De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

6 minuten leestijd

KAMPEN, 15 Aug. 1923.
Geachte Redactie,
De Synode heeft besloten een opmerking aan het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland te zenden, dat dit in strijd gehandeld beeft met artikel 11 Algemeen Reglement, en bepaaldelijk met art. 6 Reglement Opzicht en Tucht, en daarmede is de zaak van ds. Theesing, te Middelie, ten einde. Er wordt niets meer gedaan tegen den man, die zeide, dat de opstanding des Heeren als historisch reëel feit een fabel is. En ook „de moderne mensch verwerpt de christelijke leer. Hij verwerpt niet den godsdienst. Hij wil zijn godsdienst bouwen, voorgelicht door wetenschap en denken." Terecht sprak prof. Aalders in de Synode : „de schrijver (ds. Th.) plaatst zich buiten de sfeer van de grondbeginselen en de belijdenis der Ned. Herv. Kerk, ja, buiten de sfeer van het Christendom. Hij kiest partij tegen het Christendom en vóór het paganisme, terwijl hij het Godsgeloof van de Christenheid op zijde duwt."
Men had kunnen verwachten, dat de Synode hare verontwaardiging uitsprak over het optreden van ds. Theesing en over de uitspraak van het Provinciaal Kerkbestuur.
Maar nu zal er een opmerking gemaakt worden ! !
Is deze zaak dan van minder belang dan het gebruiken van den Liederenbundel van den Protestantenbond in de Hervormde gemeente te Santpoort ?
Daarover is veel te doen geweest. Het begon in 1887. Ds. Koch sprak er over in de Synode. Hij oordeelde dat de kerkeraad feitelijk een ander Gezangboek had ingevoerd. Daarom stelde hij voor, dat de Synode hare afkeuring daarover zou uitspreken en het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-iHolland uitnoodigen deze zaak ter hand te nemen.
Na bespreking werd toen een voorstel-Douwes aangenomen. De Synode sprak haar afkeurend oordeel uit over Santpoorts doen en droeg aan 't Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland op een onderzoek in te stellen en naar de wettelijke bepalingen der Kerk te handelen.
Het Provinciaal Kerkbestuur onderzocht en deed daarvan bericht aan de Synode. Daarin vermeldde het, dat Sant. poort in den regel den bundel van den Protestantenbond gebruikte, doch dat predikant noch kerkeraad eenig opzet hadden om tegen de kerkelijke Reglementen te handelen.
De Synode besloot toen op voorstel van ds. Perk om als haar oordeel uit te spreken dat in de Ned. Hervormde Kerk geen andere liederenbundels ten gebruike bij den eeredienst bestemd zijn dan de Psalmen en de Evangelische Gezangen, akte te nemen van de verklaring dat er in Santpoort geen opzet was, de mededeeling met dankzegging voor kennisgeving aan te nemen.
Dit geschiedde in 1888. De predikant en kerkeraad van Santpoort gaan echter rustig voort met het gebruik van den genoemden liederenbundel, als ware er geen oordeel van de Synode tot hen gekomen.
Toen stelde ds. Van Dis in de vergadering van de Synode in 1895 voor, over het gebruik van den liederenbundel te Santpoort aan het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland te schrijven. Rapport over dit voorstel wordt uitgebracht door dr. Bronsveld. Hij zegt: Deze toestand deugt niet. Een lid der Kerk, met zijn kerkboek in het bedehuis verschijnend, heeft recht zich te ergeren als hij de Psalmen en Gezangen ziet terzijde geschoven voor liederen, welke de Kerk niet kent. Als men oogluikend aan Santpoort vrijheid geeft om den bundel van den Protestantenbond te gebruiken, dan mag men elders zich evengoed bedienen van de liederen van Sankey of Malan.
Er wordt besloten aan het Provinciaal Kerkbestuur de opdracht van 1887 te vernieuwen en het vertrouwen uit te spreken, dat het Provinciaal Kerkbestuur een einde zal weten te maken aan de te Santpoort bestaande onregelmatigheid.
Het Provinciaal Kerkbestuur zet zich aan het werk door middel van het Classicaal Bestuur van Haarlem. Dit Classicaal Bestuur spreekt als zijne meening uit, dat artikel 22 Reglement voor de Kerkeraden aan de Kerkeraden overlaat het gebruik van Psalmen en Gezangen en dat, waar in tal van gemeenten de Catechismus, de Liturgische schriften en de vragen bij de voorbereiding in het geheel niet gebruikt werden, men zoo ook kan doen met de Psalmen en Gezangen en dat dus te Santpoort niets onwettigs gebeurt.
Het Provinciaal Kerkbestuur stemde hiermede in en zoo kwam het bij de Synode. (Jan. 1896). De Algemeene Synodale Commissie zette daarop in een uitvoerig schriiven uiteen dat wel de verplichting van het gebruik der Evangelische Gezangen was opgeheven, maar dat daardoor niet de vrijheid was gegeven om een eigen liederenbundel in te voeren. Dit schrijven werd verzonden en daarbij werd het Provinciaal Kerkbestuur uitgenoodigd den kerkeraad tot zijn plicht te brengen. (Mei 1896).
Nog bleven Provinciaal Kerkbestuur, Classicaal Bestuur en Kerkeraad bij hunne houding volharden : te Santpoort zijn Psalmen en Gezangen niet afgeschaft ; wèl worden ook andere liederen gebruikt, en dat mag naar artikel 22.
Daarop heeft de Synode een motieprof. Gooszen aangenomen, dat er geen andere liederenbundel in de Ned. Hervormde Kerk bekend is dan de in artikel 22 Reglement voor de Kerkeraden genoemde „de Psalmen en de Gezangen", dat bij bijzondere gelegenheden vrijheid bestaat ook van andere liederen gebruik te maken. Verder droeg de Synode het Provinciaal Kerkbestuur op te zorgen, dat bij de openbare godsdienstoefeningen in de Ned. Hervormde gemeente te Santpoort uitsluitend de liederen uit den officieel ingevoerden bundel zouden gebruikt worden.
De Synode hield dus vol en bleef bij het ingenomen standpunt.
En wat deed Santpoort ?
In 1898 kwam ter kennisse van de Synode, dat Santpoort zich gedroeg naar de motie !
In deze zaak heeft de Synode zich niet met 'n kluitje in 't riet laten sturen.
Zal de Synode nu, waar het gaat over de grondstukken van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof, zich neer leggen bij de uitspraak, die gedaan is ?
Met vriendelijken dank voor de plaat­sing.

Uw dw.,

A. VAN DER KOOY.

Zondagsrust.
Nu de Zomermaand zijn intrede heeft gedaan en menigeen — bij gunstig weder — zich voorstelt een of ander uitstapje te doen, is het, dunkt mij, niet ondienstig op onderstaande de aandacht te vestigen.
Reist vooral niet op Zondag ; bedenkt, wanneer u meent genoegen te smaken, velen daardoor onaangenaam getroffen worden.
De openbare vervoermiddelen, welke gebezigd worden, moeten immers bediend worden ; spoor, tram, auto, enz. Mocht dit reisje een buitenlandsch zijn, dan geldt dit ook voor ambtenaren der Invoerrechten, welke voor in-en uitklaring van een en ander moeten zorgen.
Beziet men het zooals Gods Woord ons dat leert, namelijk het doorbrengen van den Rustdag, — het eeren en heiligen van Gods Naam — dan beseft men het groote kwaad dat daarin schuilt.
Bedenkt hoevelen er juist daardoor worden in dienst gesteld en gedwongen zijn daaraan uitvoering te geven, welke o-zoo gaarne op dien dag hun God wenschten te loven en te danken.
Wordt bij 't maken van plannen daar altijd wel voldoende rekening mede gehouden ?
Wat we u daarom toeroepen is : Reist niet op Zondag. Comité voor Zondagsrust van de Chr. Organisaties in Publieken en Semi-Publieken Dienst in Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's