen.
We beleven in vele opzichten donkere tijden. Een van de donkerste schaduwen is deze, dat er onder de discipelen zoo weinig eendrachtelijk samenzijn wordt gevonden. Daar is zoo weinig bidden en smeeken, zoo weinig zoeken naar de gangen des Geestes. En ziet, daar huivert hij voor terug.
De roeping van Christus' Kerk is altijd even voornaam. De zaak des Konings moet worden uitgedragen, 't Gaat om Christus' glorie, om het heil van zondaren. Inzonderheid wordt dit u thans voorgehouden. Zoekt niet het uwe, maar het Zijne. In een geest van kleinheid en afhankelijkheid nadert Hij. Of staat het er niet : „Ik woon in de hoogte en in het heilige en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is" ?
Zijt dan met ootmoedigheid bekleed en waakt. Immers Hij komt op den ademtocht des gebeds.
Utr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's