De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

8 minuten leestijd

Kent u den heer Jansen ?
Ja zeker, dat is de graanhandelaar, antwoordt de een.
Dat is de bakker, zegt een ander.
Dat is de mijnheer van het groote huis, zegt een derde.
Maar al die Jansens bedoel ik niet. Als ik aan de leden van den Bond vraag, en vooral aan hen die de jaarvergadering bezoeken : Kent u Jansen, dan antwoorden ze allemaal: Natuurlijk, kennen we die, wie zou onze Jansen niet kennen, die zoolang als de Bond bestaat een der vooraanstaande leden is van de Utrechtsche afdeeling, die op elke jaarvergadering, met onzen vriend Brinkers de zaak regelt en toezicht heeft op de stemmingen.
Jansen die kennen we en goed ook. Nu, toen ik op de vergadering van „Zonnegloren" kwam, was de heer Jansen daar ook. Maar er waren er nog meer van den Bond. Ik zag er den heer Duymaer van Twist, lid van ons Hoofdbestuur, den heer v. d. Westeringh, den bekenden kerkvoogd van Veenendaal en hoorde voorlezen dat ds. Van Mastrigt van Harderwijk en ds. Woelderink van Randwijk verhinderd waren om te komen. Deze allen maken deel uit van het Algemeen Bestuur van „Zonnegloren." Ge ziet dus, dat de Gereformeerde Bond goed vertegenwoordigd is. Dat geeft vertrouwen.
Goed. Jansen kwam naar mij toe en zei : Ik zou zoo graag willen, dat onze menschen lid werden van „Zonnegloren."
Ja, dat zou niet kwaad zijn, antwoordde ik.
Als u er nu eens een keer over schreef in „Financiën" ?
In „Financiën" ? Dat gaat niet. Ik ben toch geen penningmeester van „Zonnegloren" en kan daar mijn rubriek niet voor gebruiken.
Dat kan je wèl. Je maakt zoo dikwijls een uitstapje ; doe het nu eens naar „Zonnegloren."
Neen, dat gaat niet; dan zullen ze mij op de vingers tikken en zeggen : Penningmeester, je gaat buiten je boekje.
Daar is volstrekt geen vrees voor, want het is in het belang van de leden van den Bond, dat „Zonnegloren" er komt. Of ben u het niet met mij eens, dat een Christelijke verzorging van onze tuberculoselijders, welke helaas zeker ook wel in meerdere of mindere mate te vinden zijn onder onze leden, verre te verkiezen is boven een neutrale ?
Daar ben ik door en door van overtuigd. Dat zie ik maar al te goed als bestuurslid van „Wolfheze", welk een gezegenden invloed het Christelijk beginsel en de Christelijke sfeer op de verzorging daar heeft, die in neutrale inrichtingen — hoe goed ook overigens — toch ontbreekt.
Juist. En nu hebben we met „Zonnegloren" een inrichting gekregen met 'n beslist Hervormd stempel. Niemand kan er lid van worden als de leden van de Hervormde Kerk. In het bestuur zijn de Gereformeerd Hervormden ruim vertegenwoordigd. Help er nu voor zorgen, dat ze lid worden.
Hoor eens, Jansen, ik wil er graag aan medewerken. Ik wil u wel zeggen dat ik er mij over verheug, dat nu ook eens van beslist Hervormde zijde een toevlucht geopend wordt voor onze — laat ik het Hollandsche woord maar eens gebruiken — onze teringlijders. Want welk diaken of ouderling ontmoet ze niet op zijn weg, jonge menschen, door deze kwaal aangetast ? De dokter zegt dan : hij of zij moet hier vandaan. In een andere omgeving en in een andere lucht; dan is er nog hoop op herstel. Ze moet in een inrichting.
Jawel, de dokter kan dat wel zeggen, maar dat kost heel veel. Te veel. Stel u voor dat het uw zoon of dochter is. Er is een kans op herstel geopend. Misschien zal ze nog, onder Gods zegen, herstellen, weer gezond en sterk worden. Maar er is geen geld om ze in een inrichting te doen verzorgen.
Maar dan zijn er toch de leden van den Bond en de lezers van de Waarheidsvriend en die hebben het wel.
Denkt ge dat die, als ze weten dat het goed besteed wordt, de hand op den zak houden ?
Denkt u dat ?
Dan kent ge ze niet. Dat weet ik als hun penningmeester beter. Daar kan ik u de tastbare bewijzen van toonen.
Lezers en leden van den Bond, hoort nu eens goed : Wij moeten allen lid worden van „Zonnegloren."
Onze vooraanstaande mannen maken deel uit van het bestuur. Dus ge kunt de zaak vertrouwen ; ze is in goede handen. Het mag niet mislukken door gebrek aan onze deelneming. Het lidmaatschap kost ƒ2.50 per jaar. Maar ook giften ineens van 10, 25, 100, 300, 500 en 1000 gulden worden aangenomen en die zijn ook noodig om er te komen. Onze Jansen is de penningmeester ; hij woont Kromme Nieuwe Gracht no. 6, Utrecht. Zijn gironummer is 75651.
Ik wil hem graag helpen ; als het u gemakkelijker is het aan mij te zenden, ook goed, dan zal ik het in een hoekje van ons blad verantwoorden. Gij weet, dat ik zeer bescheiden ben in mijn wenschen. Dat wil ik ook nu zijn. Ik stel mij daarom voor dat van onze lezers en leden er minstens. 1000 lid worden.
Dat kan.
Die zich opgeeft als lid ontvangt een prachtig boekje met platen van het aanvankelijk gekochte terrein te Soestduinen. Ik hoop de volgende week reeds eenige namen te kunnen noemen.
Punt II. Wij hebben allen „Alle den Volcke" ontvangen. Daarin lezen wij : Zestiende Zendingsdag van den Gereformeerden Zendingsbond in het Rijssenburgsche Bosch (bij Driebergen) op Donderdag 2 Augustus 1923. Aanvang 10.15 uur precies.
Daar behoef ik nu niet veel aan toe te voegen. Ik schrijf dit dan ook alleen maar als herinnering om u in den dag niet te vergissen. De Zendingsdag is onze feestdag in den goeden zin van het woord. Dat is de groote dag van de Gereformeerd Hervormden. Daar komen allen samen die zich scharen om Gods Woord en de belijdenis en die, ondanks haar vele gebreken, de Hervormde Kerk liefhebben en bidden dat de Heere haar nog weder uit haar diepen val moge oprichten tot wederverkrijging van hare plaats in het midden van ons volk. Daar hooren wij van het werk van onze Zendelingen, die wij allen persoonlijk kennen en bidden dat de Heere hen mag sterken en steunen in hun gevaarvollen en moeilijken arbeid. De Zendingsdag is onze gemeenschappelijke bid-en dankdag. Daar zijn wij het allen met elkander eens ; daar kijken we elkander allen vriendelijk aan. Daar offeren we met blijdschap onze gaven, opdat het werk ongestoord en onbekrompen kan worden gedaan.
Daar gaan we allen heen. Punt lIl. De ontvangsten.
Laat ik beginnen met uwe bijzondere aandacht te vragen voor een stortingsbiljet uit 'sGravenhage. Er staan maar weinig woorden op. Doch ik verzoek u vriendelijk op elk dezer woorden goed te letten, want ze zijn door en door waar en waard om er eens even bij stil te staan en er over na te denken. Dus niet vluchtig er overheen lezen en direct aan het volgende beginnen. Neen, even wachten. Luister :
Waarde Penningmeester,
De vorige week vond ik dat u niet veel ontvangen had en zend u ƒ 10.— voor de beide fondsen.
Met vriendelijke groete, N.N.

Denk nu eens even na. Deze man, die onbekend wenscht te blijven, heeft nu al een paar weken gezien dat de ontvangsten niet veel beteekenden ; heeft gedacht : dat mag zoo niet blijven ; heeft begrepen dat de uitgaven voor de studeerenden even hoog blijven ; heeft de kalmte en het vertrouwen op de lezers van den penningmeester bewonderd ; heeft gedacht: dat vertrouwen wil ik niet beschamen ; heeft de inspraak van zijn hart gevolgd en heeft u gezegd wat gij nu ook doen moet.
Zie zoo ! Nu gaan we weer verder.

Nieuwerkerk a.d. IJssel, 19 Juli '23.
M.
Hierbij ƒ1.— als 10 pet. van een ex­traatje, voor de beide fondsen. Eenige weken geleden las ik in „De Waarheidsvriend" dat u vroeger al eens afgesproken had met uw lezers, dat 10 pet. van een extraatje aan de fondsen behoort geschonken te worden. Ik wist dat tot hiertoe niet. Dat komt zeker doordat ik nog maar anderhalf jaar abonné ben. Gij moet zulke dingen maar eens herhalen, dan wordt er beter om gedacht.
Uw vriend, N.N.
Ook waard om nu eens een alleenspraak met uzelf te houden, lezer.
Nou, niet zuinig !

Delft, van J. A. Hordijk, penningm. der afdeeling, ƒ51.40 zijnde de contributie der leden na aftrek der 25 pet.
Hoogeveen, van A. Slot, penningm. der afdeeling, aan contributie na aftrek der 25 pet. ƒ 78.75 ; voor het Leerstoelfonds ƒ30.— en voor het Studiefonds ƒ1.50; tezamen ƒ110.25.
Veenendaal, van ds. M. Jongebreur ƒ 10.— uit de catechisatiebus en ƒ 2.50 van N.N.
Haarlem. Aldaar wordt hard gewerkt. Zal vermoedelijk binnenkort een afdeeling verschijnen. Aanvrage om 10 busjes ; 18 nieuwe adressen voor proefnrs.
En hiermede kunnen wij voor deze week besluiten.
Tot ziens op den Zendingsdag.
De Penningmeester,

J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.

Ontvangen den naam van een abonné uit Nieuw Beijerland.

Postzegels, capsules en zilverpapier.
Ontvangen van :
Ie. mej. C. Vedder, Diemen, postzegels, capsules en zilverpapier ;
2e. Adriana Buscop, Ooltgensplaat, zilverpapier, postzegels, oude wekker en 36 halve centen ;
3e. Altje Borst, Hattem, een partij zilverpapier.
Met zeer hartelijken dank.

Mej. J. DEN HARTOG.
Maliebaan 70a, Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's