Kerk, School, Vereeniging.
NEDERLANDSCH HERVORMDE KERK.
Beroepen te Nieuw-Vennep J. H. H. van Beem te Marken ; te Elburg S. van Dorp te Utrecht ; te Wapenvelde H. A. de Geus te Veenendaal.
Aangenomen naar Haulerwijk G. C. H. Bos, cand. te Amsterdam ; naar Bloemendaal C. J. van Dijk te 's-Gravenhage ; naar Ooster-Nijkerk H. van Elven te Schoonebeek.
Bedankt voor Hagestein en St. Annaland C. J. van de Graaf te Kockengen ; voor Arnemuiden E. V. J. Japchen te Hei-en Boeicop ; voor St. Oedenrode J. Barger te Antwerpen ; voor Gorinchem C. B. Holland te Kampen ; voor Scharnegoutum C. M. Luteijn te Rijnsiburg.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Gees J. Schelhaas, cand. te Hoogeveen ; te Giessen Oud-en Nieuwkerk en te Haastrecht D. Ringnalda, cand. te Den Haag.
Aangenomen naar Ruinewold-Koekange T. L. Kroes te Workum ; naar Nieuw-Vennep J. van Henten te Oldekerk.
Bedankt voor Scheemda J. H. Staal te Wierden ; ; oor Oost-en West Souburg A. O. Wolf te Loenen-Vreeland.
CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK.
Beroepen te Gouda en te Zutphen G. W. Alberts, cand. te Apeldoorn ; te Maarssen H. Biesma te Groningen.
Bedankt voor Naarden-Bussum A. M. Berkhof te Utrecht.
Afscheid en Intrede. Ds. A. Prins, Ned. Herv. pred. te Giessendam, hoopt 12 Augustus afscheid te nemen, om op 19 Augustus zijn intrede te doen te Poederooyen.
OTTERLOO. Ds. L. G. Bolkestein hoopt D.V. 21 Augustus a.s. den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaren de Evangeliebediening aanvaardde te Cothen (U.) na bevestigd te zijn door zijn oom ds. J. Bolkestein, toentertijd predikant te Putten o. d. Veluwe.
Achtereenvolgens diende hij de gemeenten Aalburg en Heesbeen, Kortgene, Kockengen en sinds 11 Juli 1920 de gemeente Otterloo. De jubilairis hoopt D.V. op dien zelfden dag !(21 Augustus) des morgens 10 nur eene gedachtenisrede voor de gemeente te houden.
— Dr. Th. L. Haitjema, Ned. Herv. pred. te Apeldoorn, heeft de benoeming tot kerkelijk Hoogleeraar te Groningen aangenomen.
„Die in den hemel woont, zal lachen". Het „Handelsblad" bevatte dezer dagen een kort stukje van „Wijsneus", dat, door even de aandacht te laten vallen op zekere verhoudingen in het heelal, scherp en raak aantoont, hoe belachelijk toch is het woeden van enkele mensch-miertjes van onzen tijd, verdwijnend kleine stipjes in de onmetelijkheid, tegen den Allerhoogste.
Hier volgt het :
De laatste pedanterie. Een rij van machtige steden, grooter dan New-York, schitterender dan Rome.
In een der mindere steden, in een zijstraat is een magazijn
In een der honderden kamers van dit magazijn hangt centraal een lamp.
In een hoek van die kamer bevindt zich een speldeknop, die het licht van de lamp nu en dan flauw weerspiegelt.
Op den speldeknop zijn met een miscroscoop enkele vlekjes te zien, zoo groot als een duizendste van een naaldeprik.
Met een ultramicroscoop laat zich in zulk een vlekje het bestaan gissen van millioenen stofjes.
Enkele stofjes hebben na rijp overleg besloten, het bestaan van een bouwmeester der steden voor onmogelijk te verklaren.
Ook zal voortaan worden aangenomen, dat het licht van alle lampen, in alle kamers, in alle gebouwen, in alle steden slechts een flauwe spiegeling is van den schijn van den speldeknop — en dat die glans weer alleen zijn oorzaak vindt in het zelflichten der stofjes.
Zóó hebben Trotzky c.s. in Rusland den godsdienst „afgeschaft"." (Rott.)
Als er meer zulke Christenen waren Ds. J. van Nes schrijft in het bijvoegsel van het Geref. „Zendingsblad" het volgende :
Op den weg van Nunspeet naar Elburg ontmoette een Christen een Jood. Weldra ontspon zich het volgende gesprek :
„Waar gaat de reis heen ? " vroeg de Christen.
„Naar Elburg", luidde het antwoord. „En daarna ? " „Naar huis". „En dan ? " zoo vervolgde de Christen. „Dat weet ik niet".
„Als men vader Abraham dit gevraagd had, zou hij dan ook zoo geantwoord hebben ? "
Deze vraag ontstemde den Jood, doch tot antwoord op diens bitteren gelaatstrek klopte de Christen zijn reisgenoot vriendelijk op den schouder en zei : „Mijn vriend, als ik honger heb, eet ik gaarne brood. Gij zeker ook ? "
,, Ja", was het antwoord. „Als ik dorst heb, drink ik gaarne water. Gij ook ? " „Ja", klonk het weer.
„Welnu, wij hebben dezelfde behoeften, al zijt gij een Jood en al behoor ik tot de Gojim. Beiden zijn wij menschen, geschapen naar Gods beeld ; maar beiden hebben wij Zijn heilige geboden overtreden ; daarom hebben wij beiden een Borg noodig voor onze zonden, een Verzoener voor onze schuld. Die Borg en Verzoener is Christus jezus, de Zoon des levenden Gods, ."
Al pratende waren zij te Elburg gekomen ; bij het afscheid getuigde de Jood met nadruk : „Als er meer zulke Christenen waren zoo als gij, zouden er ongetwijfeld meer Joden Christen worden".
Lezer, verstaat gij, wat wij met deze mededeeling bedoelen ?
De Roomsche actie. Roomsche bronnen melden, dat in Duitschland tusschen de jaren 1916 en 1920 per jaar achtereenvolgens 4Ü05 en 4500 en 4675 en 9515 personen overgegaan zijn tot de Roomsche Kerk, waarvan er naar schatting 80 % uit de Protestantsche Kerken kwamen.
Respectabele getallen, die aan vooruitgang doen denken.
Het Oostenrijksch blad De Saërmann verzoekt echter het volgende in het oog te houden :
Eerst dit, dat Duitschland 40 millioen Protestanten telt, zoodat percentsgewijs het aantal overgangen zeer gering is ; nog niet 1 op 4000.
Ten tweede vergelijke men de cijfers uit Oostenrijk. Daar wonen 6 millioen Roomschen en daar had in 1920 het getal overgangen tot het Protestantisme het cijfer 5933 bereikt ; dat is bijna 1 op 1000 of viermaal zooveel.
Ten derde verlieten, volgens Roomsche opgave — dit getal is dus zeker te laag, omdat niet steeds een kerk aanstonds bericht krijgt van allen, die haar verlaten — verlieten dus in Duitschland 46.998 personen in 1920 de Roomsche Kerk ; d.i. omtrent vijfmaal zooveel als er toetraden.
Nuchter overzien der feiten doet géén vooruitgang, doch achteruitgang zien.
Men herinnere zich voorts, dat in de laatste twee jaren, waarover de statistiek bekend is, 1919 en 1920 een aantal van 147.225 gemengde huwelijken werden gesloten, waarvan 92.364 zonder Roomsche Kerkelijke wijding.
Wanneer men weet, hoeveel gewicht Rome hecht aan het sacrament des huwelijks en met hoeveel energie men zich tegen gemengde huwelijken verzet, dan spreken zulke cijfers een zeer droeve spraak.
Er is religieuse achteruitgang, ondanks groei van den sier. Blijkens de Saërmann wordt dit dan ook door dieper-ziende en geestelijk-oordeelende Roomschen klaar ingezien en ernstig betreurd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's