De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allerlei.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allerlei.

2 minuten leestijd

Die pedante stofjes!
Een rij van machtige steden, grooter dan New-York, schitterender dan Rome! In een der mindere steden, in een zijstraat, is een magazijn.
In een der honderden kamers van dit magazijn hangt centraal een lamp.
In een hoek van de kamer bevindt zich een speldeknop, die het licht van de lamp nu en dan flauw weerspiegelt.
Op den speldeknop zijn met een microscoop enkele vlekjes te zien, zoo groot als een duizendste van een naaldeprik.
Met een ultramicroscoop laat zich in zulk een vlekje het bestaan gissen van millioenen stofjes.
Enkele stofjes hebben na rijp overleg besloten het bestaan van een bouwmeester der steden voor onmogelijk te verklaren. Ook zal voortaan worden aangenomen dat het licht van alle lampen in alle kamers, in alle gebouwen, in alle steden slechts een flauwe spiegeling is van den schijn van den speldenknop en dat die glans weer alleen zijn oorzaak vindt in het zelflichten der stofjes
Die pedante stofjes !

De bidder.
Hier sta ik voor Gods Aangezichte Rechtvaardig God, en zink in 't stof, 'k Verdiende, dat voor Uw gerichte Het vonnis van den dood mij trof.
Dit ééne bid ik : heb erbarmen! Dit ééne geeft tot bidden moed : Uw woord tot alle geest'lijk armen. Uw zaligheid in Jezus' bloed.
Nauw durf ik tot Uw hemeltrone, Vergeving smeekend op te gaan, O, God des wonders — en een krone Vol van gena biedt Gij mij aan.
Nauw durf ik knielend U bejegenen. En staam'len: „Zie mijn schuld voorbij" Daar heft Gij me op, om mij te zegenen, Ja zelfs tot Koning zalft Gij mij !
Vol vijandschap dorst 'k U weerstreven; De doodsnacht viel; mijn hoop vervloog Nu doet mij Uw genade leven, In koest'ring van Uw Vaderoog !
'k Lag arm en naakt in zondestrikken Gebonden door mijn eigen trots. Nu mag ik vrij ten hemel blikken, Geen slaaf meer, maar een erve Gods!
Gij zaagt mij smachtend neergezegen, En hebt mij ter fontein geleid. Gij voert mij af langs distelwegen ; Gij voert mij op ter heerlijkheid !
Méér dan de klokken 't pluimloos kieken Beschermt mij Uw genade. Heer ! Slechts als ik neerkniel heb ik wieken ; Om óp te zweven — kniel ik neer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Allerlei.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's