Stichtelijke overdenking.
Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet hooren ; vier uwe vierdagen, o Juda ! betaal uwe geloften, want de Belialsman zal voortaan niet meer door u doorgaan ; hij is gansch uitgeroeid. Nahum 1 vers 15.
De overwinning is des Heeren.
Ik peins, en ik vrees.
We hebben Pinksterfeest gevierd. Het feest, dat de Christelijke feestdagen besluit, dat de kroon zet op het werk van Christus. Het Koninkrijk God kreeg vasten voet onder het heidendom ; de wonderen daar vertoond, moesten profetie zijn van de zegeviering. ln het Kruis van Christus over de gansche wereld. Drieduizend werden er bekeerd.
Negentien eeuwen ongeveer is het geleden, en nog is de eindtriomf er niet. Het schijnt veeleer, dat de geest uit den afgrond uitgestort is, en de booze het zal winnen. Is bij ooit zoo sterk geweest als tegenwoordig ? In Rusland besteeg men openlijk in den naam van Satan den kansel, en sloot met hem een verbond. Hoort men in Nederland den nagalm niet ? Wordt het ons niet bang te moede, als men de onverschilligheid bij den dag ziet toenemen, niet het minst onder de jongeren van jaren, vaak zelfs onder hen, die gesproten zijn uit Christenouders ?
De broodvraag verdrong de levensvragen der ziel.
De Booze voerde de ongelukkigen mede naar de hoogten der wereld, toonde hun de koninkrijken der wereld, en zeide : „Ik zal u dit alles geven, indien gij nedervalt en mij aanbidt."
Zij staarden naar beneden, aanbaden hem en vloekten God, ze stopten de ooren voor de prediking van Jezus op den berg : „Zijt niet bezorgd voor uw leven." Inplaats van het lied aan te heffen :
„Wie maar den goeden God laat zorgen. En op Hem hoopt in 't bangst gevaar. Is bij Hem veilig en geborgen Dien redt Hij godd'lijk, wonderbaar",
schreeuwen zij het uit:
„Wij hebben lang genoeg gemind. Wij willen eind'lijk haten."
Ik zie met opgesperden muil den geest uit den afgrond brullend over de aarde rondwaren, zoekende, wie hij zou kunnen verslinden.
Ik peins, en ik vrees.
Ik peins, en ik zoek naar troost.
Onwillekeurig komt de naam Nahum, die trooster beteekent, bij mij op, van wien het voor den Christen gevleugelde woord afkomstig is : „De Heere is goed. Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen."
Er is niets nieuws onder de zon. Ook Nahum heeft zulke tijden doorleefd, als wij thans kennen. Hij leefde in de bange dagen van Hiskia's regeering, toen het geweldige wereldrijk Assur, welks hoofd stad Ninevé was, schier alle bekende volken onder zijn dwangregeering besloot. Hij stond ook voor de poorten van Jeruzalem. Maar in die duistere dagen brak het licht door. Wie denkt niet aan het feit, hoe de geweldige „leeuw, die genoeg roofde voor zijne welpen, en worgde voor zijne oude leeuwinnen, die zijne holen vervulde met roof, en zijne woningen met het geroofde geslagen werd voor de muren van Jeruzalem, hoe de engel des Heeren 185000 man sloeg in het leger van Sanherib, hoe de godlasterende Rabsaké beschaamd werd, en het woord van den profeet vervuld : „Staat, staat, zal men roepen, maar niemand zal omzien."
De profeet gaat in zijn profetie van de vernietiging der vijanden niet eens van een geschiedkundige gebeurtenis uit, maar van den vasten regel Gods, dat de Heere een ijverig God is en een wreker van goddeloosheid.
Daarom roept hij : „Ziet op de bergen de voeten desgenen die 't goede boodschapt, die vrede doet hooren."
O, wat staan wij keer op keer in de diepte, en vergeten naar de bergen te zien, naar omhoog te blikken. Op, naar boven, daar staan de voeten Gods, gereed om ter hulp te snellen. Hij is immers de God des Verbonds. Dat is Hij geweest, dat is Hij nu, dat was Hij 70 jaren later, in de dagen van den profeet Jesaja, toen Babel dreigde. Dat zal Hij steeds blijven, o, vreezende, beangste ziel, uw God is immers Koning ? Hij laat u het goede hooren van de uiteindelijke overwinning. Hij boodschapt u vrede door Hem, den Silo, den Rustaanbrenger, die vermoeiden en belasten met geopende armen noodigt.
Ik peins en krijg moed.
Ik peins en luister toe, ziende naar boven.
Nahum beveelt : „Vier uwe vierdagen, o Juda ! betaalt uwe geloften." Dat is : Denk aan de groote daden des Heeren, hoe wonderlijk Hij u uitredde, als de getrouwe Jehova, en vergeet niet, dat gij het hebt uitgeroepen, dat Hij de Heere is, op Wien gij zult vertrouwen.
Ja, Israël had heerlijke feestdagen. Zij predikten het luide, dat Hij onverdiend, uit gunst hen steeds bewaard had, een goeddoend en vredelievend God steeds voor hen geweest was.
Zeggen onze vierdagen niet 't zelfde?
Wij vieren Kerstfeest. Het Engelenlied hooren wij ruischen over Ephrata's velden: „Eere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de menschen een welbehagen !" Het onbegrijpelijke wonder van de menschwording predikt van goedheid en vrede aan arme zondaren. „Het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eeniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid."
Wij vieren den Goeden Vrijdag. Bewijst God dan niet de Verbondsgod te zijn voor Zijn volk ? Boodschapt Hij in den dood Zijns Zoons niet van goedheid en vrede ? De machtige vijand, de dood, wordt teniet gedaan, en de gemeente mag roemen : „dood, waar is uw prikkel, hel, waar is uw overwinning."
Wij vieren Paaschfeest. De Vader toont het offer van Zijn Zoon te aanvaarden — en de gemeente mag het Petrus nazeggen : „Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, die naar Zijne groote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de dooden."
Wij vieren den Hemelvaartsdag, De poorten des hemels waren voor ons, vijanden Gods, gesloten ! Maar Hij baant den weg, en ontvangt, zittende aan de rechterhand Gods, alle macht in hemel en op aarde. Wat zoudt ge dan vreezen voor het onrecht der wereld ? Zing eerder, uwe geloften betalend :
„Gij voert ten hemel op vol eer. De kerker werd uw buit, o Heer! Gij zaagt Uw strijd bekronen. Met gaven tot der menschen troost, Opdat zelfs 't wederhoorig kroost. Altijd bij U zou wonen."
Wij vierden Pinksterfeest. De Kerstnacht ging over in den Paaschmorgen en deze in den Pinksterdag.
De geest der uitbranding deed zondaren op de heup kloppen, schaamrood worden en vragen met den tollenaar : „o, God, wees mij zondaar genadig !" Het is dan ook de geest der genade en gebeden. Saulussen worden Paulussen; vloekers, bidders; werelddienaars, krijgslieden Gods De Geest die het Abba, Vader, doet roepen ! En zoo min als een vader zijn smeekend kind van zich zal afstooten, zoo min zal de Heere het doen, want gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de Heere over degenen, die Hem vreezen.
De vierdagen prediken van een God, die van den hoogen hemel goedheid en vrede boodschapt. Een Almachtig wondervol, genadig Heere, Hij predikt het van de bergen, van de hoogte, opdat ieder het zal kunnen vernemen.
Ik peins en neem het ter harte.
Ik peins en zie nu weer naar beneden.
Het woord van Nahum klinkt me echter na : „Want de Belialsman, zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gansch uitgeroeid."
Is dit waar ? Ja, Sanherib zal verslagen worden en Jeruzalem voorloopig gespaard blijven, maar het zal nog geen eeuw duren, of Nebucadnezar zal Jeruzalem verwoesten.
Na dit opstaan, zal het volk weer vallen.
Het botst alles op de wereld tegen elkander.
De zonde maakt de aarde een tranendal. En Gods gemeente moet het ontgelden ! Kaïn begon er reeds mee, en het zal doorgaan ten einde toe. Wij willen niet, dat Hij Koning over ons zij. Touwen en banden, waarmede de Heere wil trekken, scheurt men vanéén. De Kerk zal hier moeten blijven strijden. De Satan zal blijven rondgaan als een brieschende leeuw. Hij bluscht den Geest des Heeren.
Arme wereld! Of, wat baat het een mensch, zoo hij de geheele wereld gewint, en lijdt schade aan zijn ziel?
Arme wereld ! Kunt gij wel zonder God ? Farao moest Hem zelfs belijden.
Arme mensch ! Waar is de vrede uwer ziel ? De goddeloozen hebben geen vrede, zegt God, ze zijn gelijk aan de baren der zee en werpen slijk en modder op. Stervende riep een heidensch keizer het uit : „O, mijn ziel, waar gaat gij heen, arm, treurig, bevende, troosteloos ? "
Arme mensch ! Tacitus zegt van de geweldhebbers der wereld terecht : Indien men de harten der tyrannen kon openen, zou men ze opengereten zien door wroeging, zooals een lijk door de gieren.
Arme mensch ! En toch, hoevelen kiezen de wereld boven den hemel, en zeggen in hun hart: „mijn huis zal eeuwig staan", vergetend, dat ze in 't eind het leven zullen derven, en voor God moeten verschijnen ?
Arme mensch ! De Belialsman zal omkomen !
Ik peins, ik denk eerbiedig na. Zijn wij het, o lezer ?
Ik peins en vrees niet meer.
Daniël verklaarde den droom van 't menschenbeeld met gouden hoofd, met zilveren borst, koperen middellijf, ijzeren schenkelen en met voeten van leem en ijzer ; daarop was een steen gekomen en had het beeld aan de voeten geslagen, en geheel het beeld was vergruisd, maar de steen was tot een grooten berg geworden, die zich over de gansche aarde uitbreidde. De wereldheerschappijen van Babel, Perzië, Griekenland en Rome zouden elkander op het eeuwige rijk Gods, zou ze vermorzelen. Hoe zwak staat zulk een geweldige kolossus ! Eerst maakt het een machtigen indruk. Maar beziet die leemen voeten ! En zie dien machtigen steen !
Zoo is de macht van de wereld; in vergelijking met die van den rotssteen Jezus Christus !
Alle volken tezamen zijn minder dan een druppel aan eenen emmer, dan een stofje aan eene weegschaal.
Vrees dan niet bij de teekenen der tijden voor den Booze !
Telkens verloor hij het!
Telkens won de Heere het!
En liedere overwinning Gods is de profetie van de eindoverwinning. Dat bedoelen ook de profeten. De Belialsman zal niet meer door u doorgaan. Er zal een tijd komen van volkomen overwinning.
Jezus, de Heiland, moet den laatsten trap van den staat der verhooging nog beklimmen. Dat is dan voor de kinderen Gods de groote feestdag. Zijn wederkomst ten oordeel.
Maar wat een dag voor den goddelooze !
Een vreeselijke dag zal het zijn. De zon zal verduisterd worden, maan en sterren geen schijnsel meer geven. En op de bevende aarde zullen de goddeloozen roepen tot de bevende bergen en heuvelen : „Bergen valt op ons, heuvelen bedekt ons."
Hij, de Rechter, zal roepen tot hen : „Gaat weg van Mij, gij, werkers der ongerechtigheid, Ik heb u nooit gekend." Nog is het het heden. Verhardt uwe harten niet.
De kinderen Gods zingen reeds : „Hij komt om 't volk van 't wreede geweld te verlossen." Maar Jezus toeft nog. Hij is nog degene, die voor den troon Zijns Vaders bidt en pleit.
Bekommerde ziel ! Bepleit gij uw eigen zaak nog ? O, geef. het aan uw hemelschen Advocaat over. Hij kent de wet beter dan gij. Zondaren en tollenaren zoekt Hij op en Zijn bloed reinigt van alle zonde ; Hij rechtvaardigt goddeloozen.
Gemeente des Heeren !
Vier uwe vierdagen, en betaalt uwe geloften. Dient den Heere met blijdschap en bidt voor die arme goddeloozen, die God niet kennen. Geef u, stoffelijk en geestelijk.
De ongelukkige koning van Frankrijk, die de bewerker was van den moord in den Bartholomeusnacht, zag zonder ophouden, op 't einde van zijn leven, dreigende spoken, die hem verschrikten en dikwijls riep hij uit, dat hij verloren was. Ja, het zal ook wat zijn, te vallen in de handen van dien God, Die een verterend vuur is.
Niets kon hem dom bedaren, dan de invloed van zijne protestantsche min, die aan den moord ontkomen was, en die woorden van troost sprak, die uit hare geroerde ziel opkwamen : „Sire, wan hoop niet. God is barmhartig. Hij heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden, opdat alle zondaars verlost kunnen worden door in Hem te gelooven. Gaat tot Hem. Hij zal u niet verstoeten; Hij heeft verklaard, dat wie tot Hem komt, niet zal worden uitgeworpen."
Betaalt uwe geloften, opdat het u tegenklinke : „Komt in, gij gezegenden Mijns Vaders, dat voor u weggelegd is van voor de grondlegging der wereld."
Ik peins en vrees niet meer, want de Heere overwint, en wij door Hem, indien wij den goeden strijd des geloofs strijden.
— Amen. —
Dirksland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's