Staat en Maatschappij.
Donkere tijden.
Wij leven in donkere tijden.
Al het gejubel en vreugdebetoon bij gelegenheid van het zilveren feest van onze Koningin kan uit dat duister geen sprankje licht doen opgaan.
Integendeel, de tegenstelling van wat in ons land en daarbuiten plaats heeft, wordt er te schriller door.
De berichten, welke uit Duitschland tot ons komen, wijzen er op dat de chaos bij onzen Ooster-nabuur komende is ; het probleem aan de Roer wordt bij den dag ingewikkelder.
Het oogenschijnlijk nog in goeden doen verkeerende België en Frankrijk worden in economischen en financiëelen zin steeds zwakker, terwijl Engeland langzamerhand de gevolgen van de crisis gaat ondervinden.
Daarbij komt nu weer het Italiaansch-Grieksche geschil, dat de voorlooper kan worden van een nieuwen oorlog, die, wanneer deze mocht uitbarsten, de laatste krachten van Europa zal ondermijnen en vernietigen.
En ten slotte bereiken ons uit Japan de berichten van een ontzettende ramp, welke het gevolg is van een aardbeving, waarvan de wereldhistorie hare weerga niet kent.
Alles wijst er op, dat God de Heere bezig is dé wereld met Zijne oordeelen te bezoeken en dat de Schrift in vervulling gaat, als daarin gesproken wordt van wat in de laatste tijden zal geschieden.
Ontzettend is het, om daarbij te moeten aanschouwen, dat de oogen der machthebbers, voor wat aanstaande is, gesloten zijn. en dat voor hen, die nog zouden kunnen en willen ingrijpen, de toestanden zoo verward zijn dat van elken stap die tot betering der toestanden zou kunnen leiden, wordt teruggedeinsd.
Maar nog schrikkelijker is het, dat bij de volken elke verootmoediging voor 't aangezicht des Heeren wordt gemist. Men leeft er maar op los zonder zich te bekommeren over 't geen komende is.
Ook ons volk, dat in zoovele opzichten rijk begenadigd werd, kent geen schuldbesef of erkenning van 't groote kwaad, dat het nog dagelijks jegens een heilig God misdrijft.
Er is Godverzaking en algemeene afval.
Niet God wordt gediend, maar de wereld.
Zelfs onder het Christenvolk vervreemd men van God en wordt de ware verootmoediging gemist.
Er is geen aanbidden en nederbukken, laat staan een knielen voor den Heere, om van Hem af te smeeken. dat Hij Zijnen toorn inhoudt.
Het zijn donkere tijden, waarin wij leven.
Moge het Gode behagen de oogen van de volkeren te openen, opdat zij het dreigend gevaar aanschouwen en zich nederbuigen onder Zijne goedertierenheid.
Wie weet. God mocht nog genadig zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's