De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

15 minuten leestijd

Beschouwing naast beschouwing inzake het vrouwenstemrecht in de Kerk.
VII.
Bij de Independenten heeft de gemeente alles te zeggen en mag de Kerkeraad uitvoeren, wat de gemeente hem opdraagt. De Kerkeraad is slechts de uitvoerder van den wil der gemeente. Men herinnert zich misschien in dit verband wat wij eenigen tijd geleden hierover geschreven hebben in verband met het streven naar z.g.n. gemeente-vergaderingen. Dan wordt de regeermacht verlegd van den Kerkeraad naar de gemeente. Tegen dit feitelijk revolutionair beginsel heeft reeds de Dordtsche Kerk orde willen waken. Alleen waar nog geen Kerkeraad is en deze voor 't eerst zal gekozen worden, mag een vrije stemming plaats hebben, doch zoodra er een kerkeraad is, moet deze naar uitwijzen van de Schrift en ingevolge de inzetting van Christus Zelf de leiding hebben. Christus toch als 't Hoofd der Kerk regeert deze door het intermediair Zijner dienaren; Hij regeert Zijn Kerk door de ambten, haar gegeven. In het Convent van Wesel (1568) ; drie jaar later te Embden ; in 1574 op de Synode te Dordrecht; in 1578 eveneens te Dordrecht, daarna te Middelburg in 1581, te s Gravenhage in 1586 en eindelijk op de Nationale Synode te Dordrecht in 1619 heeft men geworsteld om het ambt en de gemeente in de meest Schriftuurlijke verhouding te doen samenwerken en het bedoelen was steeds, om den z.g.n. artistocratischen en democratisohen weg (woorden die hier eigenlijk heelemaal niet passen, maar helaas ! toch gebruikt zijn) te combineeren. Om te verkrijgen, dat de Kerkeraad, de gemeente gehoord, de personen beroept of verkiest.
Het oordeel der gemeente mocht geenszins regeermacht zijn, om het ambt van zijn beteekenis te berooven en den Kerkeraad te maken tot uitvoerder van den wil der gemeente.
„Kiesrecht" dat regeermacht wordt, is niet naar de Schrift, is niet passend in een Gereformeerd kerkelijk samenleven.
Weg met dat kiesrecht, als de mannen dat hebben.
En geenszins past dit aan de vrouw, die naar Gods Woord wenscht te leven en die voelt voor Gereformeerd Kerk­recht. Toch hebben wij dat „kiesrecht" nu voor de mannen, die er zich aardig mee vermaken en die het voor geen geld willen missen.
Gereformeerde mannen, die er wat blij mee zijn ! !
En die nu als hoogste leuze hebben : maar de vrouw mag dat kiesrecht niet hebben !
Wij zijn tegen dat vrouwenkiesrecht.
Maar wij, zijn ook tegen dat mannenkiesreoht.
Het is bij ons, in de Hervormde Kerk helaas ! zoo, dat wij ons wat het kerkelijk samenleven aangaat allerminst hebben ingericht naar uitwijzen van Gods Woord en naar de beginselen van het Gereformeerd Kerkrecht.
Laten wij in dit verband slechts wijzen op onze Kiescolleges.
Waar geen Kiescollege is, handelt de Kerkeraad zonder de Gemeente te kennen in het zoeken naar en het kiezen van mannen, die als predikant beroepen of als ouderling (diaken) benoemd worden. Wat niet naar de beginselen der Schrifit en niet naar de bedoeling van het Gereformeerd Kerkrecht is. En waar wèl een Kiescollege is, daar wordt het ambt eenvoudig werkeloos en machteloos gemaakt. Men wordt door het Kiescollege benoemd en er is niet eens een Kerkeraadsvergadering voor noodig. Alleen voor den vorm nog wel bij een predikantsberoeping (dominocratie !)
Dat zijn meer de revolutionaire dan de Gereformeerde beginselen, die bij ons aan 't woord zijn in onze tuchtelooze Kerkgemeenschap, waar de helft plus één regeert.
Willen onze Gereformeerde mannen daar maar stilletjes bij blijven ?
Maar rustig in dien weg voortgaan ? 't Schijnt zoo.
En men heeft nu een mooie leuze : tegen het vrouwenkiesrecht !
Wij veroordeelen dat vrouwenkiesrecht.
En wat moeten wij nu practisch doen nu wij het vrouwenkiesrecht hebben, door de helft plus één ons opgelegd ?
Wij hebben het in onze conclusie reeds gezegd. Wij zijn tegen het vrouwenkiesrecht.
Maar nu het ons temidden van de revolutionaire beginselen die aan het woord zijn en waarbij onze mannen zich roeren, om toch voor ons kerkelijk leven zooveel mogelijk er naar te staan, dat er mannen beroepen en benoemd worden, die voor ons kerkelijk leven, naar uitwijzen van de Schrift, zooveel mogelijk tot zegen kunnen zijn, ook hier in, dat onze Hervormde Kerk toch weer terugkeere tot het houden van Gods geboden en tot het afschudden van alles wat met de Schrft in strijd is — zoo zouden wij, evenals op politiek terrein, niet gaarne voor onze rekening nemen of om aan onze vrouwen te adviseeren : blijft thuis en ga niet uw stembiljet in de bus werpen.
Dat kunnen en dat mogen wij niet adviseeren.
En hierin gaan eigenlijk de mannen van het Convent en het Hoofdbestuur geheel accoord.
Wij zijn tegen het vrouwenkiesrecht. Op politiek terrein en op de erve der Kerk.
Maar als dan nu de stem der gemeente gehoord kan worden, dan zeggen wij tot onze vrouwen : om de wille van de Kerk onzer Vaderen, om de wille van de eere Gods, om het herstel van ons kerkelijk' leven en om te verhinderen, dat alles, alles in handen komt van ongeloof en leugenleer, gaat naar de stembus en gebruikt in stilheid, met biddend opzien tot den Heere, uw stembiljet, om mee door uwe stem mannen te verkiezen, die straks in het ambt, de Kerk zóó zullen dienen, dat in den middellijken weg, onder den zegen des Heeren, het goede voor die Kerk mag worden verwacht. Wij zijn in alles in een weg die niet beantwoordt aan den toets van Gods Woord en aan de beginselen van Gereformeerd Kerkrecht.
Waar nu de helft plus één het vrou­wenkiesrecht heeft opgelegd, daar gaan de vrouwen naast de mannen staan en zij zeggen en zingen : zij zullen ons niet hebben, de goden dezer eeuw; niet om hun erf te wezen, heeft de Heere ons de erve Zijner Kerk toebetrouwd, om er mee voor te zorgen.
Natuurlijk kan men ook anders redeneeren.
En men kan zeggen : er is zooveel dat tegen Gods Woord is en nu ook dit weer — wij laten de dingen los en wij gaan afzonderlijk staan en wij trekken ons niet meer aan hoe het niet de Kerk als zoodanig gaat ; wij zonderen ons af ; wij gaan straks heen.
Dat kan men zeggen.
Maar dan gaat men in een ander spoor over.
Wij hebben tot nu toe anders gedaan.
Wij hebben tot nu toe, onze mannen vooral, zoovéél gedragen, zooveel geduld, zooveel toegelaten, omdat het moest. En wij hebben intusschen vergaderd, georganiseerd, geprotesteerd, ook gewerkt, ook gestreden.
Waarbij de Heere kennelijk Zijn zegen heeft gegeven. Het Gereformeerde volk in de Hervormde Kenk is gegroeid. Onze actie is gesterkt en vermeerderd en gezegend. Ons kerkelijk leven plukt er de vruchten van in stad en dorp.
Wij groeien. De Heère doet wonderen. Hij alleen.
En nu gaan onze vrouwen naast onze mannen staan en zij strijden mee, omdat de vijand ons den strijd opdringt. Onze vrouwen hebben het niet gezocht, niet begeerd, niet gevraagd. Maar het is aan onze vrouwen opgelegd. Nu zullen zij in deze booze tijden, deze crisistijden, nu het meer en meer gaat vóór of tegen den Christus, vóór of tegen Gods Woord, nu zullen de vrouwen met de mannen saam bidden, .saam werken, saam strijden. En met volle vrijmoedigheid leggen wij het dan saam in 's Heeren hand.
't Zijn tijden als in de dagen van Koningin Esther. Men heeft den dood gezworen aan Gods volk, aan Gods Kerk. Het vonnis ligt klaar, het is geteekend, het is verzegeld — het wordt verzonden.
Maar dan gaan de vrouwen méé in den strijd ; dan gaan zij mee in 's Konings dienst ; dan verheffen zij mee het vaandel : voor den Heere en Zijne Kerk.
En dan kon het nog wel eens wezen, dat het geschreven oordeel door den Heere verijdeld werd. Hij, die ons temidden van zooveel verwarring, van zooveel ellende, van zooveel dat pijnt en dat benauwt, kennelijk heeft willen zegenen. Hij is nog dezelfde God. Zijn arm is nog niet verkort. Hij laat niet varen de werken Zijner handen. Hij kon met onze Ned. Hervormde Kerk nog wel eens iets voor hebben, om in het midden des volks nog te zijn als een zoutend zout. En moet het, naar Gods Raad, anders. Welnu, dan zullen wij zoo lang mogelijk, mannen en vrouwen, doen wat onze hand vindt om te doen, om te getuigen van Hem en te ijveren voor Zijn dienst en te strijden voor Zijn eer — om dan straks temidden van de oordeelen zonder dat wij onszelf moeten aanklagen als luie dienstknechten en luie dienstmaagden geweest te zijn, temidden van Zijne straffen Zijn heiligheid en gerechtigheid groot te maken, om het ook te aanschouwen, dat al gaat de Ned. Hervormde Kerk dan te gronde, Christus' Kerk in stand blijft tot in eeuwigheid.
Zullen wij dat oordeel verhaasten ? Zullen wij dat oordeel afbidden ?
Zullen wij, ziende op den Heere, alles doen wat dat oordeel, in den middellijken weg, kan afwenden ?
Mannen èn vrouwen — het woord is aan u !
De Heere geve ook nu, dat straks geuigd mag worden dat er vele medewerksters en medearbeidsters in Christus Jezus mogen zijn, vrouwen die met ons strijden willen in het Evangelie. (Filipp. 4, vers , 3).

Mooi zoo!
't Gebeurt niet elken dag dat wij zoo van ganscher harte kunnen beamen wat onze ethische Groningsche collega ds. Coolsma zegt en schrijft. En daarom, nu wij dat kunnen doen, willen wij het niet nalaten. Ds. Coolsma schrijft n.l. in „Bergopwaarts" over de vacature van kerkelijk hoogleeraar te Groningen. (Zooals men weet is prof. Aalders in de vacature-prof. de Sopper benoemd tot gewoon hoogleeraar). En ds. C. schrijft daarover dan aldus :
„Wat toch wel de reden mag zijn, dat de voordracht voor kerkelijk hoogleeraar te Groningen zoo vroeg is gepubliceerd ? Wij herinneren ons niet, hoe vroeg of hoe laat dit anders gebeurde, maar meenen in ieder geval 't recht te hebben, nu de drie namen wereldkundig zijn gemaakt, ook een meening en wensch hier te uiten. En dan kan men volle waardeering hebben voor de beide andere doctores : Plooy en Vellenga, en tóch hartelijk hopen, dat ditmaal de keus van de leden der Syode, die 18 Juli bijeenkomen, mag vallen op dr. Haitjema. Deze jonge, knappe en zeer werkzame Apeldoomsche predikant schijnt ons de aangewezen persoon voor vervulling van de vacature Aalders. En is dr. Haitjema, dien ik bij mijn weten nooit gezien en nog minder gesproken heb, dan Confessioneel ................het wordt — dacht mij — toch ook hóóg tijd, dat Ethische menschen een toevallige meerderheid in een of ander bestuur niet misbruiken om alleen aan eigen partijgangers op te dragen de vorming onzer aanstaande predikanten."
Wij kunnen ons daar heel goed mee vereenigen.
Zoowel met het advies dr. Haitjema te benoemen. Als ook met. de opmerking, dat Ethische menschen een toevallige meerderheid in een of ander bestuur wat minder moeten gaan misbruiken.
Wat weinig ethisch is dat.
Zouden wij betere tijden tegemoet gaan?
Is uw toorn billijk ontstoken ?
Het Vrijzinnig: Hervormd Weekblad, is voor de zooveelste maal in toorn over ons ontstoken.
.Wij begrijpen dat. Wij maken het er ook naar.
Nu weer is men boos, over wat in de rubriek „Kerknieuws" geschreven is aan het adres van de Haagsche Ethischen, die bij den Kerkeraad daar ter plaatse een verzoek hebben ingediend, om de Modernen terwille te zijn voortaan inzake de bevestiging van nieuwe lidmaten.
„Op zulke grofheden te antwoorden, heeft geen zin" schrijft het Vrijzinnig Weekblad. „Maar wel moet er even de aandacht op gevestigd worden, om te laten zien, op welke wijze de Gereformeerde gemeenteleden worden Voorgelicht."
Men heeft dus ook nog een beetje meelijden met „de Gereformeerde gemeenteleden", als door ons gezegd wordt „dat het al te bar wordt de eenheid der Kerk te zoeken met degenen, die den Christus der Schriften loochenen."
Wat worden die „Gereformeerde gemeenteleden" dan toch ook allerwonderlijkst voorgelicht, niet waar ?
„Laat elke muur, die nog haar duizendtallen vaneen scheidt, vallen !" zegt men.
En ja — dan komt het er blijkbaar minder op aan of men nog gelooft, dat Christus bestaan heeft of dat men zegt: Christus heeft alleen maar bestaan in de fantasie van de bijbelschrijvers.
Maar dat wil er bij ons nog niet in.
Voor ons en voor onze „Gereformeerde gemeenteleden" ligt daar juist het criterium.
En hoe meer men datgene wat juist voor ons de hoofdzaak is, wil wegdoezelen en als een onbeteekenende nietigheid wil aandienen, zullen wij herhalen, dat hier voor ons een onoverbrugbare klove ligt.
Wat is men toch naïef bij de Modernen !
Wij denken aan mooi boek van mej. Kooistra uit Groningen.
Niet, dat we die bepaald bij de Vrijzinnig Hervormden willen indeelen. Want daar hebben wij niet het recht toe. Wij weten niet of zij Hervormd is. Wij weten niet, of zij wel tot een Kerkgenootschap behoort. Maar wij weten wèl, dat ook zij, die een eerste klasse leerares en schrijfster is, ook zoo maar, als ware 't een kleinlgheidje, komt aandragen met de stelling, dat het er toch eigenlijk niets toe doet, of Jezus bestaan heeft of niet.
De historiciteit van Jezus erkent zij niet.
Maar toch zou zij den geheelen Jezus die „geleefd heeft in de ziel van hen, die de evangeliën schreven" aan de kinderen willen brengen (zooals zij schrijft in haar boek ., Van ziel tot ziel", Paedagogische voordrachten en schetsen).
Erger wordt het op kerkelijk gebied, als men loochent wat de Heilige Schrift ons brengt en. als men dan een beroepsbrief onderteekent, waarin staat, dat men het evangelie van Jezus Christus, naar luid van Gods Heilig Woord, wil en zal brengen.
Nu kan een Vrijzinnig Hervormd man dat een kleinigheidje noemen ; iets, dat er eigenlijk niets af of toe doet. Maar wij willen wel verklaren dat met zulke menschen, die loochenen wat op het terrein van Christus' Kerk het voornaamste moet zijn en blijven, geen gemeenschap kan en mag worden aangegaan. En wij zullen het blijven zeggen, dat zulk een verklaring en onderteekening van een Vrijzinnig Hervormde alle grenzen van betamelijkheid te buiten gaat.

De Haagsche Ethischen.
Nu we het toch over die Haagsche ethischen hebben, die dat wonderlijke verzoek hebben gedaan aan den Kereraad, om er maar geen drukte van te maken, als er menschen zijn die den Christus der Schriften loochenen en een gansch ander Evangelie voorstaan, dan het evangelie, dat als inhoud heeft: Jezus Christus, overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking — nu wij het toch over die Haagsche Ethischen hebben, moeten wij eerlijkheidshalve nog iets van die Haagsche Ethischen zeggen.
En wel dit :
De Vrijzinnigen hebben — blijkens een mededeeling in , .De Hervorming" — aan een 500-tal Ethischen in Den Haag een adres gezonden, met verzoek dat adres aan den Kerkeraad te teekenen.
Het is dus niet van de Ethischen, maar van de Vrijzinnigen zélf uitgegaan, deze dwaze beweging.
En van de 500 Ethischen — dat zullen wel de elite zijn geweest, die bekend staan als hebbende Vrijzinnige neigingen en sympathieën — hebben er maar 150 geteekend.
350 hebben dus voor de eer bedankt.
Wat we begrijpen kunnen.
Het is duidelijk, dat het nu een beetje in een ander licht komt te staan, als de Vrijzinnige pers zich uitslooft om den volke bekend te maken, dat de Ethischen in Den Haag bedoeld verzoek inzake de aanneming en bevestiging van nieuwe (Vrijzinnige) lidmaten bij den Kerkeraad hebben ingediend.
Waarom zegt men er zelf niet dadelijk bij, dat de Vrijzinnigen hier achter zitten en dat maar een zéér klein deel van degenen, die gevraagd zijn, hebben geteekend ?

De Groote Synode.
Anderen hebben óók gerekend, zooals wij dat hebben gedaan, met de verslagen van de Classicale Vergaderingen voor ons.
En kwamen wij tot de slotsom, dat 27 van de 44 Classes zich vóór de Groote Synode hebben uitgesproken, anderen hebben tot resultaat gekregen, dat 1018 stemmen vóór en 243 stemmen tegen zijn uitgebracht.
Voorwaar geen klein verschil.
Verder lazen we als eindresultaat : „Slechts in 6 Classes was er een groote meerderheid tegen en in 11 een kleine meerderheid ; terwijl in de overige 25 Classes 13 unaniem er vóór waren en 12 met een zeer ruime meerderheid."
Ook dat klopt en zegt duidelijk, wat vrij algemeen in de Kerk begeerd wordt.
De verwachting is nu ook wel — ook de moderne ds. Eilerts de Haan denkt er zoo over —dat de Synode het voorstel zal aannemen. Het zal ook moeilijk anders kunnen. (Wij zijn benieuwd wat de twee Walen zullen doen ; of zij den moed zullen hebben om tegen te stemmen ; wat wij verwachten ; maar wat wij te voren als iets ongehoords willen brandmerken !).
Maar als de Synode het voorstel heeft aangenomen, moet het in November nog behandeld worden door de Provinciale Kerkbesturen. En de speculatie van de Vrijzinnigen, die voor de groote Synode blijkbaar zéér benauwd zijn, is, dat dan misschien niet tweederde van de stemmen vóór zal zijn. Dan zou alles weer in de papiermand komen.
Doch wij, voor ons, meenen, dat de Vrijzinnigen, die het graag zouden willen, het nu ook maar vast zoo voorstellen alsof het in werkelijkheid zoo gaan zal.
Waar zouden de Provinciale Kerkbesturen den moed vandaan halen om iets, dat de Kerk zelve begeert en vraagt te verhinderen ?
Dat zou de positie van de Provinciale Kerkbesturen zeker niet versterken.
Bovendien moet het door de Provinciale Kerkbesturen in November worden beslist. Dan hebben dus nog niet de Vrijzinnige leden zitting, die door Edam, Franeker en Heerenveen (welke Classes van rechts naar links zijn overgegaan) zijn afgevaardigd. Want de zittingstijd begint 1 Januari 1924.
Denkt men deze dingen in, dan is het dubbel te hopen, dat de groote Synode er komt.
Want zoo niet, dan houden wij de kleine Synode, die in de komende jaren gemakkelijk — door de allerdwaaste wijze van afvaardiging — weer in meerderheid Modern kan worden !
En denkt u dat nu eens in : dat bij den tegenwoordigen stand van zaken de Synode van onze Ned. Hervormde Kerk in meerderheid Modern zou wezen !
Is het niet al te dwaas ?
En zou het niet verschrikkelijk zijn ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's