De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

8 minuten leestijd

„Maar wij verwachten, naar Zijne belofte, nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont." 2 Petrus 3 vers 13.

Hoopvolle toekomst.
„Hoopvolle toekomst." Wat zijn die woorden of iets dergelijlts de laatste tijden veel te lezen in onze nieuwsbladen. We lezen : „hoopvolle toekomst. Vas Dias Persbureau meldt dat Poincaré met de Duitsche regeering wil onderhandelen, indien deze het lijdelijk verzet aan de Roer laat varen."
„Hoopvolle toekomst. De Britsche antwoord-nota aan Frankrijk en België laat nog gelegenheid tot verdere onderhandeling mogelijk."
„Hoopvolle toekomst. De breuk tusschen de geallieerden schijnt onvermijdelijk, maar de toestand is niet hopeloos."
Wat een toekomstverwachtingen. Wat een hopen, dat het nog eens in orde zal koinon in den bajerd die in ons werelddeel ontstaan is.
Of op de erve van onze Nederlandsclie Hervormde Kerk.
We lezen : „Hoopvolle toekomst. De groote Synode zal komen en daarmede de oprichting van onze diep gezonken Kerk."
„Hoopvolle toekomst. De Synode heeft een afkeurend woord gesproken aan 't adres van het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland in de bekende zaak-Theesing."
Wat een toekomstverwachtingen, dat het nog eens goed zal komen in onze Kerk.
En zoo gaat het maar voort. Zullen al deze verwachtingen vervuld worden? Zal het hopen ook aanschouwen worden? We weten het niet. Niemand weet het. De Heere, die regeert, Hem alleen is zulks bekend.
Maar dit weten we wèl, dat de verwachting, de hoopvolle toekomst van den apostel Petrus in ons tekstwoord op iets anders zag. O neen, dat zag niet op maatschappelijke orde en welvaart. Dat zag niet op een vredestoestand tusschen volkeren en Staten onderling. Dat zag zelfs niet op het welzijn der zichtbare Kerk. „Maar", zegt de apostel, wij verwachten nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont."
Dat is nog wat anders dan : wij verwachten dat de vrede tusschen Frankrijk en Engeland bewaard zal blijven. Dat is nog wat anders dan : wij verwachten dat Duitschland aan de Roer zal capituleeren. Dat is nog wat anders dan : wij verwachten dat handel en welvaart zullen wederkeeren.
Nog wat anders zelfs dan het roepen der Socialisten: wij verwachten een maatschappij waarin de vrede en de gelijkheid en de broederschap zullen heerschen. Nog wat anders ook dan 't roepen der kerkelijke optimisten : wij verwachten dat onze Nederiandsche Hervormde Kerk weer uit het slijk, waarin ze ligt neergeworpen, zal worden opgericht.
„Maar wij verwachten nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde."
Wie wel eens op den top van een berg heeft gestaan en daar ver beneden zich de menschen zag, menschjes geworden, heel klein, als miertjes voortschuivend over de aarde, en rondom zich iets opmerkend van die ontzaglijke grootheid der schepping Gods, die kan door bewondering worden aangegrepen hoe het toch mogelijk is dat de mensch zijh inlaat met, en werkt en slooft en vecht en worstelt voor zulke nietigheden.
Zoo ook, in zekeren zin, de apostel Petrus. Daar staat hij, door het geloof ver boven het gewoel en de kleinheid en vergankelijkheid van al dit aardsche, krijgt een vergezicht als eenmaal Mozes op den top van den Nebo en spreekt : „Maar wij verwachten nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde."
Dat is eerst recht „hoopvolle toekomst." Want de hemelen die nu zijn, ze gaan voorbij, de elementen die nu bestaan, ze versmelten, de aarde, waarop wij thans onze voeten zetten, verbrandt
„Als een kleed zal 't al verouden Niets kan hier ziin stand behouden. Wat uit stof is neemt een end."
Geen wonder, want voor het oog van den grooten Schepper aller dingen ligt die wereld als onder den vloek der zonde bedolven. In Zijn oog is het niet anders dan een akker die slechts distelen en doornen draagt en wacht op den sikkel en het vuur van den grooten dag des oogstes.
Want op den grooten dag der toekomst, den oordeelsdag, als de Heere wederkomt op de wolken des hemels, dan wacht die wereld niet anders dan als een uitgediend en uitgesleten kleed, weggerold en door 't al-verterend vuur verbrand te worden.
Dan zullen de ontzettende krachten die nu op en in en boven de aarde werken, maar nu als 't ware in harmonisch verband, ze zullen dan uit hun verband gerukt worden en niet meer behoudend en onderhoudend, maar vernielend en vernietigend werken. De zon zal verduisterd worden, de maan zal haar schijnsel niet meer geven, de sterren zullen van den hemel vallen.
Deze oude aarde en hemelen zijn dus bestemd tot den ondergang. Ten doode gedoemd. Omdat de zonde in de wereld gekomen is en ook in deze „door de zonde de dood."
„Het gansche schepsel zucht." Geen wonder, op zoo'n aarde, in zoo'n wereld, waar slechts ongerechtigheid woont. Ongerechtigheid onder de volkeren, ongerechtigheid bij de staatslie­den. Ongerechtigheid in de kerken. Ongerechtigheid bij rijken, bij armen, bij patroons, bij arbeiders. Ongerechtigheid in ieders hart.
„God zag al wat Hij gemaakt had en het was zeer goed." En nu mag het wel wezen : „God ziet alles zooals het geworden is en het is zeer slecht. Waar ongerechtigheid woont."
En nu is te begrijpen dat woordje „maar", waarmede de apostel ons tekst vers begint.
Alles straks voorbij. Deze aarde met al het schoone en heerlijke dat er niet tegenstaande de ongerechtigheid toch nog gevonden wordt. Eenmaal voorbij. „Maar" wij verwachten eene nieuwe aarde. Alles straks voorbij. Deze hemelen waaraan de Heere als met miljarden van hemellichamen Zijn Naam schrijft van Heere der Heeren. „Maar" wij verwachten nieuwe hemelen.
Alles straks voorbij, deze aarde en deze hemelen, omdat ze vervloekt zijn vanwege de zonde der menschenkinderen, „maar" wij verwachten nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, „in dewelke gerechtigheid woont."
Zooals het erts, waarin het kostbare metaal besloten ligt, wordt gesmolten, opdat het goud en zilver daaruit ongerept zal te voorschijn komen, zoo zal het louteringsvuur de hemelen en de aarde uitbranden, en het resultaat zal zijn : nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.
Zou dat niet zijn hoopvolle toekomst voor allen die door de genadige werking des Heiligen Geestes een blik leerden slaan op die wereld van ongerechtigheid in zich en rondom zich ? Maar die tevens voor eigen ziel iets mochten smaken van die wereld van liefde en ontferming, geopenbaard in Christus Jezus, den Zoon van God ?
Zou dat niet zijn hoopvolle toekomst, wanneer dezulken aanmerken de teekenen der tijden en vol ernst spreken moeten : „heden onweder, want de hemel is droevig rood" ? Wanneer ze aanschouwen de vergankelijkheid van al dit zienlijke ?
Ja, heerlijke hoopvolle toekomst voor het volk des Heeren, voor hen die zich zelven mogen rekenen onder het „wij" van den apostel.
Hoopvolle toekomst. Laten dan tronen wankelen, laten koninkrijken bewogen worden, 't Is alles het zuchten van het geschapene als in „barens"nood. En in die smartkreten van deze ondergaande wereld verneemt Petrus en mogen andere kinderen Gods soms met hem vernemen de weeën die getuigen van nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, die staan geboren te worden.
„In dewelke gerechtigheid woont."
Daar geen ongerechtigheid, en daarom geen vloek meer. Daar geen zonde, en daarom geen dood meer. Daar geen overtreding, dus ook geen straf meer.
Gerechtigheid. Allen die daar wonen bekwaam om te voldoen aan het doel hunner oorspronkelijke schepping om God eeuwig te loven en te prijzen.
Voorwaar , Hoopvolle toekomst".
Maar hoe weet Petrus dit? En hoe weet al Gods volk zulks? Bouwen ze hun hoop niet op een ijdelen grond?
Neen, want hoort maar wat de apostel er bijvoegt: „naar Zijne belofte." Hunne verwachting rust dus op de onfeilbare toezegging van den getrouwen en waarachtigen God. Van Hem, die het zegt en ook doen zal, die het spreekt en bestendig zal maken. Van Wien alle beloften ja en amen zijn in Christus Jezus.
Welke belofte bedoelt hier de apostel? Hoort den Heere spreken reeds door den mond van den profeet Jesaja-: „Ik formeer nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, en doe dingen uitspruiten, waaraan niet gedacht was geworden."
En Hij die op den troon zit zegt: „Ziet Ik maak alle dingen nieuw."
En de psalmdichter zingt er van :
, £n zijn Godgeheiligd zaad. Zal 't gezegend aardrijk erven."
Wanneer ? Dat weten ze niet. Maar 't zal zekerlijk geschieden. Ze verwachten, ze hopen, ze zien uit „naar Zijne belofte."
Ziet gij ook reeds uit, lezer, naar die hoopvolle toekomst ? En is het reeds uwe bede, moe van worstelen, moe van strijden, gebukt van torsen : „Kom Heere Jezus, ja kom haastelijk" ?
Of is uw hart nog gehecht aan deze dingen, die voorbijgaan? Worden uwe gedachten en begeerten geheel en al ingenomen door de goederen en genoegens van dit leven ? Vindt ge deze wereld nog zoo kwaad niet, omdat ge u zelf nog zoo verkeerd niet kunt vinden en nog nooit een oog hebt geslagen op die bron van ongerechtigheden ? Wee u, indien dat zoo blijft. Dan niet: „wij verwachten naar Zijne belofte", maar dan: „wij verwachten naar Zijne bedreiging." Dan niet „nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde in dewelke gerechtigheid woont", maar de hel, de buitenste duisternis. Dan niet „in dewelke gerechtigheid woont", maar in dewelke de haat woont en de toorn Gods blijft tot in alle eeuwigheid.
Zoek Hem dan nog terwijl Hij te vinden is. Roep Hem nog aan, terwijl Hij nabij is.
De dag des Heeren zal komen. Zal zekerlijk komen.
Hoe zal Hij u vinden?
Leksmond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's